• En misschien zien we wel walvissen…

    En misschien zien we wel walvissen…

    “En misschien zien we daar wel walvissen”, schrijft Pleuni in de whatsappgroep die ze voor ons heeft aangemaakt.
    Het is begin februari. Jouke en Pleuni zitten al een aantal maanden op Sint Maarten en ik zit thuis met de verwarming aan. Ik moet nog een beetje wennen aan het idee dat mijn winter binnenkort vervroegd voorbij is.

    Naar Hispaniola

    Op het Franse deel van Sint Maarten zijn telefoonabonnementen goedkoop. Daarom hebben Jouke en ik de laatste tijd wekelijks een videogesprek. Alsof er niet een grote oceaan tussen ons in ligt.
    Al jaren wil ik graag een keer op bezoek bij Jouke en Pleuni. Maar ik vind de planning lastig rond te krijgen.
    Een zeilende oceaanoversteek staat op mijn bucketlist. Dankzij de avonturen van de Olim is die droom binnen handbereik. Met het meedraaien met de wachten zou ik mijzelf nuttig kunnen maken aan boord. Eindeloos blauw aan alle kanten. Uren worden dagen en dagen worden weken. Ik heb er een heel romantisch beeld bij.
    Maar Jouke haalt me uit deze droom. Natuurlijk is een oceaanoversteek een mooi avontuur, maar het is ook eenzijdig. Geen witte stranden, weinig natuurleven, niet even rustig snorkelen én geen cocktails met rum. Ook de timing komt precies. Het is lastig verlof en vliegtickets te regelen op basis van een opportuun weather-window.

    “Waarom kom je niet gewoon naar de Dominicaanse Republiek? Daar zeilen we volgende maand naar toe.”

    Ja, waarom niet? Machteld, Brechtje en Sterre verzekeren me dat ze het zonder mij heus wel twee weken redden thuis. Ook op mijn werk snappen ze dat dit een unieke kans is. Ik boek een retourvlucht voor 3 maart. Dat is over een krappe drie weken al. Zo snel kan het ineens gaan!

    Ik vlieg op Punta Cana, het vliegveld op de oostpunt van het eiland Hispaniola. Dichtbij dit vliegveld is een jachthaven die geschikt lijkt als eindbestemming voor Jouke en Pleuni’s tocht vanaf Sint Maarten.
    Hispaniola is een relatief groot Caribisch eiland, met Haïti op de westkant, en de politiek veel stabielere Dominicaanse Republiek op de oostkant.

    Hispaniola met Haïti en Dominicaanse Republiek. Een stukje groter dan St. Maarten

    Terwijl Jouke en Pleuni zich klaarmaken voor een zeiltocht van een dikke 300 mijl (drie dagen varen), zit ik thuis nog te puzzelen hoe ik mijn koffer ingepakt krijg.
    Veel kleren hoef ik niet mee. Het is daar overdag tegen de dertig graden, en ’s nachts niet veel kouder.
    Maar sinds ik mijn ticket heb geboekt staat de pakketdienst hier bijna dagelijks voor de deur. Ik kan namelijk mooi de spullen meenemen die in Caribisch gebied niet te krijgen of niet te betalen zijn. Onderbroeken van de HEMA bijvoorbeeld, of zonnebrillen van de Decathlon. Maar ook een 6 kilo zware hydraulische pomp voor de stuurinrichting, een pot 2-componentenlijm voor de nieuwe bijboot en allerlei kleinere onderdelen en gereedschap.

    De pakketjesdienst

    Mijn vlucht vertrekt uit Amsterdam op het moment dat Jouke en Pleuni inklaren op de Dominicaanse Republiek. Vanaf Schiphol hebben we nog even contact. Ik weet nu in ieder geval dat zij veilig zijn aangekomen. Ze hebben een ruige tocht achter de rug.
    Het is een vlucht van 14 uren, die ook nog even stopt op Curaçao. Aan het einde van een hele lange dag land ik op Punta Cana.
    Als de taxi mij afzet bij de jachthaven hebben Jouke en Pleuni volgens mij de flink door elkaar gerammelde Olim net weer een beetje op orde. Er staat een heerlijke warme maaltijd op me te wachten.
    De lange broek kan uit en de fles rum komt op tafel. Ik drink voor het eerst in mijn leven een piña colada en ben meteen groot fan.

    If you like piña coladas…

    De jachthaven van Punta Cana ligt vol met enorme sportvissersboten, ingericht om te vissen op Mahi-mahi, tonijn of marlijn. De meeste lijken Amerikaanse eigenaren te hebben. Wij zien eigenlijk alleen lokale mensen in de jachthaven, waarschijnlijk in dienst om de boten in orde te houden en misschien uit te baten met betalende gasten aan boord.
    Ik vind Cap Cana Marina een vreemde jachthaven. Cap Cana is een gated community met alleen grote villa’s en luxe appartementen aan het water, de hele wijk is hermetisch afgesloten en alleen toegankelijk met een toegangspas.
    Passanten zijn er nauwelijks in deze haven. Bij de villa’s en appartementen lijkt ook haast niemand thuis. Een beetje een dooie boel. De caretakers zijn trouwens uitermate vriendelijk en behulpzaam. Maar wij willen zo snel mogelijk de echte Dominicaanse Republiek gaan verkennen!

    Cap Cana Marina, bij Punta Cana

    De volgende ochtend moeten er een aantal dingen geregeld worden. Pleuni en ik gaan naar het havenkantoor en Jouke krijgt aan boord officieel bezoek van de Armada, de Marine. De regels zijn ons nooit helemaal duidelijk geworden, maar blijkbaar wil de Armada graag op de hoogte blijven van ons komen en gaan langs de kust van hun land. Het resultaat van dit officiële bezoek aan boord is een formeel papier, een dispachio, met de datum van ons vertrek van Punta Cana en onze geplande bestemming, Isla Saona!
    Met deze dispachio moeten we ons bij aankomst weer melden bij de Armada… of wanneer we daar weer vertrekken? Of komen ze bij ons langs? Het blijft een beetje onduidelijk. Maar wat deze mannen betreft is het zo in orde. Ze nemen lachend afscheid. Ik vind de mensen hier erg vrolijk. Of zaten ze nu de hele tijd te lachen omdat zij wél hadden gezien dat Jouke ze ontving in een binnenstebuitengekeerde zwembroek?

    Binnenstebuiten

    Voor anker onder het Bounty eiland

    De 14 uur durende vlucht, het tijdsverschil, het verschil in klimaat, de zeedeining. Ik heb het er op mijn eerste dag op de Olim een beetje moeilijk mee. Of komt het misschien door de piña colada’s en de fles vatgerijpte rum van de avond ervoor?
    Het was ook zo gaaf om elkaar na bijna twee jaar eindelijk weer in het echt te zien. En dan ook nog met een geweldige reis in het vooruitzicht. Jouke en Pleuni zijn ook nog nooit op de Dominicaanse Republiek geweest. De komende twee weken zullen we dit land met zijn drieën gaan verkennen. Met Jouke zijn gezondheid gaat het ook goed en de achterstand op de klussenlijst van de Olim is inmiddels weggewerkt. We voelen ons de koning te rijk. De stemming zat er dus op de eerste avond meteen al goed in.
    Maar mijn zeebenen zijn nu wel een beetje wankel…

    De zeilen zijn omhoog. Op de achtergrond Punta Cana

    Zodra we uit de kust zijn gaan de zeilen omhoog. Een bakstagwindje. Maar met een behoorlijke deining. We rollen alle kanten op. Ik doe mijn best om mijn ogen op de horizon te houden. Ik ben niet snel zeeziek, maar ik heb de plek al uitgezocht waar ik overboord kan hangen als het nodig is.
    We varen naar het zuidoostelijke punt van de Dominicaanse Republiek. We verwachten in de avond aan te komen bij de mooie stranden van Isla Saona. Dit eiland is grotendeels onbewoond. Er is een visserdorpje, maar het is vooral bekend vanwege de prachtige stranden. Het is niet zo maar een Bounty eiland. Het is hét Bounty eiland. De bekende reclame voor de met kokos gevulde chocoladereep werd hier ooit opgenomen.

    Wind mee van Punta Cana naar Isla Saona

    Het is een prachtige tocht. De hele route is bezeild, en op mijn eerste dag kan ik al meteen een aantal nieuwe diersoorten van mijn lijst afvinken. Ik zie onder andere een school vliegende vissen langs de boot wegvliegen. Een fregatvogel is zo druk een Brown Booby (Bruine gent) zijn prooi afhandig te maken dat hij niet ziet dat we bijna over ze heen varen. Ik had beide vogelsoorten nog nooit met eigen ogen gezien.

    Toen Pleuni mij vroeg wat ik het liefste wilde doen tijdens mijn bezoek was dat mijn antwoord. Ik wilde graag zien hoe hun leven er uit ziet nu ze de Olim als huis hebben en de hele wereld als hun woonplaats. Maar ik wilde ook graag allerlei flora en fauna zien die ik thuis in Europa niet tegen zou kunnen komen.
    We hadden gelezen dat er in het noorden van de Dominicaanse Republiek een baai is waar in de eerste maanden van het jaar veel Bultrugwalvissen samenkomen om te baren en paren. Hopelijk waren we nog niet te laat en konden we hier iets van meekrijgen. Dat zou de kers op de taart zijn. Maar eerst nog even naar het Bounty eiland. Als we eenmaal aan de noordkant van het eiland zijn komen we heel lastig weer terug.

    Een fregatvogel
    Fregatvogel

    Na een paar uur varen zakt de zeeziekte weg. Ik kan nu ook de meegebrachte camera met zoomlens hanteren. Ik zit klaar voor nog zo’n mooi spektakel als met die fregatvogel.
    Ineens roept Pleuni: Walvis!
    Ik richt de camera. Ik krijg een grote staart in beeld die boven het water uit steekt. Als in slow-motion slaat die staart op het water. En nog eens. En nog eens! Wat is die staart groot. Het is een bultrug. Wil hij ons weg jagen? Na nog een paar keer op het water slaan verdwijnt de staart onder water.
    We zijn alle drie hyper. Wat was dat? Een walvis, zo dichtbij. En wat een raar gedrag. Jouke en Pleuni zagen wel eerder walvissen, maar dit hadden ze nog nooit gezien.
    Dag één op de Olim. Bultrug, afgevinkt! Hoe kan deze vakantie nu nog beter worden?
    Op het display van de camera kijk ik de foto’s terug. Ik heb acht best scherpe foto’s gemaakt van een mooie plons water. De walvisstaart helaas elke keer net niet in beeld.

    Plons zonder staart

    De zeiltocht verloopt via planning. We ronden de kaap van het eiland en varen onder het vissersdorpje langs. We zouden hier wel in de buurt willen gaan liggen, maar we zoeken graag beschutting tegen de deining. Nog even een stukje verder tot we helemaal zuidelijk van het eiland zijn.
    Hier zijn minder golven, maar het stinkt behoorlijk. Dat komt door de lagune met mangrovebos. Het liefst zouden we naar de lagune en het dorpje toe kunnen wandelen vanaf onze ankerplek, maar door deze geur besluiten we toch nog wat verder naar het westen door te varen.
    Uiteindelijk zullen we de lagune wel bezoeken, maar is het dorpje jammer genoeg te ver voor een wandeling.

    Het enige dorpje op het eiland Isla Saona

    Jouke en Pleuni zijn goed op elkaar afgestemd als het om ankeren gaat. Samen speuren ze het water en de digitale kaarten af op zoek naar de geschiktste plek. De dieptestaten op de kaarten zijn niet altijd te vertrouwen, dus ook het wateroppervlak wordt gelezen. Bepaalde golfjes verraden plotselinge ondieptes. En het water is hier kraakhelder, dus de bodem is ook met het blote oog op geschiktheid te beoordelen.

    Jouke en Pleuni zoeken een geschikte ankerplek

    Zodra ze het eens zijn over de plek laat Pleuni op het voordek het anker zakken. Jouke rekent de gewenste lengte van de ketting uit, terwijl Pleuni telt hoeveel meters ketting al uitgelegd zijn. Pleuni controleert aan hoe de ketting beweegt of het anker hier goed houdt. Zo niet, dan moet er misschien nog wat ketting bij. Of we gaan ankerop om een betere plek te zoeken.
    Als laatste knoopt Pleuni nog een lijn vast aan de ketting met een speciale snubberknoop. Zo wordt er niet de hele tijd een wisselende kracht op ankerbeslag en -lier uitgeoefend. Het voorkomt onnodige slijtage.
    Ik kan hier veel van leren. Op onze platbodem ankeren we ook wel eens, maar dat is een enkele keer per jaar en op ondiep water. Jouke en Pleuni doen haast niet anders. Het is natuurlijk ook hun hele hebben en houwen wat ze aan dit anker moeten toevertrouwen.
    Zodra de Olim stabiel achter het anker ligt gaat de zon onder. Mijn eerste Caribische zonsondergang. Daarna nog even een frisse duik, en dan morgenvroeg het eiland verkennen.

    Caribische zonsondergang


    Strandtentjes willen ons niet

    De Olim voor anker onder Isla Saona

    Met het nieuwe rubberbootje en de nieuwe buitenboordmotor vliegen we de volgende ochtend zo snel mogelijk naar het strand. Het is er rustig, maar we zijn niet alleen.

    Om de paar honderd meter staat een prachtig uitziende strandtent. Vaak een stevige houten constructie met een dak van palmbladeren. Eronder talloze eettafels en buffetmeubilair. Het is nog ochtend, maar het ruikt hier al lekker naar gebraden kip. Tussen strandtent en de branding zijn beachvolleybalvelden afgezet. Er staan strandstoelen in nette rijen en het zand lijkt vers aangeharkt. Het is er brandschoon.

    Op de achtergrond komt het personeel en de bevoorrading aan wal

    Maar er is geen enkele gast, alleen maar personeel. We durven bijna niet het aangeharkte zand met onze voeten te verstoren.
    We vragen bij een van deze tentjes of we hier kunnen lunchen. Dat blijkt enorm lastig te zijn. Daarvoor moet het hoofdkantoor worden geraadpleegd.
    Het blijkt dat al deze tentjes onderdeel zijn van een pakketreis of toertje. De gasten worden met boten opgehaald van de wal op het grote eiland. Ze gaan eerst nog ergens snorkelen en worden daarna met tientallen tegelijk op dit strand afgezet. Ze hebben allemaal een armbandje om gekregen. Met dat armbandje kunnen ze een lunch krijgen. De rest van de middag kunnen ze in een strandstoel liggen, een stukje zwemmen of aan de bar hangen. Om vier uur worden ze allemaal weer opgehaald en zijn de stranden weer leeg.
    Ze zijn niet ingericht op gasten die op eigen houtje met een klein rubberbootje het eiland op komen.
    Uiteindelijk komt het antwoord van het hoofdkantoor. We mogen hier lunchen, maar dan moeten we wel het arrangement voor de hele dag afnemen. Wij besluiten lekker te gaan wandelen en daarna op de boot een lunch te maken. Op deze eerste dag ontlopen we graag nog even de hordes dagjesmensen.

