Toubab! Toubab! De Olim komt aan in Gambia

Al maanden staat ons onbezorgde leven in het teken van ontroesten, motoronderhoud, bootspullen kopen, zeilen vervangen en nog vele taken. Porto Santo, de Canarische eilanden én Nederland zijn de plekken waar we onze klussen- en aankooplijst aanvullen en afstrepen. Na zeven maanden ons – afgewisseld met mooie wandelingen en gezellige momenten op veel terrasjes – ingezet te hebben om de boot klaar te maken voor het vervolg van onze reis is het maandag 24 februari 2025 zover: we verlaten een van onze lievelingseilanden La Gomera. We gaan naar Gambia, het tweede deel van onze reis gaat beginnen!

Als we maar niet in het donker aankomen

De eerste twee etmalen van de achtdaagse tocht verlopen rommelig, de zee is onrustig en schudt ons continu door elkaar. Ben ik ooit zó zeeziek geweest? Zelfs een slokje water houd ik niet binnen. Waarom hebben we voor dit rotleven gekozen? Waar zijn we mee bezig? Ik wil naar huis! Weg uit deze ellende. En twee dagen later is er niets aan de hand en voel ik me als een kip zo lekker. Een mooiere invulling van mijn leven dan wat we nu doen, kan ik me niet voorstellen.


De hele tocht stroomt het fors de kant op die wij op willen, we hebben goede wind en een mooie vaart. Het tempo zit erin. Omdat we per se bij daglicht willen aankomen om de vele wrakken in de baai te kunnen ontwijken, vertragen we op de een na laatste dag. We varen nu westwaarts om een omweg te maken. Maar de extra mijlen blijken niet genoeg te zijn. Daarom halen we het grootzeil op de laatste dag naar beneden. ‘Nu komt het zeker goed, we zullen niet midden in de nacht aankomen,’ zeggen we tegen elkaar. Niet wetende dat de wind erna behoorlijk inzakt. Oh nee, nu komen we niet overdag maar in de avond aan! Snel trekken we het lichtweerzeil omhoog, zodat we vaart blijven houden en we het precies redden om vóór het vallen van de avond ons anker te laten zakken in de industriële haven van de stoffige stad Banjul. We zijn er!

 

Inklaren met of zonder fixer

Wat we de volgende dag als eerste moeten doen, is inklaren. We varen met onze bijboot langs oude, verroeste Nederlandse ponten en sleepboten die hier al even voor anker lijken te liggen. ‘Hello! Hello! Hello!’ Vanaf een ooit Workums vissersschip roept een magere man ons toe. ‘Do you have water for me?’ We geven hem een flesje water en vragen naar de herkomst van het schip. Helaas begrijpen we elkaar niet goed. Om de miscommunicatie te stoppen wensen we hem een fijne dag en varen we verder.

De beste aanlegplek voor onze bijboot blijkt de steiger van de Senagelese vissers te zijn. Prachtig geschilderde, lange ranke houten boten met rood-groen-geel gehaakte hoesen over de Yamaha Enduro’s liggen aan de drijfsteiger. De jongens liggen in hun boten netten te ontrafelen en klaar te leggen, messen te slijpen en vissen te sjouwen. Een warme geur hangt boven de aanlegplek die bezaaid is met oude oesters, garnalen en heel kleine visjes. Twee dames met ieder een enorme plastic bak vol gekoelde flesjes op hun hoofd komen hun drinken brengen. We zijn in Afrika.

Als we aan land zijn, stapt een jongeman met een groot glimmend embleem op zijn pet direct op ons af. ‘Hello, where are you from? What is your name?’ Zijn directe vragen verrassen ons en we geven braaf antwoord. Niet wetende dat exact deze twee vragen ons nog heel vaak gesteld zullen worden de komende weken door willekeurige voorbijgangers. We slaan de taxidiensten van deze jongen af. Als we hulp nodig hebben is hij er voor ons.

Langs rammelende vrachtwagens lopen we naar de kantoren van Health, Immigration en Customs voor de stempels in ons paspoort en de inklaarpapieren. De drie kantoren liggen verspreid over het haventerrein. Bij de slagboom heten de beveiligingsmedewerkers ons zeer hartelijk welkom. Ze wijzen ons duidelijk de weg naar het eerste kantoor. Als we denken er te zijn, twijfelen we. Er is geen deur voor het kantoor maar er hangt een dik bruin gordijn voor de deuropening. Waar kunnen we kloppen? ‘Hello?’ voorzichtig kijken we achter het gordijn. Binnen zit het bomvol met mensen en op de grond staan torenhoge stapels papier. ‘Kom binnen!’ We denken even te moeten wachten op onze beurt maar alle aanwezigen blijken medewerkers te zijn. Een enkeling ligt te slapen of kijkt op de televisie naar een spannende, Indiase soap. Wanneer we klaar zijn in het ene kantoor worden we doorverwezen naar het volgende. Binnen twee uur hebben we alle formaliteiten geregeld. ‘Wow wat ging dit snel!’ zeggen we achteraf tegen elkaar. Op zeilers-apps als No Foreign Land en Navily hadden we gelezen dat je hier zo een dag mee bezig bent en dat je vaak om geld gevraagd wordt hoewel het inklaren gratis is. Ook raden de app-gebruikers aan om de fixer  Mustapha te vragen om te helpen, voor zestig euro begeleidt hij je door het hele proces. Dertig euro is hier een maandsalaris. We snappen er niks van: dit kan iedereen toch zelfstandig regelen zonder te veel te betalen.

