Nijlpaarden najagen op De Gambia

‘Om ze mee om te kopen?’, de directe vraag van een bevriende zeiler op de steiger van La Gomera overvalt me. ‘Voor wat?’, reageer ik. Op een zeilersapp lees ik dat andere cruisers die in Gambia de rivier zijn opgevaren geregeld scholen bezoeken. Neem zo veel mogelijk schoolspullen mee, ze kunnen alles gebruiken!, roepen onze voorgangers op No Foreign Land en in hun blogs. Als docent en onderwijskundige laat ik me dat geen tweede keer zeggen. In de Chinese Bazar koop ik voor bijna honderd euro twee tassen vol met pennen, schoolkrijt, schriften en kleurpotloden. Het geeft me een goed gevoel, fijn om daar straks iets te kunnen betekenen. Enthousiast reken ik de spullen af. Nog niet wetende dat dat goede gevoel een kwartier later door de opmerking van onze zeilersvriend plaatsmaakt voor een gevoel van schaamte en ongemak. Hoezo wil ik daar de redder gaan uithangen?

Ver van de zee vandaan ontspringt de rivier The Gambia. Op een plateau in Guinea. Ze kronkelt met vele zijtakken naar Senegal en vervolgens door het land Gambia. Dat genoemd is naar de rivier. Als een dikke beschermlaag omringt het land de rivier, met daaromheen een nog dikkere laag die Senegal heet. De rivier ís het land, Gambia ís de rivier. Zo’n 160 mijl kunnen we haar op varen, tot aan het eiland Janjanbureh waar de elektriciteitskabels te laag hangen.

Wetlands en zijtakken

Onze eerste stop is het dorpje Lamin, waar de Lamin lodge zit. Met de stroming mee varen we door de mangroves, we laten de stad Banjul achter ons. Op naar de nijlpaarden en de chimpansees! Na een halve dag motoren langs ondieptes, wrakken, vissers en tourbootjes met toeristen komen we aan in een heuse zeilershotspot. Ik tel wel twintig zeilboten die voor anker liggen. En de lodge heeft drinkwater, daar komen we voor. How are you boss lady? De jonge mannen op de kleine steiger begroeten ons uitgebreid. Ze willen weten hoe we heten en waar we vandaan komen. Als we iets nodig hebben; een taxi, brood, een tour of diesel dan helpen ze ons graag. Wij doen het liefst alles zelf, waardoor de gesprekjes na de beleefdheden wat onhandig eindigen. Terwijl de vrouwen van Lamin elke dag in hun bootjes oesters gaan rapen en deze klaarmaken om te verkopen aan de hotels, hangen de mannen wat rond. Elke toerist aanklampend voor een klusje dat we ook zelfstandig kunnen regelen. De haag van testosteron en verveling waar we ons elke dag doorheen moeten werken is groot en wordt naarmate de ramadan vordert steeds opdringeriger. Wanneer we na acht keer op en neer varen met de bijboot onze watertanks gevuld hebben, gaan we nu echt de rivier op, we zijn er klaar voor om hier weg te gaan.

De fikse stroming brengt ons meteen een heel eind op weg. Dolfijnen springen langs de boeg en pelikanen vliegen over ons heen. Hoe verder we varen hoe meer we in de natuur komen. De eerste paar dagen maken we vooral veel mijlen. Zodra de schemering inzet, zoeken we een plekje langs de rivier om rustig te ankeren. Behalve vissers komen we haast niemand tegen, geen vrachtverkeer, geen zeilboten en heel af en toe een ferry. Wel moeten we goed oppassen als we vissers zien. Ze vissen vaak met grote netten die bijna de hele breedte van de rivier beslaan. Met kleine piepschuimen balletjes en plastic flesjes markeren ze de netten. Ik sta dus als we varen in de kuip in de felle zon met een verrekijker het water af te speuren. Omdat er geen wind is, motoren we alles. Zo’n oersterk net in de schroef zou een ramp zijn! Meestal zien we wel een gaatje tussen de oever en het laatste drijvertje, zodat we er zonder schade doorheen kunnen. Maar soms ligt de rivier zo vol visnetten dat de enige optie is om de motor in zijn neutraal te zetten, zachtjes beweegt de stroming ons dan over het net. Als we eroverheen zijn, komt het flesje weer boven water en zien we dat het net niet aan de boot is blijven haken.

