Twee weldoeners in Afrika

Gambia heeft een diepe indruk op ons achtergelaten, zo diep dat we er nog maar een blogje aan wagen. Een blogje van de captie dit keer. Kan de BossLady even lekker een boek lezen en Duolingoën.

Al tijdens het begin van onze rivierreis waren we het erover eens, hier komen we nog eens terug. En wie weet wel met een auto, of een camper. Wat een gaaf land is het, wat een indrukken. Alles was zo nieuw, het was net alsof we weer voor het eerst op reis waren. En ja, af en toe was het spannend en vonden we het lastig om situaties goed in te schatten, maar dat is ook een onderdeel van de beleving. We hebben ons nooit onveilig gevoeld, wel vaak ongemakkelijk. De mensen zijn superaardig en beleefd en altijd in voor een praatje. Al is het vaak om eens te onderzoeken  of je bereid bent ze wat te geven, ze zijn immers straatarm. Geld geven we niet maar een minipakje L&M’s kan er soms wel van af.

We zijn zo onwennig in het begin

Na onze eerste stop, de Lamin Lodge, komen we geen zeilers meer tegen. Heel soms een verdwaalde toerist. Zonder voorbeeld of kans om advies te vragen voel ik me in het begin onwennig. Hoe kunnen we voorkomen dat we niet in zeven sloten tegelijk lopen? Kloppen de waterkaarten? Zijn we wel welkom? En later:  hoe moeten we ons verhouden tot alle aandacht die we krijgen? De eerste week gaan we alleen op plekken aan land waar we andere toeristen verwachten. Onderweg zwaaien we, veilig vanaf onze boot, de mensen toe die we tegenkomen. De vissers in kleine houten kano’s en af en toe iemand langs de waterkant.

De vader van Bamadi

Are you Karim his people from the Lamin Lodge? Verbaasd over deze vraag, hoe weet deze jongen dat wij vanaf de Lamin lodge komen? Yes yes I know, you are Karim’s people. I call my dad, he will come and help you with everything. Oké oké oké, uiteindelijk gaan we twee ochtenden met de vader van Bamadi op pad. We zijn immers bij deze Lodge voor anker gegaan om de benen te strekken en om van hun gidsen gebruik te maken. We hopen een excursie te kunnen maken door het nationale park. ’s Avonds als we dineren in de Lodge komen we erachter dat de vader van Bamadi niet de gids van het park is zoals hij zich voordeed maar als bewaker van de lodge is aangesteld. Haha we zijn er weer ingetuind, het ging ook allemaal te soepel. We kunnen er om lachen en bij Bamadi aan de bar bestel ik nog een biertje: Hi Bamadi, did you know your dad is a security guard and not a guide? Ik klap vervolgens de vader in zijn beveiligerstenue hartelijk op de schouder, zijn nachtdienst als bewaker is net begonnen. Met een paar grappen leg ik de ongemakkelijkheid van de situatie bij hem neer maar laat hem ook weten dat we morgen met hem mee gaan. Alle ogen van het personeel zijn op ons gericht als ik zeg: Can you also keep an eye on the boat mister security guide?  

De volgende ochtend neemt de vader van Bamadi ons op sleeptouw, onder andere naar de rijstvelden, zijn specialiteit als landbouwingenieur. Hij blijkt een prettige verteller en leert ons over de ramadam, over zijn land en over hoe mensen hier leven. Hij is altijd bezig om het beter te krijgen, hij wil een betere toekomst voor zijn gezin. Onder de indruk zijn we van het verhaal dat zijn zoon Bamadi bijna is omgekomen door schipbreuk in een poging Europa te bereiken. Een tragisch verhaal waarbij andere opvarenden minder geluk hadden. Nu werkt zijn zoon Bamadi vrijwillig in de bar van de Lodge waar hijzelf bewaker is. We begrijpen hem beter, hij regelt een baantje voor zijn zoon en zijn zoon koppelt hem aan ons voor wat extra’s.

