• Beverdammen en wintertenen

    Beverdammen en wintertenen

    Maart 2026

    Er is één plek in Patagonië die we sowieso aan willen doen. Toen de presentatrice Floortje Dessing begon met haar reeks Floortje naar het einde van de wereld was ze in de tweede aflevering op bezoek bij Annemie in het zuiden van Chili. Wow, wat een plek, dachten we toen. Annemie was een wereldzeilster die van haar boot stapte en introk bij de Chileense Jose op het afgelegen platteland. Ze leefden sober, middenin de ruige natuur met hun honden en paarden. Wat we toen niet wisten in november 2018, is dat wij nu bijna acht jaar later ons anker laten vallen op een paar meter afstand van de inmiddels verlaten huizen van Annemie en Jose.

    Wanneer we 19 maart in Puerto Williams losgooien, zijn we meteen weer op het Beagle Kanaal en ligt het meer dan duizendmijl lange gebied van Patagonië voor ons. De start van deze expeditie kan niet beter dan in de Bahia Yendegaia. Of, zoals wij de baai noemen, de Floortje Dessingbaai. Zo’n 36 mijl varen vanaf Puerto Williams.




    Bahia Yendegaia

    De tocht ernaartoe hebben we opgedeeld in twee dagen. Als we aan het eind van de tweede dag arriveren, laten we met een hiervoor extra geïnstalleerde val de bijboot in het water zakken. Jouke roeit naar de kant terwijl zeeleeuwen nieuwsgierig rondom ons zwemmen. Niet veel verder buitelen kleine dolfijnen over elkaar heen. In de stralende zon trekken we de bijboot op de kant en struinen we door de groene vallei, de moestuin en over het strand. Het handjevol huisjes is verlaten. Wat ongemakkelijk lopen we naar binnen en schuiven we door de kamers. Er ligt nog een oud matras, het kookstel staat er ook, lege wijnflessen liggen op de grond. ‘Hmm, deze fles is niet zo oud, namelijk uit 2024,’ zeg ik met een lege fles Carmenere in mijn hand. Zouden hier af en toe nog mensen slapen? Vissers misschien? Andere zeilers? We fantaseren wat er is gebeurd op deze plek in de afgelopen acht jaar.

    ‘Hier kan ik wel wonen,’ zegt Jouke. Ja, we begrijpen Annemie en Jose wel. En wie zien we daar aan komen rennen? Het is echt, het doffe gedreun wordt steeds luider en voor we het door hebben, galopperen vijf prachtige wilde paarden over het strand. Zo indrukwekkend om te zien. Nu willen we helemaal nooit meer weg.




    Sneeuwstormen op komst

    Maar helaas, na drie fantastische dagen op deze paradijselijke plek zien we op het weerbericht dat er slecht weer aankomt. De voorspelde depressie zal ook onze baai bereiken en voor later die week zijn windstoten tot vijftig knopen voorspeld. In deze grote open baai liggen we dan echt niet meer beschut. We twijfelen: of het erop gokken en hier blijven of verkassen naar een betere plek. Dat laatste betekent wel meteen de volgende dag vertrekken wanneer de wind al 35 knopen zal zijn. Lastig. Zijn we niet beter af als we de storm hier afwachten? En ook, als we weg willen dan moeten we snel gaan. Het gaat de komende week elke dag harder waaien en morgen is onze laatste kans. Het is kiezen uit twee kwaden en we blijven tot het laatst twijfelen. Uiteindelijk besluiten we te verkassen. 35 knopen wind is niet weinig maar die moeten we kunnen hebben. Een voordeel van het varen door de kanalen is dat er geen hoge golven zullen zijn. Maar vooral, we hebben in het handboek voor zeilers in dit gebied, The Patagonia guide, een caleta gevonden die ons de perfecte schuilplaats lijkt.

    Voor het ontbijt halen we het anker op en rustig varen we de Bahia Yendegaia uit. We kijken nog een laatste keer naar de fotogenieke huisjes die ons blijven fascineren. Ook al woont er niemand meer, het is de de laatste bebouwing die we voor de komende maanden zullen zien.


    Caleta El Bosque

    Na vijf mijl zijn we de baai uit en weer op het Beagle Kanaal, en dan begint het. Het begint echt knetterhard te waaien. Witte koppen staan op de golven. Niet veel later begint het zo te brullen dat het water in slaggolven omhoog gezogen wordt. Het hele kanaal is één wit vlak en wij hangen, zonder zeil gelukkig, helemaal schuin op het water. Op de teller staat 55 knopen, nu al!! De boot houdt het aardig, we gaan niet hard maar we maken voortgang. Het is wel een beetje spannend maar zo vanuit het dekhuis sturen we Olim rustig naar caleta El Bosque waar we die middag aankomen.

    Aangekomen bij de Caleta Bosque varen we de nauwe inham in. Zoals de naam al doet vermoeden, is de caleta helemaal omsloten door bomen. Een goed teken, want overal waar de wind kan komen groeit niets. Deze baai moet wel heel beschut zijn! Wat klopt, want de wind lijkt totaal verdwenen. Wat een rust.

    In zo’n nauwe caleta ankeren, gebeurt heel anders dan wanneer je een grote baai tot je beschikking hebt. Eerst kiest Jouke de beste positie om het anker te laten zakken door de afstanden op de kaart te meten. Tot de kant is het behoorlijk diep, dus we kunnen heel dichtbij komen. Ik laat het anker op de gekozen plek zakken en terwijl ik vervolgens de ankerkettting laat uitlopen vaart Jouke rustig achteruit met de kont naar de kant. ‘Ja, stop maar,’ roept Jouke naar mij. Hij test vervolgens of het anker goed vastzit door de motor niet te stoppen. De ankerketting gaat steeds strakker staan. Als ik zie dat ze helemaal gespannen is, roep ik naar Jouke om meer gas te geven. De boot blijft op haar plaats, dat is mooi. Het anker zit goed vast en we liggen precies op de plek die we hebben bedacht: met de kont zo dicht mogelijk bij de kant zonder haar te raken.
    Vervolgens gaan we aan de slag met de vier lange lijnen. Jouke knoopt deze vast aan strategisch gepositioneerde én stevige bomen terwijl ik ze vastzet op de boot. Twee lijnen achter en dan ook nog twee lijnen voor. Niet alle bomen lijken geschikt dus moeten we weer omknopen, grrr wat kost dit een tijd. Maar uiteindelijk liggen we. De wolken gieren boven ons hoofd over ons heen maar hier binnen in de caleta is alles bladstil. Wat een rust.

    De volgende ochtend worden we wakker en is alles om ons heen wit! De herfst is net begonnen en het is meteen flink kouder. Wat veel sneeuw is er in de nacht gevallen! De barometer tikt het absolute dieptepunt aan, even denken we dat ie stuk is want zo laag hebben we de meter nog nooit gezien.

    Terwijl we twee dagen geleden nog sappige frambozen plukten, wandelden door de eindeloze vallei met huppelende konijnen, ons een weg baanden door de bever dammen en sprongen over de beekjes waarin het stikte van de forellen zijn we nu in een totaal andere wereld beland. Sneeuwstormen jagen door de bergen, de kachel maakt meer uren dan de afgelopen drie jaren bij elkaar en wij trekken de hele boot overhoop op zoek naar nog meer warme sokken, dikke truien en mutsen. Geen sloffen voor Jouke, dus die haak ik in rap tempo. Wat is het koud! Ik krijg er spontaan wintertenen van. Maar het is ook heel knus, zo’n verwarmd drijvend huisje in niemandsland veilig vastgeknoopt aan de bomen terwijl het buiten stormt en sneeuwt.

  • Olim naar het einde van de wereld

    Olim naar het einde van de wereld

    Maart 2026 – ‘Ja natuurlijk kan ik jullie boodschappen naar jullie boot brengen. Zet al je karren hier neer, dan rijden we daarna meteen naar Micalvi.’ Wow, wat gaat dit opeens heel snel. We staan in de supermercado Simon en Simon te praten met de energieke eigenaar genaamd Simon. We zijn in het zuidelijkste dorp van Chili, Puerto Williams. We liggen in de meest zuidelijke jachtclub ter wereld, Micalvi. Hier gaat het gebeuren, hier bereiden we ons voor op onze maandenlange trip door niemandsland.



    Het is inmiddels halverwege maart. De laatste weken van de zomer zijn ingegaan. We hebben 1200 liter diesel gehaald met jerrycans. Nu nog de boodschappen en dan kunnen we gaan. We hadden het plan om eerst bij de supermarkt te informeren over de mogelijkheid om alle kilo’s aan eten en drinken te laten bezorgen. Wellicht konden we een afspraak maken voor een van de aankomende dagen. Maar Simon kan ons direct helpen en staat voor ons klaar. ‘Perfect,’ zeggen we ‘dan gaan we meteen aan de slag!’. Een beetje op de gok, want het boodschappenlijstje ligt nog thuis op tafel… We verwachten zo’n anderhalve maand niet in de buurt van de bewoonde wereld te zijn. Aangezien mijn motto is: bij twijfel doen, gooien we alles wat we denken op te gaan eten en drinken in de kar inclusief een grote zak kolen voor de barbecue. Enthousiast vullen we de ene boodschappenwagen na de andere. Uiteindelijk laden we negen boodschappenkarren vol. We moeten even wat schuiven met geld van de ene naar de andere rekening en dan is alles ook betaald. Intussen sjouwt Simon de dozen al in zijn truck en een kwartier later staan de boodschappen bij de boot.





    De jachtclub aan het einde van de wereld

    Dat Micalvi de meest zuidelijke jachtclub ter wereld is, is vreemd genoeg echt te voelen. Hier liggen geen polyester boten met zwemplateaus of catamarans maar vooral aluminium expeditieboten en sterke stalen schepen. We liggen langszij de stalen boot van Fransman Gilles die al jaren beroepsmatig met gasten in dit verre gebied rondzeilt en net terug is met een groep uit Antartica. Ook de Amundsen van de beroemde expeditiezeiler Skip Novak komt na een paar dagen aan de Micalvi liggen. Het zijn boten waarmee je overal naartoe kan, met een romp om door het ijs te varen en voorzien van goede kachels, grote dieseltanks en dikke relingen en verstagingen. Gilles moedigt ons aan om volgend seizoen ook naar Antarctica te gaan. ‘Het is nu te laat,’ zegt hij. ‘De zomer is bijna voorbij en je hebt maximaal daglicht nodig om ‘s nachts de ijsschotsen te kunnen ontwijken.’ We vinden het al heel wat dat we hier zijn gekomen. Antarctica is wel heel extreem, maar Gilles ziet het ons wel doen:  ‘Vier dingen zijn belangrijk: een betrouwbare motor, vertrek met een crew van vier mensen, reserveer zes weken om te wachten op het perfecte weervenster en learn to pray mocht je onverhoopt toch in slecht weer terrecht komen. Il n’y a pas de Dieu dans le Sud.’ Jouke en Gilles moeten keihard lachen en Jouke bedankt voor het advies maar denkt dat zo’n extreme onderneming te veel effect heeft op zijn mentale gezondheid. ‘Oui, for Antarctica it is nice to have a healthy mind but, again, more important is a reliable engine.’



    De Micalvi is ook een intiem haventje. We liggen namelijk met z’n allen, zo’n stuk of twintig zeilboten, zij aan zij tegen het oude schip Micalvi aan. Dit was een Duits vrachtschip gebouwd in 1925 en voer destijds door de wateren van Patagonië. Het liep averij op in de jaren zestig en is toen naar Puerto Williams gesleept. Hier, in ondiep water, heeft de Armada het schip afgezonken en het fungeert sindsdien als aanlegsteiger en kantine van de jachtclub. Behalve dat het schip aan de grond ligt, is verder nog veel intact inclusief het chique oude interieur. Om bij je boot te komen stap je eerst aan boord van de Micalvi en vervolgens klauter je over de andere boten. Je leert de andere zeilers dus meteen kennen. We drinken koffie bij elkaar en vieren verjaardagen en afscheidsfeestjes samen. We helpen elkaar met het uitlenen van jerrycans en we horen inspirerende verhalen van ervaren zeilers in dit gebied. Ook krijgen we handige tips: ‘Let erop dat je je lijnen niet aan te dunne stammen vastknoopt. Bij een windvlaag trokken we een hele boom mee en belandden we bijna op de rotsen.’ En wanneer een boot in het midden vertrekt staat iedereen klaar om lijnen aan te nemen om het vertrek zo soepel mogelijk te laten verlopen. Heel gezellig deze saamhorigheid!

