-
Onze tocht over de rivier Guadiana

Als je op Google Maps de grens tussen Spanje en Portugal afgaat, dan zie je dat het laatste stukje precies een rivier volgt: de Rio Guadiana. En exact dat stuk en nog een spannend aantal mijl erna hebben wij de afgelopen anderhalve week verkend.
Op naar het festival
Van de bemanning van de Eva Kristina krijgen we een appje. Ze zien op marine traffic dat we bij Ilha da Culatra liggen. Er is over een aantal dagen een muziekfestival op de rivier. Komen jullie langs?
Hoewel we makkelijk nog dagen hadden kunnen doorbrengen op de plek waar we liggen, lijkt het ons erg leuk om hun kant op te komen. De rivier kennen we nog niet en de komende tijd is er toch geen goede wind om naar de Canarische Eilanden te gaan. Ons plan om ook nog Madeira aan te doen, staat inmiddels op losse schroeven.
Naar de monding van de rivier varen we in één dag. Wat een heerlijke tocht is het. Goede wind, zonnetje erbij en… we vangen wel vijf tonijnen! Omdat het niet de tonijnen zijn die we lekker vinden én omdat ze mooi gehaakt zijn, gooien we ze na het fotomoment meteen weer terug.
In het donker vinden we die dag een ankerplek vlak na de monding van de rivier. De Guadiana is een getijderivier waardoor we pas verder varen als we weer stroom mee hebben. De stroming tegen kan wel twee a drie knopen zijn, daar tegenin motoren kost veel brandstof en schiet niet op. Stroming mee betekent gratis extra snelheid.
Veel te vroeg zetten we de wekker, het is nog hartstikke donker en achteraf blijkt dat de stroming mee veel langer duurt dan we dachten. Zodra de zon opkomt, halen we het anker omhoog en varen we de rivier verder op. Het voelt als een riviercruise, ik vind het wel leuk voor de afwisseling. Geen gedoe met zeilen en wind.
Totdat het keihard begint te regenen. Ruitenwissers voor de ramen waren nu wel erg handig geweest. Gelukkig is het op de rivier heel erg rustig. We zien alleen een zeilboot achterop komen, verder is er geen enkel verkeer. Wanneer het niet regent, zien we dat midden door de natuur varen. Donkerbruine, roestkleurige heuvels met olijf- en eucalyptusbomen en oude vervallen huisjes. We horen de bellen van geiten en we zien ze op supersteile wanden vlak langs het water staan. De omgeving doet heel rustgevend aan.Aan het eind van de middag komen we aan in het Portugese dorpje Alcoutim. Morgenavond is hier het festival, we zijn mooi op tijd. We leggen onze boot tegen de Eva Kristina aan die aan de steiger ligt en praten gezellig bij met onze buren.
De volgende dag is het zover: het festival start. We leren intussen dat de rivier een heel populaire plek is voor zeilers om langer te blijven. Veel boten overwinteren hier. Sommige boten liggen er al meer dan tien jaar. Als dank voor de gastvrijheid organiseren de boaties jaarlijks dit gratis muziekfestival.
Voor ons is het een gezellige avond, want we worden meteen opgenomen in de zeilersgemeenschap. Wie weet dat we hier ooit zullen overwinteren, maar nu nog niet. We zijn pas net aan onze reis begonnen.Van het gebaande pad
Alcoutim blijkt een superspot te zijn om te wandelen. Langs de rivier en naar het westen de berg op zijn twee prachtige wandelingen langs walnotenbomen, voorbij ijsvogels, door bamboebossen en heidevelden. We maken mooie tochten waarbij we zelden iemand tegenkomen, heel af en toe passeert een four wheel drive ons. Wie we wel horen, zijn de honden. In grote hokken die opgesplitst zijn in aparte cellen blaffen ze ons al van verre toe. Sinds ik van mijn hondenangst verlost ben, betekent hun aanwezigheid niet dat onze wandeling stopt.