    Een smerig klusje

    De volgende ochtend is er een klusje te doen. Eén van onderdelen die ik meegenomen heb uit Nederland hoort thuis in de vuilwaterpomp. Aan boord zit een grote tank met al het afvalwater uit de gootsteen, maar ook uit de wc. Die tank kan geleegd met een pomp, maar die pomp heeft een mankement. Dit geeft veel gedoe, en met dit hele kleine onderdeeltje uit Nederland kan dit eindelijk gerepareerd worden. Voor deze klus moet de pomp wel losgekoppeld worden en uit elkaar gehaald.
    Die pomp zit niet alleen op een hele vervelende plek (waar volgens Jouke alleen Pleuni goed bij kan?), maar zit ook nog eens vol met ondenkbaar vieze vloeistof.
    Ik wilde graag meemaken hoe Jouke en Pleuni hier hun leven leiden. Smerige klusjes zelf kunnen oplossen hoort daar bij. Zo nu en dan kon ik een beetje helpen, maar Pleuni was de held van de ochtend. Met enkele goed geplaatste krachttermen heeft ze de pomp losgehaald, opengemaakt, gerepareerd, opnieuw in elkaar gezet en weer op de juiste plek gemonteerd.

    Bezwete lichamen, een gedemonteerde vuilwaterpomp en onaangename geuren

    Het was een enorm smerig karwei, maar de klus is geslaagd. Het onderdeeltje paste goed, en nu de pomp toch open was zijn ook een aantal andere onderdelen preventief vervangen of onderhouden. Het handmatig primen (voorpompen) lijkt nu ineens ook niet meer nodig. Ik besluit thuis niet meer te klagen over de gemeentelijke afvalstoffenheffing.

    We nemen nog even een frisse duik en douche en gaan dan nogmaals met het rubberbootje naar de kant voor een stevige wandeling. En om te kijken of er toch ergens een barretje is waar we onszelf kunnen trakteren.

    Als wij aankomen staan de dagjesmensen alweer in de rij om naar huis te gaan
    Even mijn stevige wandelhoeven aandoen voor de wandeling
    We lopen een rondje van een dik uur en zagen nul andere toeristen. Wel een lokale jongen op een brommer die zich zorgen maakte of we de weg naar het strand kwijt waren
    Piña colada in zijn natuurlijke omhulsel.
    Pleuni krijgt een massage aangeboden. Alsof ze door hadden dat ze die ochtend krom had gelegen in het krappe motorruim

    Dispachios

    We hebben Isla Saona nu wel gezien. We zijn benieuwd naar de walvissen in het noorden van het land.
    De Olim word klaargemaakt voor de volgende tocht. We zullen in ieder geval één nacht door moeten varen, want we hebben nu een stuk wind tegen. Er ligt op deze tocht maar één haven langs de route en dat is Punta Cana. Daar varen we liever aan voorbij.
    Ik heb me tot nu toe niet echt bemoeid met de navigatie. Op schokker Mossel, onze platbodem, zijn Machteld en ik altijd goed voorbereid met de vaarplannen en uitwijkmogelijkheden bij tegenvallende omstandigheden. Hier heb ik dat tot nu toe geheel overgelaten aan de vaste crew.
    Maar nu word ik toch een beetje zenuwachtig, want het blijkt dat ik verwacht wordt vannacht een aantal uren wacht te draaien. Dat lijkt me enorm leuk om te doen. Maar dan wil ik nu ineens wel graag alles weten van alle instrumenten, kaarten, routes, weerberichten en andere zaken.
    Ik krijg een uitgebreide uitleg voordat mijn wacht begint, belooft Jouke.

    Net als we het rubberbootje aan dek hijsen om daarna anker op te kunnen gaan krijgen we bezoek van een onbestemd bootje. Aan boord zitten de mannen van de Armada. We moeten ons nog even gaan melden voor een nieuwe dispachio bij het plaatselijke kantoor. Het officiële papier dat we in Punta Cana kregen is blijkbaar niet (meer) voldoende.

    Het marinekantoor met marinehaven

    We laten het rubberbootje weer te water en gaan naar de wal met een rugzak vol documenten. De man die ons kan helpen is er blijkbaar niet (want die zat op dat bootje dat langskwam en is nog niet terug). Het duurt allemaal even, en we maken veel gebruik van de google translate app, maar de officials zijn vriendelijk en geduldig. Een dik uur later verlaten we het kantoor met een nieuwe dispachio voor de komende bestemming. Het is wel de bedoeling dat we nu ook binnen twee uren vertrekken. En zeiden ze nou dat we ons bij aankomst meteen weer bij de Armada moesten melden? Dat verstonden we niet zo goed.
    We ruiken weer de geur van gegrilde kip vanuit een buffetrestaurant op het strand. Zouden we kunnen aanschuiven? Nee, wederom alleen met een armbandje van de touroperator. We gaan door naar de Olim. Ankerop en richting Bahía de Samaná.

    Ankerop voor een flinke tocht naar de andere kant van dit prachtige land

    Zeilen met de Olim

    Zodra ik ben bijgepraat over mijn verantwoordelijkheden en over hoe de belangrijke dingen aan boord werken begin ik zin in mijn wacht te krijgen. Ik heb ’s nachts varen altijd heerlijk gevonden, maar ik doe het bijna nooit. Nu mag ik het doen terwijl Jouke en Pleuni gaan slapen. Op een fantastisch schip, met een windvaanstuurautomaat en een heerlijk stabiele zeegang. Laat het maar snel donker worden!

    Opkruisen tegen wind en stroom. De gele lijn was de heenweg, nu gaan we eerst een stuk de oceaan op. Hard gaat het niet. Het streepje voor het bootje uit is waar we over één uur zullen zijn. De buitenste cirkel is 5 mijl.
    Het begint donker te worden en we zijn een flink stuk uit de kust, geen land meer in zicht. Een vogeltje komt uitrusten onder de lijntjes van de stuurinrichting. Het lijkt wel een boerenzwaluw.
    Als het helemaal donker is gaan de rode interieurlichten aan. Zo heb je op de boot wel een beetje licht, maar blijven je ogen gewend aan het donker.

    Jouke gaf me als advies om elk kwartier een wekkertje te zetten om even om me heen te kijken naar ander verkeer en de staat van de Olim. Daartussendoor kon ik dan in de stuurhut best even een oogje dicht doen. Ik voel dat ik veel te enthousiast ben om in slaap te vallen. En veel te ongeduldig om maar één keer per kwartier om me heen te kijken.
    Mijn wacht is van 23:00 tot 2:00. Daarna wordt ik door Jouke afgelost. Pleuni doet de laatste wacht.
    Vlak voordat mijn wacht begint doen Jouke en ik samen nog even de overstagmanoeuvre. We hebben nu een koers naar het Noordoosten. Jouke was liever nog wat later overstag gegaan om zeker te weten dat we ruim om de ondieptes aan de oostkant van Isla Saona zouden varen. Nu blijft het afhankelijk van hoe wind en stroom de komende uren met ons om zullen gaan. Maar ja, overstag gaan is niet een handeling die ik in mijn eentje kan uitvoeren op dit schip, en al helemaal niet in het donker. Dus Jouke kan niet eerder gaan slapen totdat we overstag zijn.
    Jouke en Pleuni slapen nu allebeide. Aan mij de taak om zo scherp mogelijk te blijven varen en geen onnodige hoogte te verliezen.
    Ik besluit mijzelf met een life-line te zekeren in de kuip. We zijn midden op de oceaan met windkracht 4, in het pikkedonker. En ik zit buiten in korte broek en t-shirt in de kuip. De sterrenhemel is fantastisch helder. Ik probeer of ik aan de sterren kan zien of ik hoogte houd ten opzichte van de grond. De windvaanstuurautomaat houdt namelijk keurig hoogte ten opzichte van de wind.
    Een tijdlang kijk ik hoe de verschillende sterrenbeelden zich verhouden tot het silhouet van de mast en de stagen. Na een tijdje controleer ik dan op de instrumenten of het klopt wat ik had geconstateerd. Ik maak mijzelf wijs dat dit best goed te doen is.

    Zo nu en dan zie ik nieuwe lichtjes aan de horizon. Ik kan dan op de digitale boordnavigatie zien wat voor soort schip dat is, en of er een kans is dat we daar te dicht in de buurt zullen komen als we beide onze koers zouden aanhouden. Het zijn stuk voor stuk allemaal hele grote vracht- of cruiseschepen. Ze zijn op één hand te tellen en ze komen bij lange na niet in de buurt. Andere plezierbootjes kom ik deze nacht niet tegen op het scherm.

    Er komt nog een vogeltje even uitrusten en mij gezelschap houden in de kuip

    Uiteindelijk, tegen het einde van mijn wacht, begint de slaap toch de overhand te krijgen. Gelukkig kan ik nu Jouke wakker maken. En ik heb goed nieuws voor hem: we hebben de oostkant van Isla Sanoa ruim kunnen ronden. We hoeven deze hele tocht niet meer overstag.
    Met kleren en al val ik in slaap in mijn hut. Iets voor zevenen word ik weer wakker. Net op tijd om de zon te zien opkomen aan stuurboord. Aan bakboord zie ik het vliegveld van Punta Cana weer terug. Daar hoef ik voorlopig nog niet te zijn.

    Vrijdag 8 maart 2024, 6:47 lokale tijd. Voor de oostkust van de Dominicaanse Republiek ter hoogte van Punta Cana

    Bij Punta Cana zijn we pas zo’n beetje op de helft. Een paar uur later krijgen we de wind wat meer van achteren. Het wordt een warme dag en er gaat veel zonnebrand doorheen. Het is een heerlijke zeildag. We praten veel. We lunchen lekker. We kijken constant om ons heen of we ook walvissen zien.
    Tot nu toe heeft vandaag alleen Jouke er eentje gezien. Niet alleen een staart, maar een hele Bultrug die uit het water sprong. Het was ver weg, en Pleuni ik waren net te laat. We geloven Jouke wel, maar zijn ook jaloers. Hopelijk krijgen we later nog een kans.

    Je hoeft niet naar het weerbericht te luisteren voor de windrichting. Altijd Oostenwind.

    We varen inmiddels de hele tijd met de kust in zicht. We zien hoe er veel gebouwd wordt langs de kustlijn. Waarschijnlijk allemaal grote vakantieresorts. Van een afstandje zien we het vakantieplezier. Sportvisboten en paragliders voortgetrokken door speedboten.

    Paragliden boven zee
    De kustlijn wordt er niet mooier op en het is vast ook geen sociale woningbouw

    Wij hoopten voor donker bij het plaatsje Miches aan te komen. Dat is de dichtstbijzijnde plek waar we een beetje beschutting hebben tegen de altijd oostelijke wind- en golfrichting. Er is daar geen jachthaven, en de dieptekaarten zijn niet zo betrouwbaar. Op basis van online verslagen van andere zeilers hebben Jouke een Pleuni een plan gemaakt voor de beste plek en de manier van aanvaren en dat hadden we graag met daglicht ter plaatse willen verifiëren.
    De wind wordt nog minder, maar toch willen we graag blijven zeilen. Het is nog zo’n eind motoren anders. De wind is gratis.
    Op een gegeven moment worden we opgeroepen via de marifoon. Een naburige zeilboot vraagt of we soms in de problemen zitten. Nee hoor, dat niet, het waait alleen niet zo hard, maar verder geen problemen. Als we daarna op de gps kijken zien we dat we al een tijdje met 0 knopen snelheid aan het “zeilen” zijn. Die andere zeilboot dacht zeker dat we motorpech hadden.
    Dan toch de zeilen maar neer en de motor aan. In ieder geval tot er ietsje meer wind is.

    En dan ineens een enorme luide zucht! We weten meteen wat dat is. Een bultrug. En dichtbij!
    Ja daar! Echt vlak naast de boot. Ze blijft daar een tijdje zwemmen. We zien de karakteristieke bult op haar rug boven water komen, dan samen met de rugvin, en daarna komt die enorme staart boven water. Een prachtige golvende beweging. We kunnen de knobbels op de staart zien zitten. Door het heldere water heen zien we dat het onderlijf veel lichter van kleur is.
    Ik ren snel naar binnen om mijn fototoestel te pakken. Ik klik aan 1 stuk door. Maar ik heb in mijn haast de instellingenknop verdraait. Alles overbelicht. Alleen maar witte foto’s als restultaat…
    Gelukkig volgt er deze keer al snel een herkansing. Deze keer staan de instellingen goed.

    Later op de dag trekt de wind weer wat aan. We kunnen nog mooi het avondeten klaarmaken en opeten. In het donker vinden Jouke en Pleuni een geschikte ankerplek in de baai voor Miches.

    De volgende ochtend verkent Jouke de baai met de drone-camera. Het is een prachtige plek om te liggen. We zien de kleine vissersbootjes die via de riviermonding het dorpje in gaan.

    Miches

    De volgende dag zoeken we met de rubberboot een geschikte plek om aan land te gaan. We landen direct aan de boulevard. Er komt meteen een vriendelijk jongetje op een crossfiets op ons af. Hij komt niet om zijn diensten aan te bieden, zoals we hadden verwacht, maar om kennis te maken. Hij vraagt of we bij die zeilboot horen die daar voor anker ligt. We komen deze jongen die middag nog een paar keer tegen, fietsend door zijn stadje. We zwaaien dan vriendelijk en noemen hem bij zijn naam. Hij glundert en zwaait terug. Het is typisch voor de sfeer in dit dorpje. Het is niet erg op toeristen gericht. Mensen gaan door met hun eigen leven, maar zeggen de toeristen wel vriendelijk gedag en schieten graag te hulp met informatie.
    We zijn benieuwd of dit ook zal veranderen als de twee kolossale resorts in aanbouw, aan weerszijden van de baai, zometeen gereed zijn. Ik hoop van niet, maar ik vrees van wel. De vooral Amerikaanse toeristen strooien met enorme fooien en zijn bereid een veelvoud van het reguliere bedrag voor hun consumpties te betalen. Een beetje hetzelfde bedrag dat ze thuis ook zouden betalen, en dan het liefst in US Dollars en niet in die lastige Pesos. Het wordt dan voor de mensen hier wel heel aantrekkelijk om hun normale baan te laten vallen en zich op deze toeristen te storten.
    Wij kregen nu gelukkig nog gewoon te horen: “Nee, die laatste worst ga ik niet aan jou verkopen, die is gereserveerd voor mi hermano!
    Gelukkig had deze verkoper nog genoeg andere lekkere dingen te koop.

    De wandeling die we door Miches maakten was geweldig. We konden al onze boodschappen vinden, kregen een goed beeld van hoe de inwoners leven en werken én we hebben lekker kunnen flaneren langs de boulevard en het strand.

    Als we terug willen naar de Olim vinden we de rubberboot zoals we hem hebben achtergelaten. Er zitten een paar oudere mensen op het stenen muurtje. Ze lijken verlegen om een praatje. Een oudere dame heeft vroeger ook gezeild. Ze heeft nu een stukje land te koop. Of dat niet iets voor Jouke is? Het is hier vast leuk wonen en ondernemen.

