-
Onze tour de France in de Caraïben

Na een tocht met veel meer wind, een veel scherpere koers, een stuk hogere golven en meer snelheid dan verwacht komen we na anderhalve dag in het pikkedonker aan in Martinique. We zijn er! Maar nog niet nadat ik met een felle zaklamp door de baai schijn op zoek naar doorzichtige plastic flesjes. Deze flesjes zitten vast aan lijnen waaraan grote stalen kreeftenfuiken zitten. Als we eroverheen varen, kan de lijn in de schroef komen en mag degene die het best kan duiken – Jouke – het water in om de lijn eruit te halen. Gelukkig zie ik ze telkens net op tijd, terwijl tientallen grote vissen opspringen. Waarschijnlijk komen ze af op het licht.
De tocht was niet alleen pittiger dan verwacht door de weersomstandigheden. Jouke en ik waren ook niet in topvorm. Bij aankomst in Anse, wat baai betekent, d’Arlet bleek ik covid te hebben en Jouke kon doordat de boot op een oor beukte door de golven zijn oefeningen niet doen. Zijn blessure speelde behoorlijk op.



We kwamen eigenlijk enkel naar Martinique omdat dit Franse eiland de beste plek is om onze voedselvoorraden aan te vullen, nieuwe bootspullen te kopen en omdat er een Decathlon zit. Maar we besloten ook in Anse d’ Arlet: we gaan hier minimaal een maand blijven, we willen het eiland goed leren kennen.
Toen we zes jaar geleden in Martinique waren, zijn we er zeer kort gebleven: even bevoorraden en weer door. Nu hebben we in tegenstelling tot toen veel minder een plan én veel meer tijd, we weten niet eens hoe lang we op reis zullen gaan. Ik vind het zo enorm luxe dat we geen tijdsdruk hebben en dat we dus bijvoorbeeld voor zo’n klein eiland als Martinique alle tijd die we willen kunnen nemen.






Na een dag of vijf in de baai te hebben gesnorkeld en gewandeld, gaan we op weg. We gaan iets best bijzonders doen, namelijk het hele eiland rondvaren. Onze Tour de Martinique, tegen de klok in. Het bijzondere hiervan is het bezeilen van de oostkust. Onze pilot, een soort ANWB-gids voor zeilers, heeft de hele Carieb in kaart gebracht behalve precies dit gebied. ‘This area is pleasant and interesting, but also tricky, with many reefs and shoals in water that is often difficult to read’, is de reden van het weglaten zo schrijft Chris Doyle in de Sailors Guide.
Van andere zeilers die deze tour hebben gemaakt in de coronatijd omdat alle andere eilanden potdicht zaten, hoorden we hoe verschrikkelijk mooi en ruig de oostkant is. De oostkant kan uitdagend zijn, de boot ligt dan open en bloot op de Atlantische Oceaan. Maar met weinig wind, en dat is precies de voorspelling, is die kant heel goed te doen. Schijnt. Koraalriffen beschermen je namelijk voor de oceaandeining.
Met de route van onze bevriende voorgangers als zip-bestand in onze waterkaart geplaatst en de Navily-app met tips voor ankerplekken gaan we 23 april de hoek om. We kunnen altijd omkeren als we dreigen op een rif te varen.
Eerst tanken we nog 1800 liter water in Le Marin tussen 1500 andere zeilboten. Als we een paar uur later tussen de koraalriffen door varend voor een prachtig geel strand en achter een klein eilandje met enkel een vuurtoren erop het anker laten zakken. Het contrast met Le Marin kan haast niet groter, want we delen deze prachtige ankerplek met één andere boot.
De dag erna kruipen we omhoog. Er is weinig wind, net genoeg om te zeilen. Op naar de volgende baai in de mangrove. Op deze manier varen we in een traag tempo de hele oostkust af. We snorkelen door prachtig koraal en de kleurrijkste vissen, roggen schieten onder ons voorbij en af en toe komt een grote barracuda nieuwsgierig ons in de gaten houden. Aan land kun je op alle plekken uitstekend wandelen, we volgen gewoon de gele bordjes en keren om als we er genoeg van hebben. Zo ankeren we in meer dan vijftien baaien, waar we geregeld de hele anse voor ons zelf hebben.











Intussen doet Jouke elke dag zijn cycle: een reeks oefeningen op het dek, dat er intussen uit begint te zien als een sportschool met elastieken aan de verstaging, een grote rol en kussens die als mat fungeren. Hoewel hij er intensief mee bezig is, vinden we dat de klachten lang aanhouden. Al zo’n vijf maanden. Op dagen dat hij met hevige pijn opstaat, baart het ons best wat zorgen. We besluiten daarom om in de laatste stop van ons rondje, dat is de hoofdstad Fort-de-France aan de westkant, een dokter te bezoeken.
Eerst varen we nog langs het tropisch regenwoud in het noorden, waar de natuur ons aan Tobago doet denken. Dan zakken we af via de westkust naar het stadje St Pierre en bezoeken we een van de rumdistillerijen waar we meegenomen worden in de weg die de rietsuiker aflegt voordat de stengels een heel erg lekkere rum worden.











Vervolgens varen we op de motor naar Fort-de-France. In bijna vier weken hebben we het hele eiland op ons gemak gerond. We zijn van het eiland gaan houden, de afwisselende natuur, de supervriendelijke en rustige mensen, de Europese toegankelijkheid, de ontspannen sfeer. We maken in deze stad een afspraak met de dokter, op 10 juni kan Jouke er terecht voor een scan. Dat geeft ons alle tijd om nog een rondje te maken 😉

















-
Van bruin naar blauw en van zoet naar zout

In de middag van veertien maart, de dag dat ik 41 word, is het zover: we vertrekken uit Suriname na een heel gezellig klein feestje op de steiger met de andere zeilers en Joukes zelf gebakken en geplukte kokoscake.
We gaan naar Tobago! Het kiezen van een volgende bestemming vonden we lastig. Zes jaar terug hebben we al veel Caribische eilanden bezocht. Gaan we nu naar een voor ons nieuwe plek of gaan we terug naar het eiland waar we zo enthousiast over waren? Het wordt het laatste: Tobago was zes jaar terug de plek waar we aankwamen na het oversteken van de Atlantische Oceaan. We vonden het eiland geweldig mooi en we zijn benieuwd hoe het is om er terug te komen. Die nieuwe plekken komen later wel.
Verjaardagsfeestje van Pleuni
Een andere reden dat we voor Tobago kiezen is Joukes blessure. ‘Houd de afstanden zo kort mogelijk’, adviseert zijn fysiotherapeut. Dit eiland ligt het meest dichtbij, de afstand is ‘maar’ 450 mijl. Dat zal drie a vier dagen varen worden aangezien we op deze route stroom mee hebben.
We hebben een perfecte zeiltocht: halve wind en een snelheid van zo’n zes knopen. Prachtige zonsondergangen, dolfijnen bij de boot en lekker zomers weer. Heerlijk! Wel heeft Jouke de eerste dag veel pijn. Hadden we wel moeten gaan? Met een rubberen bandje om zijn benen stapt Jouke minutenlang van links naar recht. Op het trapje strekt hij zijn benen. Met deze oefeningen bootst hij het wandelen na. En gelukkig, op dag twee en drie gaat het heel veel beter. Het is een enorme opluchting.
Heerlijk als het zo gaat, een rustige zee plus wind en stroming uit de goede hoek. Op vrijdagavond komen we in het donker aan in het vissersdorpje Charlotteville. Om in het donker in een baai met boten en rotsen een goede plek te vinden is lastig. Dat we Pirate’s Bay al kennen, maakt het iets minder spannend. Na twee keer proberen, hebben we een geschikte plek gevonden. Het anker grijpt zich vast en we liggen op voldoende afstand van obstakels. ‘Oh, dat is die ene rots waar toen al die pelikanen op zaten. Lagen we de vorige keer daar niet vlak naast?’ Het voelt nu al vertrouwd om terug te zijn.