    Na tien dagen denken we alles aan boord te hebben voor de komende episode van onze reis. Spannend, zouden we aan alles gedacht hebben? Zijn we niets vergeten? We denken dat we er helemaal klaar voor zijn en vertrekken. We zijn met de Olim aangekomen aan het einde van de wereld, el fin del mundo! En we gaan ervaren hoe het is om maandenlang met z’n tweeën en ons robuuste schip door het mooiste gebied van de wereld te varen.

  • Krabben vangen op Isla de los Estados

    Krabben vangen op Isla de los Estados

    …..en we liggen en de duisternis valt in. Ineens zien we een zwak schijnsel op ons afkomen. Een kano? Ja een kano!! De kano lijkt wel van boomschors gemaakt. We zien een naakte man en zijn gezicht licht op door het kleine vuurtje wat hij, supergevaarlijk natuurlijk, op de bodem van zijn kanootje brandend houdt. Aaah nu zien we het, een Vuurlander! Ja we zijn nu officieel in Vuurland oftewel Tierra del Fuego…

    Darwin beschreef ze al. De Vuurlanders of beter gezegd het Yahganvolk. Ze staan bekend om de kano’s waarmee ze zich verplaatsten door het ruige terrein. Ze hadden niet veel om het lijf. Meestel één kleine dierenhuid over het naakte lijf gedrapeerd. De huid werd verschoven afhankelijk van waar de wind vandaan kwam. Ze doken het ijzige water in op zoek naar mosselen en krabben en sliepen in karige hutjes van takken. Tegen de kou smeerden ze zichzelf in met dierlijk vet en modder. Die kano’s waren gemaakt van samengesnoerd boomschors en lekdicht gemaakt met zeehondenblubber en ander biomateriaal. Door deze manier van bouwen gingen de smalle bootjes maar drie tot zes maanden mee en ze moeten een lekbak zijn geweest, tenminste dat denk ik. Ik kan me moeilijk voorstellen hoe ze ook nog eens een vuurtje stookten op de bodem van deze bootjes om zichzelf warm te houden.  Darwin zag ze als primitievelingen, als wildenen, als het laagste niveau van barbarij. Hij beschrijft kinderen in de vrieskou naakt op de buik, mama is moe en doet een tukkie in de natte sneeuw op de grond. De verhalen over deze mensen en hun zware bestaan zijn mythisch. Darwin was verbaasd hoe snel de naar Engeland gebrachte Vuurlanders hun oude leefwijze weer oppakten als ze terugkeerden. Ze prefereerden hun eigen cultuur en gebruiken en deden hun Britse kwaliteitskleding gewoon weer uit eenmaal terug in de wildernis. Door lynchpartijen en ziektes zoals mazelen bestaat het Yahganvolk niet meer. Enkelen nog. Jammer, het was een vreedzaam volk met complexe sociale structuren. Ze kenden geen hiëarchie en vrouwen waren gelijk aan de man. Elke gift van Darwin aan de Vuurlanders werd in gelijke aantallen gescheurd als dat er mensen waren. Ook al verloor het voorwerp daarmee het nut. Eerlijk zullen ze alles delen. Macht door bezit kwam hierdoor niet voor, tot ergenis van de Europeanen trouwens. Misschien mede door deze mentaliteit kwam er een einde aan het Yaghanvolk. Het ‘alles is voor Bassie’-principe blijkt wellicht toch beter te werken?

    Wij zijn er!

    Zaterdag 28 februari. Wij liggen in de baai Hoppner op Isla de Los Estados. Bijkomend van de spanning van afgelopen dagen. We beschreven al eerder dat het een billenknijpend traject was en de aankomst op Isla de Los Estados was voor mij erg bijzonder. We hebben het gehaald. Ik kon bij aankomst niet ophouden met filmen en we hebben tien keer een high five gedaan. Twee jaar hebben we ernaar toe geleefd en nu zijn we er. Wat gaaf en wat een ruige natuur. Zo groen ook!  De lange, drijvende lijnen komen hier weer van pas en een uurtje na aankomst liggen we vastgeknoopt als een spin in zijn web beschut achter een klein eilandje aan de rand van de ruime baai. Wat liggen we hier beschut en rustig!! We slapen die nacht als een baby.

    De volgende dag gaan we op ontdekkingstocht en stappen we in de bijboot. Uren lang varen we door de baai die bezaaid is met kleine eilandjes en rotsblokken. Op deze rotsen groeien vaak één of meer grillige boompjes. Het lijken wel bonsaiboompjes zo kronkelig als ze zijn. Na de droge Argentijnse kust valt het op dat de bomen en struiken zo frisgroen zijn en de stammen vaak bedekt met een laag mos. De baai zelf is als een diepe kom tussen de bergen met steile kliffen. Af en toe een vlakke helling of een mooi strandje waar we aan land proberen te komen. Kunnen we hier vanmiddag misschien een wandeling maken? We komen niet door de struiken heen en meerder ontdekpogingen lopen vast in de begroeiing. We staan een meter naast elkaar, ik kan geen 10 centimeter voor me uitkijken en we zijn elkaar helemaal kwijt door het dichte en drukkende struikgewas. Intens. De grond is een soort sponzig mos waar je behoorlijk diep in weg kan zakken. Mijn fleece handschoenen zijn doorweekt en nemen de geur over van het mos. Ik realiseer me dat we eigenlijk geen goede waterdichte handschoenen mee hebbben. Het is nog zomer, wat als het straks kouder wordt?

    Maar wat is het hier prachting. Tussen de mini eilandjes zwemmen vogels die we nog niet eerder hebben gezien zoals de hagelwitte kelpgans met korte snavel en de reuzenbooteend. Die laatste is het vliegen verleerd en zwemt altijd in een paartje. Precies in deze baai moet een zeeluipaard zich ophouden maar die hebben we niet gezien. Oppassen als je die slapend op het land aantreft, je moet er dan met een ruime boog omheen. 

    De volgende dagen gebruiken we met laagwater de drooggevallen waterstroompjes en beekjes om verder te kunnen wandelen om zo wat meer het eiland te kunnen verkennen. We slepen eenmaal zelfs de bijboot door de struiken en over waterloopjes heen om vervolgens een bergmeertje te kunnen oversteken om daar weer verder te kunnen klauteren. Vol krassen en met natte voeten maar voldaan komen we weer aan bij de boot.

    De volgende dag storten we ons op een nieuwe missie. We weten dat hier king crab voorkomt en die willen we. Niets lekkerder dan een zelf gevangen maal! In de ochtend maak ik van een Albert Heijn krat en een emmer een krabbenfuik. We plukken mosselen als aas, en gebruiken een steen als balast en dan hup de fuik, aan een lang touw, het water in. Na een paar uur trekken we het krat weer de bijboot in. We hebben prijs, zeven rode krabben! Maar wacht es, niet de juiste soort. Het is een kleine soort die centolina heet. Je kan ze eten maar zijn door het formaat niet de moeite. Tenminste dat vind ik. We zetten ze levend terug. Onze meerdere pogingen ten spijt, we hebben altijd een volle fuik maar niet de juiste. De bbq gaat uiteindelijk wel aan want hebben nog vlees uit Puerto Deseado!   

    We zijn blij dat de Argentijnse kust erop zit maar hebben nog een laatste hobbel te nemen. Om naar Puerto Williams te komen moeten we via de straat van Le Maire. Geen zin in gedoe wachten we net zo lang tot er een makkelijk weervenster is voorspeld. Na een week op Isla de los Estados maken we onszelf weer los en zeilen en motoren we richting Chili het Beagle kanaal in. We worden verwelkomd door walvissen en zeeleeuwen. Heel veel zeeleeuwen en heel veel walvissen. Het houdt niet op. Puerto Williams, we komen er aan!

  • De gevreesde Argentijnse kust

    De gevreesde Argentijnse kust

    Januari en februari 2026

    De Argentijnse kust, een duizend mijl lang traject waar ik behoorlijk tegenop zie om te bevaren. Dit gaat het meest uitdagende stuk zijn waar we ooit hebben gezeild. Deze kust staat er namelijk om bekend dat het er immens hard kan waaien én dat de plekken om te schuilen zeer gering zijn. Daarbij komt, hoe zuidelijker je bent hoe meer deze twee kenmerken gelden. Aan de andere kant, we hebben sinds kort internet aan boord waardoor we continu toegang hebben tot actuele weersvoorspellingen. Als we zien dat een storm onze kant op zou komen, dan hopen we tijd genoeg te hebben om een schuilplek op te zoeken. Ook hebben we het goede seizoen uitgekozen. Want in de zuidelijke zomer, waarin wij ons nu bevinden, is de wind vaker noord en minder hard dan in de lente. Ten derde, ook al zijn er weinig plekken om te schuilen ze zijn er wél. Kortom, vamos! Let’s go, op naar de furious fifties!

    Onze route




    Zomervibes in Mar del Plata

    Onze eerste bestemming aan de Argentijnse oostkust is de havenstad Mar del Plata. Een stad met meer dan zeshonderd duizend inwoners, de enige grotere Argentijnse stad aan de Atlantische Oceaan. Dat het hartje zomer is, is goed te merken. We liggen aan een meerboei in de zonnige baai vlak voor de haven. Elke dag varen kinderen in optimistjes langs, vrouwen op sups peddelen fanatiek voorbij, een paar jongens oefenen met hun wingfoil, het terras in de haven zit vol met gezinnen en groepen jongeren en de padelbaan is geen moment leeg. In deze bruisende, zomerse hotspot voeren wij onze allerlaatste taken uit op onze expeditie naar het barre zuiden.

    Onze belangrijkste taak is de boot vol krijgen met eten en drinken. En wat een mega mazzel dat er onlangs een enorme supermarkt is geopend precies tegenover de haven! We delen onze boodschappenlijst op in drie sessies: drinken, houdbaar eten en het verse eten. Met al onze shoppers en grote rugzakken stappen we de supermercado Coto binnen, waar de portiers ons inmiddels kennen en enthousiast begroeten. Hoewel de supermarkt vlakbij is, bestellen we een taxi terug om ons met alle tassen in de haven af te zetten. De havenmedewerker maakt de poort open en de auto mag doorrijden tot aan de steiger. Daar tillen we de linzen, rode kolen, pommelo’s, alfajores en aardappelen de bijboot in om ze naar de boot te brengen en in de kasten op te bergen.

    We tanken nog een extra keer diesel, vullen de watertanks en kopen een elektrisch kacheltje voor het geval onze cv-installatie uitvalt in het koude zuiden. En dan opeens zijn we er. We zijn klaar. Echt klaar. Dit voelt zo bizar, zo onwerkelijk. Al sinds we in juni 2024 aankwamen op de Azoren bereiden we onze expeditie naar Patagonië voor. En nu, zo’n anderhalf jaar later, hebben we alles gedaan wat we wilden doen. De Olim is er nu echt klaar voor. Dat vieren we met cocktails in de Tikibar!

    En na een kleine week in Mar del Plata dient zich een perfect weervenster aan om zuidwaarts te gaan. We mikken op Bahia San Blas, zo’n driehonderd mijl verder.



