De gevreesde Argentijnse kust

Januari en februari 2026

De Argentijnse kust, een duizend mijl lang traject waar ik behoorlijk tegenop zie om te bevaren. Dit gaat het meest uitdagende stuk zijn waar we ooit hebben gezeild. Deze kust staat er namelijk om bekend dat het er immens hard kan waaien én dat de plekken om te schuilen zeer gering zijn. Daarbij komt, hoe zuidelijker je bent hoe meer deze twee kenmerken gelden. Aan de andere kant, we hebben sinds kort internet aan boord waardoor we continu toegang hebben tot actuele weersvoorspellingen. Als we zien dat een storm onze kant op zou komen, dan hopen we tijd genoeg te hebben om een schuilplek op te zoeken. Ook hebben we het goede seizoen uitgekozen. Want in de zuidelijke zomer, waarin wij ons nu bevinden, is de wind vaker noord en minder hard dan in de lente. Ten derde, ook al zijn er weinig plekken om te schuilen ze zijn er wél. Kortom, vamos! Let’s go, op naar de furious fifties!

Onze route




Zomervibes in Mar del Plata

Onze eerste bestemming aan de Argentijnse oostkust is de havenstad Mar del Plata. Een stad met meer dan zeshonderd duizend inwoners, de enige grotere Argentijnse stad aan de Atlantische Oceaan. Dat het hartje zomer is, is goed te merken. We liggen aan een meerboei in de zonnige baai vlak voor de haven. Elke dag varen kinderen in optimistjes langs, vrouwen op sups peddelen fanatiek voorbij, een paar jongens oefenen met hun wingfoil, het terras in de haven zit vol met gezinnen en groepen jongeren en de padelbaan is geen moment leeg. In deze bruisende, zomerse hotspot voeren wij onze allerlaatste taken uit op onze expeditie naar het barre zuiden.

Onze belangrijkste taak is de boot vol krijgen met eten en drinken. En wat een mega mazzel dat er onlangs een enorme supermarkt is geopend precies tegenover de haven! We delen onze boodschappenlijst op in drie sessies: drinken, houdbaar eten en het verse eten. Met al onze shoppers en grote rugzakken stappen we de supermercado Coto binnen, waar de portiers ons inmiddels kennen en enthousiast begroeten. Hoewel de supermarkt vlakbij is, bestellen we een taxi terug om ons met alle tassen in de haven af te zetten. De havenmedewerker maakt de poort open en de auto mag doorrijden tot aan de steiger. Daar tillen we de linzen, rode kolen, pommelo’s, alfajores en aardappelen de bijboot in om ze naar de boot te brengen en in de kasten op te bergen.

We tanken nog een extra keer diesel, vullen de watertanks en kopen een elektrisch kacheltje voor het geval onze cv-installatie uitvalt in het koude zuiden. En dan opeens zijn we er. We zijn klaar. Echt klaar. Dit voelt zo bizar, zo onwerkelijk. Al sinds we in juni 2024 aankwamen op de Azoren bereiden we onze expeditie naar Patagonië voor. En nu, zo’n anderhalf jaar later, hebben we alles gedaan wat we wilden doen. De Olim is er nu echt klaar voor. Dat vieren we met cocktails in de Tikibar!

En na een kleine week in Mar del Plata dient zich een perfect weervenster aan om zuidwaarts te gaan. We mikken op Bahia San Blas, zo’n driehonderd mijl verder.



Over zandplaten struinen in Bahia San Blas op zoek naar Darwins nandoes

Onze eerste zeiltocht over het meest onheilspellende stuk Atlantische Oceaan verloopt eigenlijk hartstikke goed, we hebben een zalige zeiltocht waar we weer iets zien wat we nog nooit gezien hebben. Als we ver uit de kust zijn, merken we een donkere vlek in het water op. Het lijkt de schaduw van een wolk. Maar de lucht is strakblauw. Zou het een orka zijn? Boven en op de vlek stikt het van de albatrossen. De vlek beweegt, ze verandert van vorm in het water. Ze komt onze kant op. Maar een scherpe vin zien we niet. Geen orka dus. Krill! Opeens weten we wat we zien. En even later komt er weer zo’n grote wolk van de Antarctische plankton voorbij. We gaan dus de goede kant op.

Na drie dagen varen, komen we aan in het waddengebied rondom het kleine dorp Bahia San Blas. We zijn aanbeland op de veertigste breedtegraad, onder zeevaarders ook wel de Roaring Forties genoemd vanwege de onstuimige en overheersende westenwind. Bahia San Blas is dus niet populair onder zeilers maar des te meer onder sportvissers, die in de zomer en masse hiernaartoe komen om onder andere haaien te vangen. Het gebied rond Bahia San Blas is een natuurreservaat, het is een wetland dat bestaat uit verschillende eilanden. Vanwege het behoorlijke getijdeverschil verdwijnen sommige eilanden gedeeltelijk bij hoog water.
Wij zoeken een ankerplek op in een geul tussen twee zandvlaktes. Omdat er harde wind voorspeld is, kiezen we deze plek waar we goed beschut liggen voor de golven die dan zullen ontstaan.