Het zijn twee prachtige ochtenden ondanks dat we niet naar het bos gaan zoals is beloofd. Na afloop betalen we onze gids en zitten we nog even gezellig met hem na. Ineens verandert er iets. Van een gezellig gelijkwaardig gesprek wordt er op ons sentiment ingespeeld en begint hij te zeuren om meer geld. Geld voor een traktor, voor een motor, hij heeft alleen een ezel. Geld voor nieuwe banden voor zijn kar, hulp bij het verder laten studeren van zijn zoon… Pleuni lacht: wow jij hebt wel heel veel wensen. We geven niet toe, hij heeft toch al aan ons verdiend? Dat het contact zo eindigt vind ik jammer, het geeft een nare bijsmaak.

Later gaan we het natuurreservaat maar op eigen gelegeheid in, zonder gids.

Zonder gids

Nu het spannende er een beetje vanaf is krijgen we meer lef en durven we ook aan land waar geen toeristen zijn. Ach wat maakt het ook uit, we gaan waar we maar willen en we horen het wel als we ergens niet mogen komen. We leggen overal de bijboot aan en wandelen door de prachtige natuur en bezoeken vanuit ons gezien wonderlijke dorpjes en nederzettingen. Ja, hier doen we het voor, dit is wat je wil. Hoe meer afgelegen de plekken zijn hoe meer we met rust gelaten worden. Mensen zijn niet meer opdringerig maar juist verlegen. Ze proberen niet iets van je te krijgen maar willen iets aan je geven. We zien grote ogen, soms een begroeting. Maar je hoort nooit: hier mag je niet komen, hier is het gevaarlijk, je hebt iets gedaan wat niet mag of waarom heb je geen gids. Met de informatie, instructie en toestemming van Park Rangers trekken we zelf, dus zonder gids, de natuurgebieden van Gambia in.

Tijdens onze tochten komen we ontzettend veel apen tegen zoals de chimpansee, West-Afrikaanse rode franje apen en grote groepen bavianen. ‘Afstand houden hoor met die beesten, want ze trekken zo je kop van je romp,’ zeg ik tegen Pleuni. Mensapen moet je niet aanstaren horen we van de Rangers zelf. Elke ontmoeting met apen is fantastisch. Het lijkt soms net alsof je een wederzijdse herkenning ziet. Bavianen en chimpansees maken wel snel duidelijk dat je te dicht bij bent en schreeuwen je toe. Een keer klimt een chimp naar beneden, oef die is niet blij. Gelukkig zitten wij dan in de bijboot en chimpansees kunnen niet zwemmen. Dikke bluf.

Een ochtend kruisen we eens het pad met een krokodil die snel de modder inspurt en alleen een bellenspoor achterlaat. Wow! We zijn beducht op slangen en mijden het hoge gras. Maar de paden volgen we allang niet meer, met een satellietfoto en gps navigeren we dwars door de bossen, velden en de wetlands. Dit soms dagen achterelkaar. Elke keer durven we verder en verder. Zelfs verder dan we weten dat de gegidste wandelingen gaan.

Ineens, diep in het bos stuiten we op allemaal koeien, wat doen die hier? Verderop onder een boom staan hutten gemaakt van bladeren en takken. Wie zou hier wonen? De hutten hebben een kubusvorm, een vierkant houten frame van takken en bladeren voor de muren vanaf de grond naar boven toe en bladeren plus een zeiltje voor het dak.  Er sluipt een kind rond dat zich dan verbergt in de hut, verder lijkt er niemand te zijn. We lopen maar verder en zien dan toch een groepje vrouwen bij elkaar. Ze zitten in klederdracht en eentje is gepiercet in het gezicht zoals ik het niet eerder gezien heb. Schuchter begroeten de dames ons. We lopen er maar rustig langs, houden afstand en kiezen een paadje zodat we wat verder van de hutjes aflopen. We willen sowieso niet storen en onze aanwezigheid voelt ineens een beetje ongemakkelijk. Nu zien we toch dat er iemand op ons afkomt, shit. Gaan we rennen? De man loopt naar me toe en gaat voor me staan. Hij pakt mijn beide handen vast zo zacht en warm mogelijk alsof hij mijn handen koestert. ‘Thank you’ en hij laat weer los. Ik ken mensen die dit fantastisch zouden vinden maar mij maakt het verlegen. Thank you, waarom? Hij loopt verder en gaat de bush in en wij vervolgen onze weg.