    Over zandplaten struinen in Bahia San Blas op zoek naar Darwins nandoes

    Onze eerste zeiltocht over het meest onheilspellende stuk Atlantische Oceaan verloopt eigenlijk hartstikke goed, we hebben een zalige zeiltocht waar we weer iets zien wat we nog nooit gezien hebben. Als we ver uit de kust zijn, merken we een donkere vlek in het water op. Het lijkt de schaduw van een wolk. Maar de lucht is strakblauw. Zou het een orka zijn? Boven en op de vlek stikt het van de albatrossen. De vlek beweegt, ze verandert van vorm in het water. Ze komt onze kant op. Maar een scherpe vin zien we niet. Geen orka dus. Krill! Opeens weten we wat we zien. En even later komt er weer zo’n grote wolk van de Antarctische plankton voorbij. We gaan dus de goede kant op.

    Na drie dagen varen, komen we aan in het waddengebied rondom het kleine dorp Bahia San Blas. We zijn aanbeland op de veertigste breedtegraad, onder zeevaarders ook wel de Roaring Forties genoemd vanwege de onstuimige en overheersende westenwind. Bahia San Blas is dus niet populair onder zeilers maar des te meer onder sportvissers, die in de zomer en masse hiernaartoe komen om onder andere haaien te vangen. Het gebied rond Bahia San Blas is een natuurreservaat, het is een wetland dat bestaat uit verschillende eilanden. Vanwege het behoorlijke getijdeverschil verdwijnen sommige eilanden gedeeltelijk bij hoog water.
    Wij zoeken een ankerplek op in een geul tussen twee zandvlaktes. Omdat er harde wind voorspeld is, kiezen we deze plek waar we goed beschut liggen voor de golven die dan zullen ontstaan.

    Hoewel we goed beschut liggen voor de golven, liggen we dat niet voor de wind. We zijn hier gestopt omdat er harde zuidwesten wind is voorspeld. En die komt. ’s Nachts horen we de wind gieren door de verstaging. We schieten uit bed. Het regent keihard, het stormt en onweert. De bliksemflitsen zijn heel dichtbij. Op de windmeter zien we de teller oplopen, de ene vlaag is nog harder dan de ander. Houdt het anker het wel? Op de kaart is te zien dat we niet verplaatst zijn. De boot trekt keihard aan de ankerketting, we hellen naar links en dan weer met een ferme ruk naar rechts. 55 knopen wind zien we op de windmeter, dan 56, oh nee, met zo veel wind hebben we nog nooit achter het anker gehangen. En het was zo’n rustige, stralende dag vandaag dat ik even vergeten was dat we in de Roaring Forties waren…

    In de week dat we in Bahia San Blas zijn, lukt het ons niet om naar het dorpje te komen. Voor anker gaan bij het dorp is door de harde wind onverstandig en de afstand tussen het dorp en onze ankerplek is te groot om met de bijboot af te leggen. De zandplaten waar we tussenliggen, worden ons wandelgebied. Elke middag met hoog water kiezen we een ander stukje uit om te verkennen én om te proberen de nandoes die we in de verte hebben gezien van dichtbij te bewonderen. Deze bijzondere, grote loopvogels zien we soms in de verte lopen over de vlaktes. Ze blijken te kunnen zwemmen en verplaatsen zich zo tussen de verschillende eilanden. Jouke leest hierover in het boek van Darwin over zijn reis met de Beagle. Darwin bleek lang in dit gebied te zijn geweest dat klaarblijkelijk amper is veranderd sindsdien.




    Patagonisch ankeren in Caleta Horno

    We zakken verder de kustlijn af, weer varen we een aantal dagen naar onze volgende stop. De plek die we op het oog hebben, is Caleta Horno. Een caleta betekent een nauwe inham. En dat het nauw is, betekent voor ons dat we voor de eerste keer op Patagonische wijze zullen gaan aanleggen. We gebruiken niet alleen ons anker, we maken ook lijnen vanaf de boot aan de kant vast. Zo blijft de boot op haar plek en kan ze niet de kant raken. Iets wat wel zou kunnen gebeuren als we alleen ons anker gebruiken.

    Ik noem dit de Patagonische wijze, want in Patagonië stikt het van de caleta’s waar er te weinig ruimte is om achter het anker alle kanten op te kunnen bewegen. Dus we zullen nog vaak op deze manier gaan aanleggen. En hoewel we nu ongeveer halverwege de Argentijnse kust zijn, zijn we ook officieel al in Patagonië.

    Wanneer we de smalle doorgang in het enorm dorre en droge landschap invaren, staan de inwoners van de baai ons vanaf de kant aan te staren. Vijf guanaco’s, een soort lama’s, kijken ons gebiologeerd aan alsof ze even willen kijken wie er nu weer binnen komen varen. Wij maken ons intussen klaar voor het aanleggen. Aan land liggen rotsen, enkel kale rotsen. Er groeit geen boom of struik. Dus onze lijnen moeten we om een rots gaan leggen. We zien dat voorgangers stalen kettingen hebben gelegd om strategisch gelegen brokken steen, daar kunnen we onze lijnen aan vastmaken. We roeien op en neer en kiezen nog een extra steen uit om vervolgens met drie lijnen én ons anker vast te liggen. Er is namelijk – opnieuw – harde zuidwesten wind voorspeld die via de Pacifische Oceaan over het Andesgebergte geduwd wordt en vervolgens met een noodvaart over het vlakke, Argentijnse land raast.

    Wanneer ik de volgende ochtend uit het raam kijk, hoor ik een windvlaag aankomen. Ik kijk naar onze lijnen en zie onze derde lijn zo de enorme rots waar ze omheen zit het water in trekken. Plons! We zijn nog best even bezig met het vinden van een nieuwe steen om de lijn omheen te leggen.

    Uiteindelijk zijn we ook op deze plek precies weer een week, net als op de vorige twee plekken. Hoewel de volgende halte maar anderhalve dag varen is, duurt het best lang voordat de weersomstandigheden zo zijn dat we verder kunnen gaan. In deze week verkennen we het hele gebied rondom de caleta want het is er uitstekend wandelen over de droge vlaktes.



    Puerto Deseado

    Ook de volgende tocht verloopt vlekkeloos. We hebben weinig wind als we van Caleta Hornos naar Puerto Deseado zeilen. We houden het weer goed in de gaten want er is wel veel wind voorspelt de laatste dag van de tocht. Gelukkig komen we ruim op tijd binnen en vinden we een mooie ankerplek tegenover het dorp Puerto Deseado. Alhoewel mooi, we liggen hier mega open voor noordenwind. Puerto Deseado is eigenlijk een lastige plek om te liggen. Gedurende ons verblijf van twee weken verkassen we een aantal keer om telkens een plek aan hoge wal op te zoeken. Wat kan het hier enorm waaien! Ons anker houdt het gelukkig prima maar er zijn genoeg dagen dat we vanwege de wind niet van boord kunnen. Weer een hele dag veertig knopen met uitschieters naar meer dan vijftig. We zijn er aan gewend ondertussen en het vertrouwen in ons anker is gegroeid.

    Als alternatieve ligplek is er een enorm ponton waar je tegen aan mag liggen maar die ligt vol. Er is alleen plek aan de zuidkant maar dan zouden we nog steeds niet altijd beschut liggen en mogen we een paar keer per dag losgooien omdat er een vissersboot naar binnen of buiten moet.

    We blijven voor anker en op de warme, zonnige dagen genieten we enorm en scheuren we met de bijboot van en naar de stad of maken we eindeloze toertjes door de prachtige natuur. Ook bezoeken we de plek waar Jacob Lemaires schip is gezonken. Hoewel er geen spoor meer van te vinden schijnt te zijn, vinden we het toch bijzonder om op exact dezelfde plek te zijn met onze boot. We spotten nandoes, guanaco’s, pinguïns, zeeleeuwen en prachtige imperial comorons.

    Tot het moment er goede wind komt om weer te vertrekken. Het laatste stuk naar het zuiden… We hebben al lang gewacht op een window en we zijn er klaar voor. Het weer lijkt elke keer niet perfect voor deze 400 mijl zonder schuilplaats maar nu is er toch wel een acceptabel weervenster. We zetten ons in om alles aan boord nog eens extra goed vast te zetten. Na te zijn uitgeklaard is het wachten op het tij naar buiten. Het is zes uur ’s avonds, voordat we het anker willen ophalen bekijken we dit bericht nog even. Merde, op het laatste traject krijgen we toch net iets meer wind en de voorspelde zuidenwind zal ook iets eerder inzetten. We besluiten om niet te vertrekken. Puerto Deseado radio control velero Olim esta no zarpar.

    Inmiddels is er een beschutte plek op de ponton vrijgekomen waar we gaan liggen. We maken vrienden met onze buren, Argentijnse zeilers die net vanuit Antarctica zijn aangekomen. Het is geweldig om de verhalen te horen over zeilen tussen het ijs en we zijn blij met de verschillende tips voor ons volgende traject. ‘In het begin voer ik heel voorzichtig door de stukken ijs. Maar er is zo veel ijs, dat ik stopte met alle stukken ontwijken en dat ging ook goed. Jullie hebben ook een stalen boot, toch. Dus maak je geen zorgen.’
    Nu de stad binnen handbereik ligt gaan we vaker Puerto Deseado in. De vissersstad Puerto Deseado ligt zeer afgelegen middenin een gortdroog landschap. De windbestendige golfplaten huizen, weinige begroeiing en harde wind geven de stad een wat kille, rauwe sfeer. Maar ook hier is iedereen zo super aardig. Zo maken we kennis met de bbq-influencer Manrsoneel die op straat de heerlijkste en erg vette worsten bakt. In de supermarkt vergeten we een doos boodschappen toen we onze voorraden flink aan het aanvullen waren. Twee dagen later staat de doos veilig bij de servicebalie op ons te wachten. En in het museum krijgen we een urenlange privé rondleiding. 

    Slotetappe

    En dan is het weervenster er echt. Na twee weken verlaten we Puerto Deseado. Opnieuw hebben we een soepele tocht, de wind komt niet boven de vijf en twintig knopen uit.

    Op 28 februari komen we aan op Isla de los Estados! We hebben het gered, het is ons gelukt. De tocht der tochten is volbracht!

  • Onze riviercruise over de Rio de la Plata (deel II)

    Onze riviercruise over de Rio de la Plata (deel II)

    Deel 2: van Colonia del Sacramento naar La Plata

    De mooiste zonsondergangen in Colonia

    Soms komen we op een plek waarvan we denken: dit is het, hier hadden we veel eerder naartoe moeten gaan. Colonia del Sacramento, oftewel Colonia, in Uruguay is precies zo’n plek. Colonia is een prachtige oude stad gesticht in de zeventiende eeuw door de Portugezen. Lange lanen met hoge platanen en nauwe straten met kinderkopjes geven de stad een zwoele, Zuid-Europese sfeer. De kleine haven waar onze Olim ligt, bevindt zich in het midden van het gezellige en historische centrum. We liggen aan een oude pier die onze boot scheidt van de Rio de la Plata. In de stralende lentezon is het elke dag druk met wandelende toeristen en vissende Uruguyanen. Geregeld vangen de hengelaars een grote vis. Het zijn vaak groepjes vrienden en gezinnen die met hengel in de ene hand en een maté beker in de andere op de keien zitten, turend over het water. De pier is ook erg populair voor de weergaloze zonsondergangen. Elke avond opnieuw verschijnt de mooiste ondergang met heel ver maar net te zien de skyline van Buenos Aires.