Pirates Bay De volgende ochtend varen we met onze bijboot naar de kant om in te klaren. ‘Hey you!!’ De harde, schelle stem herkennen we direct: Sonson. Hij legt zijn boot waar hij toeristen af en toe tourtjes mee geeft vast aan een meerboei en vraagt of we hem naar de kant kunnen brengen. Jouke lacht en vertelt Sonson dat we hem zes jaar geleden op precies deze manier hebben ontmoet. De inmiddels grijze man kijkt hem goed aan en herinnert hem zich weer: ‘ Dutchman!!!!!’
De Nederlandse zeilboot Quelinda ligt hier ook. We hebben Charlotte en Paul in Suriname voor het eerst ontmoet en het is erg gezellig om ze hier weer te zien. Zij vragen of we zin hebben om de volgende dag met hen mee te gaan. Ze hebben een tourtje geboekt de natuur in onder leiding van een gids. Voor 150 TTD per persoon (Trinidad and Tobago Dollar, omgerekend iets meer dan twintig euro) neemt de gids ons een dag mee en verzorgt hij ook de lunch. Als we de volgende ochtend om acht uur bij de steiger staan, zijn we blij verrast. Dat is Zilano! De beste birdwatcher van Tobago, toen heeft hij ons rondgeleid over Little Tobago. De tour is wederom fantastisch. Zilano, iedereen noemt hem Zee, hoopt ons de dansende blue back manakins te kunnen laten zien. Ik ken de prachtige beelden van David Attenborough. Wanneer we in het bos lopen, ziet hij twee mannetjes manakins. Klaar om de paringsdans uit te voeren. Maar er moet een vrouwtje komen, liefst meer dan een, voor wie ze gaan dansen. We wachten… en wachten. Er komt maar geen vrouwtje. Na minutenlang muisstil te wachten en kijken, gaan we door. Zee heeft door dat er niet veel verder een nieuwe kans zal zijn. En ja, inderdaad… de twee blauwe vogels staan samen op een takje en springen om de beurt over elkaar heen. Twee vrouwtjes en wij met zijn vijven staan ademloos te kijken naar hun prachtige dans.
We krijgen vervolgens een lekkere lunch en Zee neemt ons nog mee naar mooie baaien en een waterval. Hij heeft een onderhoudende dag voor ons georganiseerd. Vervolgens zet hij ons aan het eind van de dag af in Charlotteville en rekenen we met hem af. Een heerlijk ongemakkelijk eind van een gave dag blijkt dat te zijn. De prijs is namelijk niet in TT Dollars maar in US Dollars. Zee komt ons gelukkig tegemoet en de touroperator laten we weten dat de valuta duidelijk genoemd moet worden.

Toertje a € 500,-… Na een week in het immer ontspannen en gezellige Charlotteville varen we naar de baai Anse Bateau. Deze baai ligt aan de Atlantische kust, desalniettemin liggen we hier heel goed beschut voor de deining. De twee eilandjes Little Tobago en Goat Island vangen de golven namelijk op. We liggen als enige boot in deze mooie baai en genieten van de privacy.
Waar we ook van genieten zijn de prachtige wandeltochten die we hier maken. De tocht langs de kust omhoog, voorbij vijf geiten en bloeiende katoenplanten, is overweldigend en eindigt op een van de mooiste stranden waar ik ooit ben geweest: Starwood Bay, genoemd naar de plantage die hier ooit zat, helemaal voor ons alleen.
Elke dag maken we een wandeling. In het woud ontdekken we paden, deze blijken nog te komen uit de tijd van de Amerindians, die we volgen. We vinden zoveel paden dat we elke dag een andere wandeling kunnen maken. En bij aankomst op de boot springen we het water in om af te koelen en te snorkelen. We hebben een heel relaxte en fijne tijd in deze baai.







Baai Anse Bateaux en Starwood Bay. Vroeger productieve katoen- en suikerrietplantages Nadat alle paden bewandeld zijn in Anse Bateau, varen we terug naar Charlotteville. We zien daar de zeilboot Walkabout die aangekomen is uit Suriname, leuk om elkaar weer te spreken. En het dorpje blijft als thuiskomen voelen. ‘Jullie zijn er nog,’ zegt de groenteboer. ‘Waar zijn jullie geweest?’ Ik vertel naar welke baai we waren en dat we over een paar dagen de rest van de noordkant gaan verkennen.
Net als zijn groentestal is het ieniemienie eettentje Seaside een van onze vaste adressen. Elke ochtend als we er langs lopen staat er iets anders op het krijtbord. We proeven alles wat het meisje achter de balie zelf – met hulp van de eigenaresse, vertelt ze vol trots – heeft klaargemaakt. Op een ochtend verkoopt ze ijs, een van de drie smaken is currykokos. Die willen we proberen! De smaak is heel bijzonder, kerrie met het zoete van kokos: verrukkelijk.


IJs! Na een kleine week, we zijn inmiddels al bijna drie weken in Tobago gaan we verder baaihoppen. We liggen twee nachten als enige boot in de prachtige Englishman Bay waar we heel goed kunnen snorkelen. We zien de kleurigste vissen, prachtig koraal en zelfs grote roggen. Wanneer we in de avond met verse tonijn aan het barbecuen zijn, geniet ik volkomen. Het is zo ontspannen en perfect.








Englishman Bay Als laatste bestemming gaan we naar Pigeon Point, het meest westelijke punt van het mooie eiland. Hier zijn we de vorige keer niet geweest. Deze plek is dus nieuw voor ons en we zijn aangenaam verrast. Ons uitzicht bestaat uit kristalhelder water, een wit strand vol met palmbomen, een handjevol windsurfers en kiters, af en toe een schildpad en kleurige strandtenten waar de sfeer goed is. We leren hier Akko en Lisa kennen van de zeilboot Choctaw. ‘Vanavond weer bij die ene tent?’ Bijna elke avond zien we ze op het strand en kletsen we totdat de eigenaar ons vertelt dat hij gaat sluiten.








Pigeon Point, eigenlijk helemaal geen gekke plek. Omdat het westelijke deel van het eiland een stuk vlakker is, besluiten we het wandelen in te wisselen voor fietsen. We brengen de vouwfietsen aan land. Terwijl Jouke de fietsjes over de reling tilt, zit ik in de bijboot om ze aan te nemen. Twee ingeklapte vouwfietsen en ik passen precies in de kleine rubberen boot. Ik heb geluk: onze Yamaha Malta start meteen. Tussen de ondieptes van de riffen door stuur ik richting het strand naar de plek waar de golven het kleinst zijn. Zodra het heel ondiep wordt, draai ik snel het kraantje en de ontluchting van de buitenboordmotor dicht. Ik kantel vervolgens direct de motor zodat de staart niet de bodem raakt. Tot nu toe verloopt alles goed, zeg ik tegen mezelf. Nu komt het een na lastigste deel, vind ik: de landing. De lichte deining draait de boot negentig graden en de zijkant komt op het strand. Ik stap uit de boot om ‘m omhoog het strand op te trekken. Shit, ik stap aan de verkeerde kant uit de boot en sta niet op het strand maar in het water en ben tot en met mijn korte broek doorweekt. Ok, kan gebeuren. De fietsen sjouw ik uit de bijboot en zet ik tegen de dichtst bijzijnde palmboom. Nu komt het allerlastigste van deze onderneming: wegvaren. Hoe doet Jouke dit ook alweer? Ik duw de boot het water in en direct duwt een golf ‘m weer op de kant. Nog eens proberen. Pffff het lukt me niet. Ik besluit de bijboot om te draaien en de achterkant eerst in het water te duwen. Intussen ben ik al helemaal doorweekt. De eerste golf legt de boot zijwaarts, dat wil ik niet. Volgens mij moet ik eerst gaan roeien, zodra het diep genoeg is kan ik de motor laten zakken. Ik probeer het nu opnieuw, maar roei per ongeluk de verkeerde kant op en beland weer op het strand. Intussen kijk ik om me heen of iemand me kan helpen. Ik zie niemand, wat me ook wel weer geruststelt omdat ik me inmiddels behoorlijk begin te schamen voor mijn gehannes. Ok, nog een keer proberen. Poging acht. Achterwaarts duw ik de boot in het water zo ver mogelijk dat het diep genoeg is om de motor te laten zakken, ik spring er meteen zelf in, laat de motor zakken, zet het kraantje open, draai de ontluchter open, trek de shoke uit, start de motor, duw de shoke weer in, zet de motor in zijn vooruit en yessssss het lukt! Zo trots als een pauw vaar ik naar het moederschip toe. Opgetogen zit ik aan de stuurknuppel en geniet van het mooie uitzicht en de wind door mijn haren. He, wat is dit? Uit het niets valt de motor uit. Ik vrees dat de benzine op is en ga weer roeien. De wind blaast me de open zee op en het duurt even voordat ik door heb dat ik richting het dorpje in het westen moet roeien om goed uit te komen. ‘Het lijkt me een goed idee als ik vanaf nu de bijboot bestuur.’ ‘Precies dat wilde ik ook al voorstellen’, zegt Jouke.

We hebben een heerlijke tijd gehad in Tobago en gaan nu na vier weken door naar de volgende bestemming: Martinique.
Hieronder de laatste foto’s van Tobago: prachtige baaien waar we vaak alleen lagen, oude plantages, jungle en verschillende inklaar- en uitklaar kantoortjes.


