Eigenlijk voelen we ons overal veilig, is iedereen aardig en lachen de mensen veel. We besluiten, zo’n gids hebben we niet nodig. Dat wandelen en ontdekken in Gambia dat kunnen we zelf en is veel leuker ook.

Twee weldoeners in Afrika

Gambia is een van de armste landen ter wereld. Huishoudens hebben gemiddeld een jaarinkomen van € 400,- lezen we. We voelen ons steeds meer betrokken bij Gambia en wat zou het fijn zijn om iets te kunnen betekenen voor deze mensen. Toen we aankwamen in Banjul hadden we al een schooltje op het oog dat onze schoolspullen zou kunnen verwachten.

Maarrrrrrrrrrrrrrrrrr toen………..

Waarom komt de titel niet terug in deze blog? Ik heb een stuk tekst dat gaat over particuliere Nederlandse initiatieven in Gambia die ik ben tegengekomen wel vijf keer herschreven. Uiteindelijk ben ik tot de conclusie gekomen dat het me niet lukt om het helemaal te begrijpen. Ik moedig iedereen aan om zelfs eens naar Gambia te gaan en het land te beleven.

Willen geven aan mensen die het slechter hebben dan jij is natuurlijk in beginsel prachtig. Maar werkelijk waar alle Nederlanderse toeristen die we in Gambia tegenkwamen presenteerden zich ook als een soort filantroop. De een kwam met een doos telefoons en zak lollies, de ander met een container ziekenhuisbedden en zelfs iemand met een bijna nieuw uitziende Mercedes Vito (‘je had zijn ogen moeten zien toen ik de sleutels overhandigde, dat vergeet je nooit meer’). Ik kan nog wel even doorgaan.

Ook wij kwamen naar Gambia met een kapitaal aan schoolspullen uit de EU om te schenken, om een school verder te helpen. Wat is daar mee gebeurd? De schriften, pennen en bordkrijt zijn weer met ons mee gegaan, terug de zee op. Waarom? Het voelde te ongepast, ongemakkelijk ook. Het leek alsof we een precair proces ermee zouden verstoren. Het voelde misschien als broodroof voor de schoolspullenverkoper in Banjul, het spul kwam immers uit de EU. Pleuni omschreef het als: wie ben ik om te bepalen wat aan ander nodig heeft? We kwamen er niet helemaal uit en ja, deze argumenten om niet te geven kun je ook weer makkelijk weerleggen, ook omdat het schoolspullen betreft. Eén ding was me duidelijk we hebben onvoldoende nagedacht over de hoe en waarom je zou schenken, over de impact die je wil maken en welke mogelijke (negatieve) bijeffecten het heeft.

En die schoolspullen? Die heb ik onderweg naar Brazilië maar over de reling geduwd. Het enige wat ik wil doen, is jullie aanmoedigen dit prachtige land zelf te bezoeken en te beleven. Te kletsen met iedereen die je tegenkomt. Wij waren verrukt.

2 gedachtes over “Twee weldoeners in Afrika

  1. Ha Pleuni en Jouke,
    Weer vreselijk genoten van jullie blog, en Joukes directe stijl. Jullie durven wel, zonder gids door de jungle, maar is wel veel spannender, om te lezen ook. Ontroerend die ontmoeting met de man, die Joukes handen vastpakte. Ik las de blog voor aan Dick, en op de vraag wat jullie met je weldoenerspakket hadden gedaan, antwoordde Dick: overboord gekieperd. En ja, hoor! We hebben zo gelachen! Maar de hele blog en zeker naar het einde toe is èèn ode aan Gambia! En dan die foto”s! Prachtig al die soorten vogels en apen. Jullie zullen je wel gelukkig prijzen dit allemaal van dichtbij te beleven. Blijf genieten van de wondere wereld! Veel liefs, Agnes

    Geliked door 2 people

Geef een reactie op Agnes van Roosmalen Reactie annuleren