    Als Pablo en een medewerkster van de douane voor onze boot staan met drie grote dozen, voelt het voor ons als pakjesavond. Na twee maanden wachten en iets te veel onzekerheid dan goed voor ons was, staan de spullen nu gewoon voor onze neus op de pier. Ze zijn er! Via Amazon kreeg Jouke eerder bericht dat de pakketten waren ontvangen in Miami. Maar Pablo, de agent die het transport tussen miami en Uruguay verzorgt, meldde ons dat er nog niets gearriveerd was. Had iemand de dure verrekijker en de Garmin striker (een externe dieptemeter) achterover gedrukt? En was onze nieuwe stuurautomaat dan dus ook nog niet aangekomen? Nu alle spulletjes voor onze neus op de pier staan maakt dat ons heel erg blij. De afhandeling verloopt soepel omdat de douanemedewerker vloeiend Engels spreekt. Onze agent vraagt aan haar om iets te vertalen, ik hoor hem het woord Instagram zeggen. Ze moet lachen en vraagt ons of we hem willen volgen op Instagram, hij is namelijk naast agent ook fotograaf. Wanneer Jouke hem een paar dagen later volgt op de socials vraag ik hem wat Pablo zoal fotografeert. ‘Zonsondergangen, elke foto is gemaakt in het licht van de zonsondergang.’

    We krijgen bezoek! Mijn zusje Stefi komt! Na een glanzende carriere bij BP waarbij Stefi in alle verre hoeken van de wereld heeft gewoond heeft ze besloten dat het tijd is voor een sabbatical. Haar huis in Londen laat ze voor een tijdje achter en ze is van plan om maanden door Zuid-Amerika te gaan reizen. Ze start haar trip bij ons aan boord! Het wordt een gezellige avond vol met verhalen, biertjes en champagne. Wat een feest! Na een paar dagen gaan Stefi en ik met zijn tweeen een weekendje naar de hoofdstad Montevideo en laten Jouke achter op de boot. Gezellig om weer met Stefi op pad te zijn. We bezoeken musea, kroegen en spelen eindeloos veel spelletjes. Na twee weken Uruguay begint de taalcursus van Stefi in Buenos Aires en stapt ze van boord. Maar gelukkig zullen we elkaar snel weer zien aan de overkant van de Rio de la Plata!

     

    Argentijnse weekendzeilers in Colonia

    Elk weekend overspoelen Argentijnse zeilers de haven van Colonia. Vanuit (zeil)clubverband (yate club), grote vriendengroepen of hele families steken ze op vrijdag vanuit Buenos Aires de Rio de la Plata over. De boten liggen dan rijen dik, maar dwars op de kade, en de bezoekers maken van de kleine haven in Colonia één groot feest. Buenos Aires ligt recht tegenover Colononia en de Rio de la Plata is hier zo’n dertig mijl breed. Colonia is voor Argentijnen zeg maar wat voor ons een tochtje Harlingen Terschelling is. Mooi avontuur, in een weekend te doen en je bent er toch helemaal uit. Het verschil is wel dat de Argentijnen bij aankomst moeten inklaren en bij vertrek ook weer uitklaren. Op de pier bij het kleine houten kantoortje van de douane staat in weekend vaak een rij Argentijnen en is het erg gezellig. Ondertussen hebben de Argentijnse zeilers en wij elkaar wel gevonden. In Colonia hebben we de leukste avonden samen op onze boten en in de cafés. Als enige niet Argentijnse boot vallen we op en maakt elke Argentijn een praatje met ons. We vertellen dat we binnenkort naar Buenos Aires gaan en onze telefoons zitten al gauw vol met Argentijnse nummers. ‘Kom bij ons eten!’, ‘App me als je iets nodig hebt’, ‘Tot snel!’.  
    Behalve de gezelligheid geven deze zeilers ons heel handige adviezen over het aanvaren van de stad Buenos Aires aangezien het verval metershoog is en niet elke haven diep genoeg is voor ons. Elke zondag, zo rond de lunch zwaaien we de Argentijnen weer uit. Het proces van losgooien en wegvaren is door de lange achterlijnen, sterke wind en stroming altijd een rommelig geheel. Aanvaringen en lijnen in een schroef komen elk weekend wel voor. De Argentijnen blijven altijd even vrolijk en geschreeuwd wordt er nooit.

     

    Op naar de overkant, naar Buenos Aires

    Na drie maanden Uruguay waarvan zes weken in Colonia gooien we los en zeilen we naar Buenos Aires. We nemen de adviezen van de lokale zeilers over en varen met een flinke maar heel mooie omweg door een prachtig en immens groot natuurgebied naar de metropool. Het is een dag extra varen, maar dat doen we liever dan dat we vast komen te liggen. We varen dagen door sloten en meertjes die qua begroeiing erg veel weg hebben van de natte natuurgebieden in Nederland. Rietkragen, wilgen en diverse watervogels. Veel vogels die we kennen in Nederland lijken een Zuid-Amerikaanse evenknie te hebben. Zo zien we de Zuid-Amerikaanse kieviet, talloze aalscholvers, verschillende steltlopers en snippen. Af en toe komt er ook een Zuid-Amerikaanse roerdomp voorbij en zien we zelfs een otter of bever zwemmen! Leuk hoor.

    Aan de noordkant van de stad zitten de meeste jachthavens en we hebben onze zinnen gezet op de Yateclub San Fernando. Hier kennen we ondertussen al heel wat zeilers die we in Colonia hebben ontmoet! Maar helaas, als we de stad invaren blijkt er geen plek te zijn voor ons. We steken te diep wordt er verteld. We zijn verbaasd. We buurten die ochtend bij alle andere talloze yateclubs en piepen ze een-voor-een op of varen gewoon naar binnen. Geen gehoor of krijgen te horen dat er geen plek voor ons is. We blijven maar zoeken en proberen op verschillende manier contact te leggen. Wat moeten we nu doen? Waar kunnen we nu naartoe? Het begint inmiddels flink te regenen. We balen als een malle. Weer komt een havenmeester in een kleine boot op ons af en zegt dat hij geen plek voor ons heeft. Hij verwijst ons door naar de volgende haven. En ja, opnieuw komt een kleine boot van de haven op ons af. Vaar maar achter me aan, gebaart de Gauchita achter het roer. We kijken elkaar verrast aan: zou het nu wel lukken? Heeft hij een plekje voor ons? En jawel, terwijl we al dachten aan terugvaren naar Uruguay, kunnen we na uren zoeken in yateclub Barlovento terecht!  

    Argentijnse kerst

    Zo gezellig als de haven van Colonia is zo verlaten is de haven Barlovento. Het is er groen, verzorgd en er is zelfs een zwembad waar we gebruik van maken maar er is geen leven. Het is ronduit stil te noemen. En dat verbaast ons want de Argentijnen hebben nu hun jaarlijkse grote vakantie. De haven, maar ook de wijk waar de haven in ligt heeft iets  snobistisch. Grote auto’s en villa’s, overal hoge hekken omheen en elk object heeft een wachtershuisje met een bewaker. Ook de wijk zelf wordt particulier beveiligd en op veel plekken staat een beveiliger in een klein huisje de boel te opserveren. In de Yate club Barlevento is veel personeel in tenue wat het geheel een beetje de sfeer van een kakineuze tennislub geeft. We hebben nog een mooie klussenlijst waar we aan werken dus wij komen onze tijd wel door natuurlijk en erg veel last hebben we er niet van. In de verloren uurtjes slenteren we wat rond over het grote bosrijke terrein of doen een plonsje en maken we een praatje met Gustavo de badmeester. Hij raadt ons aan om naar Gloria te gaan zijn zaalvoetbalclub en dan in de clubkantine steak te gaan eten. We eten er de heerlijkste rabbas en entrana’s.

    Vlak voor kerst begon het water elke dag een beetje te stijgen tot ver boven het niveau van de straat. Voor ons een event maar hier blijkbaar heel normaal. In Colonia hebben we het al eens gezien maar hier in Buenos Aires en La Plata lijkt de impact toch redelijk groot. Niemand die zich er druk om maakt maar af en toe was het lastig om weer naar de boot te komen. Het is dan niet duidelijk waar het pad is, waar je kan lopen of dat de steiger in het ater is verdwenen.

    Met kerst komt Stefi weer aan boord die dan al heel wat weken intensieve taalcursus erop heeft zitten. De voortgang is bij haar al goed te merken. Wij volgen alleen een taalcursus met een app en we troeven elkaar af met wie het beste Spaans spreekt. De v spreken we alledrie al uit als een b en met het Spaans gaat al dus al berry berry good.

    Voor de kerstavond heeft Pleuni contact gezocht met een restaurant en ze heeft een reservering gedaan. We hebben er alledrie veel zin in. Met de Uberapp laten we een taxi komen en we staan al klaar op de auto te wachten in onze kerstige kleding. De Uberchaufeur met Argentijnse mat en flesje bier in de hand moet eerst even nog twintig kilo vuurwerk van de achterbank verplaatsen wat wel graciosa is natuurlijk en gelukkig blijkt het een jofele guapo te zijn.

    ‘Nee je bent net op tijd hoor. Over een uur rijdt er helemaal niemand meer in de stad. Iedereen is thuis bij padre madre en Abuelo. Despues ga ik weer rijden en kan ik jullie wel weer opkomen halen.’

    Ik kan nu vertellen welke signalen we al kregen dat het misschien helemaal anders zou lopen: veel moeite om een restaurant te vinden dat open zou zijn, lang wachten op een Uber, niemand op straat, de taxichauffeur die vertelt dat kerstavond thuis wordt gevierd. Maar toen we af werden gezet voor een dichte deur drong het echt tot me door. Het restaurant is vanavond dicht. Ik krijg zo de indruk dat elk restaurant in heel Buenos Aires vanavond dicht is. Maar ik wil dit niet geloven. We pakken Google maps erbij en proberen nog wat plekken in de buurt maar staan keer-op-keer voor een dichte deur. Totdat we langs een Libanees eettentje lopen. Hé de deur is open! En binnen in het ieniemienie restaurantje staat één tafel. Precies gedekt voor drie personen. We zijn zo enthousiast dat we meteen willen aanschuiven. Maar de jonge en zeer vriendelijke ober kijkt wat bedenkelijk. In het Spaans probeert hij ons iets duidelijk te maken. Als we vragen of we er kunnen eten, zegt hij geen nee maar ook geen ja. Ik denk dat we beter kunnen gaan en de jongen lucht zichtbaar op als we richting de deur lopen. Jouke heeft een idee, de restauratie van het tankstation lijkt open. En jawel, daar kunnen we zitten en flesjes fris en empanada’s krijgen. Even, in het felle tl-licht denken we er te zijn. Dit is de plek voor ons kerstdiner. Maar na een paar minuten realiseer ik me dat ik liever naar huis ga en daar iets kook dan nog drie empanada’s en flesjes ice tea bestel.

    Op 25 december pakken we het anders aan, we gaan barbecueën. We halen inktvis, picanha, venkel en trappen de asado aan! De haven beschikt over de meest fantastische asado’s met mooie tafels eromheen vlak naast het zwembad. Argentijnser kan het niet: met kerst barbecueën met familie. De bubbels vloeien rijkelijk en 25 december staat in het teken van de zomerse barbecue. Het is mega leuk met z’n drietjes! De volgende dag zet ik Stefi met de bijboot af aan de kant en mis haar al direct. Maar wij gaan weer door met onze werkzaamheden aan boord en zij vervolgt haar reis door Argentinië.

     

    La Plata

    Buenos Aires laten we achter ons en op 6 januari varen we naar de stad La Plata, onze laatste stop op Rio de la Plata. De boot is na al het geklus in Buenos Aires wel zo’n beetje klaar voor de tocht naar Patagonië en we gaan starten aan de tocht die we eigenlijk wel spannend vinden. Op naar het zuidelijkste puntje van Zuid-Amerika hiep hoi! Hoe zuidelijker we in Argentinië komen hoe meer wind er zal zijn maar minder havens en baaien waar we kunnen schuilen. Wat vinden we het spannend. Maar eerst een easy stop: La Plata! Een stad met een typisch Spaans stratenpatroon, namelijk alles in vierkanten opgedeeld en af en toe een diagonale straat doorkruisend er doorheen. De Falklandoorlog  heeft zijn sporen achtergelaten in La Plata. Veel jonge soldaten kwamen uit deze stad en zijn overleden of getraumatiseerd teruggekomen van de Islas Malvinas. De verhalen liegen er niet om. De overheid legt nadruk op de importantie en adverteert op bussen en taxi met teksten als ‘Islas Malvinas son Argentina’. De slachtoffers vechten nog steeds voor erkenning van hun leed.  