Fotofeestje Tobago: prachtige baaien waar we vaak alleen lagen, oude plantages, jungle en verschillende inklaar- en uitklaar kantoortjes. -
In de ban van switi Sranan

De velletjes van de pommelo pulk ik zorgvuldig van de vrucht. Je krijgt ze namelijk niet doorgebeten. ‘Dat is niet hoe Surinamers dat doen’, zegt Kenneth lachend. Eerder heeft hij me geleerd hoe ik een komkommer klaarmaak. Je snijdt het bovenste stukje eraf en draait dat rond op de rest van de komkommer, een melkachige substantie verschijnt op de groente. ‘Dan snijd je nog een dun plakje eraf.’ Hetzelfde raadt hij me aan te doen bij de andere kant van de groente. En verrek! We vonden de komkommers al zo bitter, nu smaakt de groente heerlijk. Een beetje zoetig. Hoe ik de pommelo eigenlijk moet behandelen, hoor ik niet. Ik heb de citrusvrucht al zodanig behandeld dat ik alleen door kan gaan op de onhandige manier waarop ik ben begonnen.
Het is eind februari en we logeren in Groningen. Hoewel deze plaats de hoofdplaats is van het district Saramacca telt het maar een handjevol straten. Er wonen nog geen 3000 mensen. Het is de plek waar in 1845, iets meer dan twintig jaar voor de afschaffing van de slavernij in 1873, boeren uit Nederland zich vestigden. Ze hielden het niet lang uit in Groningen. Het tropische klimaat, slangenbeten, moeilijk te bewerken grond en weinig steun van de overheid maakten dat men er wegtrok, als de Nederlandse boer niet al was overleden. Afstammelingen van de paar gebleven boeren worden boeroes genoemd. Ze zijn te herkennen aan hun witte huid. Er schijnt nog een aantal in Groningen te wonen. We zijn nieuwsgierig naar deze historische plek met haar exotische naam.
Op 4 januari kwamen we aan in Suriname. Dat we eind februari eindelijk samen een meerdaagse trip kunnen maken is heel goed nieuws. Jouke heeft tijdens de oversteek een blessure opgelopen waardoor hij niet lang kan zitten. Door het weinige bewegen onderweg is zijn SI-gewricht geblokkeerd. Sinds half januari is hij onder behandeling van een fysiotherapeut. Met name opstaan na het zitten deed ongelooflijk veel pijn. Lange autoritten ondernamen we daarom niet. Het gaat langzaamaan gelukkig steeds beter met hem en we durven het zes weken na aankomst aan om de reis naar Groningen, zo’n twee uur rijden, te maken.
We vertrekken op de bonnefooi in onze gehuurde Mitsubishi Pajero, een fourwheeldrive waarmee we goed over onverharde wegen en kuilen kunnen rijden. Op Google vonden we van tevoren drie adressen waar we konden logeren. We besloten niets te reserveren, zodat we op de plek zelf een keuze kunnen maken. Het eerste adres denken we meteen te vinden: een oud, vergeeld bord langs de weg geeft aan dat we voor het pension een onverharde weg in moeten rijden. We rijden de weg bijna helemaal af maar zien niets wat lijkt op een levendige herberg. ‘Laten we de volgende proberen, deze bestaat volgens mij niet meer.’ Ik rijd de dichtstbijzijnde oprit op om te kunnen keren zonder in de greppel te belanden. Op naar nummer twee. ‘Klopt het adres wel?’ We staan voor een verlaten terrein met vervallen houten huizen. Aan een van de ooit witte panden hangt wel was te drogen, maar we zien niemand. Het hek van het zandterrein zit op slot. De huizen zijn zo vervallen dat ik, in tegenstelling tot Jouke, ook niet mijn best wil doen om hier te kunnen slapen.
‘In de buurt is nog een resort, laten we daarheen rijden.’ Ik start de Pajero en Jouke leidt me naar het derde adres. We rijden over een prachtige, groene, onverharde straat. De grote schuifpoort van het resort is dicht, maar de deur ernaast staat open. ‘Hallo!’ we lopen het terrein op en verwachten een reactie te krijgen. ‘ Is daar iemand?’ Hmmm, we zien en horen niemand. Ik bel het nummer dat op het bord staat. Geen reactie. ‘Zullen we dan toch maar proberen of dat eerste hotel nog bestaat? Misschien hadden we nog verder die straat in moeten rijden,’ zeg ik, wat teleurgesteld omdat deze laatste plek er zo mooi uitziet.
We rijden opnieuw de Wirantalaan op. Een auto achter ons slaat ook af en rijdt achter ons aan. We stoppen om de bestuurder te vragen naar het pension. Het blijkt het eerste pand te zijn. De man vertelt ons dat het pension niet meer actief is maar dat het goed kan zijn dat er wel een kamer te huur is. We spreken vervolgens over de situatie in Paramaribo. Nog geen week geleden waren daar rellen. Hij waarschuwt ons, als bakra’s, om er niet heen te gaan. Voor hem is het er ook niet veilig. ‘Ik ben Hindostaans toch. Net als Santokhi. Daarom is het er niet veilig voor ons.’
We rijden het terrein op en een oudere man loopt op ons af. Hij wil ons eerst de kamer laten zien, dan kunnen we erna besluiten of we er willen slapen of niet. Zijn plan is om de kamers op te knappen, zodra de overname van het pension helemaal rond is. Hoewel de kamer inderdaad erg basic is, besluiten we er te blijven. Keuze hebben we immers niet.
Onze host is Kenneth, een creoolse man van 68. We hebben een fantastische tijd op zijn terrein en in Groningen. Het is een gemoedelijk plaatsje met een mooie waterkant aan de Saramaccarivier. Maar het leukst vind ik de verhalen van Kenneth, vooral wanneer hij vertelt over zijn activistische verleden en zijn kameraden. Onder het met palmbladeren overdekte prieel kletsen we uren met hem. ‘Ik heb wel eens gedacht om een boek te schrijven over alles wat we hebben meegemaakt. Maar Desi (Bouterse) zei me: “Je weet dat we niet alles kunnen opschrijven.’” We leren zo veel over Suriname, over haar droevige doch rijke geschiedenis, de achtergronden van de mensen die er wonen en over de deplorabele situatie van het land op dit moment. Op onze ereaders lezen we, tegelijkertijd, De Doorsons van Roline Redmond. Haar grondige en prachtig beschreven onderzoek naar de achtergronden van haar familie leert ons de plek waar we zijn beter te begrijpen. Redmond beschrijft de Surinaamse geschiedenis zo dat ik de verhalen van Kenneth en anderen die we spreken kan plaatsen in de complexe geschiedenis.
Na twee nachten gaan we verder. We krijgen casave, verse vruchtensap en drie heerlijke waternoten mee. Alles uit eigen tuin. Elke Surinamer leert al jong hoe je groente en fruit verbouwt, wordt ons verteld. Overal waar we wandelen en fietsen zien we mango’s uit bomen vallen, papaya’s wachten om geplukt te worden, we zien staken voor de kousenband langs elk pad, tomatenplanten, pompoenen en aubergines over de grond krioelen, trossen bananen in de palmen hangen. Iedereen met een tuin verbouwt zijn eigen groente en fruit, en alles lijkt het zo goed te doen in dit tropische klimaat.
De overweldigende en alom aanwezige natuur fascineert ons elke dag opnieuw. Vanuit marina Waterland waar we nu al weken met onze boot liggen maken we dagelijks een wandeling. We zien dan doodskopaapjes die van tak naar tak springen, soms kapucijnerapen, we zien schuwe capibara’s, grote vogelspinnen, een keer een stekelvarken, soms een slang, zelfs eens een luiaard, toekans vliegen voorbij en elke avond spotten we dezelfde kaaiman.
We zijn in de ban van het land. Van haar vriendelijke mensen, hun culturen, hun geschiedenissen, hoe de mensen met hun verschillende achtergronden samenleven, van de taal die ook onze taal is maar soms net wat anders gebruikt wordt en van de jungle.
We blijven in Suriname totdat Jouke hersteld is, een terugval tijdens de volgende vaartocht willen we zo veel mogelijk voorkomen. Hoe lang dit nog duurt weten we niet. Wat we wel weten is dat we hier zeker terugkomen.






