    Het weer wegvaren van het strand is nog een hele kunst. De bodem loopt snel steil af, en er staan brekende golfjes. Het eerste stukje kun je naast het bootje lopen, maar daar is het water nog niet diep genoeg voor de motor. Wanneer de motor naar beneden kan is het ook meteen zo diep dat je moet zwemmen als je niet in de boot zit. En ondertussen willen de golven de boot eerst dwars krijgen en dan ondersteboven rollen.
    We besluiten dat Pleuni en ik de boot, met alleen Jouke en alle boodschappen er in, gaan lanceren. We geven hem een flinke duw als er even geen golf is en lopen dan zelf een stukje om naar een steiger in aanbouw iets verderop. Dit gaat goed. Jouke vaart, en de tassen blijven droog.
    De steiger iets verderop is alleen echt nog niet af. Het is een stevig geraamte van stalen balken, maar zonder vlonderplanken. Een op die steiger vissende jongen ziet wat we proberen te doen. Hij komt er al aan om met een paar steigerplanken een route voor ons te maken over het stalen geraamte. We danken hem hartelijk en zwaaien onze toeschouwers gedag. Wat een leuk stadje was dit!

    De Walvisshow

    Cayo Levantado is een eilandje in de baai van Samaná. Deze baai aan de noordkant van de Dominicaanse republiek staat bekend als dé plek waar je de Bultrugwalvissen kunt komen bekijken.
    Vanuit Miches gaan we op weg naar Caya Levantado en varen dus nu echt de baai in.

    Bahía de Samaná

    Tijdens deze periode van het jaar worden er toertjes aangeboden met een motorbootje. Je krijgt hierbij een 100% garantie dat je walvissen gaat zien. Sommige bootjes zitten vol met mensen, andere hebben maar één verliefd stelletje aan boord. De honeymoon kan niet meer stuk.
    De Bultrugwalvissen lijken zich weinig aan te trekken van deze snelvarende motorbootjes. Sterker nog, het lijkt er op dat ze zo nu en dan bewust een showtje komen geven. Of het wel eens mis gaat? Ik weet het niet. Ik kan me niet voorstellen dat deze business nog bestond als er regelmatig ongelukken gebeuren, dus ik denk dat het wel goed zit.
    De walvissen zijn hier elk jaar rond de eerste vier maanden van het jaar. In deze baai is het water relatief ondiep, zo’n 20 meter, en lekker warm vergeleken met de dieptes van de oceaan.
    De vrouwtjes kalveren hier en zogen hun kalfjes tot ze een dikke vetlaag hebben. Die vetlaag zal ze beschermen tegen de kou en waterdruk als ze zelf hun voedsel moeten halen in de dieptes van de oceaan.
    En als die vrouwtjes hier toch zijn is dat een perfect moment voor de walvisstieren om indruk te gaan maken. Wie het mooist kan plonzen mag voor nageslacht zorgen?
    Het stuk van Miches naar het eiland Cayo Leventado kunnen we weer zeilend doen. Onderweg krijgen we de mooiste walvisshow die je je maar kunt bedenken. Een moeder komt haar kalf laten zien. Ze zwemmen helemaal synchroon een tijdje rustig naast de Olim voordat ze weer onderduiken.
    We zien daarna op verschillende plekken om ons heen de mannetjes zich uitsloven. Eentje springt zelfs meerdere keren helemaal uit het water. Een motorbootje met uitzinnig joelende toeristen in oranje reddingsvesten zit er met de neus bovenop. Ik ben toch wel blij dat wij op zoomlensafstand zijn. Het ziet er ongelooflijk indrukwekkend uit. Dit is voor mij een ervaring om nooit weer te vergeten.

    Cayo Leventado

    Na de walvisshow komen we aan bij Cayo Leventado. Een klein eilandje aan het begin van de baai onder het schiereiland Samaná. Ook dit eiland is bekend vanwege een iconische reclame. Het wordt Bacardi Island genoemd vanwege deze commercial uit de jaren tachtig.

    Het grootste deel van dit eiland wordt ingenomen door een resort met privé stranden en zwembaden. Gelukkig is er ook een deel met strand en strandtentjes dat voor ons toegankelijk is. Hier worden dagelijks met motorbootjes groepjes mensen met een armbandje afgezet voor een dagje all-inclusive strandervaring. Maar wij kunnen er ook gewoon een enkel kopje koffie afrekenen.
    De ankerplek is op zwemafstand van dit openbare strand. En er is nog een beetje koraal, waar we lekker hebben gesnorkeld. Omdat ik genoeg kreeg van het zoute water dat mijn neus in kwam bij het duiken, heb ik er zelfs mijn baard voor afgeschoren. Nu sluit de duikbril wel goed af.

    Santa Bárbara de Samaná

    Na twee nachten op het Bacardi eiland willen we wel weer eens de wal op. De voorraad verse groenten en fruit raakt op. Het is maar een klein stukje naar Santa Bárbara de Samaná. We varen met alleen het voorzeil op. Later blijkt dat we gekiekt zijn terwijl we zeilend de baai in kwamen.

    Op de foto gezet vanaf de loopbrug?

    Dit stadje is een stuk groter dan Miches. Hier zijn er wel een aantal inwoners die hun oog op het geld van de toeristen hebben laten vallen.
    Gelukkig zijn Jouke en Pleuni gewaarschuwd via de online verhalen van andere zeilers. Ene Richard wordt bij naam genoemd als een individu die zijn overbodige diensten op een vervelende manier aanbiedt.
    Nadat we goed achter het anker liggen willen we aan wal. We besluiten niet met het rubberbootje naar de gebruikelijke dinghy-dock te varen, maar eerst een wandeling te maken over de pier en loopbrug die deze baai omringt. Het is een prachtig stukje moderne architectuur. We vermoeden dat het ook een militaire functie heeft gehad. Het is in ieder geval een constructie met prachtige uitzichten.

    Als we halverwege de loopbrug zijn worden we door een man aangesproken in vloeiend Engels. Hij is helemaal buiten adem, en lijkt al even naar ons op zoek. Hij zegt dat hij gestuurd is door de Armada. Ze zitten op ons te wachten op hun kantoor in het centrum van de stad. We hadden er namelijk meteen naar toe moeten gaan toen we aankwamen. De man die ons aanspreekt wil ons er wel snel naartoe brengen. Hij stelt zichzelf voor als Richard.
    We proberen uit te leggen dat we ons zelf wel kunnen redden, maar hij speelt dat hij hierdoor erg beledigd is en dat hij ons onbeleefd vindt. Vooral Jouke, die zijn ergernis slecht kan verbergen, wordt hier op aangekeken. We houden vol. Richard houdt ook vol. We komen hem nog meerdere keren tegen de komende dagen, maar uiteindelijk vertrekken we zonder ooit bij de Armada geweest te zijn. En zij kwamen ook niet naar ons.
    Al is dit stadje veel meer gericht op toerisme dan Miches, nog steeds zijn, behalve Richard, alle mensen relaxt. Een taxi-chauffeur fluit naar ons, of we geen ritje nodig hebben, maar rijdt zonder gedoe verder als we subtiel nee, bedankt schudden. We betalen vast wel een paar Pesos meer voor onze heerlijke rijst met kip en koude biertjes op het terras dan de lokale mensen, maar het is nog steeds goedkoop.
    Ondanks de lawaaierige en stinkende 2-takt motoren kunnen we hier alles vinden wat we nodig hebben en is het een geslaagd bezoek.

    Pleuni is jarig

    Hoe dieper we de baai van Samaná invaren, met wind en stroom mee, hoe lastiger het zal zijn om er weer uit te komen. Maar we gaan toch nog verder door naar het westen. We hebben namelijk een doel.

    Pleuni is over 2 dagen jarig, en ze wil haar verjaardag graag vieren bij natuurresort Paraíso Caño Hondo. Je schijnt daar lekker te kunnen lunchen en er zijn talloze natuurbaden. En wifi! Ideaal om alle verjaardagsfelicitaties te lezen en beantwoorden.
    Het lijkt me toch één van de vreemdere dingen die bij dit rondreizende leven horen: verjaardagsbezoek krijgen is niet zo vanzelfsprekend.

    Pleuni is jarig en heeft zelf de slingers gehaakt

    We liggen voor anker in de baai van San Lorenzo. Het water is hier een stuk minder helder. Dat komt omdat er modder, én vruchtbare grond, via onder andere de Rio Caño Hondo door de mangrovebossen van het nationaal park Los Haitises deze baai in stroomt.
    Het is nu een beetje eng om te gaan zwemmen, omdat je niet kan zien wat er om je heen zwemt.
    Het voordeel van dit water is wel dat de natuur hier heel veelzijdig is. We zien verschillende soorten vissen aan de oppervlakte en er zijn constant allerlei verschillende vogels in de buurt.

    Bahia de San Lorenzo, Nationaal Park Lost Haitises, het riviertje Rio Caño Hondo en het resort Paraíso Caño Hondo

    Nadat Pleuni haar cadeautjes heeft uitgepakt gaan we in het rubberbootje de rivier op. We zijn wel benieuwd naar die natuurbaden en het lunchmenu van het resort.
    Het riviertje is fantastisch. De mangrovebossen stinken niet eens zo erg, maar zitten vol met mij onbekende soorten reigers en kingfishers.
    We kunnen het rubberbootje aanleggen bij een steigertje voor toerbootjes. Daarvandaan is het een kilometertje lopen naar het resort.

    Als we aan het einde van de dag weer op de Olim zijn vragen twee vissersmannen in een klein bootje onze aandacht. We wuiven dat ze langszij kunnen komen. We hopen verse vis te kunnen kopen voor op de barbecue. Dat zou een mooi verjaardagsmaal zijn.
    Helaas zien we alleen maar een paar hele kleine visjes in hun bootje liggen. De moeite van het klaarmaken niet waard. Die hoeven we niet.
    De mannetjes wijzen op hun maag. We begrijpen nu dat ze kwamen omdat ze honger hebben, omdat ze zo weinig vis vangen. Ze krijgen uit de voorraadkast een pak vruchtensap, een blik bonen en een pak koekjes van ons mee. Zo veel mogelijk calorieën.
    De volgende ochtend komen ze al heel vroeg terug naar de Olim. Met trots verkopen ze ons hun net gevangen vissen. Vanavond kan de barbecue aan.

    Eindpunt van onze reis

    Deze baai is het eindpunt van onze reis samen. Ik zal hiervandaan terug op het vliegveld moeten zien te komen.
    We maken deze laatste dagen nog een paar mooie dinghy-toertjes en prachtige wandelingen.
    We ontdekken dat hier grotten zijn met rotstekeningen van de Taíno. Dit was het eerste indianenvolk dat Columbus tegenkwam. Helaas is dit volk door de uit Europa meegekomen ziektes uitgestorven.
    Dit las ik allemaal pas later. Want Jouke en ik voeren slechts per toeval een inham binnen toen we zagen dat er een grote grot was waarvoor je een bandje moest kopen om naar binnen te mogen. We waren in onze zwembroeken en zonder geld vertrokken, dus helaas. We wilden alweer terug de rubberboot in, maar de dame riep ons terug. Er was nu toch niemand binnen, lopen jullie maar snel door zonder bandje.

    Bij het wandelen door de bossen komen we twee oude mannetjes tegen. Ze hebben een kleine business samen. Ze lopen met grote zakken door het bos en verzamelen de rijpe kokosnoten. Daarvoor moeten ze ook de bomen inklimmen volgens mij.
    Terwijl ze onder een afdakje zitten slaan ze met hun machete de buitenste schil van de noten. De harige kokosnoot nemen ze mee in de zak op hun rug. Burro, zegt er eentje, terwijl hij voordoet hoe hij de zware zak op zijn rug draagt en het geluid van een ezel na doet.
    Er wordt een kokosnoot voor ons opengeslagen en we kunnen even uitrusten van onze wandeling met een frisse slok kokosmelk. We nemen het kokosvlees mee als snack voor onderweg. Het wandelpad dat ons door het bos leidt wordt waarschijnlijk door de machetes van deze twee mannen begaanbaar gehouden.

    Bij het resort had ik gevraagd of er een taxichauffeur in de buurt woont die goed Engels kan en mij naar het vliegveld wil brengen. Ik kreeg het nummer van Ruku.
    Via whatsapp heb ik met Ruku afgesproken dat hij me om 12 uur op komt halen bij de steiger dicht bij het resort.
    Jouke en Pleuni brengen mij die laatste ochtend met mijn zware koffer naar de kant. Nog één keertje met het rubberbootje door de mangrove. Jouke en Pleuni gaan nog een dagje chillen in het resort. Ze willen niet te lang bij het steigertje staan wachten, want het liefst blijven ze de Armada nog even ontwijken.
    De vorige keer dat we bij de steiger waren reed de Armada net weg met hun pick-up truck en keken toevallig net allemaal de andere kant op. Toen deden zij hun best om ons te ontwijken, want het was net vijf uur geweest. Volgens mij heeft geen van de partijen echt zin in die bureaucratische rompslomp met de dispachios.
    Mijn taxi komt op het afgesproken tijdstip. Tijdens de 3 uur durende taxirit naar het vliegveld hebben Ruku en ik hele gesprekken. We stoppen eerst bij het winkeltje van zijn vriendin voor snacks en fruit voor onderweg. Halverwege de rit eten we langs de kant van de weg kip van de barbecue met rijst en zwarte bonensaus. Ruku schiet het eten voor, want dan kost het maar 3,50 EUR per persoon, inclusief drinken. Hij vind het maar niks dat er een ander tarief geldt voor toeristen. Hij vertelt me over zijn leven en over de situatie in zijn land. We gebruiken hiervoor allebei de Google Translate app op onze telefoons, want Ruku’s Engels blijkt net zo slecht als mijn Spaans.

    Deze taxirit is een passend afscheid van dit prachtige, vriendelijke en gastvrije land.
    Jouke en Pleuni zullen nog even in de Dominicaanse Republiek blijven. Ze zijn van plan met een auto het binnenland te verkennen. Het zal misschien een tijdje duren voor ik ze weer zal zien. Maar het was geweldig en inspirerend om twee weken lang hun manier van leven te mogen ervaren.
    Bedankt voor jullie gastvrijheid. Vaya con Dios mi amigos!

  • Piratennest SXM

    Piratennest SXM

    ‘Ik ben bang!’ schreeuwt Pleuni mij toe. We scheuren door de lagoon van Sint Maarten met onze nieuwe buitenboordmotor 15 pk Yamaha Enduro. We hebben deze aangeschaft om een lange periode van klussen en onderhoud op Sint Maarten af te sluiten en te vieren.

    Ik merk dat met meer vermogen ik snel de controle verlies over de bijboot. We gaan echt veel te hard en ik realiseer me dat de motor eigenlijk te zwaar is voor ons bootje. Shit, is het een miskoop? Volgens de specs moet onze rubberboot het aankunnen. Nou ja, dan hebben we hem maar op de groei gekocht. Vol gas durven we in ieder geval nog niet.

    Hier op Sint Maarten kennen we ondertussen de goede kluswinkels en lekkere restaurantjes. Twee maanden zijn we er al. We kwamen er om te klussen en omdat je hier heel gemakkelijk spullen uit Amerika en Nederland kan laten overvaren. Sint Maarten kent geen btw en je betaalt geen import. Samen met de erg lage transportkosten is dit voor spulletjes kopen the place to be. Je zou dan ook verwachten dat de spullen in de winkel spotgoedkoop zijn. Maar wat blijkt, de buitenboordmotoren zijn er wel goedkoop maar de watersportwinkels zoals Island Waterwold zijn schreeuwend duur. Ze maken woekerwinsten! Een drinkwaterpomp kost hier 100 euro meer dan in Nederland en dan te bedenken dat ze de btw en import ook in hun eigen zak steken. Wat een klootzakken! Een simpele slangklem 40mm kost er 8 dollar. Nou jaaaaaaaaa. Is Sint Maarten dan wel zon goede plek om ons geplande onderhoud en upgrades te doen?


    We krijgen een tip van onze vrienden Liza en Akko van de Choctaw om contact op te nemen met transportbedrijf stmnv.com. We besluiten om vanaf dan alle bootspulletjes – hoe klein dan ook – via Amazon te bestellen in de US en via deze zogenaamde freight forwarder via Miami naar Sint Maarten te laten sturen. Duur? Neuh per levering is het startbedrag $ 15 en dan $4 per pakje. Omdat Amazon ook nog zoveel mogelijk spulletjes in één doosje stopt en het transport pas gestart wordt als alle doosjes in Miami binnen zijn, zijn de kosten bijna verwaarloosbaar.
    Al snel staan er Amazondozen op de kade van Philipsburg te wachten om meegenomen te worden. Nieuwe lithiumaccu, nieuwe loodaccu’s, elektronica, nieuw gereedschap, kabels, aansluitmateriaal, nieuwe drinkwaterpomp en ook slangklemmen. Het is te veel om op te noemen. De altijd vriendelijke chauffeur geven we een fooi voor het sjouwen van de accu’s.

    Ik lach in mijn vuistje. We hebben een manier gevonden om de dure watersportwinkels te mijden en het voelt alsof we het systeem hebben gehackt. Ik merk dat ik toch wel een Hollander ben en steeds meer moeite begin te kriigen met de brutale prijzen maar ook het schaamteloos oplichten van de toeristen en zeilers in het bijzonder. Meestal zijn we scherp genoeg en controleren we elke bon. En geloof me, hier aan de Nederlandse kant van Sint Maarten gaan we bijna vaker wel dan niet terug voor een correctie bij de watersportwinkels. We komen er meestal wel uit maar soms is het bedrog te groot en de list te geniepig en zijn we alsnog de klos…

    Zo rekenen we een op maat gemaakt kabelslot af bij Island Waterwold waar ineens allerlei kosten bijkomen die apart contant betaald moeten worden, . We laten het maar zitten en kopen alleen de kabel en de krimp. De volgens dag zit het met toch niet lekker en bel ik het hoofdkantoor. Het betreffende filiaal moet alsnog zonder extra kosten de kabel krimpen (dit blijkt een standaardservice) en dagen later blijkt dat het betreffende personeelslid is overgeplaatst naar het hoofd filiaal. We zwaaien maar vriendelijk naar deze dame als we haar weer tegen komen. Ze loopt rood aan. Is wraak zoet, nou we vermoeden dat het personeel veel te weinig betaald krijgt en met zulke praktijken af en toe een centje bijverdient. We hebben ook met ze te doen.

    Een kabelslot, een set onderbroeken, klein watersportspul maar af en toe gaat het om grote bedragen. Zo probeerden we maanden eerder in Grenada een bijboot te kopen en ging ineens de kassaprijs met 330 dollar omhoog. Dan maar bij een andere winkel. Hier werd de verkeerde boot aan ons geleverd. Ze hoopten dat we het niet zagen want het gevraagde model hadden ze achteraf niet meer. We gingen bijna voor 800 dollar het schip in. We staan perplex… Helaas horen we vergelijkbare verhalen omtrent de zwendel rondom de verkoop van rubberboten.

    Weken later besluiten om het over een andere boeg te gooien… Onze vrienden Floris en Ivar van ‘Sailors for Suistainabilty’ geven de tip dat er ook betaalbare transportservices zijn vanuit Nederland. Laten we gewoon in Nederland een bijboot kopen dan weten we in ieder geval wat je krijgt. Het voordeel is dat de winkel geen btw rekent als de boot buiten de EU wordt verscheept. Wauw, dat verschil dekt meer dan de transportkosten! Uiteindelijk vinden we de perfecte rubberboot niet in een winkel maar juist op marktplaats! Goede staat, goede prijs en voor €100,- transportkosten staat er weken later een enorm pakket op ons te wachten. De boot blijkt niet lek en inderdaad in goede staat, we zijn blij. Weer hebben we het systeem gehackt!

    De feestdagen komen er weer aan en deze vieren we met vrienden in Philipsburg. Kerst met onze Canadese buurtjes en samen doen we het nog even dunnetjes over met lekker steengrillen aan boord. Oud en nieuw vieren we met Ivar en Floris aan boord van hun Lucy Para2. Het wordt ouderwets gezellig, er is veel lekkers en later prachtig vuurwerk op het strand. Aan het eind van de avond sta ik toch wat wankel op mijn benen en trekt Pleuni me aan mijn haren weg bij de beachbar. Het is mooi geweest zegt ze, we gaan naar huis. Nee ook geen bvo-tje! Tevreden vallen we in slaap.

    Klussen

    Ondertussen klussen we wat af in Sint Maarten. De klussenlijst is enorm, we hebben immers een jaar geen onderhoud kunnen doen vanwege mijn rug. Onze oude bolle Olim is weer toe aan some good ol lovin. Met gepaste tegenzin gaan we aan de slag. Geplande klusweken worden uiteindelijk maanden..

    Eerst maar die houten deurtjes, ze zien er wat gehavend uit en ook het schuifluik wordt opgeknapt en geschilderd. De juiste lak is bijna op maar per toeval blijkt de pot kozijnenverf van thuis meegkomen. Ach dat crème a la Tuindorp Oostzaan is ook mooi.

    Ouwerwets gezellig in ons Tuindorp Oostzaan !

    In de eerste week geeft Pleuni, onze ferro expert, elke roestplek een eigen nummer. We tellen 152 te behandelen plekjes. Oef dat wordt een klus. We bikken, ratelen en schuren er op los. Het is zwaar in deze hitte maar we hebben resultaat. Bij het schilderen gaat het alleen he-le-maal mis. Caramba! die jetski’s komen telkens te dichtbij en dat geski sproeit zout water over de boot. Ik ga op mijn knieën en begin het dek af te likken. En ja hoor, de reling: zout, de opbouw: zout, de loopdekken: alles smaakt zout! Een zout oppervlak kun je niet schilderen dus dit moet echt anders. De haven heeft geen plek en de hele baai is elke dag als een jetski funpark. Stom, stom, stom, hier hebben we niet goed over nagedacht. De plekjes hebben acht lagen primer en lak nodig en dit is geen doen zo. We accepteren de situatie en we passen ons dag- en nachtritme aan. We schilderen ’s avonds en ’s nachts om dan overdag uit te puffen, pfffffff. Maar met wat een mooi resultaat. Na drie weken van bikken en schilderen glimt de Olim weer als een grote verse hondekeutel in de maneschijn.

    Geen water uit de kraan
    Op het gebied van diagnose is dit voor mij de lastigste klus geweest…. EVER! Het vacuüm van de waterpomp werd niet vastgehouden en er zat dus ergens een lek. Het lek vinden was enorm lastig. We hebben over een periode van november tot en met februari alles tig keer uit elkaar gehaald en uiteindelijk alles maar vervangen. Nieuwe waterpomp, afsluiters, kranen, slangen, koppelstukken, terugslagkleppen, drie dubbele slangklemmen en ook de bedrading van de pomp heb ik opnieuw aangelegd. De klachten werden minder maar gingen niet helemaal weg, aaarhg! Als laatste heb ik 6 nieuwe stukken slang opnieuw vervangen maar dan voor een doorzichtige variant. EUREKA! nu zie je daar een luchtbelletje en daar niet …sjonge.. snel alles weer uitelkaar. Was het een oneffenheid op de pijp die ik heb wegslepen of toch een slechte slang… het is gelukkig gefixed.

    Watertank cementeren
    Met het waterpompprobleem zijn we ook de watertanks ingedoken, zat daar misschien een probleem? Helaas geen lek maar wel een kans om de tanks weer schoon te maken en opnieuw in te smeren met verse cement. We hebben twee tanks van samen 1900 liter, behoorlijk groot dus. Je kan er, als je niet te groot bent, half in staan. Eerst hebben we de mangaten geopend voor inspectie. Pleuni kon met een plamuurmes het losse cement afsteken en een sopje na om de tanks weer schoon te krijgen. Er was gelukkig weinig roest te zien, en we smeerden alles weer in met twee laagjes Portland cement. Al met al een klus van zeven dagen maar het water smaakt weer fris.

    Installatie nieuwe accu’s lithium (hybride)

    Zeilers onder elkaar hebben het vaak over techniek. Misschien wat te veel als je het Pleuni vraagt maar voor mij is techniek ook een soort hobby binnen de hobby zeilen.
    Gezellig met een biertje erbij uren keuvelen over installaties, apparatuur en gereedschap. Later op de avond komen de anekdotes over de kapotte strontpomp of levensgevaarlijke lekkages midden op de oceaan. Leerzaam en vermakelijk met voor de mannen het bijkomend voordeel dat we het niet over ons gevoelsleven hoeven te hebben.

    ….Hier stond een stuk tekst over onze kapotte accus, stroomproblemen, gedoe en geëtter, kabels, krimpkous etc…. ik heb het maar geschrapt.

    Lang verhaal kort: Akko van sv Choctaw vertelde me dat hij blij was met zijn conventionele lithium installatie (met gescheiden laad- en verbruik bussen zoals in de meeste boten zit) maar dat hij een volgende keer voor een hybride installatie zou gaan. De voordelen van een hybride installatie zijn groot en bleek voor ons de meest logische keuze. Lithiumaccu’s vragen om meer bescherming dan loodaccu’s en ik had er toen nog niet veel kaas van gegeten. Een aantal weken verder hebben we de installatie afgerond en zijn we een stuk wijzer geworden. We zijn blij, we hebben veel stroom en nu draait zelfs de wasmachine via de omvormer direct op de lithium batterijen. Akko heeft enorm geholpen in het voorbereidende denkproces. Thanx Akko! Meer weten over lithium hybride dan is dit een handige website:

    https://www.zwerfcat.nl/en/lithium-hybrid.html

    Autopilot

    Wat rijmt er op autopilot?

    Jammer dat ie begint te haperen en we zijn blij dat we met genoeg wind de windvaanstuurautomaat kunnen gebruiken. In Martinique stuurde de autopilot ons bijna tegen een rif op. Sjonge..
    We zijn ondertussen wat nieuwe onderdelen verder en het stuurt weer wat.

    Tot…. ‘wat is dat ratelende geluid?’ vraagt Pleuni! Dit euvel kon gelukkig snel opgelost worden door een schat van een man. Mark, een lasser en kunstenaar uit Zuid-Afrika laste het uitgelubberd tussenstukje zo weer dicht. Cuánto costa? ‘I don’t have a rate for two minutes work’ Merci Mark tu es le meilleur!

    Uit eten en happy hour

    Is het alleen maar klussen? Gelukkig niet en komt er na een aantal weken weer meer ruimte voor vertier. We gaan naar lekkere Franse bakkertjes met handgedraaide croissants en we vinden de goede en betaalbare restaurantjes. We hebben gezellige borrels met Els en Peter aan boord of we gaan met een leuk clubje zeilers naar Soggy Dollar waar het bier nog steeds, jaja op SXM kan het, èèn dollar kost. Rosé kost drie dollar maar dan krijg je ook een glas van heb ik me jou daar. Pleuni, dan helemaal aangeschoten wil dan wel even in het donker met de bijboot door de baai rammen. Lang verhaal kort, we leven nog.

    Ton en Dominique nodigen ons uit voor een leuke wandeling met andere zeilers en met afsluiter vliegtuigen kijken en biertjes drinken. Els en Peter, zulke lieve mensen, trakteren ons nog op een etentje omdat we ze geholpen hebben met het plaatsen van een advertentie op facebook. Het is erg gezellig met zijn vieren en doen nog een rummetje na. Het afscheid later die week in Soggy valt uiteindelijk dan ook zwaar. Sjonge weer afscheid. Dat blijft nooit wennen.

    Afscheid op SXM met hier op de foto Els en Peter



    …btw het verhaal dat we out of the blue uitgenodigd werden door twee mega hartelijke Fransen om bij ze te komen eten en dat wij eerst dachten dat ze met ons wilden swingen houden jullie nog van me tegoed…nou een voorproefje dan Pleuni: Jouke èèn ding maar we houden de kleren aan!

    Einde

    Eindelijk, van iedereen afscheid genomen, de klussen gedaan en toen heel rap uitklaren aan de Nederlandse kant, wat denk je? Komt er ineens ZESTIG euro bij (what the fak!). Ze willen de langligkorting die gerekend is omdat we vooraf voor acht weken hebben betaald terugvorderen en rekenen daarnaast voor het gemak ook nog een weekje extra. Gelukkig zet Pleuni door en de beambte gaat overstag. Ik blijf buiten want ik kan die zwendel niet meer aanzien. Met mijn sleutel duw ik een dikke kras in de dienstauto van de beambte. Ik vertel Pleuni niets en hand in hand lopen we terug naar de boot.

    So long, suckers!

  • Kokomo…

    Kokomo…

    Op 5 november was het zover, Harro arriveerde om drie weken met ons mee te varen. Een blog geschreven door Harro over deze trip.


    Na mooie verhalen van de eerdere oversteek met de Island Lady was ik zo nieuwsgierig geworden dat ik het eens zou willen meemaken. De mogelijkheid deed zich voor en ik was van harte welkom om deel te nemen aan het avontuur dat Jouke & Pleuni zijn aangegaan. Via Parijs ben ik gevlogen naar Fort de France. Hoofstad van Martinique. Een van de vele overzeese departementen van Frankrijk. Ik kan je vertellen, ik zat niet alleen in het vliegtuig. Vele Fransen ontlopen het slechte weer in Europa en zoeken de zon op.


    Een aardig taxichauffeur kende de locatie welke ik door had gekregen. Op een donkere rotonde stapte ik uit en niet veel later kwam er een groot geel hemd aan lopen. Fijn om na een lange reis twee bekende glimlachen te ontdekken.

    Na de eerste groet zijn we in het donker met z’n drieën in het bijbootje inclusief bagage gestapt. Heerlijk was het om te drijven op de warme Caribische zee en koers te zetten richting het moederschip Olim. Wat lag ze er mooi bij en wat paste die warme zee haar goed. Aan boord heb ik een eigen hutje gekregen. En na vele nieuwtje uitwisselen en mijn koeriersdienst te voltooien heb ik mijn hutje opgezocht. Het voelde onwerkelijk hier te zijn.


    Zeg het maar waar wil je naar toe? Deze vraag werd mij gesteld. Jouke en Pleuni hebben Martinique al verkend en zijn op zoek naar een nieuw avontuur. Tja, waar wil ik naar toe? Ik heb hier niet zo over nagedacht. Ik heb globaal georiënteerd.

    Als kind heb ik 3 jaar op Aruba gewoond. Dit is constant mijn referentiepunt naar alles wat ik ken in het Caribische gebied. Dit is toch anders. Het is in deze hoek van de Caraïben natter en groener. Niet te vergelijken en sommige dingen juist wel. Oude herinneringen van het spelen in de kunuku (wildernis) komen weer naar boven. Zaden (pica’s) die in je sokken bleven hangen, de hagedissen, de bloemen, Kabrito (geiten) die overal vrij lopen. Het zwemmen in de warme zee.


    Met windfinder app in de hand maken we een plan. Wat is haalbaar de komende dagen gezien de wind? Dit is de leidraad die constant bepaalt hoe de komende dagen eruitzien. Een detail is dat ik mijn reis terug gepland en geboekt heb vanaf Fort The France. Wel zo fijn als ik hier weer terug kom.

    De wind lijkt gunstig om een lange tocht te maken naar het noorden. Antigua wordt de bestemming. Een mooi eiland dat sinds 1981 onafhankelijk is van het Verenigd Koninkrijk. Om vanuit hier met kortere tochten verdeeld over meerdere dagen langzaam weer zuidwaards te keren naar Martinique.


    Vanaf het noordelijkste puntje van Martinique besluiten we vroeg op te staan om het anker op te halen. De zee lijkt rustig maar hoe verder je bij het vaste land vandaan komt hoe onstuimiger het wordt. We halen pieken van 20 knopen wind. We gaan als de brandweer, dat mag wel zo. De Olim snijdt zich een weg door de oceaandeining. Solide verdwijnt Martinique achter de horizon. Het volgende eiland Dominica doemt op. We worden vergezeld door vliegende vissen en boobies (familie van de Jan van Gent). Deze duiken door de golven heen op zoek naar vis. Het is een prachtig schouwspel waar je uren naar kan kijken. Ook na het uitgooien van de hengel hebben wij een Mahi Mahi aan de lijn Deze springt als een malle in het rond en valt van de haak. Toch een kleintje, zegt Jouke. Heb je niks aan. Ik vond het spectaculair. Dit belooft wat de komende dagen.


    Doordat we aan de oostkant van Dominica varen, zijn we in rustiger vaarwater terecht gekomen. Jouke en Pleuni gaan even liggen, ik houd de wacht. Opeens hoor ik spettergeluiden en zie ik een donkere schim langs de boot zwemmen. Ja hoor: dolfijnen. Ik roep het uit van enthousiasme en probeer mijn telefoon zo snel mogelijk op de camerastand te zetten. Ik had mijn kinderen beloofd zoveel mogelijk van de natuur vast te leggen en deze gauw door te sturen. De overige bemanning laat mij weten dat ze alleen komen kijken als er een walvis te zien is…..
    De wind neemt toe en tijdens mijn dienst rond 3.00 uur in de nacht komt Jouke polshoogte nemen. Ik zie de windmeter schieten naar 30 knopen wind. We hebben nog heel wat voor de boeg en de koers die we na Guadeloupe moeten varen is heel strak aan de wind. En dan is het nog de vraag of we het in een rak kunnen halen. We hebben de zeilen maximaal gereefd. Om nog minder wind te vangen zouden we de bezaan naar beneden moeten halen. Dat maakt de reis niet gemakkelijker omdat we door de druk van de zeilen stabieler op het water liggen. Hoe minder zeil, hoe meer de golven vat krijgen op de boot. We besluiten de koers te wijzigen. We zijn Guadeloupe nog net niet voorbij en zoeken een mooie baai bij dit eiland. Jouke kijkt op zijn telefoon en zoekt een geschikte plek in het holst van de nacht om te ankeren. Hierbij is het van belang dat er niet te veel deining is voor de beste dagrust en of de bodem geschikt om het anker te laten grijpen. Via het internet zijn alle locatie beschreven en kan men via referenties bepalen wat de meest geschikte plek is. Ik vind het heel bijzonder dat je midden op zee bereik met de telefoon hebt.


    Guadeloupe is prachtig. Gekleurde huisjes, tropisch regenwouden, mooie stranden. Pleuni herinnert ons dat we moeten inklaren. We hebben ons uitgeklaard bij Martinique en moeten ons inklaren in Guadeloupe. Ik als onervaren eilandhopper laat mij leiden door Pleuni die van de hoed en de rand weet. Mijn Frans gaat niet verder dan Mayonaise, en Sacrebleu… Pleuni is mijn rots in de branding in de Franse taal. Op de Franse eilanden doen ze niet zo moeilijk. Bij andere eilanden heb ik begrepen dat het heel nauw komt met deze bezigheden. Het is maar welke ambtenaar je treft.
    Bij het aan land komen ontstaat het ritueel van wandelen, boodschappen doen en snorkelen. Dit zijn de hoofdbezigheden tijdens ons verblijf in Guadeloupe. Heerlijk Frans stokbrood werd in de middag voorzien van allerlei verschillende manieren van gebakken eieren. Wij waren hier zo tevreden over dat we met de gedachte speelden om later een eigen lunchroom op een Caribisch eiland te beginnen genaamd Vet op Vet.

    Als we een tijdje ergens hebben gelegen en het wel hadden gezien gingen we een stukje zuidelijker kijken. Het is een heerlijk tijdverdrijf. Met elke dag het doel om zelf iets te vangen wat we op kunnen peuzelen.


    Op Les Saintes moet het gaan gebeuren. Dit is een eilandengroep van negen kleine eilanden onder Guadeloupe. Een prachtige plek die je echt gezien moet hebben. Menig toerist weet ook deze plek te vinden. In de nacht was ook een superjacht van ongeveer 100 meter voor anker gegaan. Alle speeltjes die mee waren werden uit het ruim getrokken. Je kon ze herkennen aan het personeel in het gelid. Een bijzondere ervaring. Jouke had zeven jaar geleden op deze plek een mooie kreeft gevangen. Na vele kleine kreeften te hebben ontdekt wordt het nu wel tijd om een echte goeie te vangen. Dit is the place to be. Helaas waren wij na vele stenen te hebben omgekeerd wederom op de goed gevulde winkeltjeskast in de boot aangewezen. Zou het nog goed komen deze vakantie…..


    Na wat biertjes en rum kwamen we tot de ontdekking dat er tarpon in de nacht onder de boot door zwom. Wanneer je met de zaklamp scheen weerkaatsten de ogen een rode gloed. Jouke heeft een poging gedaan met zijn speargun. Helaas was het mis en gleed bij deze poging zijn speargun van zijn hand naar de bodem van de Caribische zee. Aaaai, 70 dollar naar de knoppen en wie weet hoeveel eten in de toekomst kon nu op de buik i.p.v. in de buik worden geschreven. Even checken hoe diep het onder de boot is. Kak, meer dan 13 meter diep. Dat halen we niet.
    De volgende morgen toch een poging gedaan met duikbril en snorkel. Na 15 minuten zag ik er geen heil in. Jouke duikt het water in en ziet ‘m meteen. Hoe kan dat? Omdat we constant draaien op het anker, zoeken we direct een oriëntatiepunt. Jouke gaat aan het knutselen in de boot met haken, 15 meter lijn en lood. Na een aantal pogingen krijgt hij het voor elkaar. Ongelofelijk vind ik het.


    Gezien de weersberichten lijkt het er niet op dat Martinique een haalbaar doel wordt om relaxed  zeilend te bereiken. We gaan een plan b bedenken. Ik boek een vlucht van Pointe a Pitre (grote stad in Guadeloupe) richting Fort de France, twee uur voor mijn vlucht naar Parijs. Dat betekent dat we nu weer een aantal dagen ruimte hebben om Marie Galante te bezoeken. Een eiland zuidoost van Guadeloupe. Ook voor Jouke en Pleuni een nieuwe bestemming.
    Het is er prachting. Eindeloze witte stranden, palmbomen, suikerplantages zo ver het oog reikt. De mensen zijn heel relaxed en het is er rustig. We huren een mountainbike en gaan het eiland verkennen. Helaas was dit voor de rug van Jouke a bridge to far. Pleuni en ik hebben een mooie tocht gemaakt waar alle poriën uit ons lichaam schoon gespoeld zijn. De koeien met koereigers staan aan de ketting en kijken ons verwonderd aan. Snel door, we moeten een lunch regelen want het is hier wel Frans en alle winkeltjes zijn tijdens lunchtijd dicht.  Eind van de dag treffen we Jouke en nemen het er van in een restaurantje.

    Bij poging 37 kijken we niet meer zo nauw naar het formaat kreeft. Jouke schiet de grootste die we konden vinden met de teruggevonden speargun. Pleuni ontfermt zich over de vangst en na enkele minuten koken en hierna bakken in boter gaan we er aan geloven. Als of er een engeltje op je tong piest. Onder het genot van een biertje/wijntje en een ondergaande zon in een prachtige baai voelt dit als een mooi einde van mijn avontuur.
    Pleuni haalt het anker op voor de laatste zeiltocht op de Olim voor nu. We zetten koers naar Pointe a Pitre. Jouke begint aan de laatste poging om tussen de eilanden nog even een knoeperd van een vis te vangen. Aan de inzet heeft het niet gelegen. Helaas mocht het op mijn trip niet zo zijn. Point a Pitre nadert. Wat een verschil met de rust waar we vandaan komen. Een grote stad waar het verschil tussen arm en rijk duidelijk zichtbaar is.
    We nemen afscheid bij de bushalte. Ik hoop dat het goed komt met mijn vlucht. Tijdens mijn jeugd op Aruba heb ik niet veel vertrouwen gekregen in de Antilliaanse Luchtvaartmaatschappij. ALM had de bijnaam Altijd Laat Maatschappij. Gelukkig waren deze zorgen niet nodig en kwam het goed. Het was een prachtig avontuur.

  • Wij komen het orkaanseizoen toch wel door

    Wij komen het orkaanseizoen toch wel door

    ‘Hoe laat komen jullie lunchen?’ Het prachtig onderhouden felgele houten bootje dobbert naast onze boot. De dame met korte vlechtjes die alle kanten opstaan, laat me weten dat vier uur perfect is. Ik geef aan haar door dat het twee keer kreeft wordt. Haar schipper zet haar vervolgens af op het strand.
    Het is eind september en we liggen in de paradijselijke baai Anse La Roche op het eilandje Carriacou. In deze groene baai met een parelwit strand ligt een enorme rotspartij waar we vlak naast liggen. We delen de ruimte met drie andere boten. Aan land is geen enkel huis te zien, op een klein, gezellig houten strandtentje na waar Tim en zijn crew lunch maken. We zijn erg gelukkig, blij dat we hier zijn.

    In ons laatste bericht vertelden we dat Jouke in juni een scan zou krijgen in Martinique. Hij bleek een hernia te hebben. We besloten na dit nieuws om het Franse eiland pas te verlaten zodra hij zo goed als wel hersteld te zijn. In Martinique was hij namelijk in goede handen, hij werd hier behandeld door een zeer goede fysiotherapeut en chiropracteur. Veel wandelen en geregeld rusten hielpen ook. Maar lange stukken varen konden we nog even niet.

    Intussen zaten we wel al in het orkaanseizoen. Martinique ligt in de zogenoemde hurricane belt, het gebied waar de kans tijdens dit seizoen op een orkaan het grootst is. Op 1 juni start het orkaanseizoen en het duurt tot 1 december. Gedurende deze maanden kun je het beste in het zuiden van de Carieb blijven, de kans op een orkaan is daar het kleinst. Gelukkig hebben we op een tropische storm na waar we voor zijn uitgeweken naar een ander eiland geen slecht weer gehad in Martinique.

    We verlaten Martinique na vierenhalve maand

    Maar we hoeven het orkaanseizoen niet tot het eind uit te zitten op Martinique. Want eind augustus is het zo ver, Jouke loopt steeds vlotter over het dek en de ergste herniaklachten lijken achter de rug. We gaan weer op pad!

    Hoewel we niet verwacht hadden zo lang op hetzelfde eiland te blijven, hebben we er een erg goede tijd gehad. We hebben een heel gezellige week met mijn vriendin Hanneke gehad die uit Boston op bezoek kwam. We hebben erg veel leuke momenten met medezeilers gehad. We hebben de Franse supermarchés leeggekocht. We hebben veel gelezen. Ik heb leren haken (!). We hebben veel klusjes aan de boot gedaan. We hebben ons Frans een klein beetje verbeterd. We hebben steeds lekkerder leren koken met de lokale groentes als okra en callaloo. En we hebben plannen gemaakt voor het vervolg van onze reis.

    Op naar Carriacou

    En dan gaan we eind augustus weer varen! De eerstvolgende bestemming is Carriacou. Na een dik etmaal op zee komen we aan op dit Caribische eilandje. Hier pakken we onze oude hobby’s op: barbequen, verlaten baaitjes leren kennen, lange wandeltochten maken en vissen. Jouke duikt het water in om met zijn speargun op zoek te gaan naar iets lekkers voor op de barbecue. We zijn kieskeurig en laten het meeste zwemmen, maar wat een fantastische hobby is het! Hij is lekker aan het zwemmen, snorkelen en ondertussen probeert hij ook onze avondmaaltijd bijelkaar te schieten. De score tot nu toe: één Almaco Jack, een lobster en meerdere lionfishes.

    We maken een rondje om het eiland en liggen bij de geweldige onbewoonde eilandjes Saline Island en White Island, waar het stikt van de schildpadden. Die schieten we maar niet, hoewel ze wel heel goed schijnen te smaken…

    Op Carriacou vinden we het, naast wat we zelf vangen, een uitdaging om aan onze boodschappen te komen. In Martinique loop je de Carrefour binnen en waan je je in de Vomar met muesli, yoghurt, wijn, kazen, worsten, veel vers fruit en goed brood in de schappen. In Carriacou gaat het anders. Je eten bij elkaar vinden is een ware excursie en kost best wat tijd. De winkeltjes zijn klein, ‘only the essentials’ met soms maar drie schappen. De ene winkel heeft brood de ander heeft weer eieren. Naar groente zoeken we ons soms suf. Totdat er opeens een auto geparkeerd staat met de achterbak vol groente en fruit. ‘Wil je ook vers kokoswater?’

    Vis, desnoods uit de vriezer, is lastig te krijgen. Ieder huishouden heeft wel een visser, dus daarom ligt het niet in de winkel. Op het eilandje Petit Martinique, onderdeel van Carriacou, zoeken we naar uien. ‘Nee, die hebben we niet, niemand verkoopt deze,’ zegt de winkelier. Als we een huisje voorbijlopen waar de deur van openstaat, zien we dat er uien op de grond liggen in de woonkamer. En veel ook! Jouke stapt naar de vrouw die binnen staat toe: ‘Is this a shop?’ ‘Yes yes whiteman, please come inside.’ We knopen een praatje aan en stappen vervolgens in een woonkamer met naast de bank en televisie schappen met eten. We kopen twee pond uien, wat fris en een grote fles hotsauce om het bedrag rond te maken, ze heeft te weinig wisselgeld. Op een stretcher in de hoek ligt een man te pitten, waarschijnlijk de visser des huizes, vissen doen ze vaak ’s nachts. Blij als een kind omdat we eindelijk weer uien hebben staan we weer buiten, gelukt!

    We sluiten onze tijd op Carriacou feestelijk af in de baai Anse la Roche bij het restaurantje van Tim. De bestelde kreeft blijkt de meest verrukkelijke die ik ooit gegeten heb.

    Saint Vincent and the Grenadines

    Na Carriacou zakken we af naar het groene en grotere eiland Grenada. We ontdekken dat dit dé plek is voor vele zeilers om het orkaanseizoen door te brengen. Sommige zeilers zijn hier al jaren, vertellen ze ons. Wellicht blijven ze hier wel voor altijd, de zeilerscommunity is hier erg hecht. Elke dag kun je bijvoorbeeld wel meedoen met een activiteit, zoals: live muziek op donderdagavond, de lobsterbarbecue op vrijdag, een wandeltocht op zaterdag en de vlooienmarkt op zondag. Georganiseerd door en voor alle bootbewoners. We haken aan bij wat evenementen, maar na twee weken krijgen we weer ontdekkingszin en het ietwat Grenadaans benauwd en hijsen we de zeilen. Op naar het noorden, naar de eilandengroep Saint Vincent and the Grenadines (SVG)!

    Voordat het orkaanseizoen begon, zag ik wat tegen deze maanden op. Het veilige vaargebied is niet zo groot. Hoe komen we die tijd door? Maar nu ervaar ik dat veel tijd ook fijn is, we kunnen de eilanden goed leren kennen en we maken ons het cruiserleven steeds meer eigen. Het voelt haast alsof we niet meer op reis zijn maar dat we gewoon ons leven leiden. Een groot verschil is dit met onze vorige reis, zo’n zeven jaar geleden. Toen kwamen we ook in dit gebied. Maar we hadden veel minder tijd en deden eilanden kort aan. Ik vind het luxe dat we nu kunnen zeggen, dat we alle wandelingen op een eiland gedaan hebben en dat het dan na een week tijd is om een volgende plek te leren kennen. De komende twee weken zijn voor Bequia en Saint Vincent, twee eilanden die onderdeel zijn van SVG. Begin november zijn we weer in… Martinique 🙂 Om dan drie weken met ons bezoek Harro de Carieb verder te gaan verkennen. ‘YAH MAN!!’.

  • Onze tour de France in de Caraïben

    Onze tour de France in de Caraïben

    Na een tocht met veel meer wind, een veel scherpere koers, een stuk hogere golven en meer snelheid dan verwacht komen we na anderhalve dag in het pikkedonker aan in Martinique. We zijn er! Maar nog niet nadat ik met een felle zaklamp door de baai schijn op zoek naar doorzichtige plastic flesjes. Deze flesjes zitten vast aan lijnen waaraan grote stalen kreeftenfuiken zitten. Als we eroverheen varen, kan de lijn in de schroef komen en mag degene die het best kan duiken – Jouke – het water in om de lijn eruit te halen. Gelukkig zie ik ze telkens net op tijd, terwijl tientallen grote vissen opspringen. Waarschijnlijk komen ze af op het licht.

    De tocht was niet alleen pittiger dan verwacht door de weersomstandigheden. Jouke en ik waren ook niet in topvorm. Bij aankomst in Anse, wat baai betekent, d’Arlet bleek ik covid te hebben en Jouke kon doordat de boot op een oor beukte door de golven zijn oefeningen niet doen. Zijn blessure speelde behoorlijk op.

    We kwamen eigenlijk enkel naar Martinique omdat dit Franse eiland de beste plek is om onze voedselvoorraden aan te vullen, nieuwe bootspullen te kopen en omdat er een Decathlon zit. Maar we besloten ook in Anse d’ Arlet: we gaan hier minimaal een maand blijven, we willen het eiland goed leren kennen.

    Toen we zes jaar geleden in Martinique waren, zijn we er zeer kort gebleven: even bevoorraden en weer door. Nu hebben we in tegenstelling tot toen veel minder een plan én veel meer tijd, we weten niet eens hoe lang we op reis zullen gaan. Ik vind het zo enorm luxe dat we geen tijdsdruk hebben en dat we dus bijvoorbeeld voor zo’n klein eiland als Martinique alle tijd die we willen kunnen nemen.

    Na een dag of vijf in de baai te hebben gesnorkeld en gewandeld, gaan we op weg. We gaan iets best bijzonders doen, namelijk het hele eiland rondvaren. Onze Tour de Martinique, tegen de klok in. Het bijzondere hiervan is het bezeilen van de oostkust. Onze pilot, een soort ANWB-gids voor zeilers, heeft de hele Carieb in kaart gebracht behalve precies dit gebied. ‘This area is pleasant and interesting, but also tricky, with many reefs and shoals in water that is often difficult to read’, is de reden van het weglaten zo schrijft Chris Doyle in de Sailors Guide.

    Van andere zeilers die deze tour hebben gemaakt in de coronatijd omdat alle andere eilanden potdicht zaten, hoorden we hoe verschrikkelijk mooi en ruig de oostkant is. De oostkant kan uitdagend zijn, de boot ligt dan open en bloot op de Atlantische Oceaan. Maar met weinig wind, en dat is precies de voorspelling, is die kant heel goed te doen. Schijnt. Koraalriffen beschermen je namelijk voor de oceaandeining.

    Met de route van onze bevriende voorgangers als zip-bestand in onze waterkaart geplaatst en de Navily-app met tips voor ankerplekken gaan we 23 april de hoek om. We kunnen altijd omkeren als we dreigen op een rif te varen.

    Eerst tanken we nog 1800 liter water in Le Marin tussen 1500 andere zeilboten. Als we een paar uur later tussen de koraalriffen door varend voor een prachtig geel strand en achter een klein eilandje met enkel een vuurtoren erop het anker laten zakken. Het contrast met Le Marin kan haast niet groter, want we delen deze prachtige ankerplek met één andere boot.

    De dag erna kruipen we omhoog. Er is weinig wind, net genoeg om te zeilen. Op naar de volgende baai in de mangrove. Op deze manier varen we in een traag tempo de hele oostkust af. We snorkelen door prachtig koraal en de kleurrijkste vissen, roggen schieten onder ons voorbij en af en toe komt een grote barracuda nieuwsgierig ons in de gaten houden. Aan land kun je op alle plekken uitstekend wandelen, we volgen gewoon de gele bordjes en keren om als we er genoeg van hebben. Zo ankeren we in meer dan vijftien baaien, waar we geregeld de hele anse voor ons zelf hebben.

    Intussen doet Jouke elke dag zijn cycle: een reeks oefeningen op het dek, dat er intussen uit begint te zien als een sportschool met elastieken aan de verstaging, een grote rol en kussens die als mat fungeren. Hoewel hij er intensief mee bezig is, vinden we dat de klachten lang aanhouden. Al zo’n vijf maanden. Op dagen dat hij met hevige pijn opstaat, baart het ons best wat zorgen. We besluiten daarom om in de laatste stop van ons rondje, dat is de hoofdstad Fort-de-France aan de westkant, een dokter te bezoeken.

    Eerst varen we nog langs het tropisch regenwoud in het noorden, waar de natuur ons aan Tobago doet denken. Dan zakken we af via de westkust naar het stadje St Pierre en bezoeken we een van de rumdistillerijen waar we meegenomen worden in de weg die de rietsuiker aflegt voordat de stengels een heel erg lekkere rum worden.

    Vervolgens varen we op de motor naar Fort-de-France. In bijna vier weken hebben we het hele eiland op ons gemak gerond. We zijn van het eiland gaan houden, de afwisselende natuur, de supervriendelijke en rustige mensen, de Europese toegankelijkheid, de ontspannen sfeer. We maken in deze stad een afspraak met de dokter, op 10 juni kan Jouke er terecht voor een scan. Dat geeft ons alle tijd om nog een rondje te maken 😉

  • Van bruin naar blauw en van zoet naar zout

    Van bruin naar blauw en van zoet naar zout

    In de middag van veertien maart, de dag dat ik 41 word, is het zover: we vertrekken uit Suriname na een heel gezellig klein feestje op de steiger met de andere zeilers en Joukes zelf gebakken en geplukte kokoscake.
    We gaan naar Tobago! Het kiezen van een volgende bestemming vonden we lastig. Zes jaar terug hebben we al veel Caribische eilanden bezocht. Gaan we nu naar een voor ons nieuwe plek of gaan we terug naar het eiland waar we zo enthousiast over waren? Het wordt het laatste: Tobago was zes jaar terug de plek waar we aankwamen na het oversteken van de Atlantische Oceaan. We vonden het eiland geweldig mooi en we zijn benieuwd hoe het is om er terug te komen. Die nieuwe plekken komen later wel.

    Verjaardagsfeestje van Pleuni


    Een andere reden dat we voor Tobago kiezen is Joukes blessure. ‘Houd de afstanden zo kort mogelijk’, adviseert zijn fysiotherapeut. Dit eiland ligt het meest dichtbij, de afstand is ‘maar’ 450 mijl. Dat zal drie a vier dagen varen worden aangezien we op deze route stroom mee hebben.
    We hebben een perfecte zeiltocht: halve wind en een snelheid van zo’n zes knopen. Prachtige zonsondergangen, dolfijnen bij de boot en lekker zomers weer. Heerlijk! Wel heeft Jouke de eerste dag veel pijn. Hadden we wel moeten gaan? Met een rubberen bandje om zijn benen stapt Jouke minutenlang van links naar recht. Op het trapje strekt hij zijn benen. Met deze oefeningen bootst hij het wandelen na. En gelukkig, op dag twee en drie gaat het heel veel beter. Het is een enorme opluchting.

    Heerlijk als het zo gaat, een rustige zee plus wind en stroming uit de goede hoek.

    Op vrijdagavond komen we in het donker aan in het vissersdorpje Charlotteville. Om in het donker in een baai met boten en rotsen een goede plek te vinden is lastig. Dat we Pirate’s Bay al kennen, maakt het iets minder spannend. Na twee keer proberen, hebben we een geschikte plek gevonden. Het anker grijpt zich vast en we liggen op voldoende afstand van obstakels. ‘Oh, dat is die ene rots waar toen al die pelikanen op zaten. Lagen we de vorige keer daar niet vlak naast?’ Het voelt nu al vertrouwd om terug te zijn.

    Pirates Bay

    De volgende ochtend varen we met onze bijboot naar de kant om in te klaren. ‘Hey you!!’ De harde, schelle stem herkennen we direct: Sonson. Hij legt zijn boot waar hij toeristen af en toe tourtjes mee geeft vast aan een meerboei en vraagt of we hem naar de kant kunnen brengen. Jouke lacht en vertelt Sonson dat we hem zes jaar geleden op precies deze manier hebben ontmoet. De inmiddels grijze man kijkt hem goed aan en herinnert hem zich weer: ‘ Dutchman!!!!!’

    De Nederlandse zeilboot Quelinda ligt hier ook. We hebben Charlotte en Paul in Suriname voor het eerst ontmoet en het is erg gezellig om ze hier weer te zien. Zij vragen of we zin hebben om de volgende dag met hen mee te gaan. Ze hebben een tourtje geboekt de natuur in onder leiding van een gids. Voor 150 TTD per persoon (Trinidad and Tobago Dollar, omgerekend iets meer dan twintig euro) neemt de gids ons een dag mee en verzorgt hij ook de lunch. Als we de volgende ochtend om acht uur bij de steiger staan, zijn we blij verrast. Dat is Zilano! De beste birdwatcher van Tobago, toen heeft hij ons rondgeleid over Little Tobago. De tour is wederom fantastisch. Zilano, iedereen noemt hem Zee, hoopt ons de dansende blue back manakins te kunnen laten zien. Ik ken de prachtige beelden van David Attenborough. Wanneer we in het bos lopen, ziet hij twee mannetjes manakins. Klaar om de paringsdans uit te voeren. Maar er moet een vrouwtje komen, liefst meer dan een, voor wie ze gaan dansen. We wachten… en wachten. Er komt maar geen vrouwtje. Na minutenlang muisstil te wachten en kijken, gaan we door. Zee heeft door dat er niet veel verder een nieuwe kans zal zijn. En ja, inderdaad… de twee blauwe vogels staan samen op een takje en springen om de beurt over elkaar heen. Twee vrouwtjes en wij met zijn vijven staan ademloos te kijken naar hun prachtige dans.
    We krijgen vervolgens een lekkere lunch en Zee neemt ons nog mee naar mooie baaien en een waterval. Hij heeft een onderhoudende dag voor ons georganiseerd. Vervolgens zet hij ons aan het eind van de dag af in Charlotteville en rekenen we met hem af. Een heerlijk ongemakkelijk eind van een gave dag blijkt dat te zijn. De prijs is namelijk niet in TT Dollars maar in US Dollars. Zee komt ons gelukkig tegemoet en de touroperator laten we weten dat de valuta duidelijk genoemd moet worden.

    Toertje a € 500,-…

    Na een week in het immer ontspannen en gezellige Charlotteville varen we naar de baai Anse Bateau. Deze baai ligt aan de Atlantische kust, desalniettemin liggen we hier heel goed beschut voor de deining. De twee eilandjes Little Tobago en Goat Island vangen de golven namelijk op. We liggen als enige boot in deze mooie baai en genieten van de privacy.
    Waar we ook van genieten zijn de prachtige wandeltochten die we hier maken. De tocht langs de kust omhoog, voorbij vijf geiten en bloeiende katoenplanten, is overweldigend en eindigt op een van de mooiste stranden waar ik ooit ben geweest: Starwood Bay, genoemd naar de plantage die hier ooit zat, helemaal voor ons alleen.
    Elke dag maken we een wandeling. In het woud ontdekken we paden, deze blijken nog te komen uit de tijd van de Amerindians, die we volgen. We vinden zoveel paden dat we elke dag een andere wandeling kunnen maken. En bij aankomst op de boot springen we het water in om af te koelen en te snorkelen. We hebben een heel relaxte en fijne tijd in deze baai.

    Nadat alle paden bewandeld zijn in Anse Bateau, varen we terug naar Charlotteville. We zien daar de zeilboot Walkabout die aangekomen is uit Suriname, leuk om elkaar weer te spreken. En het dorpje blijft als thuiskomen voelen. ‘Jullie zijn er nog,’ zegt de groenteboer. ‘Waar zijn jullie geweest?’ Ik vertel naar welke baai we waren en dat we over een paar dagen de rest van de noordkant gaan verkennen.

    Net als zijn groentestal is het ieniemienie eettentje Seaside een van onze vaste adressen. Elke ochtend als we er langs lopen staat er iets anders op het krijtbord. We proeven alles wat het meisje achter de balie zelf – met hulp van de eigenaresse, vertelt ze vol trots – heeft klaargemaakt. Op een ochtend verkoopt ze ijs, een van de drie smaken is currykokos. Die willen we proberen! De smaak is heel bijzonder, kerrie met het zoete van kokos: verrukkelijk.

    IJs!

    Na een kleine week, we zijn inmiddels al bijna drie weken in Tobago gaan we verder baaihoppen. We liggen twee nachten als enige boot in de prachtige Englishman Bay waar we heel goed kunnen snorkelen. We zien de kleurigste vissen, prachtig koraal en zelfs grote roggen. Wanneer we in de avond met verse tonijn aan het barbecuen zijn, geniet ik volkomen. Het is zo ontspannen en perfect.

    Als laatste bestemming gaan we naar Pigeon Point, het meest westelijke punt van het mooie eiland. Hier zijn we de vorige keer niet geweest. Deze plek is dus nieuw voor ons en we zijn aangenaam verrast. Ons uitzicht bestaat uit kristalhelder water, een wit strand vol met palmbomen, een handjevol windsurfers en kiters, af en toe een schildpad en kleurige strandtenten waar de sfeer goed is. We leren hier Akko en Lisa kennen van de zeilboot Choctaw. ‘Vanavond weer bij die ene tent?’ Bijna elke avond zien we ze op het strand en kletsen we totdat de eigenaar ons vertelt dat hij gaat sluiten.

    Omdat het westelijke deel van het eiland een stuk vlakker is, besluiten we het wandelen in te wisselen voor fietsen. We brengen de vouwfietsen aan land. Terwijl Jouke de fietsjes over de reling tilt, zit ik in de bijboot om ze aan te nemen. Twee ingeklapte vouwfietsen en ik passen precies in de kleine rubberen boot. Ik heb geluk: onze Yamaha Malta start meteen. Tussen de ondieptes van de riffen door stuur ik richting het strand naar de plek waar de golven het kleinst zijn. Zodra het heel ondiep wordt, draai ik snel het kraantje en de ontluchting van de buitenboordmotor dicht. Ik kantel vervolgens direct de motor zodat de staart niet de bodem raakt. Tot nu toe verloopt alles goed, zeg ik tegen mezelf. Nu komt het een na lastigste deel, vind ik: de landing. De lichte deining draait de boot negentig graden en de zijkant komt op het strand. Ik stap uit de boot om ‘m omhoog het strand op te trekken. Shit, ik stap aan de verkeerde kant uit de boot en sta niet op het strand maar in het water en ben tot en met mijn korte broek doorweekt. Ok, kan gebeuren. De fietsen sjouw ik uit de bijboot en zet ik tegen de dichtst bijzijnde palmboom. Nu komt het allerlastigste van deze onderneming: wegvaren. Hoe doet Jouke dit ook alweer? Ik duw de boot het water in en direct duwt een golf ‘m weer op de kant. Nog eens proberen. Pffff het lukt me niet. Ik besluit de bijboot om te draaien en de achterkant eerst in het water te duwen. Intussen ben ik al helemaal doorweekt. De eerste golf legt de boot zijwaarts, dat wil ik niet. Volgens mij moet ik eerst gaan roeien, zodra het diep genoeg is kan ik de motor laten zakken. Ik probeer het nu opnieuw, maar roei per ongeluk de verkeerde kant op en beland weer op het strand. Intussen kijk ik om me heen of iemand me kan helpen. Ik zie niemand, wat me ook wel weer geruststelt omdat ik me inmiddels behoorlijk begin te schamen voor mijn gehannes. Ok, nog een keer proberen. Poging acht. Achterwaarts duw ik de boot in het water zo ver mogelijk dat het diep genoeg is om de motor te laten zakken, ik spring er meteen zelf in, laat de motor zakken, zet het kraantje open, draai de ontluchter open, trek de shoke uit, start de motor, duw de shoke weer in, zet de motor in zijn vooruit en yessssss het lukt! Zo trots als een pauw vaar ik naar het moederschip toe. Opgetogen zit ik aan de stuurknuppel en geniet van het mooie uitzicht en de wind door mijn haren. He, wat is dit? Uit het niets valt de motor uit. Ik vrees dat de benzine op is en ga weer roeien. De wind blaast me de open zee op en het duurt even voordat ik door heb dat ik richting het dorpje in het westen moet roeien om goed uit te komen. ‘Het lijkt me een goed idee als ik vanaf nu de bijboot bestuur.’ ‘Precies dat wilde ik ook al voorstellen’, zegt Jouke.

    We hebben een heerlijke tijd gehad in Tobago en gaan nu na vier weken door naar de volgende bestemming: Martinique.

    Hieronder de laatste foto’s van Tobago: prachtige baaien waar we vaak alleen lagen, oude plantages, jungle en verschillende inklaar- en uitklaar kantoortjes.

  • In de ban van switi Sranan

    In de ban van switi Sranan

    De velletjes van de pommelo pulk ik zorgvuldig van de vrucht. Je krijgt ze namelijk niet doorgebeten. ‘Dat is niet hoe Surinamers dat doen’, zegt Kenneth lachend. Eerder heeft hij me geleerd hoe ik een komkommer klaarmaak. Je snijdt het bovenste stukje eraf en draait dat rond op de rest van de komkommer, een melkachige substantie verschijnt op de groente. ‘Dan snijd je nog een dun plakje eraf.’ Hetzelfde raadt hij me aan te doen bij de andere kant van de groente. En verrek! We vonden de komkommers al zo bitter, nu smaakt de groente heerlijk. Een beetje zoetig. Hoe ik de pommelo eigenlijk moet behandelen, hoor ik niet. Ik heb de citrusvrucht al zodanig behandeld dat ik alleen door kan gaan op de onhandige manier waarop ik ben begonnen.

    Het is eind februari en we logeren in Groningen. Hoewel deze plaats de hoofdplaats is van het district Saramacca telt het maar een handjevol straten. Er wonen nog geen 3000 mensen. Het is de plek waar in 1845, iets meer dan twintig jaar voor de afschaffing van de slavernij in 1873, boeren uit Nederland zich vestigden. Ze hielden het niet lang uit in Groningen. Het tropische klimaat, slangenbeten, moeilijk te bewerken grond en weinig steun van de overheid maakten dat men er wegtrok, als de Nederlandse boer niet al was overleden. Afstammelingen van de paar gebleven boeren worden boeroes genoemd. Ze zijn te herkennen aan hun witte huid. Er schijnt nog een aantal in Groningen te wonen. We zijn nieuwsgierig naar deze historische plek met haar exotische naam.

    Op 4 januari kwamen we aan in Suriname. Dat we eind februari eindelijk samen een meerdaagse trip kunnen maken is heel goed nieuws. Jouke heeft tijdens de oversteek een blessure opgelopen waardoor hij niet lang kan zitten. Door het weinige bewegen onderweg is zijn SI-gewricht geblokkeerd. Sinds half januari is hij onder behandeling van een fysiotherapeut. Met name opstaan na het zitten deed ongelooflijk veel pijn. Lange autoritten ondernamen we daarom niet. Het gaat langzaamaan gelukkig steeds beter met hem en we durven het zes weken na aankomst aan om de reis naar Groningen, zo’n twee uur rijden, te maken.

    We vertrekken op de bonnefooi in onze gehuurde Mitsubishi Pajero, een fourwheeldrive waarmee we goed over onverharde wegen en kuilen kunnen rijden. Op Google vonden we van tevoren drie adressen waar we konden logeren. We besloten niets te reserveren, zodat we op de plek zelf een keuze kunnen maken. Het eerste adres denken we meteen te vinden: een oud, vergeeld bord langs de weg geeft aan dat we voor het pension een onverharde weg in moeten rijden. We rijden de weg bijna helemaal af maar zien niets wat lijkt op een levendige herberg. ‘Laten we de volgende proberen, deze bestaat volgens mij niet meer.’ Ik rijd de dichtstbijzijnde oprit op om te kunnen keren zonder in de greppel te belanden. Op naar nummer twee. ‘Klopt het adres wel?’ We staan voor een verlaten terrein met vervallen houten huizen. Aan een van de ooit witte panden hangt wel was te drogen, maar we zien niemand. Het hek van het zandterrein zit op slot. De huizen zijn zo vervallen dat ik, in tegenstelling tot Jouke, ook niet mijn best wil doen om hier te kunnen slapen.

    ‘In de buurt is nog een resort, laten we daarheen rijden.’ Ik start de Pajero en Jouke leidt me naar het derde adres. We rijden over een prachtige, groene, onverharde straat. De grote schuifpoort van het resort is dicht, maar de deur ernaast staat open. ‘Hallo!’ we lopen het terrein op en verwachten een reactie te krijgen. ‘ Is daar iemand?’ Hmmm, we zien en horen niemand. Ik bel het nummer dat op het bord staat. Geen reactie. ‘Zullen we dan toch maar proberen of dat eerste hotel nog bestaat? Misschien hadden we nog verder die straat in moeten rijden,’ zeg ik, wat teleurgesteld omdat deze laatste plek er zo mooi uitziet.

    We rijden opnieuw de Wirantalaan op. Een auto achter ons slaat ook af en rijdt achter ons aan. We stoppen om de bestuurder te vragen naar het pension. Het blijkt het eerste pand te zijn. De man vertelt ons dat het pension niet meer actief is maar dat het goed kan zijn dat er wel een kamer te huur is. We spreken vervolgens over de situatie in Paramaribo. Nog geen week geleden waren daar rellen. Hij waarschuwt ons, als bakra’s, om er niet heen te gaan. Voor hem is het er ook niet veilig. ‘Ik ben Hindostaans toch. Net als Santokhi. Daarom is het er niet veilig voor ons.’

    We rijden het terrein op en een oudere man loopt op ons af. Hij wil ons eerst de kamer laten zien, dan kunnen we erna besluiten of we er willen slapen of niet. Zijn plan is om de kamers op te knappen, zodra de overname van het pension helemaal rond is. Hoewel de kamer inderdaad erg basic is, besluiten we er te blijven. Keuze hebben we immers niet.

    Onze host is Kenneth, een creoolse man van 68. We hebben een fantastische tijd op zijn terrein en in Groningen. Het is een gemoedelijk plaatsje met een mooie waterkant aan de Saramaccarivier. Maar het leukst vind ik de verhalen van Kenneth, vooral wanneer hij vertelt over zijn activistische verleden en zijn kameraden. Onder het met palmbladeren overdekte prieel kletsen we uren met hem. ‘Ik heb wel eens gedacht om een boek te schrijven over alles wat we hebben meegemaakt. Maar Desi (Bouterse) zei me: “Je weet dat we niet alles kunnen opschrijven.’” We leren zo veel over Suriname, over haar droevige doch rijke geschiedenis, de achtergronden van de mensen die er wonen en over de deplorabele situatie van het land op dit moment. Op onze ereaders lezen we, tegelijkertijd, De Doorsons van Roline Redmond. Haar grondige en prachtig beschreven onderzoek naar de achtergronden van haar familie leert ons de plek waar we zijn beter te begrijpen. Redmond beschrijft de Surinaamse geschiedenis zo dat ik de verhalen van Kenneth en anderen die we spreken kan plaatsen in de complexe geschiedenis.

    Na twee nachten gaan we verder. We krijgen casave, verse vruchtensap en drie heerlijke waternoten mee. Alles uit eigen tuin. Elke Surinamer leert al jong hoe je groente en fruit verbouwt, wordt ons verteld. Overal waar we wandelen en fietsen zien we mango’s uit bomen vallen, papaya’s wachten om geplukt te worden, we zien staken voor de kousenband langs elk pad, tomatenplanten, pompoenen en aubergines over de grond krioelen, trossen bananen in de palmen hangen. Iedereen met een tuin verbouwt zijn eigen groente en fruit, en alles lijkt het zo goed te doen in dit tropische klimaat.

    De overweldigende en alom aanwezige natuur fascineert ons elke dag opnieuw. Vanuit marina Waterland waar we nu al weken met onze boot liggen maken we dagelijks een wandeling. We zien dan doodskopaapjes die van tak naar tak springen, soms kapucijnerapen, we zien schuwe capibara’s, grote vogelspinnen, een keer een stekelvarken, soms een slang, zelfs eens een luiaard, toekans vliegen voorbij en elke avond spotten we dezelfde kaaiman.

    We zijn in de ban van het land. Van haar vriendelijke mensen, hun culturen, hun geschiedenissen, hoe de mensen met hun verschillende achtergronden samenleven, van de taal die ook onze taal is maar soms net wat anders gebruikt wordt en van de jungle.

    We blijven in Suriname totdat Jouke hersteld is, een terugval tijdens de volgende vaartocht willen we zo veel mogelijk voorkomen. Hoe lang dit nog duurt weten we niet. Wat we wel weten is dat we hier zeker terugkomen.

  • Tocht over de Commewijnerivier

    Tocht over de Commewijnerivier

    Gastbijdrage: De ouders van Jouke zijn afgelopen periode bij ons op bezoek geweest in Suriname. Eén van de hoogtepunten was een tocht over de Commewijnerivier. Hieronder de post van Murk de Jong.

    De Surinamerivier is een brede rivier ter hoogte van de voormalige plantage Waterland. Vanaf de steiger van de marina vertrekken we met Jouke en Pleuni aan boord van hun schip de Olim, een kloeke stalen tweemaster. We hebben een tijd gewacht omdat we met de stroming meevaren, ertegenin is geen doen.
    Je realiseert je echt goed dat deze rivieren sterk stromen, onvoorstelbaar wat een kracht. Jouke legt uit dat het springvloed is, het verschil tussen eb en vloed is nu het grootst, dus de stroming is nu het sterkst.

    Na 3 uur varen bereiken we de monding van de Commewijnerivier, die uitkomt in de Surinamerivier. De afgelopen uren hebben we Chinese, Braziliaanse, Surinaamse, Nederlandse vissersschepen mogen bewonderen die deels ankeren. Deze mengelmoes van schepen laat mooi zien dat Suriname een smeltkroes is ook op nautisch gebied. De hoge ietwat iele Bosjebrug ( Verbastering van de naam van oud president Wijdenbosch)zijn wij onderdoor gevaren, langs het oude Duitse oorlogswrak de Goslar, dat in 1940 door de commandant tot zinken is gebracht om niet in handen te vallen van de geallieerden. Ondanks allerlei pogingen om het schip te lichten rust het daar nog steeds en dat zal ook wel zo blijven.

    De eerste ankerplaats is aan de oever van plantage Alliance waar een kreek uitmondt in de Commewijnerivier. Een gouden plek om te ankeren,stil, natuurschoon en geen muskieten te zien. Snel overboord voor een zwemtochtje om de boot heen en nog een keer, maar door de sterke stroming kost het veel kracht en toch wel een kwartier. Jouke en Murk hebben het zweet op de rug en klimmen in het donker moeizaam aan boord. Pleuni houdt alles scherp in de gaten, de bijboot ligt stand-by, je weet maar nooit met die stroming. Na een koele en diepe slaap wordt na het ontbijt de bijboot klaar gemaakt met SUP. Pleuni bedient de bijboot, Jouke zit op de SUP. Op de snelstromende kreek heeft de motor er steeds minder zin in en Pleuni stapt over op de SUP en Jouke in de bijboot. Sputterend en rochelend houdt de motor er mee op. Er is geen paniek maar spannend is het wel als eindelijk het motortje het weer een beetje doet. Wij arriveren in Bakkie, een werkelijk prachtige plek met museum. Hier krijgen we een warme lunch met daarna rondleiding. We hebben beloofd niet uit de school te klappen maar Bakkie komt de komende tijd met spannend archeologisch nieuws. Bas en Marsha dank voor jullie gastvrijheid!

    Met een gelukkig ietwat beter draaiende motor komen we aan bij de Olim die onverstoorbaar voor anker ligt. Gebruik makend van het tij en gunstige stroming varen we hoger de rivier op en nemen de afslag naar de Cottica. Voor het vallen van de nacht ankeren we, het is passen en meten, de rivier is smaller en Jouke wil het risico niet lopen dat andere schepen niet kunnen passeren. Het zijn overdag voornamelijk korjalen, op de vingers van 1 hand te tellen, maar toch… Iedereen die voorbij komt groet vriendelijk, zo hebben we de Surinamers inmiddels wel leren kennen.

    We noemen de plek muskietenbaai, geen wind en half onder de bomen. Wakker worden is daarentegen een pretje, de brulapen overstemmen elk geluid. Met gunstige stroming vertrekken we naar Frederiksdorp waar we een lange wandeling maken. Het is uitkijken geblazen met de met water gevulde kuilen, luidblaffende honden met puppies en half verrotte bruggetjes. Tot onze verbazing passeert ons een gezin op de fiets die onze waarschuwing lachend in de wind slaat. Teruggekomen bij de oude plantage gebouwen komen we ze weer luidlachend tegen, alles is rustig! De oude plantage gebouwen zijn mooi gerestaureerd met een niet geheel bijpassend zwembad en wat merkwaardige lodges.

    We zoeken met ons vieren in de bijboot weer de Olim op, alles loopt gesmeerd, tot onze verrassing. Geen motor die sputtert en geen man overboord. We worden uitgezwaaid door een groep schaterlachende mannen die bijna achterovervallen van zo een klein bootje met grote passagiers!

    Jouke start de motor van de Olim, we varen naar de brede monding van de Suriname en Commewijne rivier ter hoogte van Leonsberg. Met stroom mee zijn we aangekomen op de ankerplek tussen de vele Braziliaanse vissersschepen. Ankeren lukt goed maar Jouke kiest er na enige tijd voor om te gaan verleggen. De vissersschepen hebben enorm lange ankertouwen en bij het kenteren zwaaien ze flink uit. Ook krabben ze behoorlijk, de volgende ochtend horen we dat Jouke en Pleuni in de nacht flink in de weer zijn geweest om een nieuwe plek te zoeken. wij slapen zoals altijd tijdens deze reis als marmotten! De vissers hebben het niet in de gaten gehad, de avond hadden ze volop besteed aan damesbezoek.
    “Mas, Mas, Mas, here the Tropicalexpress, “klinkt door de marifoon, “we are waiting for your permission to “… De Maritieme Autoriteit Suriname zwijgt stil. Na 4 nieuwe pogingen en 10 minuten later wordt gereageerd, we lachen allemaal aan boord. Ook dit is Suriname!
    We vertrekken met het tij mee richting Paramaribo. Het avontuur is bijna ten einde.

  • Drie man sterk de oceaan over

    Drie man sterk de oceaan over

    Op zondag 11 december komt Gert-Jan aan op Tenerife. Vannacht hebben we een foto gekregen waarop hij op Schiphol door zijn vriendin en drie kinderen wordt uitgezwaaid. Nu zien we hem van verre aan komen lopen, een opvallend wit gezicht en als enige een lange broek dragend. Onze opstapper is gearriveerd! Wat betekent dat de overtocht naar Suriname heel snel gaat gebeuren.

    Hoewel de Canarische Eilanden Spaans zijn, hebben we voor Gert-Jans aankomst een tafel voor drie gereserveerd bij een Sunday Roast. Zuid-Tenerife is zo populair onder Britten dat het heel ver zoeken is naar een karaf sangria, de pubs met cider en pints vind je daarentegen op elke hoek van de straat.

    Dinsdagmiddag zijn wij en de boot er klaar voor. We hebben nog verse groentes en fruit gehaald. De rest van de boodschappen zijn al op vrijdag bezorgd op de steiger. We hebben de twee watertanks helemaal bijgevuld, de haven betaald, podcastst en ebooks gedownload en de laatste appjes verstuurd. Op naar de tropen!

    De oversteek van december 2016 deden Jouke en ik met z’n tweëen. De boot was te klein voor een derde passagier. En het lukte ons goed om met twee man de boot te besturen. Maar met onze huidige boot is er wel plek voor een opstapper. En één persoon extra aan boord is hartstikke handig. Gert-Jan zeilt graag en heeft al langer het plan om een oceaan over te steken. Hij heeft een enorme interesse in het zeeleven. Hij kijkt uit naar de zeezoogdieren, vissen en vogels die je tegen kunt komen midden op de Atlantische Oceaan. We weten dat de combinatie Gert-Jan, Jouke en Pleuni goed werkt aan boord. Niet onbelangrijk als je vier weken op een paar vierkante meter met elkaar gaat doorbrengen. We vinden het super dat Gert-Jan het heeft kunnen regelen met werk en thuis zodat hij ons kan vergezellen op deze immense tocht. We hebben er zin in!

    Een immense tocht die in totaal tweëentwintig dagen blijkt te duren. Tweëentwintig dagen op een boot zonder land te zien. De dagen lopen in mijn herinnering door elkaar. Hoe hebben we ons al deze dagen beziggehouden? Hoe zag een willekeurige dag eruit tussen 13 december en 4 januari?

    0.00 uur mijn wacht begint
    De wekker gaat. Bij het verdelen van de drie wachten koos ik voor de wacht van 0.00 uur tot 4.00 uur. Ik wissel Jouke af die wacht heeft van 20.00 uur tot 0.00 uur. Hij heeft de meest relaxte dienst maar staat ook altijd standby. We kunnen hem wakker maken als we ’s nachts hulp nodig hebben. Als Jouke en ik met z’n tweëen varen hebben we ieder twee diensten van drie uur. Nu duurt de dienst een uur langer maar hoef ik er gelukkig maar één keer uit.
    Met de wissel van de wacht vertelt Jouke of er iets is waar ik op moet letten. ‘De wind is ietsje gedraaid ten nadele van onze koers. Je kunt niet verder afvallen.’ We gaan wat van de koers af, bij daglicht zullen we dan met z’n driëen gijpen.
    Als het rustig is, kijk ik tijdens mijn wacht elk kwartier om me heen. We hebben AIS, wat betekent dat boten met AIS ons op hun scherm zien en wij zien hen. Omdat niet alle boten AIS hebben, blijft het noodzakelijk om ook buiten te kijken.
    De rest van de wacht lees ik. Wow, wat is Het lied van ooievaar en dromedaris van Anjet Daanje een prachtig boek. De hele eerste week ben ik in de ban van Eliza May Drayden.
    De nachten zijn helder, de sterren en planeten schijnen en stralen ons toe. In de eerste nachten regent het vallende sterren. De maan wordt elke nacht wat kleiner. En gelukkig ook weer groter na twee weken. Hoe lichter het buiten is, hoe prettiger ik het ’s nachts vind. De zee lijkt zo onstuimig wanneer het heel donker is.
    Hoe meer verkeer er om ons heen is, hoe sneller een dienst gaat voor mijn gevoel. Het in de gaten houden van de koers van een schip dat op anderhalf uur varen van ons verwijderd is, zorgt ervoor dat ik actief om me heen kijk en goed het scherm in de gaten houd. Het komt vreemd genoeg toch wel eens voor dat we op ramkoers met een schip liggen. Met een kleine koerswijziging waarbij we de zeilen niet hoeven aan te passen is het meestal opgelost.
    We zien steeds minder schepen op de AIS. De boten die we zien, zijn meestal vrachtschepen, soms vissers en soms andere zeilschepen. In de eerste dagen komen we zelfs geregeld roeiboten tegen. Deze roeiers doen mee met een race om de Atlantische Oceaan over te steken. Mega dapper om in zo’n kleine boot zo’n afstand af te leggen. Desalniettemin hebben we ze weleens vervloekt; hun lichtjes zijn slecht te zien, hun AIS valt geregeld uit en wanneer je ze oproept reageren ze niet altijd.
    Om vier uur ’s nachts komt Gert-Jan me aflossen. Yes, ik mag weer gaan slapen!

    8.00 uur de hengels gaan uit
    Jouke staat rond zeven uur op om samen met Gert-Jan na te gaan of de koers nog klopt. We varen de meeste dagen tussen ruime wind en voor de wind in. We hebben onze genua uitgeboomd, zodat deze goed de ene kant op blijft staan. Het grootzeil staat aan de andere kant. Melkmeisje wordt deze zeilconfiguratie ook wel genoemd.
    Op de kaart hebben we een lijn van 2650 mijl lang getekend die we willen varen. We varen in eerste instantie een meer zuidelijke koers richting Kaap Verdië. Zodra we honderd mijl boven deze eilandengroep zijn, zetten we koers naar Suriname om zo met de passaatwind de juiste kant op te varen. Door een wijziging in de wind kan het soms gebeuren dat we van de koers afvaren. Dan zetten we de zeilen om. Jouke en Gert-Jan ontfermen zich over de boom. Het omzetten van de boom is best een zware klus die ik aan hen overlaat.
    Ik sta om acht uur op omdat we dan met z’n driëen ontbijten. We eten muesli met houdbare melk, fruit en noten. De eerste dagen eten we als fruit bananen, na een paar dagen zijn deze op. De kiwi’s worden vervolgens zacht en dan eten we die. Hierna eten we de appels, dan de sinasappelen en als laatst de grapefruits. Bij de muesli drinken we oploskoffie. Het is een verrukkelijk ontbijt.
    Na het ontbijt gooien we twee hengels uit. Welk aas zullen we er vandaag aan doen? We speculeren welke vissen er zullen zwemmen op de plek waar we zijn. En welke willen we vangen? ‘Laten we het eerst proberen met een duiker aan de ene kant en een octopus aan de andere kant.’ We hangen ook nog een grote teaser zonder haken in het water om de vissen te lokken. Met succes! We vangen de ene naar de andere mahi mahi en tonijn. De meesten gooien we terug, de vissen van groot formaat halen we wel binnen én eten we op. Het doodmaken, fileren en bereiden kost zo veel tijd dat we kieskeurig zijn.

    12.00 uur tijd voor de tussenstand
    Elke dag om twaalf uur duik ik de machinekamer in om de waterstand op te meten. In de twee tanks past in totaal 1850 liter water. De tanks waren vol bij vertrek. Door de watermeterstand af te lezen weten we precies wat het verbruik is de afgelopen vierentwintig uur . ’70 liter, wat is dat veel. Hoe kan dat?’ Oja, we hadden gisteren alledrie een douche gepakt. Douchen doen we op het voordek, wat nog een behoorlijke uitdaging is op een boot die gigantisch schommelt. Ik douche zittend, waarbij ik me klem zet tussen de giek van de kotterfok en het gangboord.
    We gaan lunchen. De eerste dagen maken we tosti’s. Elke dag probeert degene die aan de beurt is voor de lunch te variëren: met gefruite uitjes, met tonijn, jalepenopepers, tomaten. Totdat het brood op is na anderhalve week. Dan maken we salade met blikvoer en flink veel mayonaise. Of we lunchen met de zelfgevangen mahi mahi.

    16.00 uur podcast en een spelletje
    Gedurende de hele dag kijkt Gert-Jan om zich heen op zoek naar zeeleven. Hij spot de ene pijlstormvogel na de ander. Hij ziet dolfijnen op ons afkomen, een tonijn die niet wil bijten maar wel de hele dag met ons meezwemt, tropic birds die boven ons vliegen. In zijn determinatieboeken zoekt hij de namen op van wat we tegenkomen. Hij maakt foto’s om thuis de waarneming te laten controleren door experts en hij noteert wat hij ziet. We zien zo veel meer natuur met hem aan boord. Heel gaaf!
    Maar om vier uur is het tijd om de verrekijker en camera weg te leggen. Dan spelen we, geen dag uitgezonderd, een potje Keer op keer. En luisteren we met z’n driëen naar een podcast. De eerste week zijn we in de ban van Rian. ‘Is het weer tijd voor onze cybercharlatan?’ De tweede week is Poetin aan de beurt en de derde week houdt de Nigeriaanse vader van de podcast Ouder ons bezig.

    20.00 uur tijd om naar bed te gaan.
    Om acht uur is het bedtijd voor mij, want vier uur later gaat de wekker weer.

  • Klussen én ontspannen op de Canarische eilanden

    Klussen én ontspannen op de Canarische eilanden

    Wie weet valt het mee, denken we als we vanuit Zuid-Spanje vertrekken naar de Canarische eilanden. Twee dagen geen wind op een tocht van 560 mijl is voorspeld. Geen perfect weervenster. Maar we gaan toch. Waarom wachten we niet op betere wind?

    Half december zullen we de oceaan gaan oversteken naar Suriname. Dit moment staat vast en hoe later we vertrekken uit Zuid-Spanje, hoe korter we op de Canarische eilanden zijn. En we hebben nog een behoorlijke takenlijst voordat we de oceaan kunnen oversteken. Deze taken willen we op de zonnige Spaanse archipel afronden. Kortom, we worden wat onrustig en willen door.

    Nog minder wind dan voorspeld
    We doen er zeven en een halve dag over om van Ayamonte naar Isla Graciosa te varen. In plaats van twee windstille dagen hadden we er wel vier. Dat betekende dat we veel hebben moeten motoren en zelfs een nacht hebben gedobberd met de zeilen neer. Helemaal geen voortgang maken, vind ik toch wel frustrerender dan ik had gedacht. We zijn dan ook heel blij als we een beetje wind hebben en wel twee knopen vooruit gaan!
    Pas zodra we land in zicht zien, trekt de wind echt aan. In het donker laten we ons anker vallen en het waait harder dan we de hele vaartocht hebben meegemaakt. Is het niet ironisch, denk je niet? Nou ja, we zijn er.

    Zonnepanelen installeren op Isla Graciosa
    Nu kan het klussen gaan beginnen! In de ankerbaai installeren we vier nieuwe zonnepanelen aan de reling. Jouke heeft de klus van tevoren van voor tot achter uitgedacht en alle benodigde spullen hebben we al maanden in huis en vervolgens aan boord. Na zeven volle dagen zagen, solderen, gaten boren en draden doortrekken zitten de panelen erop. Vlak voordat we ze aansluiten kijk ik hoeveel stroom er binnenkomt: 2 ampère. En yes! Een seconde later komt er elf ampère binnen. Vanaf nu hebben we voldoende stroom, zelfs voor windstille vaartochten wanneer we de stuurautomaat moeten gebruiken.

    Inslaan op Gran Canaria
    Na een volle week ankeren bij Isla Graciosa varen we, dit keer met veel te veel wind, naar Las Palmas. Las Palmas is de hoofdstad van Gran Canaria. Voor ons een nieuwe bestemming. Er is zo veel wind dat we alleen met de genua omhoog meer dan genoeg vaart hebben. Het is een onstuimige tocht van een etmaal. Wanneer ik mag slapen, schrik ik wakker van een bak water in mijn gezicht. Een grote golf heeft via het slaapkamerraam zijn weg naar mijn bed gevonden. Ik lig in een enorme plas zeewater. Ik kijk nu nog meer uit naar het einde van deze tocht, dan kunnen we het matras uitspoelen en onze andere slaapkamer klaarmaken voor de komende dagen.

    In de hoofdstad van Gran Canaria zitten de beste watersportwinkels van de Canarische eilanden. Drie dagen lang fietsen we de hele stad door op onze vouwfietsen om een soldeerbout, snorkelsets, nieuwe vallen en onder andere een gaf te halen. Een gaf is een grote haak om een gevangen vis mee aan boord te trekken.

    Net als op Isla Graciosa hebben we ook in Las Palmas heel gezellig contact met andere zeilers. Ervaringen uitwisselen met nieuwe vrienden die met hetzelfde bezig zijn, maakt het leven op de boot nog veel leuker dan het al is.

    En door naar Tenerife
    De laatste twee weken voor de oversteek brengen we door in het zuiden van Tenerife. Hier krijgen we namelijk bezoek! Joukes broer Willem, zijn vriendin Joanne en hun zoon Fons hebben een all inclusive op loopafstand van de haven geboekt. Zo gezellig om een week met elkaar hier door te brengen.
    Wanneer het bezoek in Nederland is om Sinterklaas te vieren, pakken wij onze klussenlijst weer op. De windvaan moet nog gecheckt worden, de nieuwe genua gaan we verwisselen voor de oude, flinke boodschappen gaan we doen, et cetera. Want precies over een week, op elf december, verwachten we de oceaan over te gaan steken.