Hoewel we goed beschut liggen voor de golven, liggen we dat niet voor de wind. We zijn hier gestopt omdat er harde zuidwesten wind is voorspeld. En die komt. ’s Nachts horen we de wind gieren door de verstaging. We schieten uit bed. Het regent keihard, het stormt en onweert. De bliksemflitsen zijn heel dichtbij. Op de windmeter zien we de teller oplopen, de ene vlaag is nog harder dan de ander. Houdt het anker het wel? Op de kaart is te zien dat we niet verplaatst zijn. De boot trekt keihard aan de ankerketting, we hellen naar links en dan weer met een ferme ruk naar rechts. 55 knopen wind zien we op de windmeter, dan 56, oh nee, met zo veel wind hebben we nog nooit achter het anker gehangen. En het was zo’n rustige, stralende dag vandaag dat ik even vergeten was dat we in de Roaring Forties waren…

In de week dat we in Bahia San Blas zijn, lukt het ons niet om naar het dorpje te komen. Voor anker gaan bij het dorp is door de harde wind onverstandig en de afstand tussen het dorp en onze ankerplek is te groot om met de bijboot af te leggen. De zandplaten waar we tussenliggen, worden ons wandelgebied. Elke middag met hoog water kiezen we een ander stukje uit om te verkennen én om te proberen de nandoes die we in de verte hebben gezien van dichtbij te bewonderen. Deze bijzondere, grote loopvogels zien we soms in de verte lopen over de vlaktes. Ze blijken te kunnen zwemmen en verplaatsen zich zo tussen de verschillende eilanden. Jouke leest hierover in het boek van Darwin over zijn reis met de Beagle. Darwin bleek lang in dit gebied te zijn geweest dat klaarblijkelijk amper is veranderd sindsdien.




Patagonisch ankeren in Caleta Horno

We zakken verder de kustlijn af, weer varen we een aantal dagen naar onze volgende stop. De plek die we op het oog hebben, is Caleta Horno. Een caleta betekent een nauwe inham. En dat het nauw is, betekent voor ons dat we voor de eerste keer op Patagonische wijze zullen gaan aanleggen. We gebruiken niet alleen ons anker, we maken ook lijnen vanaf de boot aan de kant vast. Zo blijft de boot op haar plek en kan ze niet de kant raken. Iets wat wel zou kunnen gebeuren als we alleen ons anker gebruiken.

Ik noem dit de Patagonische wijze, want in Patagonië stikt het van de caleta’s waar er te weinig ruimte is om achter het anker alle kanten op te kunnen bewegen. Dus we zullen nog vaak op deze manier gaan aanleggen. En hoewel we nu ongeveer halverwege de Argentijnse kust zijn, zijn we ook officieel al in Patagonië.

Wanneer we de smalle doorgang in het enorm dorre en droge landschap invaren, staan de inwoners van de baai ons vanaf de kant aan te staren. Vijf guanaco’s, een soort lama’s, kijken ons gebiologeerd aan alsof ze even willen kijken wie er nu weer binnen komen varen. Wij maken ons intussen klaar voor het aanleggen. Aan land liggen rotsen, enkel kale rotsen. Er groeit geen boom of struik. Dus onze lijnen moeten we om een rots gaan leggen. We zien dat voorgangers stalen kettingen hebben gelegd om strategisch gelegen brokken steen, daar kunnen we onze lijnen aan vastmaken. We roeien op en neer en kiezen nog een extra steen uit om vervolgens met drie lijnen én ons anker vast te liggen. Er is namelijk – opnieuw – harde zuidwesten wind voorspeld die via de Pacifische Oceaan over het Andesgebergte geduwd wordt en vervolgens met een noodvaart over het vlakke, Argentijnse land raast.

Wanneer ik de volgende ochtend uit het raam kijk, hoor ik een windvlaag aankomen. Ik kijk naar onze lijnen en zie onze derde lijn zo de enorme rots waar ze omheen zit het water in trekken. Plons! We zijn nog best even bezig met het vinden van een nieuwe steen om de lijn omheen te leggen.

Uiteindelijk zijn we ook op deze plek precies weer een week, net als op de vorige twee plekken. Hoewel de volgende halte maar anderhalve dag varen is, duurt het best lang voordat de weersomstandigheden zo zijn dat we verder kunnen gaan. In deze week verkennen we het hele gebied rondom de caleta want het is er uitstekend wandelen over de droge vlaktes.



