Maart 2026
Er is één plek in Patagonië die we sowieso aan willen doen. Toen de presentatrice Floortje Dessing begon met haar reeks Floortje naar het einde van de wereld was ze in de tweede aflevering op bezoek bij Annemie in het zuiden van Chili. Wow, wat een plek, dachten we toen. Annemie was een wereldzeilster die van haar boot stapte en introk bij de Chileense Jose op het afgelegen platteland. Ze leefden sober, middenin de ruige natuur met hun honden en paarden. Wat we toen niet wisten in november 2018, is dat wij nu bijna acht jaar later ons anker laten vallen op een paar meter afstand van de inmiddels verlaten huizen van Annemie en Jose.
Wanneer we 19 maart in Puerto Williams losgooien, zijn we meteen weer op het Beagle Kanaal en ligt het meer dan duizendmijl lange gebied van Patagonië voor ons. De start van deze expeditie kan niet beter dan in de Bahia Yendegaia. Of, zoals wij de baai noemen, de Floortje Dessingbaai. Zo’n 36 mijl varen vanaf Puerto Williams.

Bahia Yendegaia
De tocht ernaartoe hebben we opgedeeld in twee dagen. Als we aan het eind van de tweede dag arriveren, laten we met een hiervoor extra geïnstalleerde val de bijboot in het water zakken. Jouke roeit naar de kant terwijl zeeleeuwen nieuwsgierig rondom ons zwemmen. Niet veel verder buitelen kleine dolfijnen over elkaar heen. In de stralende zon trekken we de bijboot op de kant en struinen we door de groene vallei, de moestuin en over het strand. Het handjevol huisjes is verlaten. Wat ongemakkelijk lopen we naar binnen en schuiven we door de kamers. Er ligt nog een oud matras, het kookstel staat er ook, lege wijnflessen liggen op de grond. ‘Hmm, deze fles is niet zo oud, namelijk uit 2024,’ zeg ik met een lege fles Carmenere in mijn hand. Zouden hier af en toe nog mensen slapen? Vissers misschien? Andere zeilers? We fantaseren wat er is gebeurd op deze plek in de afgelopen acht jaar.
‘Hier kan ik wel wonen,’ zegt Jouke. Ja, we begrijpen Annemie en Jose wel. En wie zien we daar aan komen rennen? Het is echt, het doffe gedreun wordt steeds luider en voor we het door hebben, galopperen vijf prachtige wilde paarden over het strand. Zo indrukwekkend om te zien. Nu willen we helemaal nooit meer weg.








































Sneeuwstormen op komst
Maar helaas, na drie fantastische dagen op deze paradijselijke plek zien we op het weerbericht dat er slecht weer aankomt. De voorspelde depressie zal ook onze baai bereiken en voor later die week zijn windstoten tot vijftig knopen voorspeld. In deze grote open baai liggen we dan echt niet meer beschut. We twijfelen: of het erop gokken en hier blijven of verkassen naar een betere plek. Dat laatste betekent wel meteen de volgende dag vertrekken wanneer de wind al 35 knopen zal zijn. Lastig. Zijn we niet beter af als we de storm hier afwachten? En ook, als we weg willen dan moeten we snel gaan. Het gaat de komende week elke dag harder waaien en morgen is onze laatste kans. Het is kiezen uit twee kwaden en we blijven tot het laatst twijfelen. Uiteindelijk besluiten we te verkassen. 35 knopen wind is niet weinig maar die moeten we kunnen hebben. Een voordeel van het varen door de kanalen is dat er geen hoge golven zullen zijn. Maar vooral, we hebben in het handboek voor zeilers in dit gebied, The Patagonia guide, een caleta gevonden die ons de perfecte schuilplaats lijkt.
Voor het ontbijt halen we het anker op en rustig varen we de Bahia Yendegaia uit. We kijken nog een laatste keer naar de fotogenieke huisjes die ons blijven fascineren. Ook al woont er niemand meer, het is de de laatste bebouwing die we voor de komende maanden zullen zien.
Caleta El Bosque
Na vijf mijl zijn we de baai uit en weer op het Beagle Kanaal, en dan begint het. Het begint echt knetterhard te waaien. Witte koppen staan op de golven. Niet veel later begint het zo te brullen dat het water in slaggolven omhoog gezogen wordt. Het hele kanaal is één wit vlak en wij hangen, zonder zeil gelukkig, helemaal schuin op het water. Op de teller staat 55 knopen, nu al!! De boot houdt het aardig, we gaan niet hard maar we maken voortgang. Het is wel een beetje spannend maar zo vanuit het dekhuis sturen we Olim rustig naar caleta El Bosque waar we die middag aankomen.
Aangekomen bij de Caleta Bosque varen we de nauwe inham in. Zoals de naam al doet vermoeden, is de caleta helemaal omsloten door bomen. Een goed teken, want overal waar de wind kan komen groeit niets. Deze baai moet wel heel beschut zijn! Wat klopt, want de wind lijkt totaal verdwenen. Wat een rust.
In zo’n nauwe caleta ankeren, gebeurt heel anders dan wanneer je een grote baai tot je beschikking hebt. Eerst kiest Jouke de beste positie om het anker te laten zakken door de afstanden op de kaart te meten. Tot de kant is het behoorlijk diep, dus we kunnen heel dichtbij komen. Ik laat het anker op de gekozen plek zakken en terwijl ik vervolgens de ankerkettting laat uitlopen vaart Jouke rustig achteruit met de kont naar de kant. ‘Ja, stop maar,’ roept Jouke naar mij. Hij test vervolgens of het anker goed vastzit door de motor niet te stoppen. De ankerketting gaat steeds strakker staan. Als ik zie dat ze helemaal gespannen is, roep ik naar Jouke om meer gas te geven. De boot blijft op haar plaats, dat is mooi. Het anker zit goed vast en we liggen precies op de plek die we hebben bedacht: met de kont zo dicht mogelijk bij de kant zonder haar te raken.
Vervolgens gaan we aan de slag met de vier lange lijnen. Jouke knoopt deze vast aan strategisch gepositioneerde én stevige bomen terwijl ik ze vastzet op de boot. Twee lijnen achter en dan ook nog twee lijnen voor. Niet alle bomen lijken geschikt dus moeten we weer omknopen, grrr wat kost dit een tijd. Maar uiteindelijk liggen we. De wolken gieren boven ons hoofd over ons heen maar hier binnen in de caleta is alles bladstil. Wat een rust.
De volgende ochtend worden we wakker en is alles om ons heen wit! De herfst is net begonnen en het is meteen flink kouder. Wat veel sneeuw is er in de nacht gevallen! De barometer tikt het absolute dieptepunt aan, even denken we dat ie stuk is want zo laag hebben we de meter nog nooit gezien.
Terwijl we twee dagen geleden nog sappige frambozen plukten, wandelden door de eindeloze vallei met huppelende konijnen, ons een weg baanden door de bever dammen en sprongen over de beekjes waarin het stikte van de forellen zijn we nu in een totaal andere wereld beland. Sneeuwstormen jagen door de bergen, de kachel maakt meer uren dan de afgelopen drie jaren bij elkaar en wij trekken de hele boot overhoop op zoek naar nog meer warme sokken, dikke truien en mutsen. Geen sloffen voor Jouke, dus die haak ik in rap tempo. Wat is het koud! Ik krijg er spontaan wintertenen van. Maar het is ook heel knus, zo’n verwarmd drijvend huisje in niemandsland veilig vastgeknoopt aan de bomen terwijl het buiten stormt en sneeuwt.




