-
Tocht over de Commewijnerivier

Gastbijdrage: De ouders van Jouke zijn afgelopen periode bij ons op bezoek geweest in Suriname. Eén van de hoogtepunten was een tocht over de Commewijnerivier. Hieronder de post van Murk de Jong.
De Surinamerivier is een brede rivier ter hoogte van de voormalige plantage Waterland. Vanaf de steiger van de marina vertrekken we met Jouke en Pleuni aan boord van hun schip de Olim, een kloeke stalen tweemaster. We hebben een tijd gewacht omdat we met de stroming meevaren, ertegenin is geen doen.
Je realiseert je echt goed dat deze rivieren sterk stromen, onvoorstelbaar wat een kracht. Jouke legt uit dat het springvloed is, het verschil tussen eb en vloed is nu het grootst, dus de stroming is nu het sterkst.Na 3 uur varen bereiken we de monding van de Commewijnerivier, die uitkomt in de Surinamerivier. De afgelopen uren hebben we Chinese, Braziliaanse, Surinaamse, Nederlandse vissersschepen mogen bewonderen die deels ankeren. Deze mengelmoes van schepen laat mooi zien dat Suriname een smeltkroes is ook op nautisch gebied. De hoge ietwat iele Bosjebrug ( Verbastering van de naam van oud president Wijdenbosch)zijn wij onderdoor gevaren, langs het oude Duitse oorlogswrak de Goslar, dat in 1940 door de commandant tot zinken is gebracht om niet in handen te vallen van de geallieerden. Ondanks allerlei pogingen om het schip te lichten rust het daar nog steeds en dat zal ook wel zo blijven.
De eerste ankerplaats is aan de oever van plantage Alliance waar een kreek uitmondt in de Commewijnerivier. Een gouden plek om te ankeren,stil, natuurschoon en geen muskieten te zien. Snel overboord voor een zwemtochtje om de boot heen en nog een keer, maar door de sterke stroming kost het veel kracht en toch wel een kwartier. Jouke en Murk hebben het zweet op de rug en klimmen in het donker moeizaam aan boord. Pleuni houdt alles scherp in de gaten, de bijboot ligt stand-by, je weet maar nooit met die stroming. Na een koele en diepe slaap wordt na het ontbijt de bijboot klaar gemaakt met SUP. Pleuni bedient de bijboot, Jouke zit op de SUP. Op de snelstromende kreek heeft de motor er steeds minder zin in en Pleuni stapt over op de SUP en Jouke in de bijboot. Sputterend en rochelend houdt de motor er mee op. Er is geen paniek maar spannend is het wel als eindelijk het motortje het weer een beetje doet. Wij arriveren in Bakkie, een werkelijk prachtige plek met museum. Hier krijgen we een warme lunch met daarna rondleiding. We hebben beloofd niet uit de school te klappen maar Bakkie komt de komende tijd met spannend archeologisch nieuws. Bas en Marsha dank voor jullie gastvrijheid!
Met een gelukkig ietwat beter draaiende motor komen we aan bij de Olim die onverstoorbaar voor anker ligt. Gebruik makend van het tij en gunstige stroming varen we hoger de rivier op en nemen de afslag naar de Cottica. Voor het vallen van de nacht ankeren we, het is passen en meten, de rivier is smaller en Jouke wil het risico niet lopen dat andere schepen niet kunnen passeren. Het zijn overdag voornamelijk korjalen, op de vingers van 1 hand te tellen, maar toch… Iedereen die voorbij komt groet vriendelijk, zo hebben we de Surinamers inmiddels wel leren kennen.
We noemen de plek muskietenbaai, geen wind en half onder de bomen. Wakker worden is daarentegen een pretje, de brulapen overstemmen elk geluid. Met gunstige stroming vertrekken we naar Frederiksdorp waar we een lange wandeling maken. Het is uitkijken geblazen met de met water gevulde kuilen, luidblaffende honden met puppies en half verrotte bruggetjes. Tot onze verbazing passeert ons een gezin op de fiets die onze waarschuwing lachend in de wind slaat. Teruggekomen bij de oude plantage gebouwen komen we ze weer luidlachend tegen, alles is rustig! De oude plantage gebouwen zijn mooi gerestaureerd met een niet geheel bijpassend zwembad en wat merkwaardige lodges.
We zoeken met ons vieren in de bijboot weer de Olim op, alles loopt gesmeerd, tot onze verrassing. Geen motor die sputtert en geen man overboord. We worden uitgezwaaid door een groep schaterlachende mannen die bijna achterovervallen van zo een klein bootje met grote passagiers!
Jouke start de motor van de Olim, we varen naar de brede monding van de Suriname en Commewijne rivier ter hoogte van Leonsberg. Met stroom mee zijn we aangekomen op de ankerplek tussen de vele Braziliaanse vissersschepen. Ankeren lukt goed maar Jouke kiest er na enige tijd voor om te gaan verleggen. De vissersschepen hebben enorm lange ankertouwen en bij het kenteren zwaaien ze flink uit. Ook krabben ze behoorlijk, de volgende ochtend horen we dat Jouke en Pleuni in de nacht flink in de weer zijn geweest om een nieuwe plek te zoeken. wij slapen zoals altijd tijdens deze reis als marmotten! De vissers hebben het niet in de gaten gehad, de avond hadden ze volop besteed aan damesbezoek.
“Mas, Mas, Mas, here the Tropicalexpress, “klinkt door de marifoon, “we are waiting for your permission to “… De Maritieme Autoriteit Suriname zwijgt stil. Na 4 nieuwe pogingen en 10 minuten later wordt gereageerd, we lachen allemaal aan boord. Ook dit is Suriname!
We vertrekken met het tij mee richting Paramaribo. Het avontuur is bijna ten einde.






























-
Drie man sterk de oceaan over

Op zondag 11 december komt Gert-Jan aan op Tenerife. Vannacht hebben we een foto gekregen waarop hij op Schiphol door zijn vriendin en drie kinderen wordt uitgezwaaid. Nu zien we hem van verre aan komen lopen, een opvallend wit gezicht en als enige een lange broek dragend. Onze opstapper is gearriveerd! Wat betekent dat de overtocht naar Suriname heel snel gaat gebeuren.
Hoewel de Canarische Eilanden Spaans zijn, hebben we voor Gert-Jans aankomst een tafel voor drie gereserveerd bij een Sunday Roast. Zuid-Tenerife is zo populair onder Britten dat het heel ver zoeken is naar een karaf sangria, de pubs met cider en pints vind je daarentegen op elke hoek van de straat.
Dinsdagmiddag zijn wij en de boot er klaar voor. We hebben nog verse groentes en fruit gehaald. De rest van de boodschappen zijn al op vrijdag bezorgd op de steiger. We hebben de twee watertanks helemaal bijgevuld, de haven betaald, podcastst en ebooks gedownload en de laatste appjes verstuurd. Op naar de tropen!
De oversteek van december 2016 deden Jouke en ik met z’n tweëen. De boot was te klein voor een derde passagier. En het lukte ons goed om met twee man de boot te besturen. Maar met onze huidige boot is er wel plek voor een opstapper. En één persoon extra aan boord is hartstikke handig. Gert-Jan zeilt graag en heeft al langer het plan om een oceaan over te steken. Hij heeft een enorme interesse in het zeeleven. Hij kijkt uit naar de zeezoogdieren, vissen en vogels die je tegen kunt komen midden op de Atlantische Oceaan. We weten dat de combinatie Gert-Jan, Jouke en Pleuni goed werkt aan boord. Niet onbelangrijk als je vier weken op een paar vierkante meter met elkaar gaat doorbrengen. We vinden het super dat Gert-Jan het heeft kunnen regelen met werk en thuis zodat hij ons kan vergezellen op deze immense tocht. We hebben er zin in!
Een immense tocht die in totaal tweëentwintig dagen blijkt te duren. Tweëentwintig dagen op een boot zonder land te zien. De dagen lopen in mijn herinnering door elkaar. Hoe hebben we ons al deze dagen beziggehouden? Hoe zag een willekeurige dag eruit tussen 13 december en 4 januari?
0.00 uur mijn wacht begint
De wekker gaat. Bij het verdelen van de drie wachten koos ik voor de wacht van 0.00 uur tot 4.00 uur. Ik wissel Jouke af die wacht heeft van 20.00 uur tot 0.00 uur. Hij heeft de meest relaxte dienst maar staat ook altijd standby. We kunnen hem wakker maken als we ’s nachts hulp nodig hebben. Als Jouke en ik met z’n tweëen varen hebben we ieder twee diensten van drie uur. Nu duurt de dienst een uur langer maar hoef ik er gelukkig maar één keer uit.
Met de wissel van de wacht vertelt Jouke of er iets is waar ik op moet letten. ‘De wind is ietsje gedraaid ten nadele van onze koers. Je kunt niet verder afvallen.’ We gaan wat van de koers af, bij daglicht zullen we dan met z’n driëen gijpen.
Als het rustig is, kijk ik tijdens mijn wacht elk kwartier om me heen. We hebben AIS, wat betekent dat boten met AIS ons op hun scherm zien en wij zien hen. Omdat niet alle boten AIS hebben, blijft het noodzakelijk om ook buiten te kijken.
De rest van de wacht lees ik. Wow, wat is Het lied van ooievaar en dromedaris van Anjet Daanje een prachtig boek. De hele eerste week ben ik in de ban van Eliza May Drayden.
De nachten zijn helder, de sterren en planeten schijnen en stralen ons toe. In de eerste nachten regent het vallende sterren. De maan wordt elke nacht wat kleiner. En gelukkig ook weer groter na twee weken. Hoe lichter het buiten is, hoe prettiger ik het ’s nachts vind. De zee lijkt zo onstuimig wanneer het heel donker is.
Hoe meer verkeer er om ons heen is, hoe sneller een dienst gaat voor mijn gevoel. Het in de gaten houden van de koers van een schip dat op anderhalf uur varen van ons verwijderd is, zorgt ervoor dat ik actief om me heen kijk en goed het scherm in de gaten houd. Het komt vreemd genoeg toch wel eens voor dat we op ramkoers met een schip liggen. Met een kleine koerswijziging waarbij we de zeilen niet hoeven aan te passen is het meestal opgelost.
We zien steeds minder schepen op de AIS. De boten die we zien, zijn meestal vrachtschepen, soms vissers en soms andere zeilschepen. In de eerste dagen komen we zelfs geregeld roeiboten tegen. Deze roeiers doen mee met een race om de Atlantische Oceaan over te steken. Mega dapper om in zo’n kleine boot zo’n afstand af te leggen. Desalniettemin hebben we ze weleens vervloekt; hun lichtjes zijn slecht te zien, hun AIS valt geregeld uit en wanneer je ze oproept reageren ze niet altijd.
Om vier uur ’s nachts komt Gert-Jan me aflossen. Yes, ik mag weer gaan slapen!8.00 uur de hengels gaan uit
Jouke staat rond zeven uur op om samen met Gert-Jan na te gaan of de koers nog klopt. We varen de meeste dagen tussen ruime wind en voor de wind in. We hebben onze genua uitgeboomd, zodat deze goed de ene kant op blijft staan. Het grootzeil staat aan de andere kant. Melkmeisje wordt deze zeilconfiguratie ook wel genoemd.
Op de kaart hebben we een lijn van 2650 mijl lang getekend die we willen varen. We varen in eerste instantie een meer zuidelijke koers richting Kaap Verdië. Zodra we honderd mijl boven deze eilandengroep zijn, zetten we koers naar Suriname om zo met de passaatwind de juiste kant op te varen. Door een wijziging in de wind kan het soms gebeuren dat we van de koers afvaren. Dan zetten we de zeilen om. Jouke en Gert-Jan ontfermen zich over de boom. Het omzetten van de boom is best een zware klus die ik aan hen overlaat.
Ik sta om acht uur op omdat we dan met z’n driëen ontbijten. We eten muesli met houdbare melk, fruit en noten. De eerste dagen eten we als fruit bananen, na een paar dagen zijn deze op. De kiwi’s worden vervolgens zacht en dan eten we die. Hierna eten we de appels, dan de sinasappelen en als laatst de grapefruits. Bij de muesli drinken we oploskoffie. Het is een verrukkelijk ontbijt.
Na het ontbijt gooien we twee hengels uit. Welk aas zullen we er vandaag aan doen? We speculeren welke vissen er zullen zwemmen op de plek waar we zijn. En welke willen we vangen? ‘Laten we het eerst proberen met een duiker aan de ene kant en een octopus aan de andere kant.’ We hangen ook nog een grote teaser zonder haken in het water om de vissen te lokken. Met succes! We vangen de ene naar de andere mahi mahi en tonijn. De meesten gooien we terug, de vissen van groot formaat halen we wel binnen én eten we op. Het doodmaken, fileren en bereiden kost zo veel tijd dat we kieskeurig zijn.12.00 uur tijd voor de tussenstand
Elke dag om twaalf uur duik ik de machinekamer in om de waterstand op te meten. In de twee tanks past in totaal 1850 liter water. De tanks waren vol bij vertrek. Door de watermeterstand af te lezen weten we precies wat het verbruik is de afgelopen vierentwintig uur . ’70 liter, wat is dat veel. Hoe kan dat?’ Oja, we hadden gisteren alledrie een douche gepakt. Douchen doen we op het voordek, wat nog een behoorlijke uitdaging is op een boot die gigantisch schommelt. Ik douche zittend, waarbij ik me klem zet tussen de giek van de kotterfok en het gangboord.
We gaan lunchen. De eerste dagen maken we tosti’s. Elke dag probeert degene die aan de beurt is voor de lunch te variëren: met gefruite uitjes, met tonijn, jalepenopepers, tomaten. Totdat het brood op is na anderhalve week. Dan maken we salade met blikvoer en flink veel mayonaise. Of we lunchen met de zelfgevangen mahi mahi.
16.00 uur podcast en een spelletje
Gedurende de hele dag kijkt Gert-Jan om zich heen op zoek naar zeeleven. Hij spot de ene pijlstormvogel na de ander. Hij ziet dolfijnen op ons afkomen, een tonijn die niet wil bijten maar wel de hele dag met ons meezwemt, tropic birds die boven ons vliegen. In zijn determinatieboeken zoekt hij de namen op van wat we tegenkomen. Hij maakt foto’s om thuis de waarneming te laten controleren door experts en hij noteert wat hij ziet. We zien zo veel meer natuur met hem aan boord. Heel gaaf!
Maar om vier uur is het tijd om de verrekijker en camera weg te leggen. Dan spelen we, geen dag uitgezonderd, een potje Keer op keer. En luisteren we met z’n driëen naar een podcast. De eerste week zijn we in de ban van Rian. ‘Is het weer tijd voor onze cybercharlatan?’ De tweede week is Poetin aan de beurt en de derde week houdt de Nigeriaanse vader van de podcast Ouder ons bezig.20.00 uur tijd om naar bed te gaan.
Om acht uur is het bedtijd voor mij, want vier uur later gaat de wekker weer.
























Dit was de vis van ons leven! 

Om met licht aan te komen halen we de snelheid uit de boot door met een kleiner zeil te varen. 



Onder de ‘Bosjebrug’ door naar Domburg Suriname! 






















-
Klussen én ontspannen op de Canarische eilanden

Wie weet valt het mee, denken we als we vanuit Zuid-Spanje vertrekken naar de Canarische eilanden. Twee dagen geen wind op een tocht van 560 mijl is voorspeld. Geen perfect weervenster. Maar we gaan toch. Waarom wachten we niet op betere wind?
Half december zullen we de oceaan gaan oversteken naar Suriname. Dit moment staat vast en hoe later we vertrekken uit Zuid-Spanje, hoe korter we op de Canarische eilanden zijn. En we hebben nog een behoorlijke takenlijst voordat we de oceaan kunnen oversteken. Deze taken willen we op de zonnige Spaanse archipel afronden. Kortom, we worden wat onrustig en willen door.
Nog minder wind dan voorspeld
We doen er zeven en een halve dag over om van Ayamonte naar Isla Graciosa te varen. In plaats van twee windstille dagen hadden we er wel vier. Dat betekende dat we veel hebben moeten motoren en zelfs een nacht hebben gedobberd met de zeilen neer. Helemaal geen voortgang maken, vind ik toch wel frustrerender dan ik had gedacht. We zijn dan ook heel blij als we een beetje wind hebben en wel twee knopen vooruit gaan!
Pas zodra we land in zicht zien, trekt de wind echt aan. In het donker laten we ons anker vallen en het waait harder dan we de hele vaartocht hebben meegemaakt. Is het niet ironisch, denk je niet? Nou ja, we zijn er.Zonnepanelen installeren op Isla Graciosa
Nu kan het klussen gaan beginnen! In de ankerbaai installeren we vier nieuwe zonnepanelen aan de reling. Jouke heeft de klus van tevoren van voor tot achter uitgedacht en alle benodigde spullen hebben we al maanden in huis en vervolgens aan boord. Na zeven volle dagen zagen, solderen, gaten boren en draden doortrekken zitten de panelen erop. Vlak voordat we ze aansluiten kijk ik hoeveel stroom er binnenkomt: 2 ampère. En yes! Een seconde later komt er elf ampère binnen. Vanaf nu hebben we voldoende stroom, zelfs voor windstille vaartochten wanneer we de stuurautomaat moeten gebruiken.Inslaan op Gran Canaria
Na een volle week ankeren bij Isla Graciosa varen we, dit keer met veel te veel wind, naar Las Palmas. Las Palmas is de hoofdstad van Gran Canaria. Voor ons een nieuwe bestemming. Er is zo veel wind dat we alleen met de genua omhoog meer dan genoeg vaart hebben. Het is een onstuimige tocht van een etmaal. Wanneer ik mag slapen, schrik ik wakker van een bak water in mijn gezicht. Een grote golf heeft via het slaapkamerraam zijn weg naar mijn bed gevonden. Ik lig in een enorme plas zeewater. Ik kijk nu nog meer uit naar het einde van deze tocht, dan kunnen we het matras uitspoelen en onze andere slaapkamer klaarmaken voor de komende dagen.In de hoofdstad van Gran Canaria zitten de beste watersportwinkels van de Canarische eilanden. Drie dagen lang fietsen we de hele stad door op onze vouwfietsen om een soldeerbout, snorkelsets, nieuwe vallen en onder andere een gaf te halen. Een gaf is een grote haak om een gevangen vis mee aan boord te trekken.
Net als op Isla Graciosa hebben we ook in Las Palmas heel gezellig contact met andere zeilers. Ervaringen uitwisselen met nieuwe vrienden die met hetzelfde bezig zijn, maakt het leven op de boot nog veel leuker dan het al is.
En door naar Tenerife
De laatste twee weken voor de oversteek brengen we door in het zuiden van Tenerife. Hier krijgen we namelijk bezoek! Joukes broer Willem, zijn vriendin Joanne en hun zoon Fons hebben een all inclusive op loopafstand van de haven geboekt. Zo gezellig om een week met elkaar hier door te brengen.
Wanneer het bezoek in Nederland is om Sinterklaas te vieren, pakken wij onze klussenlijst weer op. De windvaan moet nog gecheckt worden, de nieuwe genua gaan we verwisselen voor de oude, flinke boodschappen gaan we doen, et cetera. Want precies over een week, op elf december, verwachten we de oceaan over te gaan steken.
Licht weer betekent lichtweerzeil! 


Skipjack of bonito nog niet sushiwaardig maar in de pan erg lekker 
Land in zicht, eindelijk zijn we bij de Canarische eilanden! 

Hup de gastenvlag van de Canarische eilanden omhoog 


Op de achtergrond Lanzerote 
Isla Graciosa, echt een topeiland 

Onze ankerbaai bij Isla Graciosa, op de achtergrond Lanzerote 
Stofstraatjes en allemaal witte huisjes met blauwe kozijntjes. Prachtig! 
Controle van de ankerketting en de snubberlijn. Het begint te waaien en we zijn niet helemaal zeker of ons materiaal het houdt. Alles ging goed. 
Jouke aan de klus 
Draadjes aansluiten 
Trots als een pauw dat alles in één keer werkt. We hebben nu nog meer stroom. 
Zout water in de boot op het bed en in de telefoon. 
Knallen naar Gran Canaria, op de achtergrond wederom Lanzerote 
Weet iemand welke vogels dit zijn? 
Klussen betekent in ons geval dat het binnen vanzelf vol staat met gereedschap en klusspulletjes. 
Gran Canaria! We kregen gratis 1000 liter water bij het tanken van diesel. 
Dit harpje laten we maar even hangen….. 
Decathlon is altijd favoriet! 
Fietsen in Spanje , de fiets stallen we in de parkeergarage. We zien even niet waar het anders moet. 

Rotondes, daar zijn ze in Spanje gek op. Hier eentje met een heuse vuurtoren in het midden. 
Daaaag Gran Canaria 
Zo leuk, Joanne, Willem en Fons zijn een weekje bij ons op bezoek. 



Een van onze vruchteloze pogingen om boodschappen te halen. Betaalbare winkels zijn hier niet te vinden binnen fietsafstand. 
Ha, met Willem naar de Lidl en we hebben 30 kg Muesli gehaald. 
Een bezoek aan El Teide mag niet ontbreken 


Fons wil ook! 
Het resort van Willen en Joanne, inclusief Disneykasteel. 
Dagje zeilen 




Een gaarkeuken op de berg, die spaghetti was niet te hachelen 

-
Onze tocht over de rivier Guadiana

Als je op Google Maps de grens tussen Spanje en Portugal afgaat, dan zie je dat het laatste stukje precies een rivier volgt: de Rio Guadiana. En exact dat stuk en nog een spannend aantal mijl erna hebben wij de afgelopen anderhalve week verkend.
Op naar het festival
Van de bemanning van de Eva Kristina krijgen we een appje. Ze zien op marine traffic dat we bij Ilha da Culatra liggen. Er is over een aantal dagen een muziekfestival op de rivier. Komen jullie langs?
Hoewel we makkelijk nog dagen hadden kunnen doorbrengen op de plek waar we liggen, lijkt het ons erg leuk om hun kant op te komen. De rivier kennen we nog niet en de komende tijd is er toch geen goede wind om naar de Canarische Eilanden te gaan. Ons plan om ook nog Madeira aan te doen, staat inmiddels op losse schroeven.
Naar de monding van de rivier varen we in één dag. Wat een heerlijke tocht is het. Goede wind, zonnetje erbij en… we vangen wel vijf tonijnen! Omdat het niet de tonijnen zijn die we lekker vinden én omdat ze mooi gehaakt zijn, gooien we ze na het fotomoment meteen weer terug.
In het donker vinden we die dag een ankerplek vlak na de monding van de rivier. De Guadiana is een getijderivier waardoor we pas verder varen als we weer stroom mee hebben. De stroming tegen kan wel twee a drie knopen zijn, daar tegenin motoren kost veel brandstof en schiet niet op. Stroming mee betekent gratis extra snelheid.
Veel te vroeg zetten we de wekker, het is nog hartstikke donker en achteraf blijkt dat de stroming mee veel langer duurt dan we dachten. Zodra de zon opkomt, halen we het anker omhoog en varen we de rivier verder op. Het voelt als een riviercruise, ik vind het wel leuk voor de afwisseling. Geen gedoe met zeilen en wind.
Totdat het keihard begint te regenen. Ruitenwissers voor de ramen waren nu wel erg handig geweest. Gelukkig is het op de rivier heel erg rustig. We zien alleen een zeilboot achterop komen, verder is er geen enkel verkeer. Wanneer het niet regent, zien we dat midden door de natuur varen. Donkerbruine, roestkleurige heuvels met olijf- en eucalyptusbomen en oude vervallen huisjes. We horen de bellen van geiten en we zien ze op supersteile wanden vlak langs het water staan. De omgeving doet heel rustgevend aan.Aan het eind van de middag komen we aan in het Portugese dorpje Alcoutim. Morgenavond is hier het festival, we zijn mooi op tijd. We leggen onze boot tegen de Eva Kristina aan die aan de steiger ligt en praten gezellig bij met onze buren.
De volgende dag is het zover: het festival start. We leren intussen dat de rivier een heel populaire plek is voor zeilers om langer te blijven. Veel boten overwinteren hier. Sommige boten liggen er al meer dan tien jaar. Als dank voor de gastvrijheid organiseren de boaties jaarlijks dit gratis muziekfestival.
Voor ons is het een gezellige avond, want we worden meteen opgenomen in de zeilersgemeenschap. Wie weet dat we hier ooit zullen overwinteren, maar nu nog niet. We zijn pas net aan onze reis begonnen.Van het gebaande pad
Alcoutim blijkt een superspot te zijn om te wandelen. Langs de rivier en naar het westen de berg op zijn twee prachtige wandelingen langs walnotenbomen, voorbij ijsvogels, door bamboebossen en heidevelden. We maken mooie tochten waarbij we zelden iemand tegenkomen, heel af en toe passeert een four wheel drive ons. Wie we wel horen, zijn de honden. In grote hokken die opgesplitst zijn in aparte cellen blaffen ze ons al van verre toe. Sinds ik van mijn hondenangst verlost ben, betekent hun aanwezigheid niet dat onze wandeling stopt.
Behalve die ene keer dat we alle gemarkeerde routes al gelopen hebben en een eigen route bedenken. Weer horen we hard geblaf, het klinkt als afkomstig van drie verschillende honden. ‘Gelukkig komt elk geblaf uit elk een eigen richting en zitten ze dus vast’, zeg ik omdat ik een beetje twijfel of een van de drie wel vastzit. ‘Er loopt er eentje los, een heel grote. Ik zie hem.’ Jouke is haast twee keer zo groot als ik en kan wel over de bramenstruiken heen kijken. We kijken elkaar aan en draaien ons direct om. Het geblaf komt dichterbij. Ik moet achterop lopen omdat ik te snel loop, we moeten rustig blijven. Het pad gaat steil omhoog. Intussen heeft Jouke een enorme stok gepakt. Het geblaf houdt aan. Ik durf niet achterom te kijken. Dit komt goed, zeg ik tegen mezelf. Rustig blijven. Dan lijkt het geblaf wat verder weg te klinken. We zijn bijna boven van waar we de andere kant op kunnen. Pfffffff. Wanneer we boven helemaal bezweet staan uit te hijgen ben ik zo opgelucht. Jouke legt de stok neer en we besluiten een ander pad te nemen naar de geasfalteerde weg.Zover de kaart reikt
Nu we Alcoutim hebben verkend, varen we nóg verder de rivier op. We hebben wat plekjes op de kaart gemarkeerd die ons mooi lijken. Wanneer we hier langs varen, worden we nieuwsgierig naar de rest van de rivier. Intussen springen de vissen, misschien wel meervallen, om ons heen. Af en toe drijft er een schapenlijk voorbij. Inmiddels is de betonning die de vaarweg markeert opgehouden. Heel geconcentreerd kijken we naar de kaart. Want er blijken wat rotsen in het bruine water te zitten, ook is het op sommige stukken zeer ondiep. We varen door en door, we liggen immers nog steeds niet vast op de grond. ‘Daar verderop ligt een klein eilandje, daar ben ik wel benieuwd naar.’ Hoewel het eilandje nog een eind weg is, varen we door. We hebben ook nog steeds stroming mee. Totdat de kaart opeens stopt. Tot vlak na het eilandje zijn de dieptes te vinden op de kaart. Daarna hebben we geen gegevens meer. Zo dapper zijn we niet dat we verder durven te varen zonder kaartgegevens. Bij het eilandje waar het volhangt met granaatappels laten we het anker vallen. Wow, zo als enige midden in de natuur zijn we nog niet geweest op deze reis. Zo stil als het hier is, zo rustig.
De volgende dag ga ik me op het voordek douchen. Ik ben een beetje preuts, maar we hebben al meer dan vierentwintig uur niemand gezien. En buiten douchen mét warm water in een paradijselijke omgeving als dit vind ik zo heerlijk. En precies wanneer ik net de shampoo uit mijn haar wil spoelen, hoor ik stemmen. Een échte riviercruise vol met toeristen komt de hoek om varen. Zo hard als ik kan, ren ik de boot in!
Naar de bewoonde wereld
Om ons voor te bereiden op onze tocht naar de Canarische Eilanden varen we een paar dagen later terug naar de monding van de rivier. We gaan voor anker op de plek waar we onze eigen riviercruise begonnen. Het blijkt dat ook hier prachtige wandelingen te maken zijn, door de zoutpannen en de sfeervolle Portugese en Spaanse dorpen. Indrukwekkend zijn de enorme forten en kastelen aan weerszijden.
In de Spaanse stad Ayamonte vullen we twee supermarktkarren helemaal vol, halen we de laatste spullen bij de watersportwinkel en klussen we aan de boot. We hebben genoten van onze tocht over de rivier en zullen aan haar denken als we een plek zoeken om te overwinteren. Nu op naar onze volgende bestemming: de Canarische Eilanden!
Pleuni
Op de rivier Guadiana onderweg naar Alcoutim 


Wasdag op de Olim 




Hier hield de kaart op, we stoppen en gooien het anker uit. 

Een leenhond die een uur meewandelt 
Bij hoogwater geen toegang meer tot de bijboot, hoe komen we thuis? 
Schuren en ontroesten, er wordt goed voor haar gezorgd 

Ouderwetse lijfstraffen op het kasteel 






Laverend tussen de zoutpannetjes mogen we de bijboot aanleggen bij een heel mooi piertje 
Zie je onze boot liggen? 

Qwirkle! 

Inktvisbitterballen met een klodder blauwe tjats 
-
Bijna in één keer van Noord-Spanje naar Zuid-Portugal

Vrijdagochtend 7 oktober is het zover. We verlaten de eerste en enige haven die we sinds ons vertrek uit de Sixhaven in Amsterdam hebben aangedaan. Van A Coruña varen we die dag naar Corme. Een klein, tamelijk verlaten dorpje zo’n vijftig mijl ten westen van ons startpunt. Een goede dagtocht.
In één ruk naar het Portugese eiland Madeira was het eigenlijke plan. Dat zou een tocht van zevenhonderd vijftig mijl zijn. Ik zag er een beetje tegenop, na twee maanden niet gevaren te hebben vond ik het wel spannend om meteen zo lang achter elkaar door te varen. De voorspelde wind zag er daarentegen wel goed uit… Hoewel… Bij het ronden van de eerste kaap zou toch wel erg veel wind staan… We kozen daarom voor Corme, dan waren we alvast op weg.
Uiteindelijk blijven we hier drie nachten liggen. Wachten op goede wind om verder te gaan naar het zuiden.
Maandagmiddag 10 oktober is dan hét moment. Bij de te passeren kaap zal het maximaal twintig knopen waaien. De koers zal voor de wind zijn. Deze omstandigheden lijken ons uitstekend om te starten aan onze meerdaagse tocht richting het zuiden. We nemen ons voor om zuidwaarts zo’n veertig mijl van de kust af te gaan varen, daar hebben we voldoende wind. Ook spreken we af als we ter hoogte zijn van Lissabon én dus weer internet hebben, een nieuw weerbericht op te halen om te bepalen of het Madeira of de Algarve gaat worden.
Maandagnacht blijkt verschrikkelijk te verlopen. Vanwege de harde wind de dagen ervoor staat er een enorme deining. En onze 25 ton-wegende boot rolt van links-naar-rechts en van-rechts-naar-links met een voor de windse koers. Was er maar meer wind! Dan rolden we niet zo.
De twee zeeziektepillen mogen niet baten… Ik voel me zo beroerd. ‘Jouke, een emmer!’ Hij kijkt me niet begrijpend aan. Een emmer? Waarvoor?? ‘Een pan dan!’.
Op deze manier kunnen we niet verder varen. We wisselen elkaar normaal gesproken om de drie uur af tijdens de nachten op zee. Maar ik kan nu niets en ook Jouke voelt dat de heerlijke aardappeltortilla die we als lunch hadden omhoog probeert te komen.
We besluiten een ankerbaai te zoeken waar we met daglicht aan kunnen komen. Onze koers verleggen we zodat we aan de wind varen. Een wereld van verschil, de boot ligt stabiel en we voelen ons weer uitstekend.Dinsdagochtend 11 oktober laten we het anker zakken in een baai in de Ria de Pontevedra. Een prachtige plek die we enkel delen met een visser die lange netten aan het slepen is. Het is half acht ’s ochtends, twee weken ervoor reden we op dit tijdstip naar ons werk, nu vallen we direct in slaap.
Dinsdagmiddag gaan we direct verder. De wind komt de komende dagen uit de goede hoek, dit venster willen we niet missen. Eerst zeilen we heerlijk halve wind zo’n dertig mijl van de kust vandaan. Daar pakken we de wind op. Dan gaat het ons helaas weer voor de wind en koersen we al rollend naar het zuiden.
Woensdag 12 oktober varen we verder naar het zuiden, we passeren Spanje en komen langs Porto. We zakken verder af en varen geleidelijk de nacht in. Door het geschommel aan boord gaat het koken lastig. We snijden een paprika in stukken, eten het laatste verse brood en yoghurt eet ik zonder muesli.
Donderdag 13 oktober verandert er niets. Behalve dat we aan het eind van de dag verwachten dicht genoeg bij de kust te zijn om te kunnen internetten. Op basis van het weerbericht dat we dan zien, zullen we besluiten wat onze bestemming wordt: Madeira of het eilandje Ilha da Culatra in de Algarve. Of misschien zijn de voorspellingen zo gewijzigd dat we morgen al tegenwind krijgen. Dan is wellicht Cascais bij Lissabon een goede optie.
‘Als ik buiten sta, heb ik een heel klein beetje internet.’ Met onze telefoons naar links gericht waar we heel in de verte vervaagd door de mist de contouren van kust zien, proberen we naarstig een signaal op te kunnen vangen. En ja hoor, we hebben internet! Het weerbericht laat zien dat we nog steeds goede wind zullen hebben om door te varen. Maar richting Madeira krijgen we de laatste dag fikse tegenwind en liggen we daar de komende tijd niet beschut. De keuze is snel gemaakt: we gaan naar Ilha da Culatra. Een geweldig mooi eilandje in een waddengebied ten zuiden van Faro. Zes jaar geleden hebben we hier een fantastische tijd gehad. Ik kan niet wachten om op een van de rode, plastic Ola-stoeltjes van een van de drie terrassen op het eiland te zitten met een groot glas witte wijn van twee euro.
Intussen stinken we al behoorlijk en mijn haar is intussen zo vet dat als ik het elastiekje uitdoe al het haar nog steeds aan elkaar geplakt zit als een soort plak haren. Als we er zijn ga ik eerst douchen, dan het terras op.Vrijdag 14 oktober varen we nog steeds langs de Portugese westkust. De wind zakt wat in en we besluiten daarom ons lichtweerzeil te hijsen. Ondanks de weinige wind is het een heel gave dag op het water. We zien zo ontzettend veel zeeleven! Eerst komt er een Portugees oorlogsschip voorbij gedreven. Niet veel later duiken tientallen dolfijnen voor onze boeg over elkaar heen. Even later zien we grotere, zwarte vinnen op ons afkomen.
‘Oh, dit vind ik toch wel heel eng!’ In het gebied waar we nu al dagenlang varen, hebben best wat zeilboten een zogenaamde interactie met orka’s gehad. Om nog onbekende redenen gaan orka’s af op het roer van zeilboten en vernielen het. Met onze stalen langkieler maken we ons niet veel zorgen. Maar als ik de vier zeezoogdieren onze richting op zie komen, schrik ik toch. Jouke ziet niet direct maar wel snel dat het geen orka’s zijn maar waarschijnlijk tuimelaars. Dolfijnen die een stuk groter zijn dan de common dolphins die we eerder zagen.Zaterdag 15 oktober zijn we er bijna. In de nacht ronden we de kaap en koersen we vervolgens oostwaarts naar onze bestemming. De wind valt helemaal weg, wat betekent dat we uren moeten motoren. Verder is het weer fantastisch, 24 graden en zonnig.
Zaterdagmiddag valt het anker in de beschutte baai van Ilha da Culatra. Ik vind het zo ongelooflijk heerlijk om hier te zijn. We nemen een douche op het voordek, blazen de bijboot op, verschonen het beddengoed en crossen met de dinghy naar de kant. Het door de barman tot aan de rand gevulde glas extreem goedkope witte wijn smaakt zalig. Onze reis kan beginnen. (Pleuni)

Onze route 
Vertrek uit a Coruña 

In Corme wachten we op wind, de omgeving is er prachtig 
Corme 


’s nachts wacht houden 
Zeeziekte is verdwenen als we de baai indraaien van onze tijdelijke stop 
Overdag hangen we samen in het dekhuis, heerlijk beschut 
Onze genaker (lichtweerzeil) 
Dolfijnen of toch orca’s 
Ilha da Culatra!! 
Wasdag op Ilha da Culatra!! 



Elke dag is anders, behalve ons ontbijt fruit en muesli 
De prachtige puinhopen van Ilha da Culatra 
De prachtige puinhopen van Ilha da Culatra -
6x dingen die wij heel graag doen in A Coruña

Afgelopen zomer kwamen we voor de derde keer met onze zeilboot aan in de Spaanse provinciestad A Coruña. Voor ons een heel bijzondere plek omdat dit de stad is waar we óf vertrekken om de Golf van Biskaje over te varen (2019) of aankomen na de Golf te hebben overgestoken (2016 en 2022). Deze oversteek is de eerste, of laatste, lange tocht zonder land in zicht vanaf Nederland. En in de Golf van Biskaje kan het flink waaien.
Om eerst nog in het zo Franse Bretagne te zijn en zonder de overgang in het landschap te zien maar alleen maar water en om dan uit te komen in een uitgesproken Spaanse havenstad als A Coruña, blijft magisch vind ik. Wat zijn de dingen die wij dan heel graag doen zodra we voet aan wel gezet hebben?
- Pulpo eten. In elk restaurant staan ze in de vitrine: grote, paars-witte octopussen die zo met hun zuignappen via het raam naar buiten lijken te kunnen kruipen. Ze zwemmen in de Galicische wateren en dat proef je. Zo heerlijk vers en mals is het vlees van deze beesten. In de stad stikt het van de pulperia’s, restaurantjes waar je alle mogelijke pulpogerechten kunt bestellen. Wij kochten een grote tentakel in de supermarkt en grillden deze op de barbecue, heerlijk!
- Naar de Gadis. Alleen al om het warme bruin-geel-oranje logo bezoeken we deze supermarkt graag. Hoewel de winkel die vlak achter het prachtige Maria Pita-plein ligt niet groot is, hebben ze er alles. Zelfs verse roggen kun je er kopen.
- Flaneren over de boulevard. Om bij de supermercado te komen, lopen we de brede en lange boulevard af. Families, hardlopers, elektrische steppers, stelletjes, fietsers, vissers, iedereen flaneert erop los op deze boulevard. Onderweg komen we fonteinen, parken, heel veel bankjes en zelfs een zwemplek tegen. Het leven in deze vissersstad lijkt zich rondom het water af te spelen.
- Fietsen. Zullen we ze wel of niet meenemen? Op het aller laatste moment besluiten we de vouwfietsen waar we eigenlijk geen plek voor hebben toch mee te nemen. Vorige week kwamen ze uit de kast, want A Coruña blijkt een tamelijk goede fietsstad te zijn. In de stad gebruiken we veilige fietspaden. Eén pad brengt ons helemaal langs de kust naar een spectaculair surfstrand. De fietsroute naar de bouwmarkten mag wel nog wat aandacht krijgen.
- Uit eten gaan. Pas bij onze tweede keer in A Coruña hadden we het ritme door. De eerste keer liepen we rond etenstijd door verlaten straten. We bleken er veel te vroeg te zijn. Pas vanaf twee uur start de lunch en dan ben je nog vroeg. Om acht uur gaan de restaurants open, gezellig druk is het om tien uur. Nu we ‘m eenmaal doorhebben, passen we ons makkelijk aan. We bestellen net als de Spanjaarden een of twee raciones om te delen en hobbelen verder naar een volgende plek om daar weer iets te bestellen. Een van onze favoriete plekken is Benboa, waar de koks bijzondere gerechten hebben bedacht met bekende ingrediënten zoals de ‘hot dog’ met pulpo. Ook eten we voortreffelijk in A Boca Do Lobo.
- Een biertje drinken bij Franxa. Elke zomer vinden er gratis concerten plaats op het Maria Pita-plein. Hoewel het plein dan bomvol staat, was het een verademing op muzikaal gebied om op zo’n avond in 2016 de bar van Franxa te ontdekken. De eigenaar die zelf gitaar speelt, heeft een donkere bar met achterin een videoscherm waarop enkel goede rock op te zien en horen is. We verstaan elkaar niet, maar hebben de leukste gesprekken met deze barman. Ook is het een plek waar we elke keer nieuwe mensen ontmoeten, afgelopen zomer werden we door twee van hen zelfs op sleeptouw genomen naar alle andere kroegen waar op dinsdagnacht nog veel te beleven was.
Kortom, A Coruña voelt voor ons inmiddels als thuiskomen. Het zal de combinatie van weinig toerisme, de levendige haven en het heerlijke Spaanse eten zijn wat maakt dat we er graag komen. Ik kijk nu al uit naar de volgende keer! (Pleuni)

Olijven met kruidnagel, verassend lekker 
De Gadis is favoriet en heeft nog steeds het interieur en logo van 45 jaar geleden 


Franxa! 



Ook het plakzeil is heel met het vliegtuig meegekomen 
Een nacht op een vliegveld breekt je op. Het deed me denken aan huisfeestjes in Deventer 20 jaar geleden waar meer logees bleven slapen dan er slaapplek was. -
Ons afscheid

Zojuist hebben we afscheid genomen van vrienden, familie en collega’s en zitten we (bijna) in Spanje. Afgelopen tijd voelde voor ons alsof we in een roller coaster zaten. We verhuisden van Amsterdam-Noord naar de boot (Sixhaven) waar we twee maanden op het water woonden, we voeren vervolgens de boot in de zomervakantie naar Spanje en vlogen daarna terug naar Nederland omdat er nog gewerkt moest worden. De laatste zeven weken woonden we in Harderwijk, in het huisje van Dennis. Wat was dat een genot zeg. We hebben veel vrienden en familie bezocht, we hadden feestjes, gingen mountainbiken en heel veel wandelen.
Binnenkort gaan we deze blog vullen met onze avonturen aan boord, nu hebben we nog niet veel te melden. Wel willen we een kleine outlook geven:
Oktober – Madeira
November – Canarische Eilanden
December – overtocht naar Suriname (Gertjan vaart mee)
Januari – Suriname (Met ouders)
Dit is overigens de laatste keer dat we nu al weten waar we over een paar maanden gaan zijn. Als het op zeilen aan komt zeggen we altijd: ‘het beste plan, is geen plan’.