Behalve die ene keer dat we alle gemarkeerde routes al gelopen hebben en een eigen route bedenken. Weer horen we hard geblaf, het klinkt als afkomstig van drie verschillende honden. ‘Gelukkig komt elk geblaf uit elk een eigen richting en zitten ze dus vast’, zeg ik omdat ik een beetje twijfel of een van de drie wel vastzit. ‘Er loopt er eentje los, een heel grote. Ik zie hem.’ Jouke is haast twee keer zo groot als ik en kan wel over de bramenstruiken heen kijken. We kijken elkaar aan en draaien ons direct om. Het geblaf komt dichterbij. Ik moet achterop lopen omdat ik te snel loop, we moeten rustig blijven. Het pad gaat steil omhoog. Intussen heeft Jouke een enorme stok gepakt. Het geblaf houdt aan. Ik durf niet achterom te kijken. Dit komt goed, zeg ik tegen mezelf. Rustig blijven. Dan lijkt het geblaf wat verder weg te klinken. We zijn bijna boven van waar we de andere kant op kunnen. Pfffffff. Wanneer we boven helemaal bezweet staan uit te hijgen ben ik zo opgelucht. Jouke legt de stok neer en we besluiten een ander pad te nemen naar de geasfalteerde weg.Zover de kaart reikt
Nu we Alcoutim hebben verkend, varen we nóg verder de rivier op. We hebben wat plekjes op de kaart gemarkeerd die ons mooi lijken. Wanneer we hier langs varen, worden we nieuwsgierig naar de rest van de rivier. Intussen springen de vissen, misschien wel meervallen, om ons heen. Af en toe drijft er een schapenlijk voorbij. Inmiddels is de betonning die de vaarweg markeert opgehouden. Heel geconcentreerd kijken we naar de kaart. Want er blijken wat rotsen in het bruine water te zitten, ook is het op sommige stukken zeer ondiep. We varen door en door, we liggen immers nog steeds niet vast op de grond. ‘Daar verderop ligt een klein eilandje, daar ben ik wel benieuwd naar.’ Hoewel het eilandje nog een eind weg is, varen we door. We hebben ook nog steeds stroming mee. Totdat de kaart opeens stopt. Tot vlak na het eilandje zijn de dieptes te vinden op de kaart. Daarna hebben we geen gegevens meer. Zo dapper zijn we niet dat we verder durven te varen zonder kaartgegevens. Bij het eilandje waar het volhangt met granaatappels laten we het anker vallen. Wow, zo als enige midden in de natuur zijn we nog niet geweest op deze reis. Zo stil als het hier is, zo rustig.
De volgende dag ga ik me op het voordek douchen. Ik ben een beetje preuts, maar we hebben al meer dan vierentwintig uur niemand gezien. En buiten douchen mét warm water in een paradijselijke omgeving als dit vind ik zo heerlijk. En precies wanneer ik net de shampoo uit mijn haar wil spoelen, hoor ik stemmen. Een échte riviercruise vol met toeristen komt de hoek om varen. Zo hard als ik kan, ren ik de boot in!
Naar de bewoonde wereld
Om ons voor te bereiden op onze tocht naar de Canarische Eilanden varen we een paar dagen later terug naar de monding van de rivier. We gaan voor anker op de plek waar we onze eigen riviercruise begonnen. Het blijkt dat ook hier prachtige wandelingen te maken zijn, door de zoutpannen en de sfeervolle Portugese en Spaanse dorpen. Indrukwekkend zijn de enorme forten en kastelen aan weerszijden.
In de Spaanse stad Ayamonte vullen we twee supermarktkarren helemaal vol, halen we de laatste spullen bij de watersportwinkel en klussen we aan de boot. We hebben genoten van onze tocht over de rivier en zullen aan haar denken als we een plek zoeken om te overwinteren. Nu op naar onze volgende bestemming: de Canarische Eilanden!
Pleuni
Op de rivier Guadiana onderweg naar Alcoutim 