    Als we aankomen blijkt Yateclub La Plata een harstikke gezellige boel en elk weekend is het er keidruk. Iedereen heeft zijn eigen klapstoeltje mee en gaat chillen langs het water. Die klapstoel hebben wij ondertussen ook gekocht en we chillen regelmatig gezellig mee. De Olim ligt front row bij de club op de ereplek en er is veel nieuwsgierigheid. Ja hoor kom maar aan boord, iedereen is welkom. Veel gestuntel en gelach als we weer met ons beperkte Spaans een praatje aanknopen. De Argentijnen zijn gek op zelfpratende vertaalapps op hun telefoon en bezorgen daarmee soms voor hilarische situaties. Iedereen ligt in een deuk als mijn antwoord in het Spaans weer uit de telefoon rolt. Nou moe, zo grappig was het toch ook weer niet? Een vrouwelijke bezoekster maakte het wel heel bont door alleen maar te gillen in haar telefoon en haar kinderen op te hitsen wat tot een soort gezellige chaos leidde. Tsja, wat moet ik daar van vinden. Hola, como estas Gouke, ik zie iemand druk naar me zwaaien. Hmm hoe komen we hier weer van af?

    We spreken de voorzitter van de club en van haar mogen best een tijdje blijven en het kost er bijna niets maar de regel is dat je maar zeven dagen blijven mag. Jammer want het was er wel gezellig en we konden toch nog wat laatste dingetjes regelen. We kochten er een nieuwe badkamerkraan, nieuwe brandblusser en we regelden via via nog wat laatste bootspullen. Als de tiende schoenenwinkel ook geen schoenen in grote maten heeft gooien we het roer om en brengen de schoenen naar een schoenmaakster die alles weer piekfijn in orde maakt. Hmm daar hebben we ons wel op verkeken: kleding en schoenen hebben ze hier vaak niet in grote maten en van warme kleding hebben ze ook weinig. Hopelijk gaan we hier geen last van krijgen als we straks in Patagonië zijn!

    In La Plata gaan we wat vaker uit eten met het idee dat het de komende maanden niet altijd meer kan. Een keer Peruaans, weer eens naar een asadorestaurant (de entrana maar ook kalfszwezerikjes zijn hier ondertussen favoriet, jummie) en we vonden weer zo’n restaurant behorend bij een sportclub die binnen een half uurtje nadat wij binnenkwamen ramvol zat.

    Na een week in La Plata zijn we klaar voor vertrek. We hebben water getankt en boodschappen gehaald. Vol goede moed gooien we weer los. We laten de Rio de la Plata nu toch echt achter ons en sturen de Olim richting het zuiden!!

  • Onze riviercruise over de Rio de la Plata (deel I)

    Onze riviercruise over de Rio de la Plata (deel I)

    Deel 1: van La Paloma naar Colonia del Sacramento

    September – november 2025


    Uiteindelijk zijn we vier en een halve maand in Brazilië. Hoe dat kan met een visum van drie maanden? Dat vertellen we je wel een andere keer. Na Vitoria gaan we naar de prachtige knalgroene archipel Ilha Grande. Vervolgens stoppen we in de omgeving van het schiereiland Florianopolis. Een fantastisch mooi gebied waar we de lekkerste oesters ooit eten, walvissen onder de boot zien zwemmen, toekans door de bossen zien vliegen én Joukes verjaardag vieren. Wanneer half september de voorspellingen laten zien dat we verder kunnen varen, vertrekken we naar de volgende bestemming: de Rio de la Plata. Echt een beetje bedroefd verlaten we Brazilië, een van onze lievelingslanden. Maar we kijken ook uit naar onze riviercruise!

    Foto’s laatste weken Brazilië:



    Rio de la Plata

    Zilverkleurig kun je de riviermonding Rio de la Plata niet noemen, eerder brons- of koffiekleurig. De naam van de bijna 300 kilometerlange, brakke rivier verwijst dan ook niet naar de kleur maar komt van de Spaanse ontdekkingsreizigers die hoopten in deze regio veel zilver te vinden. Ons doet het bruine, ondiepe water dat Uruguay van Argentinië grenst denken aan het IJsselmeer, met als verschil dat het hier in Zuid-Amerika behoorlijk stroomt en het verval enorm is. Net als de ontdekkingsreizigers varen wij hier ook met een missie: de komende maanden willen we de hele Rio de la Plata verkennen en daarnaast onze trip naar en door Patagonië tot in de puntjes voorbereiden.




    La Paloma

    Onze eerste stop is in Uruguay in de populaire surfspot La Paloma. Deze kleine stad ligt nog net aan de Atlantische oceaan en dat is te merken ook. Harde winden uit het zuid-oosten zorgen voor spectaculaire golven op zee. In de kleine haven die op de marinebasis staat zien we de boten op en neer gaan door de deining. We varen binnen met flinke wind en speuren de steiger af op zoek naar een geschikte plek. Om aan te leggen moeten we twee achterlijnen door de lus op de meerboeien halen, een lastige klus. Gelukkig komt Klaus, een Zwitserse medezeiler die we in Brazilië hebben ontmoet, ons te hulp! Hij springt in zijn bijboot en haalt onze lijnen door de lussen. Zo, nu nog de voorlijnen. Na twee uur lang lijnen doorhalen, aantrekken, verplaatsen, opnieuw doorhalen, vastzetten, weer verplaatsen en de stootwillen op de juiste plekken positioneren liggen we. We zijn aangekomen in Uruguay! Even bijkomen is er niet bij, we kunnen ons meteen melden bij de Prefectura (kustwacht) die ook op het marineterrein zit. Het inklaren gaat opvallend soepel en niemand vraagt ons waar we de afgelopen zes weken hebben rondgehangen.

    We zien lange haren, zelf gebreide truien, oude auto’s, lekkerzittende fleecevesten, leren laarzen, uitgelaten honden, veel camperbussen. Waar we in Brazilië wel wat opvielen als zeenomaden in ons niet altijd helemaal gaatloze kleding, ongekapte haar en zelf gelijmde schoenen, zijn we hier niet van de inwoners te onderscheiden. Op één attribuut na: de maté beker. Werkelijk iedereen loopt met een bolvormige leren mok met daarin een zilverkleurig rietje en een groen goedje in de hand, in de andere hand heeft men een bij de mok passende thermosfles. Achter het stuur, op het schoolplein, in de doehetzelfzaak, chillend op een bankje in het bos, patrouillerend over het marineterrein, continu houdt men het warme drankje in de hand. Wij worden mega nieuwsgierig, alle attributen en het ritueel zien er zo gaaf uit. Wie weet ontdekken we hier wel het lekkerste drankje dat we ooit zullen proeven!
    In de winkel zoeken we een donkerbruine matébeker uit. We maken in de supermarkt een keuze tussen de tientallen soorten yerba, dat is de groene poeder. En we kopen een mooie bombilla, het rietje. Thuis ga ik er meteen mee aan de slag. Ik ben zo benieuwd. Wanneer ik aan de bombilla lurk, hoor ik een raar slurpend geluid. Hmm dat hoor ik niet bij de Uruguyanen. Gloedheet! Ik verbrand mijn tong en mijn mond zit vol irritante stukjes yerba. Wat smaakt dit immens bitter. ‘Misschien vind jij het wel lekker,’ zeg ik tegen Jouke en geef hem de maté.
    In de haven ontmoeten we Raul en Manu, een Argentijns stel met hun boot genaamd Tupac. Wanneer ze bij ons aan boord komen, vraag ik hun advies over de maté. Argentijnen zijn namelijk ook dol op de superthee. Ze komen niet meer bij als ze in onze beker kijken en Raul demonstreert hoe we het drankje moeten bereiden. Of dit ons favoriete drankje gaat worden, betwijfelen we.

    In La Paloma starten we met onze Patagoniëvoorbereidingen. Omdat we straks in een gebied zullen rondvaren waar de weersomstandigheden behoorlijk extreem kunnen zijn en omdat we vaak ver van voorzieningen zullen zijn, is deze regio de laatste kans om ons klaar te maken voor het expeditiezeilen.

    De eerste klus zijn vier propzakken. Jouke maakt de ontwerpen voor de zakken, waar we de lange aanleglijnen in zullen bewaren. De lijnen hebben we al in Brazilië kunnen kopen. Ook halen we de oude zeilen van de boot en vervangen we deze voor onze drie nieuwste zeilen.

    Maar heel veel ferreteria’s (bouwmarkten) heeft La Paloma niet. Na twee weken gaan we verder zodat we door kunnen werken aan onze klussenlijst. Op naar Piriapolis, een stuk grotere stad met meer faciliteiten. We gaan nu echt de Rio de la Plata op!


    Piriapolis

    Wanneer we de haven binnenvaren zijn het niet alleen de zeeleeuwen die ons welkom heten, op de kade staat de bemanning van twee Nederlandse zeilboten. De bemanning van de Audrey en de Zelos staan ons enthousiast toe te zwaaien, zo leuk om zo hartelijk onthaald te worden! Het aanleggen gebeurt hier op dezelfde manier als in La Paloma en jawel, opnieuw springt Klaus in zijn bijboot om ons te helpen met onze achterlijnen.

    Hoewel Piriapolis als stad wat weinig inspirerend is, trekt ze veel zeezeilers. De ligging is perfect om af te zakken naar de oostkust van Argentinië. Daarnaast is de haven goed beschut, groot en beschikt ze over een kraan.
    In tegenstelling tot de meeste zeilers die hier komen, besluiten wij om niet de kant op te gaan. We hebben dat pas een jaar geleden gedaan in La Gomera en een duiker in La Paloma bekeek ons onderwaterschip en vertelde dat het er nog goed uitzag. Wat doen we hier wel? Jouke kan hier al het materiaal vinden voor de propzakken en heeft binnen een week vier prachtige tassen gemaakt. Ook naaien we regenzeilen voor over het dakluik en de ingang, repareren we de radar en bestellen we vooral heel veel spullen.
    De nieuwe artikelen komen uit de Verenigde Staten en bestellen we via een agent die in Colonia del Sacramento zit. Colonia ligt wat dieper de Rio de la Plata in en wordt onze volgende bestemming op onze riviercruise. We bestellen de nieuwe apparaten en onderdelen nu, zodat ze over een paar weken aankomen. Zodra ze er zijn, gaan we die kant op.
    Omdat het wel een maand zal duren voordat we onze nieuwe stuurautomaat, zeilpak en andere benodigdheden arriveren, nemen we de tijd om de omgeving van Piriapolis te ontdekken. Een prachtig heuvelachtig enorm natuurgebied vol kleine wijnvelden, eucalyptusbossen en watervallen blijkt op loopafstand van de haven te zitten! Inmiddels is de lente aangebroken en we trekken er bijna elke dag op uit om nieuwe stukken ervan te ontdekken.
    Om in het gebied te komen en om eruit te gaan kan wel spannend zijn. Eerst lopen we nog rustig door gemoedelijke woonwijken met typische art-deco achtige huizen. Maar op de grens tussen de bossen en de sjieke straten houden we onze stokken goed vast. Hier staan de huizen verder uit elkaar, zien we haast niemand op straat en zien we de ene vuilstortplaats na de ander. We zijn in pero town, oftewel het territorium van de tientallen honden aanbeland. Waar het wachten is op het moment dat we gespot worden. Wanneer de eerste ons ziet, rent ie hard blaffend op ons af. Alle honden slaan aan en komen van achter schuren, muurtjes en bomen luidkeels blaffend op ons af gerend. Zo hebben we een keer zeven honden achter ons aan. Met de stokken houden we ze op afstand. Maar soms zitten er echt vrijpostige exemplaren tussen die ons blijven achterna rennen. Misschien dat we wel eens een keer een tikje hebben uitgedeeld.
    Na vijf weken zijn alle paden belopen en krijgen we bericht van onze agent Pablo. De spullen zijn aangekomen in Montevideo en komen zo snel mogelijk naar Colonia. Voor ons is dit het teken om weer te gaan varen, verder de Rio de la Plata op! Twee dagen zullen we nodig hebben waarbij we ’s nachts langs Montevideo varen om Colonia te bereiken. Waar we niet alleen onze bestelling zullen ontvangen maar ook heel leuk bezoek uit Londen krijgen!

