Krabben vangen op Isla de los Estados

…..en we liggen en de duisternis valt in. Ineens zien we een zwak schijnsel op ons afkomen. Een kano? Ja een kano!! De kano lijkt wel van boomschors gemaakt. We zien een naakte man en zijn gezicht licht op door het kleine vuurtje wat hij, supergevaarlijk natuurlijk, op de bodem van zijn kanootje brandend houdt. Aaah nu zien we het, een Vuurlander! Ja we zijn nu officieel in Vuurland oftewel Tierra del Fuego…

Darwin beschreef ze al. De Vuurlanders of beter gezegd het Yahganvolk. Ze staan bekend om de kano’s waarmee ze zich verplaatsten door het ruige terrein. Ze hadden niet veel om het lijf. Meestel één kleine dierenhuid over het naakte lijf gedrapeerd. De huid werd verschoven afhankelijk van waar de wind vandaan kwam. Ze doken het ijzige water in op zoek naar mosselen en krabben en sliepen in karige hutjes van takken. Tegen de kou smeerden ze zichzelf in met dierlijk vet en modder. Die kano’s waren gemaakt van samengesnoerd boomschors en lekdicht gemaakt met zeehondenblubber en ander biomateriaal. Door deze manier van bouwen gingen de smalle bootjes maar drie tot zes maanden mee en ze moeten een lekbak zijn geweest, tenminste dat denk ik. Ik kan me moeilijk voorstellen hoe ze ook nog eens een vuurtje stookten op de bodem van deze bootjes om zichzelf warm te houden.  Darwin zag ze als primitievelingen, als wildenen, als het laagste niveau van barbarij. Hij beschrijft kinderen in de vrieskou naakt op de buik, mama is moe en doet een tukkie in de natte sneeuw op de grond. De verhalen over deze mensen en hun zware bestaan zijn mythisch. Darwin was verbaasd hoe snel de naar Engeland gebrachte Vuurlanders hun oude leefwijze weer oppakten als ze terugkeerden. Ze prefereerden hun eigen cultuur en gebruiken en deden hun Britse kwaliteitskleding gewoon weer uit eenmaal terug in de wildernis. Door lynchpartijen en ziektes zoals mazelen bestaat het Yahganvolk niet meer. Enkelen nog. Jammer, het was een vreedzaam volk met complexe sociale structuren. Ze kenden geen hiëarchie en vrouwen waren gelijk aan de man. Elke gift van Darwin aan de Vuurlanders werd in gelijke aantallen gescheurd als dat er mensen waren. Ook al verloor het voorwerp daarmee het nut. Eerlijk zullen ze alles delen. Macht door bezit kwam hierdoor niet voor, tot ergenis van de Europeanen trouwens. Misschien mede door deze mentaliteit kwam er een einde aan het Yaghanvolk. Het ‘alles is voor Bassie’-principe blijkt wellicht toch beter te werken?

Wij zijn er!

Zaterdag 28 februari. Wij liggen in de baai Hoppner op Isla de Los Estados. Bijkomend van de spanning van afgelopen dagen. We beschreven al eerder dat het een billenknijpend traject was en de aankomst op Isla de Los Estados was voor mij erg bijzonder. We hebben het gehaald. Ik kon bij aankomst niet ophouden met filmen en we hebben tien keer een high five gedaan. Twee jaar hebben we ernaar toe geleefd en nu zijn we er. Wat gaaf en wat een ruige natuur. Zo groen ook!  De lange, drijvende lijnen komen hier weer van pas en een uurtje na aankomst liggen we vastgeknoopt als een spin in zijn web beschut achter een klein eilandje aan de rand van de ruime baai. Wat liggen we hier beschut en rustig!! We slapen die nacht als een baby.

De volgende dag gaan we op ontdekkingstocht en stappen we in de bijboot. Uren lang varen we door de baai die bezaaid is met kleine eilandjes en rotsblokken. Op deze rotsen groeien vaak één of meer grillige boompjes. Het lijken wel bonsaiboompjes zo kronkelig als ze zijn. Na de droge Argentijnse kust valt het op dat de bomen en struiken zo frisgroen zijn en de stammen vaak bedekt met een laag mos. De baai zelf is als een diepe kom tussen de bergen met steile kliffen. Af en toe een vlakke helling of een mooi strandje waar we aan land proberen te komen. Kunnen we hier vanmiddag misschien een wandeling maken? We komen niet door de struiken heen en meerder ontdekpogingen lopen vast in de begroeiing. We staan een meter naast elkaar, ik kan geen 10 centimeter voor me uitkijken en we zijn elkaar helemaal kwijt door het dichte en drukkende struikgewas. Intens. De grond is een soort sponzig mos waar je behoorlijk diep in weg kan zakken. Mijn fleece handschoenen zijn doorweekt en nemen de geur over van het mos. Ik realiseer me dat we eigenlijk geen goede waterdichte handschoenen mee hebbben. Het is nog zomer, wat als het straks kouder wordt?

Maar wat is het hier prachting. Tussen de mini eilandjes zwemmen vogels die we nog niet eerder hebben gezien zoals de hagelwitte kelpgans met korte snavel en de reuzenbooteend. Die laatste is het vliegen verleerd en zwemt altijd in een paartje. Precies in deze baai moet een zeeluipaard zich ophouden maar die hebben we niet gezien. Oppassen als je die slapend op het land aantreft, je moet er dan met een ruime boog omheen. 

De volgende dagen gebruiken we met laagwater de drooggevallen waterstroompjes en beekjes om verder te kunnen wandelen om zo wat meer het eiland te kunnen verkennen. We slepen eenmaal zelfs de bijboot door de struiken en over waterloopjes heen om vervolgens een bergmeertje te kunnen oversteken om daar weer verder te kunnen klauteren. Vol krassen en met natte voeten maar voldaan komen we weer aan bij de boot.

De volgende dag storten we ons op een nieuwe missie. We weten dat hier king crab voorkomt en die willen we. Niets lekkerder dan een zelf gevangen maal! In de ochtend maak ik van een Albert Heijn krat en een emmer een krabbenfuik. We plukken mosselen als aas, en gebruiken een steen als balast en dan hup de fuik, aan een lang touw, het water in. Na een paar uur trekken we het krat weer de bijboot in. We hebben prijs, zeven rode krabben! Maar wacht es, niet de juiste soort. Het is een kleine soort die centolina heet. Je kan ze eten maar zijn door het formaat niet de moeite. Tenminste dat vind ik. We zetten ze levend terug. Onze meerdere pogingen ten spijt, we hebben altijd een volle fuik maar niet de juiste. De bbq gaat uiteindelijk wel aan want hebben nog vlees uit Puerto Deseado!   

We zijn blij dat de Argentijnse kust erop zit maar hebben nog een laatste hobbel te nemen. Om naar Puerto Williams te komen moeten we via de straat van Le Maire. Geen zin in gedoe wachten we net zo lang tot er een makkelijk weervenster is voorspeld. Na een week op Isla de los Estados maken we onszelf weer los en zeilen en motoren we richting Chili het Beagle kanaal in. We worden verwelkomd door walvissen en zeeleeuwen. Heel veel zeeleeuwen en heel veel walvissen. Het houdt niet op. Puerto Williams, we komen er aan!

Een gedachte over “Krabben vangen op Isla de los Estados

Plaats een reactie