Wasdag op de Olim 




Hier hield de kaart op, we stoppen en gooien het anker uit. 

Een leenhond die een uur meewandelt 
Bij hoogwater geen toegang meer tot de bijboot, hoe komen we thuis? 
Schuren en ontroesten, er wordt goed voor haar gezorgd 

Ouderwetse lijfstraffen op het kasteel 






Laverend tussen de zoutpannetjes mogen we de bijboot aanleggen bij een heel mooi piertje 
Zie je onze boot liggen? 

Qwirkle! 

Inktvisbitterballen met een klodder blauwe tjats 
-
Bijna in één keer van Noord-Spanje naar Zuid-Portugal

Vrijdagochtend 7 oktober is het zover. We verlaten de eerste en enige haven die we sinds ons vertrek uit de Sixhaven in Amsterdam hebben aangedaan. Van A Coruña varen we die dag naar Corme. Een klein, tamelijk verlaten dorpje zo’n vijftig mijl ten westen van ons startpunt. Een goede dagtocht.
In één ruk naar het Portugese eiland Madeira was het eigenlijke plan. Dat zou een tocht van zevenhonderd vijftig mijl zijn. Ik zag er een beetje tegenop, na twee maanden niet gevaren te hebben vond ik het wel spannend om meteen zo lang achter elkaar door te varen. De voorspelde wind zag er daarentegen wel goed uit… Hoewel… Bij het ronden van de eerste kaap zou toch wel erg veel wind staan… We kozen daarom voor Corme, dan waren we alvast op weg.
Uiteindelijk blijven we hier drie nachten liggen. Wachten op goede wind om verder te gaan naar het zuiden.
Maandagmiddag 10 oktober is dan hét moment. Bij de te passeren kaap zal het maximaal twintig knopen waaien. De koers zal voor de wind zijn. Deze omstandigheden lijken ons uitstekend om te starten aan onze meerdaagse tocht richting het zuiden. We nemen ons voor om zuidwaarts zo’n veertig mijl van de kust af te gaan varen, daar hebben we voldoende wind. Ook spreken we af als we ter hoogte zijn van Lissabon én dus weer internet hebben, een nieuw weerbericht op te halen om te bepalen of het Madeira of de Algarve gaat worden.
Maandagnacht blijkt verschrikkelijk te verlopen. Vanwege de harde wind de dagen ervoor staat er een enorme deining. En onze 25 ton-wegende boot rolt van links-naar-rechts en van-rechts-naar-links met een voor de windse koers. Was er maar meer wind! Dan rolden we niet zo.
De twee zeeziektepillen mogen niet baten… Ik voel me zo beroerd. ‘Jouke, een emmer!’ Hij kijkt me niet begrijpend aan. Een emmer? Waarvoor?? ‘Een pan dan!’.
Op deze manier kunnen we niet verder varen. We wisselen elkaar normaal gesproken om de drie uur af tijdens de nachten op zee. Maar ik kan nu niets en ook Jouke voelt dat de heerlijke aardappeltortilla die we als lunch hadden omhoog probeert te komen.
We besluiten een ankerbaai te zoeken waar we met daglicht aan kunnen komen. Onze koers verleggen we zodat we aan de wind varen. Een wereld van verschil, de boot ligt stabiel en we voelen ons weer uitstekend.Dinsdagochtend 11 oktober laten we het anker zakken in een baai in de Ria de Pontevedra. Een prachtige plek die we enkel delen met een visser die lange netten aan het slepen is. Het is half acht ’s ochtends, twee weken ervoor reden we op dit tijdstip naar ons werk, nu vallen we direct in slaap.
Dinsdagmiddag gaan we direct verder. De wind komt de komende dagen uit de goede hoek, dit venster willen we niet missen. Eerst zeilen we heerlijk halve wind zo’n dertig mijl van de kust vandaan. Daar pakken we de wind op. Dan gaat het ons helaas weer voor de wind en koersen we al rollend naar het zuiden.