  • Zelfs de walvissen zwemmen de andere kant op

    Zelfs de walvissen zwemmen de andere kant op

    Hoe we proberen naar het zuiden van Brazilië te varen



    Eind mei, hartje herfst op het zuidelijk halfrond, verlaten we de baai van Salvador. De heersende wind is in het najaar vooral zuidenwind. Wat lastig voor ons is omdat wij juist zuidwaarts gaan. Na iets meer dan drie weken na onze aankomst op vijf mei lijkt er een weervenster te zijn om verder te gaan, die pakken we!




    Mag ik de teil na jou?

    Heerlijk rustig motoren we met stralend weer de kalme baai uit. Een paar uur varen, voordat we op zee zijn. Dan, voorbij de stad Salvador, verandert alles. Het water klotst ineens alle kanten op, dichtbij zien we enorme brekers en de lucht wordt zwarter en zwarter… Een immens grote zeer donkere muur van wolken doemt voor ons op, precies aan de kant waar wij naartoe moeten. Ik voel me handen tintelen van de spanning. Plotsklaps is alles om ons heen zwart, waar de lucht eindigt en het water begint is niet te zien. De wind trekt flink aan, de golven worden hoger en wij houden ons eten niet meer binnen. ‘We keren om’, stelt Jouke voor. Ik wil dit niet, omdat we maar een paar maanden in Brazilië mogen zijn met ons toeristenvisum, voel ik een druk om verder te varen. Op de kaart kijken we of er geschikte ankerbaaien in de buurt zijn. Maar nee, de ankerplekken zijn te ondiep of niet beschut met deze wind. Hoewel we ons beiden hondsberoerd voelen, besluiten we door te zetten. Om de beurt geven we over in de teil. Maar vaart de goede kant op hebben we wel. En een uur of zes later trekt de lucht meer open, ik zie sterren, de golven worden kleiner en wij voelen ons steeds beter.

    De tweede dag hebben we een heerlijke zeiltocht. We halen het weerbericht op met de satelliettelefoon en we maken op basis hiervan een plan, of eigenlijk twee plannen. Afhankelijk van welke bestemming we bij daglicht bereiken, kiezen we of voor het dorpje Caravelas op de gelijknamige rivier of voor de eilandengroep Abrolhos waar de eerste walvissen van het seizoen te zien schijnen te zijn.




    Elke avond feest in Caravelas

    De wind heeft bepaald, door flink in te kakken, en het wordt Caravelas. Dit dorpje schijnt vooral bezocht te worden vanwege de duik- en walvistoertjes naar de eilanden Abrolhos. Precies de bestemming die wij overslaan.

    Als we aan het eind van de dag aankomen na drie dagen varen, worden we verwelkomd met een vuurwerkshow. Wow, wat lief! De volgende dag komen we erachter dat er een twee weken durend festival aan de gang is. Elke dag een mis in de kerk, een optocht over het kerkplein, live muziek van plaatselijke fanfaregroepen en ’s avonds vuurwerk. We ontdekken een superleuk barbecuerestaurantje met heerlijke picanha en kippenhartjes, huren fietsen bij een fietsenmaker voor 1,50 euro per dag, maken mooie wandelingen (‘pas op voor de puma, die heeft hier laatst nog een peuter aangevallen!’) en ontmoeten behalve mega aardige Brazilianen ook twee andere zeilboten. De ene is een Amerikaans-Australisch stel met twee jonge kinderen dat ook zuidwaarts vaart en de andere boot is een jong stel uit Frankrijk dat naar het noorden vaart. Leuk om hun verhalen te horen!

    Caravelas 1

    Caravelas 2




    Vitoria, het Boston van Brazilië

    Na twee weken gaan we weer verder. Er is voor een paar dagen gunstige wind voorspeld, zodat we kunnen afzakken. Ons doel is Cabo Frio, een paar honderd mijl zuidelijk. Wat we dan nog niet weten, is dat het pas zes weken later zal zijn dat we daar aankomen.

    Onderweg zien we de ene na de andere bultrugwalvis opduiken. Zo mooi! Maar ook wel spannend omdat ze soms heel dichtbij komen. In de herfst zwemmen enorme aantallen van deze walvissen vanuit de koude Antarctische wateren naar het warme Brazilië om te kalven en te paren. De eilandjes en riffen van de eilandengroep Abrolhos blijken perfecte beschutting te bieden aan de jonge dieren en hun moeders. Erg leuk om de walvissen te passeren op hun weg omhoog.

    Wanneer we halverwege richting Cabo Frio varen, valt de wind helemaal weg. Oh nee! We staan voor een dilemma: of bijna twee etmalen motoren of ons plan aanpassen en naar de stad Vitoria gaan waar we nu vlakbij zijn. Omdat er heel harde zuidenwind is voorspeld anderhalve dag later kiezen we voor Vitoria. Stel dat de harde tegenwind eerder inzet, dan redden we Cabo Frio sowieso niet. Daarnaast hebben we ook geen zin om zo lang te motoren. Ik moet bekennen dat ik wel een beetje baal, straks redden we het niet om binnen de gekregen drie maanden Brazilië te verlaten… Aan de andere kant hadden we van verschillende zeilers heel positieve verhalen over Vitoria gehoord: ‘De stad is fantastisch, de vibe lijkt heel erg op die in Boston!’.

    En wow, wat een geweldige plek is Vitoria. We ankeren vlak voor het ellenlange strand waar het een groot feest is. Er is muziek, mensen zijn aan het barbecuen, roeiers en zwemmers trainen in het water, de vrolijke terrasjes zitten vol, trouwfotosessies vinden overal plaats, ijsverkopers lopen rond, er wordt fanatiek gebeachvolleybald en jonge mensen stralen in hun afgetrainde lichamen. Wanneer ons anker vastzit, komt er een bijboot met drie mensen erin op ons af. ‘Jullie komen straks bij ons aan boord barbecuen!’, zegt een van de mannen tegen ons. Begrijpen we het goed? Iemand die ons niet kent, nodigt ons meteen uit? ‘Ja, op onze boot Led Zepellin!’ De zeer hartelijke gastvrijheid van deze Braziliaanse zeilers overvalt ons. Hoewel we de uitnodiging afslaan, is de toon meteen gezet: we voelen ons ook hier enorm welkom.

    Toen we Caravelas verlieten, verlieten we ook de staat Bahia. Nu zijn we aangekomen in de veel kleinere staat Espirito Santo. Bij aankomst in elke staat, moet je je melden bij de Capitania des Portos. Na een paar dagen gaan we naar het kantoor, want we zijn er al even en afgaand op de weersvoorspellingen zullen we er ook nog wel een tijdje blijven. We weten niet goed in hoeverre het melden verplicht is. De twee mannen die het formulier voor ons opstellen, kunnen ons dat ook niet vertellen. Desalniettemin lijken we alle vier blij met het resultaat: drie officieel uitziende documenten. Ik stop ze zorgvuldig in mijn map en we spreken met hen af dat we ons weer melden vlak voor vertrek.

    Wanneer we naar de weersverwachtingen kijken, zien we behalve geen wind of zuidenwind ook dat het droog blijft. ‘Is het anders een idee om hier de ramen te gaan doen?’, stelt Jouke voor. Onze ramen van het dekhuis lekken sinds anderhalve maand. Ik vind het een supergoed idee. We gaan meteen aan de slag. We verzamelen de klusspullen die nog ontbreken, we halen alle tien de ramen eruit, vervolgens ontroesten we het staal, dat behandelen we met primer en lakken we af, daarna gaan de ramen er met flink veel kit weer in. En tussendoor geven we ook de binnenkant van het dekhuis een laagje verf. Na drie weken zit de klus erop en kunnen we weer chillen!

    Omdat we midden in een best grote stad bivakkeren, kunnen we makkelijk spullen kopen. In een gedeeld excel-bestand staat onder andere een lijst met bootspullen die nog ontbreken. We kunnen er hier best veel afvinken. Maar er is nog iets anders dat Jouke wil hebben. Aan de verkopers beeldt hij het uit door zijn linkerarm omhoog te buigen en met zijn rechterhand op en neer te bewegen van links naar rechts. Intussen blaft hij als een vrolijk hondje. ‘Kiko!, Kwaka!, Kwoko!’ roep ik naar de verkoper. Hij heeft zijn collega erbij gehaald, misschien begrijpt zij ons. Jouke wijst naar een trommel en beweegt zijn rechterhand opnieuw. ‘Ahhhhhhhhhh, uma cuica!!’ We staan in een muziekwinkel en de verkoper neemt ons nu mee de trap op. Daar staat het Braziliaanse percussie-instrument dat een heel geinig, typisch sambageluid maakt. De prijs blijkt iets hoger te zijn dan we in gedachten hadden. Maar een paar dagen later gaan we terug en koopt Jouke de kleine trommel met een stokje aan de binnenkant waar je met een vochtig doekje langs moet wrijven om het te bespelen. Nu nog op zoek naar een sambaband!

    Uiteindelijk blijven we vijf hele weken in Vitoria. We kunnen niets bedenken wat we niet leuk aan deze stad vinden. Het strand, de supermarkt op loopafstand, met de Uber overal naartoe gebracht worden, de heerlijke barbecuerestaurantjes en de gezellige avonden met Alexander van de Led Zeppelin. Aan het strand worden ruime appartementen gebouwd. ‘Zou zoiets niet leuk voor ons zijn, ooit?’. Ja, we zouden hier zo nog heel lang kunnen blijven. En dan te bedenken dat we Vitoria bijna hadden overgeslagen. Wanneer zich een goed weervenster aandient, vind ik het zelfs jammer. Maar begin juli is het zover: we gaan verder, nu echt naar Cabo Frio. 

    Vitoria 2

    Foto’s Altino Silva

  • Brazil Dois Mil

    Brazil Dois Mil

    Mei 2025. Bam bam bam, ik duik naar de grond, er wordt iemand vlakbij neergeschoten. We zijn in het mooie Salvador en de stad is een mix van armoede, oude Europese gebouwen en bendegeweld. Vanaf vijf uur ‘s middags rijden de auto’s door rood omdat de bestuurders anders bang zijn om bij het stoplicht overvallen te worden. Zijn wij bang? Nee niet echt, af en toe worden we tactvol via een andere straat begeleid door de zwaar bewapende militaire politie. Die steeg is niet veilig, zeggen ze. Het zal. Op elke straathoek staat een bus met minstens twee man of vrouw met automatisch geweer. Overdreven ziet het eruit maar gelukkig blijft het hierom rustig. De liquidaties met vuurwapens horen we een paar keer per nacht. ‘Nee het is vuurwerk’, houden mensen vol. Ze willen je niet bang maken. For the record: achteraf blijkt dat ik veel te veel sensatiebelust ben en blijkt het echt alleen maar vuurwerk te zijn. Er gebeurt ons dus niets maar we krijgen constant het advies om goed op te passen. Na een lekkere borrelhap met garnalen en visballetjes vragen we aan de barman: ‘Is het veilig om die tien minuten in het donker terug te lopen?’. ‘ABSOLUUT niet, ben je gek geworden?’. Wat voor de auto’s geldt, geldt ook voor ons. Is het licht dan ben je veilig, gaat het schemeren dan pak je een taxi. Nou vooruit dan doen we het zo. We pakken de Uber-app erbij en even later zijn we weer veilig aan boord.