Nu gaan we geld wisselen en een sim-kaart kopen. Terwijl we door de levendige straten van Banjul lopen, kijken we goed om ons heen op zoek naar eettentjes. Het stikt er van de zaakjes met visgerei, straatverkopers met Westerse kleding, schoenmakers, naaiateliers, moskeeën maar een lunchtentje of restaurant zien we niet. ‘Niemand op straat zie ik ook eten of drinken.’ ‘Nu je het zegt, terwijl het behoorlijk warm is.’ Op de achtergrond horen we ‘Allah Akbar’ galmen terwijl mannen hun gezicht wassen met water uit een grote plastic theepot en zich bukken om te bidden.
We wisselen onze meegebrachte euro’s naar heel veel dalasi in een krap wisselkantoor waar we even moeten wachten op de koerier. ‘Dit ging ook al zo soepel’, zeggen we opgetogen tegen elkaar als we buiten staan.
Richting de markt lopend spreekt George ons aan. Alsof hij al wist van onze komst en precies weet dat we een sim-kaart nodig hebben. ‘Kom maar met me mee’. We volgen George door de nauwe gangen van de overdekte Albert markt. Hij stuit daar op zijn vriend die uit zijn joggingbroek een nieuwe paarse Africell sim-kaart vist. Glunderend kijk ik Jouke aan, dit gaat ook al zo makkelijk. Maar Jouke zie ik licht fronsen. Ze nemen ons mee naar een kraampje met telefoonhoesjes. De verkoper van de accessoires kan ervoor zorgen dat we op internet komen. Dat een onbekende nu al een kwartier met mijn telefoon bezig is, maakt me wat onrustig. George en zijn vriend zeggen dat het goed komt. Jouke krijgt ook argwaan. Zo ingewikkeld is het niet om een databundel te activeren en normaal gesproken doen we dit zelf. We vragen de telefoon terug en rekenen de databundel af. George vraagt een bijdrage voor zijn hulp en zijn vriend voor de sim-kaart, die eigenlijk gratis is. Ik geef maar wat om van de situatie af te zijn. Wat is er gebeurd, waarom liepen we eigenlijk achter hem aan?

Banjul verkennen

Onze eerste dagen wandelen we door de hoofdstad op zoek naar verswaren zoals fruit, groente en eieren. We ontdekken het heerlijke brood tapa lapa dat in elke straat wel te koop is. Fruit is lastiger te vinden. Bij een groentestalletje kopen we op twee kolen na alles wat het vriendelijke echtpaar heeft liggen, ondertussen lopen de geiten door de straat. Geregeld spreken mannen ons aan om te vragen naar onze naam en waar we vandaan komen. ‘Oh Netherlands, good people.’ Moeten we nu iets doen om zijn beeld van Nederlanders te bevestigen? We lopen maar door. Kinderen rennen op ons af: ‘Toubab! Toubab!’ Ze pakken onze handen vast en lopen een eindje mee. ‘Money, money!’ roept de stoerste. Zijn vriendjes roepen mee. Zo lopen we door smalle, stoffige straten met een slinger kinderen achter ons aan. De sfeer begon vrolijk en wordt steeds grimmiger. Totdat een jonge vrouw haar huis uitstuift met één slipper aan haar voet en de andere in haar hand. En de kinderen zijn verdwenen.
Hoewel we geen bananen of appels vinden, lopen we nu wel tegen een eettentje aan waar we aanschuiven om te lunchen. We blijken de enige gasten te zijn en de kok vraagt wat we willen eten: voor Jouke maakt hij iets met kip en voor mij iets vegetarisch. Hij vertelt ons dat het vanwege de ramadan rustig is. Ahhhh.. ramadan… vandaar… dat we nergens konden eten… En verklaart dit ook waarom de officials zo meewerkten?

Na drie dagen in het voor ons zeer indrukwekkende Banjul vaart de Olim weer uit: de binnenlanden van Gambia in! 

Een gedachte over “Toubab! Toubab! De Olim komt aan in Gambia

Geef een reactie op Murk Reactie annuleren