Woensdag 12 oktober varen we verder naar het zuiden, we passeren Spanje en komen langs Porto. We zakken verder af en varen geleidelijk de nacht in. Door het geschommel aan boord gaat het koken lastig. We snijden een paprika in stukken, eten het laatste verse brood en yoghurt eet ik zonder muesli.
Donderdag 13 oktober verandert er niets. Behalve dat we aan het eind van de dag verwachten dicht genoeg bij de kust te zijn om te kunnen internetten. Op basis van het weerbericht dat we dan zien, zullen we besluiten wat onze bestemming wordt: Madeira of het eilandje Ilha da Culatra in de Algarve. Of misschien zijn de voorspellingen zo gewijzigd dat we morgen al tegenwind krijgen. Dan is wellicht Cascais bij Lissabon een goede optie.
‘Als ik buiten sta, heb ik een heel klein beetje internet.’ Met onze telefoons naar links gericht waar we heel in de verte vervaagd door de mist de contouren van kust zien, proberen we naarstig een signaal op te kunnen vangen. En ja hoor, we hebben internet! Het weerbericht laat zien dat we nog steeds goede wind zullen hebben om door te varen. Maar richting Madeira krijgen we de laatste dag fikse tegenwind en liggen we daar de komende tijd niet beschut. De keuze is snel gemaakt: we gaan naar Ilha da Culatra. Een geweldig mooi eilandje in een waddengebied ten zuiden van Faro. Zes jaar geleden hebben we hier een fantastische tijd gehad. Ik kan niet wachten om op een van de rode, plastic Ola-stoeltjes van een van de drie terrassen op het eiland te zitten met een groot glas witte wijn van twee euro.
Intussen stinken we al behoorlijk en mijn haar is intussen zo vet dat als ik het elastiekje uitdoe al het haar nog steeds aan elkaar geplakt zit als een soort plak haren. Als we er zijn ga ik eerst douchen, dan het terras op.Vrijdag 14 oktober varen we nog steeds langs de Portugese westkust. De wind zakt wat in en we besluiten daarom ons lichtweerzeil te hijsen. Ondanks de weinige wind is het een heel gave dag op het water. We zien zo ontzettend veel zeeleven! Eerst komt er een Portugees oorlogsschip voorbij gedreven. Niet veel later duiken tientallen dolfijnen voor onze boeg over elkaar heen. Even later zien we grotere, zwarte vinnen op ons afkomen.
‘Oh, dit vind ik toch wel heel eng!’ In het gebied waar we nu al dagenlang varen, hebben best wat zeilboten een zogenaamde interactie met orka’s gehad. Om nog onbekende redenen gaan orka’s af op het roer van zeilboten en vernielen het. Met onze stalen langkieler maken we ons niet veel zorgen. Maar als ik de vier zeezoogdieren onze richting op zie komen, schrik ik toch. Jouke ziet niet direct maar wel snel dat het geen orka’s zijn maar waarschijnlijk tuimelaars. Dolfijnen die een stuk groter zijn dan de common dolphins die we eerder zagen.Zaterdag 15 oktober zijn we er bijna. In de nacht ronden we de kaap en koersen we vervolgens oostwaarts naar onze bestemming. De wind valt helemaal weg, wat betekent dat we uren moeten motoren. Verder is het weer fantastisch, 24 graden en zonnig.
Zaterdagmiddag valt het anker in de beschutte baai van Ilha da Culatra. Ik vind het zo ongelooflijk heerlijk om hier te zijn. We nemen een douche op het voordek, blazen de bijboot op, verschonen het beddengoed en crossen met de dinghy naar de kant. Het door de barman tot aan de rand gevulde glas extreem goedkope witte wijn smaakt zalig. Onze reis kan beginnen. (Pleuni)

Onze route 
Vertrek uit a Coruña 

In Corme wachten we op wind, de omgeving is er prachtig 
Corme 


’s nachts wacht houden 
Zeeziekte is verdwenen als we de baai indraaien van onze tijdelijke stop 
Overdag hangen we samen in het dekhuis, heerlijk beschut 
Onze genaker (lichtweerzeil) 
Dolfijnen of toch orca’s 
Ilha da Culatra!! 
Wasdag op Ilha da Culatra!! 



Elke dag is anders, behalve ons ontbijt fruit en muesli 
De prachtige puinhopen van Ilha da Culatra 
De prachtige puinhopen van Ilha da Culatra -
6x dingen die wij heel graag doen in A Coruña

Afgelopen zomer kwamen we voor de derde keer met onze zeilboot aan in de Spaanse provinciestad A Coruña. Voor ons een heel bijzondere plek omdat dit de stad is waar we óf vertrekken om de Golf van Biskaje over te varen (2019) of aankomen na de Golf te hebben overgestoken (2016 en 2022). Deze oversteek is de eerste, of laatste, lange tocht zonder land in zicht vanaf Nederland. En in de Golf van Biskaje kan het flink waaien.
Om eerst nog in het zo Franse Bretagne te zijn en zonder de overgang in het landschap te zien maar alleen maar water en om dan uit te komen in een uitgesproken Spaanse havenstad als A Coruña, blijft magisch vind ik. Wat zijn de dingen die wij dan heel graag doen zodra we voet aan wel gezet hebben?
- Pulpo eten. In elk restaurant staan ze in de vitrine: grote, paars-witte octopussen die zo met hun zuignappen via het raam naar buiten lijken te kunnen kruipen. Ze zwemmen in de Galicische wateren en dat proef je. Zo heerlijk vers en mals is het vlees van deze beesten. In de stad stikt het van de pulperia’s, restaurantjes waar je alle mogelijke pulpogerechten kunt bestellen. Wij kochten een grote tentakel in de supermarkt en grillden deze op de barbecue, heerlijk!
- Naar de Gadis. Alleen al om het warme bruin-geel-oranje logo bezoeken we deze supermarkt graag. Hoewel de winkel die vlak achter het prachtige Maria Pita-plein ligt niet groot is, hebben ze er alles. Zelfs verse roggen kun je er kopen.
- Flaneren over de boulevard. Om bij de supermercado te komen, lopen we de brede en lange boulevard af. Families, hardlopers, elektrische steppers, stelletjes, fietsers, vissers, iedereen flaneert erop los op deze boulevard. Onderweg komen we fonteinen, parken, heel veel bankjes en zelfs een zwemplek tegen. Het leven in deze vissersstad lijkt zich rondom het water af te spelen.
- Fietsen. Zullen we ze wel of niet meenemen? Op het aller laatste moment besluiten we de vouwfietsen waar we eigenlijk geen plek voor hebben toch mee te nemen. Vorige week kwamen ze uit de kast, want A Coruña blijkt een tamelijk goede fietsstad te zijn. In de stad gebruiken we veilige fietspaden. Eén pad brengt ons helemaal langs de kust naar een spectaculair surfstrand. De fietsroute naar de bouwmarkten mag wel nog wat aandacht krijgen.
- Uit eten gaan. Pas bij onze tweede keer in A Coruña hadden we het ritme door. De eerste keer liepen we rond etenstijd door verlaten straten. We bleken er veel te vroeg te zijn. Pas vanaf twee uur start de lunch en dan ben je nog vroeg. Om acht uur gaan de restaurants open, gezellig druk is het om tien uur. Nu we ‘m eenmaal doorhebben, passen we ons makkelijk aan. We bestellen net als de Spanjaarden een of twee raciones om te delen en hobbelen verder naar een volgende plek om daar weer iets te bestellen. Een van onze favoriete plekken is Benboa, waar de koks bijzondere gerechten hebben bedacht met bekende ingrediënten zoals de ‘hot dog’ met pulpo. Ook eten we voortreffelijk in A Boca Do Lobo.
- Een biertje drinken bij Franxa. Elke zomer vinden er gratis concerten plaats op het Maria Pita-plein. Hoewel het plein dan bomvol staat, was het een verademing op muzikaal gebied om op zo’n avond in 2016 de bar van Franxa te ontdekken. De eigenaar die zelf gitaar speelt, heeft een donkere bar met achterin een videoscherm waarop enkel goede rock op te zien en horen is. We verstaan elkaar niet, maar hebben de leukste gesprekken met deze barman. Ook is het een plek waar we elke keer nieuwe mensen ontmoeten, afgelopen zomer werden we door twee van hen zelfs op sleeptouw genomen naar alle andere kroegen waar op dinsdagnacht nog veel te beleven was.
Kortom, A Coruña voelt voor ons inmiddels als thuiskomen. Het zal de combinatie van weinig toerisme, de levendige haven en het heerlijke Spaanse eten zijn wat maakt dat we er graag komen. Ik kijk nu al uit naar de volgende keer! (Pleuni)

Olijven met kruidnagel, verassend lekker 
De Gadis is favoriet en heeft nog steeds het interieur en logo van 45 jaar geleden 


Franxa! 



Ook het plakzeil is heel met het vliegtuig meegekomen 
Een nacht op een vliegveld breekt je op. Het deed me denken aan huisfeestjes in Deventer 20 jaar geleden waar meer logees bleven slapen dan er slaapplek was. -
Ons afscheid

Zojuist hebben we afscheid genomen van vrienden, familie en collega’s en zitten we (bijna) in Spanje. Afgelopen tijd voelde voor ons alsof we in een roller coaster zaten. We verhuisden van Amsterdam-Noord naar de boot (Sixhaven) waar we twee maanden op het water woonden, we voeren vervolgens de boot in de zomervakantie naar Spanje en vlogen daarna terug naar Nederland omdat er nog gewerkt moest worden. De laatste zeven weken woonden we in Harderwijk, in het huisje van Dennis. Wat was dat een genot zeg. We hebben veel vrienden en familie bezocht, we hadden feestjes, gingen mountainbiken en heel veel wandelen.
Binnenkort gaan we deze blog vullen met onze avonturen aan boord, nu hebben we nog niet veel te melden. Wel willen we een kleine outlook geven:
Oktober – Madeira
November – Canarische Eilanden
December – overtocht naar Suriname (Gertjan vaart mee)
Januari – Suriname (Met ouders)
Dit is overigens de laatste keer dat we nu al weten waar we over een paar maanden gaan zijn. Als het op zeilen aan komt zeggen we altijd: ‘het beste plan, is geen plan’.