Puerto Deseado

Ook de volgende tocht verloopt vlekkeloos. We hebben weinig wind als we van Caleta Hornos naar Puerto Deseado zeilen. We houden het weer goed in de gaten want er is wel veel wind voorspelt de laatste dag van de tocht. Gelukkig komen we ruim op tijd binnen en vinden we een mooie ankerplek tegenover het dorp Puerto Deseado. Alhoewel mooi, we liggen hier mega open voor noordenwind. Puerto Deseado is eigenlijk een lastige plek om te liggen. Gedurende ons verblijf van twee weken verkassen we een aantal keer om telkens een plek aan hoge wal op te zoeken. Wat kan het hier enorm waaien! Ons anker houdt het gelukkig prima maar er zijn genoeg dagen dat we vanwege de wind niet van boord kunnen. Weer een hele dag veertig knopen met uitschieters naar meer dan vijftig. We zijn er aan gewend ondertussen en het vertrouwen in ons anker is gegroeid.

Als alternatieve ligplek is er een enorm ponton waar je tegen aan mag liggen maar die ligt vol. Er is alleen plek aan de zuidkant maar dan zouden we nog steeds niet altijd beschut liggen en mogen we een paar keer per dag losgooien omdat er een vissersboot naar binnen of buiten moet.

We blijven voor anker en op de warme, zonnige dagen genieten we enorm en scheuren we met de bijboot van en naar de stad of maken we eindeloze toertjes door de prachtige natuur. Ook bezoeken we de plek waar Jacob Lemaires schip is gezonken. Hoewel er geen spoor meer van te vinden schijnt te zijn, vinden we het toch bijzonder om op exact dezelfde plek te zijn met onze boot. We spotten nandoes, guanaco’s, pinguïns, zeeleeuwen en prachtige imperial comorons.

Tot het moment er goede wind komt om weer te vertrekken. Het laatste stuk naar het zuiden… We hebben al lang gewacht op een window en we zijn er klaar voor. Het weer lijkt elke keer niet perfect voor deze 400 mijl zonder schuilplaats maar nu is er toch wel een acceptabel weervenster. We zetten ons in om alles aan boord nog eens extra goed vast te zetten. Na te zijn uitgeklaard is het wachten op het tij naar buiten. Het is zes uur ’s avonds, voordat we het anker willen ophalen bekijken we dit bericht nog even. Merde, op het laatste traject krijgen we toch net iets meer wind en de voorspelde zuidenwind zal ook iets eerder inzetten. We besluiten om niet te vertrekken. Puerto Deseado radio control velero Olim esta no zarpar.

Inmiddels is er een beschutte plek op de ponton vrijgekomen waar we gaan liggen. We maken vrienden met onze buren, Argentijnse zeilers die net vanuit Antarctica zijn aangekomen. Het is geweldig om de verhalen te horen over zeilen tussen het ijs en we zijn blij met de verschillende tips voor ons volgende traject. ‘In het begin voer ik heel voorzichtig door de stukken ijs. Maar er is zo veel ijs, dat ik stopte met alle stukken ontwijken en dat ging ook goed. Jullie hebben ook een stalen boot, toch. Dus maak je geen zorgen.’
Nu de stad binnen handbereik ligt gaan we vaker Puerto Deseado in. De vissersstad Puerto Deseado ligt zeer afgelegen middenin een gortdroog landschap. De windbestendige golfplaten huizen, weinige begroeiing en harde wind geven de stad een wat kille, rauwe sfeer. Maar ook hier is iedereen zo super aardig. Zo maken we kennis met de bbq-influencer Manrsoneel die op straat de heerlijkste en erg vette worsten bakt. In de supermarkt vergeten we een doos boodschappen toen we onze voorraden flink aan het aanvullen waren. Twee dagen later staat de doos veilig bij de servicebalie op ons te wachten. En in het museum krijgen we een urenlange privé rondleiding. 

Slotetappe

En dan is het weervenster er echt. Na twee weken verlaten we Puerto Deseado. Opnieuw hebben we een soepele tocht, de wind komt niet boven de vijf en twintig knopen uit.

Op 28 februari komen we aan op Isla de los Estados! We hebben het gered, het is ons gelukt. De tocht der tochten is volbracht!

Een gedachte over “De gevreesde Argentijnse kust

  1. wat fantastisch weer Jouke en Pleun! Ik verbaas me steeds meer, wat een avonturen. Zo desolaat aan de kust van Argentinië, zoveel wind. Maar jullie doen t toch maar weer. Ongelofelijk. Zo geweldig om jullie te volgen. Geniet ze zoveel als jullie kunnen. En wat een heerlijke visschotels en die grote schaal spareribs, geweldig. Leuk om te zien dat jullie zo gelukkig zijn. Het ene avontuur na het andere. Dat jullie dit nog maar heel lang mogen doen. Ik neem in mijn veilige tuintje een lekker wijntje op jullie!! Veel liefs en bedankt en tot de volgende blog! Yvonne

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie