Maart 2026 – ‘Ja natuurlijk kan ik jullie boodschappen naar jullie boot brengen. Zet al je karren hier neer, dan rijden we daarna meteen naar Micalvi.’ Wow, wat gaat dit opeens heel snel. We staan in de supermercado Simon en Simon te praten met de energieke eigenaar genaamd Simon. We zijn in het zuidelijkste dorp van Chili, Puerto Williams. We liggen in de meest zuidelijke jachtclub ter wereld, Micalvi. Hier gaat het gebeuren, hier bereiden we ons voor op onze maandenlange trip door niemandsland.





















Het is inmiddels halverwege maart. De laatste weken van de zomer zijn ingegaan. We hebben 1200 liter diesel gehaald met jerrycans. Nu nog de boodschappen en dan kunnen we gaan. We hadden het plan om eerst bij de supermarkt te informeren over de mogelijkheid om alle kilo’s aan eten en drinken te laten bezorgen. Wellicht konden we een afspraak maken voor een van de aankomende dagen. Maar Simon kan ons direct helpen en staat voor ons klaar. ‘Perfect,’ zeggen we ‘dan gaan we meteen aan de slag!’. Een beetje op de gok, want het boodschappenlijstje ligt nog thuis op tafel… We verwachten zo’n anderhalve maand niet in de buurt van de bewoonde wereld te zijn. Aangezien mijn motto is: bij twijfel doen, gooien we alles wat we denken op te gaan eten en drinken in de kar inclusief een grote zak kolen voor de barbecue. Enthousiast vullen we de ene boodschappenwagen na de andere. Uiteindelijk laden we negen boodschappenkarren vol. We moeten even wat schuiven met geld van de ene naar de andere rekening en dan is alles ook betaald. Intussen sjouwt Simon de dozen al in zijn truck en een kwartier later staan de boodschappen bij de boot.











De jachtclub aan het einde van de wereld
Dat Micalvi de meest zuidelijke jachtclub ter wereld is, is vreemd genoeg echt te voelen. Hier liggen geen polyester boten met zwemplateaus of catamarans maar vooral aluminium expeditieboten en sterke stalen schepen. We liggen langszij de stalen boot van Fransman Gilles die al jaren beroepsmatig met gasten in dit verre gebied rondzeilt en net terug is met een groep uit Antartica. Ook de Amundsen van de beroemde expeditiezeiler Skip Novak komt na een paar dagen aan de Micalvi liggen. Het zijn boten waarmee je overal naartoe kan, met een romp om door het ijs te varen en voorzien van goede kachels, grote dieseltanks en dikke relingen en verstagingen. Gilles moedigt ons aan om volgend seizoen ook naar Antarctica te gaan. ‘Het is nu te laat,’ zegt hij. ‘De zomer is bijna voorbij en je hebt maximaal daglicht nodig om ‘s nachts de ijsschotsen te kunnen ontwijken.’ We vinden het al heel wat dat we hier zijn gekomen. Antarctica is wel heel extreem, maar Gilles ziet het ons wel doen: ‘Vier dingen zijn belangrijk: een betrouwbare motor, vertrek met een crew van vier mensen, reserveer zes weken om te wachten op het perfecte weervenster en learn to pray mocht je onverhoopt toch in slecht weer terrecht komen. Il n’y a pas de Dieu dans le Sud.’ Jouke en Gilles moeten keihard lachen en Jouke bedankt voor het advies maar denkt dat zo’n extreme onderneming te veel effect heeft op zijn mentale gezondheid. ‘Oui, for Antarctica it is nice to have a healthy mind but, again, more important is a reliable engine.’




















De Micalvi is ook een intiem haventje. We liggen namelijk met z’n allen, zo’n stuk of twintig zeilboten, zij aan zij tegen het oude schip Micalvi aan. Dit was een Duits vrachtschip gebouwd in 1925 en voer destijds door de wateren van Patagonië. Het liep averij op in de jaren zestig en is toen naar Puerto Williams gesleept. Hier, in ondiep water, heeft de Armada het schip afgezonken en het fungeert sindsdien als aanlegsteiger en kantine van de jachtclub. Behalve dat het schip aan de grond ligt, is verder nog veel intact inclusief het chique oude interieur. Om bij je boot te komen stap je eerst aan boord van de Micalvi en vervolgens klauter je over de andere boten. Je leert de andere zeilers dus meteen kennen. We drinken koffie bij elkaar en vieren verjaardagen en afscheidsfeestjes samen. We helpen elkaar met het uitlenen van jerrycans en we horen inspirerende verhalen van ervaren zeilers in dit gebied. Ook krijgen we handige tips: ‘Let erop dat je je lijnen niet aan te dunne stammen vastknoopt. Bij een windvlaag trokken we een hele boom mee en belandden we bijna op de rotsen.’ En wanneer een boot in het midden vertrekt staat iedereen klaar om lijnen aan te nemen om het vertrek zo soepel mogelijk te laten verlopen. Heel gezellig deze saamhorigheid!
Na tien dagen denken we alles aan boord te hebben voor de komende episode van onze reis. Spannend, zouden we aan alles gedacht hebben? Zijn we niets vergeten? We denken dat we er helemaal klaar voor zijn en vertrekken. We zijn met de Olim aangekomen aan het einde van de wereld, el fin del mundo! En we gaan ervaren hoe het is om maandenlang met z’n tweeën en ons robuuste schip door het mooiste gebied van de wereld te varen.



