    Het is eind mei en we liggen ondertussen alweer twee weken met de boot in hartje centrum Salvador. De haven is omringd door hoge hekken en er is veel bewaking. We liggen aan een drijvende steiger waarbij de planken in de lengterichting liggen in plaats van dwars. Het geheel heeft behoorlijk te lijden onder de deining die regelmatig de haven komt binnen zetten. Planken ontbreken waardoor je goed moet opletten waar je loopt. We kijken uit op prachtige oude gebouwen, die allemaal leeg blijken te staan. Soms is het enkel de gevel die nog overeind staat maar wel goed wordt onderhouden. Bij onze eerste voorzichtige uitstapjes de stad in maken we kennis met de super, super vriendelijke Brazilianen. Wat een fijne sfeer overal. Ja praatjes maken we genoeg, ons Portugees is bar slecht maar dat weerhoudt mensen er niet van om even tegen je aan te ouwehoeren. 


    We gaan naar musea, laten een kussen opnieuw bekleden, bezoeken een vuurtoren en gaan uit eten. We eten traditionele visschotels om je vingers bij af te likken, gaan een paar keer naar de Japanner en natuurlijk op zijn Braziliaans naar een Kilo restaurant. Dit is een buffet waar je per kilo afrekent. In heel Brazilië wemelt het ervan en deze plekken zijn populair tijdens de lunch. Aan de Braziliaanse smaak moeten we wel erg wennen, ze kruiden hun eten minder dan wij gewend zijn en ook de producten uit de supermarkt missen smaak. Grappig is dat de serveersters je altijd waarschuwen dat de milde hotsauce die ze geven bij het eten erg, heel erg scherp is.


    Bij het verkijgen van een simkaart bij de lokale mobieletelfoonnetwerkmaatschappij-winkel gaat het wel ff mis in mijn hoofd. We komen in een kafkaesque situatie terrecht. Tussen het moment van het openen van de la waar de simkaarten in zitten en het moment dat we de simkaart krijgen zit meer dan drie en een half uur. Wat een geschuif met formulieren, contracten, kopietjes, computersystemen, handtekeningen, teamleiders, managers en ‘ha um problemas’. Het mooiste was dat bij elk nieuw invoerscherm de teamleider opgetrommeld moest worden om onze medewerker voor deze stap weer te autoriseren. Ze konden me bijna wegdragen en ondertussen had ik het liedje van Zuco 103 in mijn hoofd: ‘Brasil 2000’ link naar song :’)


    https://www.youtube.com/watch?v=ztH8KHqrqUc

    We genieten van de stad, het mooie centrum en de interessante achterafstraatjes en verlaten hoekjes maar schrikken soms van de armoede. Veel mensen slapen op straat. Soms alleen in een portiek maar ook in groepjes, netjes op een rijtje op luchtmatrassen en slaapzak onder een overkapping.                                                              De parken en pleinen zitten gezellig vol, er zijn veel straatventers met karretjes, koelboxen met biertjes of ijs om iedereen te voorzien. Als je dol bent op kokoswater uit de kokosnoot dan zit je hier goed.

    Op een middag zijn we in een reusachtig park met enorme waterpartijen en maken we een rondwandeling. Deze duurt ongeveer drie uur staat op de kaart. Voor een park in de stad is het enorm groot. Gek genoeg zijn we er helemaal alleen. Een vrouw komt op ons af en ze vertelt dat het pad gesloten is maar de route lopen met de klok mee kan wel. Een ranger haakt later aan en vertelt ons heel vriendelijk dat na vijftien minuten het pad dood loopt en het geen zin heeft om verder te gaan. We antwoorden dat we nog een klein stukje verder lopen en dan omkeren. Wat een prachtig bos. Wat een mooie vogels. We zien geen capibara’s al moeten ze er wel zijn. We worden getrakteerd op een mooie roofvogel die vlak voor ons door de bomen suist en voor ons op het pad neerstrijkt. Een half uur later verschijnt de ranger, nu op zijn brommer en sommeert ons om te keren. Tsja, dat vinden we lastig, het is zo mooi en het pad prima begaanbaar. Als iemand me vertelt dat ik er niet mag komen word ik een beetje opstandig. We gaan door, zeg ik, Pleuni heeft er al geen zin meer in. Later lopen we toch vast, een groep mannen in een truck houdt ons tegen, nee verder kan absoluut niet, het is gevaarlijk. Een clubje met waakhonden komt er vervolgens aan en een heel grimmige sfeer doet ons omkeren terug naar de ingang. We begrijpen het niet maar helemaal zuiver voelde de situatie niet aan. Later, veilig in de Uber, lezen we op internet dat het park deels buiten de controle van de rangers is gekomen en er tegen de regels in villa’s worden gebouwd zonder vergunning. Bij een lokaal protest tegen deze ontwikkeling is al een dode gevallen.


    Bahia
    Na twee weken Salvador verlaten we de drukte en gaan we de grote baai waarin deze stad ligt verder verkennen. Er zijn mooie eilanden en bossen die we graag willen bekijken. Via een extra stop bij een YachtClub komen we voor een eilandje te liggen waar we het vertrouwde, ontspannen Carieb gevoel hebben. Mooie baai, mooi water en kleurrijke huisjes. Er komt een jongeman met zijn houten boot naar ons toegescheurd: comer comer? vraagt hij. Ja, we moeten nog lunchen en we stappen in zijn boot. Hij zet ons af voor een prachtig hutje versierd met schelpen en aardewerk en eten heerlijk van de oesters en vis. We nemen flessen zelfgemaakte likeur mee achteraf en verkennen het dorp.
    In de komende vier weken die we in Bahia (de baai van Salvador) zijn, varen we naar de verschillende eilanden, wandelen we door bossen en moerassen, zien we papegaaien, aapjes, rode ibissen en prachtige zonsondergangen. En elke keer weer worden we verrast door de Braziliaanse vriendelijkheid en nieuwsgierigheid. En wat een natuur, we zijn fan van Brazilië!!

  • Gaat het ons lukken om Salvador te halen? Onze tocht van Gambia naar Brazilië

    Gaat het ons lukken om Salvador te halen? Onze tocht van Gambia naar Brazilië

    Tien april is het zover: we verlaten Gambia om de oceaan over te steken naar Brazilië. Een tocht waar we je nog niet over verteld hebben. Wanneer we wegvaren uit Banjul de zee op zijn de golven hoog en irritant. Met de motor op volle toeren hakken we ons een weg naar buiten. ‘Oh, er drijft ook troep rond,’ laat ik Jouke weten als ik een breed houten plankje voorbij zie komen. Oppassen geblazen dus, want zo’n plank kan onze schroef flink beschadigen. ‘Is dat niet een onderdeel van onze boegspriet?’ vraagt Jouke zich af. Verrek! Door het harde stampen op de golven is een van de planken eraf getrild.

    We motoren bijna drie uur door totdat we denken voldoende uit de kust te zijn om de goede kant op te zeilen. Dat lukt maar net, we zeilen aan de wind en houden precies voldoende hoogte om niet te dichtbij land uit te komen. Wanneer we vlak voor ons grote, brekende golven zien schrikken we enorm. Zit hier een ondiepte? Op de waterkaart staat die net ergens anders, maar ja zandbanken kunnen natuurlijk verplaatsen. We kunnen de brekers gelukkig ontwijken maar we realiseren ons wel dat we beter nog iets langer hadden door moeten motoren. We komen nu eigenlijk te dichtbij het land uit. In dieper water zijn we veiliger.

    Je denkt wellicht: waarom varen ze langs de kust? Ze gaan toch de oceaan oversteken? Om op de gewenste plek in Brazilië uit te komen, kunnen we niet in een rechte lijn op ons doel af varen. De doldrums, grote windstiltegebieden, en fikse westwaartse stroming vlak onder de evenaar zorgen ervoor dat we strategisch te werk moeten gaan. We hebben een aanpak gekozen: we gaan zo oostelijk mogelijk de evenaar over. Niet meer dan 22 breedte graden. Het nadeel van deze koers is dat hoe dichter bij Afrika hoe groter de doldrums zijn. Want als we al eerder koers zouden zetten naar Brazilië zouden we minder last hebben van de doldrums. Maar het nadeel is dan weer dat we door de stroming vlak onder de evenaar meteen naar westen geduwd worden en te noordelijk uitkomen. Onze boot blinkt niet uit in scherp aan de wind varen, wat betekent dat we in Brazilië veel moeite gaan hebben om nog naar Salvador te komen. Wie weet komen we er wel helemaal niet! Van meerdere zeilboten hebben we al gehoord dat het ze niet gelukt is om op de gewenste plek uit te komen. We zakken dus eerst de Afrikaanse kust af, voordat we echt gaan oversteken.



    Net van de schrik bekomen door de grote brekende golven, zien we opeens van land tientallen open visserskano’s recht op ons af varen. Zien ze ons wel? Ze komen zo dichtbij! De mannen zwaaien uitbundig en schreeuwen ons enthousiast toe, alsof we met z’n allen ons favoriete voetbalteam gaan aanmoedigen. Jouke brult met ze mee, wat voor nog meer opwinding op de felgekleurde houten boten zorgt.

    Intussen piep ik mijn curry op die we de dag ervoor bij een afhaalrestaurant hebben gehaald. Als ik het eten uit de magnetron haal, valt alles over de grond. Ik kan wel janken, wat ik dan ook doe. De onstuimige zee, de zeeziekte, de schuddende boot en dan ook nog mijn avondmaaltijd verpest.. en dit nog 2300 mijl lang..

    Zo dynamisch als de eerste dag was, zo weinig spannends gebeurt er de dagen erop. We varen pal zuid, richting de evenaar. En zo’n zeven graden boven de evenaar komen we in de befaamde windstilte terecht. De wind kakt in en op de vijfde dag maken we een voortgang van maar 66 mijl. De dag erna gaan we zelfs maar 44 mijl vooruit. En de dag daarna nog maar 34 mijl. We zweten ons suf, het is hartstikke warm en benauwd. Af en toe komt er een squall voorbij, een onweersbui met gelukkig een beetje wind.

    En dan op 22 april is ie er weer: wind! Een bijzondere dag aan boord, want we steken dan de evenaar over! Voor beiden van ons de eerste keer op het zuidelijk halfrond. Je vraagt je vast af of we Neptunus nog geëerd hebben. Ik vermoed dat we de enige zeilboot zijn die deze traditie heeft overgeslagen, ik lag namelijk zo heerlijk te slapen. Desalniettemin hebben we prachtige dagen op zee. We leggen mooie dagafstanden af, Jouke vangt een gigantische merlijn en we krijgen twee nachten op rij bezoek van een twintigtal noddies. De vogels zitten achter elkaar op de bakboordreling te slapen, een prachtig gezicht. Zodra de zon opkomt, vliegen ze een voor een weg. Een dek vol vogelpoep achterlatend. ’s Avonds komen ze weer terug en zoeken ze hun plekje op.

    Inmiddels beginnen we af te tellen, nog iets meer dan tweehonderd mijl te gaan. Het is 1 mei en we zijn er bijna! We kijken terug op een goede oversteek. Heel comfortabel, wel zeven boeken heb ik kunnen lezen. Inmiddels hebben we koers gezet naar de stad Salvador.

    Maar we beginnen te vroeg terug te blikken. We zijn er nog niet… de wind begint steeds meer aan te trekken en verandert van richting. We moeten scherper en scherper varen, de boot gaat steeds schuiner. Om vaart te kunnen houden hebben we zowel de genua als de kotterfok omhoog. Maar de onweersbuien nemen ook toe. Hierin zit zoveel wind dat we bij elke squall helemaal plat lijken te liggen. Twaalf knopen zie ik op de snelheidsmeter, dit gaat veel te ruig. Het regent hard en golven denderen over ons heen. De laatste twee nachten brengen we samen in het dekhuis door, het is te ontstuimig om de nachtdiensten alleen te draaien. Koken lukt niet, gelukkig vinden we nog pakken mueslirepen. Zelfs de vieze met bananensmaak gaan op. Nu er zo veel water over de boot komt, zien we dat het water via de ramen van het dekhuis naar binnenkomt. Oh nee, lekkages! Door verouderde kit bij de dekramen zijn er waarschijnlijk kieren ontstaan waardoor het nu onder de ramen lekt. Wanneer is deze ellende voorbij? Oh wat kijken we ernaar uit als we er zijn. De wind blijft maar aantrekken en de golven worden hoger en hoger. Ik tel de mijlen af.

    En dan alsof ze er snel voor ons neergezet zijn, doemen opeens de hoge flatgebouwen van de stad Salvador op. Land in zicht. Eindelijk. Op zaterdagavond 3 mei gebeurt het, we laten het anker zakken in de baai van Salvador. We zijn in Brazilië!

  • Twee weldoeners in Afrika

    Twee weldoeners in Afrika

    Gambia heeft een diepe indruk op ons achtergelaten, zo diep dat we er nog maar een blogje aan wagen. Een blogje van de captie dit keer. Kan de BossLady even lekker een boek lezen en Duolingoën.

    Al tijdens het begin van onze rivierreis waren we het erover eens, hier komen we nog eens terug. En wie weet wel met een auto, of een camper. Wat een gaaf land is het, wat een indrukken. Alles was zo nieuw, het was net alsof we weer voor het eerst op reis waren. En ja, af en toe was het spannend en vonden we het lastig om situaties goed in te schatten, maar dat is ook een onderdeel van de beleving. We hebben ons nooit onveilig gevoeld, wel vaak ongemakkelijk. De mensen zijn superaardig en beleefd en altijd in voor een praatje. Al is het vaak om eens te onderzoeken  of je bereid bent ze wat te geven, ze zijn immers straatarm. Geld geven we niet maar een minipakje L&M’s kan er soms wel van af.

    We zijn zo onwennig in het begin

    Na onze eerste stop, de Lamin Lodge, komen we geen zeilers meer tegen. Heel soms een verdwaalde toerist. Zonder voorbeeld of kans om advies te vragen voel ik me in het begin onwennig. Hoe kunnen we voorkomen dat we niet in zeven sloten tegelijk lopen? Kloppen de waterkaarten? Zijn we wel welkom? En later:  hoe moeten we ons verhouden tot alle aandacht die we krijgen? De eerste week gaan we alleen op plekken aan land waar we andere toeristen verwachten. Onderweg zwaaien we, veilig vanaf onze boot, de mensen toe die we tegenkomen. De vissers in kleine houten kano’s en af en toe iemand langs de waterkant.

    De vader van Bamadi

    Are you Karim his people from the Lamin Lodge? Verbaasd over deze vraag, hoe weet deze jongen dat wij vanaf de Lamin lodge komen? Yes yes I know, you are Karim’s people. I call my dad, he will come and help you with everything. Oké oké oké, uiteindelijk gaan we twee ochtenden met de vader van Bamadi op pad. We zijn immers bij deze Lodge voor anker gegaan om de benen te strekken en om van hun gidsen gebruik te maken. We hopen een excursie te kunnen maken door het nationale park. ’s Avonds als we dineren in de Lodge komen we erachter dat de vader van Bamadi niet de gids van het park is zoals hij zich voordeed maar als bewaker van de lodge is aangesteld. Haha we zijn er weer ingetuind, het ging ook allemaal te soepel. We kunnen er om lachen en bij Bamadi aan de bar bestel ik nog een biertje: Hi Bamadi, did you know your dad is a security guard and not a guide? Ik klap vervolgens de vader in zijn beveiligerstenue hartelijk op de schouder, zijn nachtdienst als bewaker is net begonnen. Met een paar grappen leg ik de ongemakkelijkheid van de situatie bij hem neer maar laat hem ook weten dat we morgen met hem mee gaan. Alle ogen van het personeel zijn op ons gericht als ik zeg: Can you also keep an eye on the boat mister security guide?  

    De volgende ochtend neemt de vader van Bamadi ons op sleeptouw, onder andere naar de rijstvelden, zijn specialiteit als landbouwingenieur. Hij blijkt een prettige verteller en leert ons over de ramadam, over zijn land en over hoe mensen hier leven. Hij is altijd bezig om het beter te krijgen, hij wil een betere toekomst voor zijn gezin. Onder de indruk zijn we van het verhaal dat zijn zoon Bamadi bijna is omgekomen door schipbreuk in een poging Europa te bereiken. Een tragisch verhaal waarbij andere opvarenden minder geluk hadden. Nu werkt zijn zoon Bamadi vrijwillig in de bar van de Lodge waar hijzelf bewaker is. We begrijpen hem beter, hij regelt een baantje voor zijn zoon en zijn zoon koppelt hem aan ons voor wat extra’s.

    Het zijn twee prachtige ochtenden ondanks dat we niet naar het bos gaan zoals is beloofd. Na afloop betalen we onze gids en zitten we nog even gezellig met hem na. Ineens verandert er iets. Van een gezellig gelijkwaardig gesprek wordt er op ons sentiment ingespeeld en begint hij te zeuren om meer geld. Geld voor een traktor, voor een motor, hij heeft alleen een ezel. Geld voor nieuwe banden voor zijn kar, hulp bij het verder laten studeren van zijn zoon… Pleuni lacht: wow jij hebt wel heel veel wensen. We geven niet toe, hij heeft toch al aan ons verdiend? Dat het contact zo eindigt vind ik jammer, het geeft een nare bijsmaak.

    Later gaan we het natuurreservaat maar op eigen gelegeheid in, zonder gids.

    Zonder gids

    Nu het spannende er een beetje vanaf is krijgen we meer lef en durven we ook aan land waar geen toeristen zijn. Ach wat maakt het ook uit, we gaan waar we maar willen en we horen het wel als we ergens niet mogen komen. We leggen overal de bijboot aan en wandelen door de prachtige natuur en bezoeken vanuit ons gezien wonderlijke dorpjes en nederzettingen. Ja, hier doen we het voor, dit is wat je wil. Hoe meer afgelegen de plekken zijn hoe meer we met rust gelaten worden. Mensen zijn niet meer opdringerig maar juist verlegen. Ze proberen niet iets van je te krijgen maar willen iets aan je geven. We zien grote ogen, soms een begroeting. Maar je hoort nooit: hier mag je niet komen, hier is het gevaarlijk, je hebt iets gedaan wat niet mag of waarom heb je geen gids. Met de informatie, instructie en toestemming van Park Rangers trekken we zelf, dus zonder gids, de natuurgebieden van Gambia in.

    Tijdens onze tochten komen we ontzettend veel apen tegen zoals de chimpansee, West-Afrikaanse rode franje apen en grote groepen bavianen. ‘Afstand houden hoor met die beesten, want ze trekken zo je kop van je romp,’ zeg ik tegen Pleuni. Mensapen moet je niet aanstaren horen we van de Rangers zelf. Elke ontmoeting met apen is fantastisch. Het lijkt soms net alsof je een wederzijdse herkenning ziet. Bavianen en chimpansees maken wel snel duidelijk dat je te dicht bij bent en schreeuwen je toe. Een keer klimt een chimp naar beneden, oef die is niet blij. Gelukkig zitten wij dan in de bijboot en chimpansees kunnen niet zwemmen. Dikke bluf.

    Een ochtend kruisen we eens het pad met een krokodil die snel de modder inspurt en alleen een bellenspoor achterlaat. Wow! We zijn beducht op slangen en mijden het hoge gras. Maar de paden volgen we allang niet meer, met een satellietfoto en gps navigeren we dwars door de bossen, velden en de wetlands. Dit soms dagen achterelkaar. Elke keer durven we verder en verder. Zelfs verder dan we weten dat de gegidste wandelingen gaan.

    Ineens, diep in het bos stuiten we op allemaal koeien, wat doen die hier? Verderop onder een boom staan hutten gemaakt van bladeren en takken. Wie zou hier wonen? De hutten hebben een kubusvorm, een vierkant houten frame van takken en bladeren voor de muren vanaf de grond naar boven toe en bladeren plus een zeiltje voor het dak.  Er sluipt een kind rond dat zich dan verbergt in de hut, verder lijkt er niemand te zijn. We lopen maar verder en zien dan toch een groepje vrouwen bij elkaar. Ze zitten in klederdracht en eentje is gepiercet in het gezicht zoals ik het niet eerder gezien heb. Schuchter begroeten de dames ons. We lopen er maar rustig langs, houden afstand en kiezen een paadje zodat we wat verder van de hutjes aflopen. We willen sowieso niet storen en onze aanwezigheid voelt ineens een beetje ongemakkelijk. Nu zien we toch dat er iemand op ons afkomt, shit. Gaan we rennen? De man loopt naar me toe en gaat voor me staan. Hij pakt mijn beide handen vast zo zacht en warm mogelijk alsof hij mijn handen koestert. ‘Thank you’ en hij laat weer los. Ik ken mensen die dit fantastisch zouden vinden maar mij maakt het verlegen. Thank you, waarom? Hij loopt verder en gaat de bush in en wij vervolgen onze weg.

    Eigenlijk voelen we ons overal veilig, is iedereen aardig en lachen de mensen veel. We besluiten, zo’n gids hebben we niet nodig. Dat wandelen en ontdekken in Gambia dat kunnen we zelf en is veel leuker ook.

    Twee weldoeners in Afrika

    Gambia is een van de armste landen ter wereld. Huishoudens hebben gemiddeld een jaarinkomen van € 400,- lezen we. We voelen ons steeds meer betrokken bij Gambia en wat zou het fijn zijn om iets te kunnen betekenen voor deze mensen. Toen we aankwamen in Banjul hadden we al een schooltje op het oog dat onze schoolspullen zou kunnen verwachten.

    Maarrrrrrrrrrrrrrrrrr toen………..

    Waarom komt de titel niet terug in deze blog? Ik heb een stuk tekst dat gaat over particuliere Nederlandse initiatieven in Gambia die ik ben tegengekomen wel vijf keer herschreven. Uiteindelijk ben ik tot de conclusie gekomen dat het me niet lukt om het helemaal te begrijpen. Ik moedig iedereen aan om zelfs eens naar Gambia te gaan en het land te beleven.

    Willen geven aan mensen die het slechter hebben dan jij is natuurlijk in beginsel prachtig. Maar werkelijk waar alle Nederlanderse toeristen die we in Gambia tegenkwamen presenteerden zich ook als een soort filantroop. De een kwam met een doos telefoons en zak lollies, de ander met een container ziekenhuisbedden en zelfs iemand met een bijna nieuw uitziende Mercedes Vito (‘je had zijn ogen moeten zien toen ik de sleutels overhandigde, dat vergeet je nooit meer’). Ik kan nog wel even doorgaan.

    Ook wij kwamen naar Gambia met een kapitaal aan schoolspullen uit de EU om te schenken, om een school verder te helpen. Wat is daar mee gebeurd? De schriften, pennen en bordkrijt zijn weer met ons mee gegaan, terug de zee op. Waarom? Het voelde te ongepast, ongemakkelijk ook. Het leek alsof we een precair proces ermee zouden verstoren. Het voelde misschien als broodroof voor de schoolspullenverkoper in Banjul, het spul kwam immers uit de EU. Pleuni omschreef het als: wie ben ik om te bepalen wat aan ander nodig heeft? We kwamen er niet helemaal uit en ja, deze argumenten om niet te geven kun je ook weer makkelijk weerleggen, ook omdat het schoolspullen betreft. Eén ding was me duidelijk we hebben onvoldoende nagedacht over de hoe en waarom je zou schenken, over de impact die je wil maken en welke mogelijke (negatieve) bijeffecten het heeft.

    En die schoolspullen? Die heb ik onderweg naar Brazilië maar over de reling geduwd. Het enige wat ik wil doen, is jullie aanmoedigen dit prachtige land zelf te bezoeken en te beleven. Te kletsen met iedereen die je tegenkomt. Wij waren verrukt.