Na vier dagen varen liggen we vlakbij een smalle zijtak van de rivier The Gambia. We moeten wachten op de stroming oostwaarts en besluiten daarom de Olim achter te laten en met de bijboot het zijriviertje op te varen. Wie weet zien we wel krokodillen! We kunnen de zijtak heel ver opvaren en zien de meest prachtige ijsvogels op stokken langs het water zitten. Visjes springen op en koeien steken hun kop door de bosjes om ons te bekijken. Het motortje zetten we uit om ons heel langzaam en in alle stilte door de stroming te laten bewegen. Fluisterend zeggen we tegen elkaar hoe mooi het hier is. We hebben ons goed ingesmeerd, petten op, lange mouwen aan en veel water mee. Uren kunnen we op dit kronkelende riviertje blijven. ‘Toubab! Toubab! Your boat, big problem!!!’ Bruut wordt ons tripje verstoord. Twee jongens in een houten vissersboot roepen ons in paniek. ‘Come! Come!’ Jouke laat de buitenboordmotor in het water zakken en start de buitenboordmotor. Na drie keer trekken, gaan we. Wanneer we op de hoofdrivier aankomen, zien we gelukkig onze boot nog liggen. Het grote probleem blijkt hun enorme visnet te zijn dat om onze boot heen zit. Ze hebben hun net mijlenver uitgezet om het met de stroming mee te laten bewegen. Aan het eind van het getijde kunnen ze het net weer inhalen dat dan wellicht boordevol vis zit. Maar onze boot ligt op de route van hun net. Zo snel als ik kan, ren ik naar de ankerketting om hun net los te krijgen. Gelukkig lukt het zonder hun net stuk te maken. ‘Go! Go! Go!’ Oh shit, hun tweede net komt al onze kant op. Jouke start de motor en ik haal het anker op. We moeten hier weg! Terwijl ik de knop van de ankerlier ingedrukt houd, zie ik het brede net vol met drijvers op me af komen. Omdat het hier behoorlijk diep is, hebben we veel ankerketting gestoken. ‘Meer gas erbij!’ roep ik naar Jouke. Zo gaat de ankerlier nog sneller. ‘Ja, gelukt!’ we zijn nét op tijd los en varen zo snel mogelijk weg van het net dat inmiddels al achter ons langs stroomt. ‘Do you have some cotton for us?’, vraagt een van de vissers terwijl hij aan zijn shirt trekt. Toevallig heeft Jouke laatst in La Gomera wat shirts gekocht die net niet pasten. Deze shirts geven we hun.

Omdat we nu tegenstroom hebben, varen we langzaam verder. We besluiten vanaf hier niet meer op de hoofdrivier te ankeren, maar we zoeken inhammen en zijrivieren op. Inmiddels zijn we ook in het nijlpaardengebied aanbeland. Deze gevaarlijke dieren wil ik zo graag zien.

Nu we onverwachts verder varen, zoeken we een nieuwe ankerplek op. We varen langs een dorpje waar alle kinderen al langs de kant staan om ons toe te roepen. Ook komen bootjes op ons af. In de zeilersapp staat een waarschuwing voor een man die je vraagt geld te geven voor een school. Met een zelfgemaakt certificaat schijnt hij zeilers wijs te maken dat het de bedoeling is veel geld aan hem te doneren voor de school. Als enige volwassene tussen alle kinderen die op ons afkomt, herkennen we hem meteen van de foto’s in de app. We begroeten hem en varen gestaag door. Niet veel later roepen vissers ons. Ze wijzen naar de enorme python die in hun visnet zit. Oeps, zitten die hier ook?

We vinden een prachtige ankerplek tussen twee eilandjes. Het is dé plek waar nijlpaarden komen, dus als ze zich laten zien zitten wij hier goed. Het anker zit in de grond en we zijn blij dat we zo’n mooie plek hebben gevonden. Intussen komt er een vissersbootje op ons af gevaren. De vriendelijke visser vertelt ons precies waar de nijlpaarden zitten en garandeert dat we ze zullen zien. We spreken af dat als hij straks een vis vangt, dat we deze graag van hem willen kopen.

Niet veel later komt er weer een bootje naar ons toe. Twee jongetjes van een jaar of tien komen langszij liggen. We verstaan ze niet. Naast Engels worden er in Gambia nog vier Afrikaanse talen gesproken. Ze wijzen naar hun buitenboordmotor en herhalen het voor ons onbekende woord. Benzine zullen ze bedoelen. Maar nee, onze benzine hebben we zelf nodig. Ze vragen vervolgens om water en we geven hun een volle colafles met water. Of we niet ook wat eten voor ze hebben? Snoep, minty genoemd, misschien? Intussen begint een van de jochies wat spullen van onze boot vast te pakken. Mag hij de hengel niet hebben? Of een fender? Om ervan af te zijn, pak ik twee kindertandenborstels en -tandpasta voor ze. Toen ik begin twintig was en backpackte door Midden-Amerika leerde ik van ervaren reizigers dat je beter tandpasta kan geven in plaats van snoep en koek, logisch ook. De mondige van de twee vraagt meteen of we nog meer tandenborstels voor hen hebben. We beginnen behoorlijk geïrriteerd te raken en sturen ze nu weg. Jouke moet zijn stem verheffen. Het is dat de vriend van de zelfverzekerde zich inmiddels opgelaten voelt én degene is die aan het roer zit dat ze vertrekken.

Liggen we hier eigenlijk wel zo veilig? Wie weet komen de jongens vannacht terug? We hebben de vragen nog niet beantwoord of onze aandacht gaat naar het volgende smalle bootje dat eraan komt. Dit lijkt wel weer een serieuze visser, hij is wat ouder dan de jongens en heeft visgerei bij zich. Hij laat ons vast met rust laat. Oh, hij komt wel recht op ons af. Voordat we het door hebben, hangt hij aan onze boot. Hij wil even uitrusten in de schaduw van ons zonnepaneel aan de reling. Het is zo’n 35 graden en de zon schijnt fel. Desalniettemin vinden we zijn aanwezigheid niet fijn. We geven ook hem een fles water en vragen vriendelijk of hij weg wil gaan. Dan begint hij te vertellen, over zijn vrouw die is overleden, hoe weinig geld hij heeft, dat hij zo eenzaam is. Hoe fijn het zou zijn om in het Westen te wonen. Hij stelt vervolgens voor dat hij vertrekt als we hem geld geven. ‘Ok, we gaan’, zeggen we tegen elkaar. Terwijl Jouke de motor start, haal ik voor de tweede keer deze dag het anker omhoog.

We varen nog een paar mijl verder waar we in een natuurgebied komen. Wat verder van een dorp verwachten we dat we geen bezoekers meer zullen krijgen. En wanneer ik het anker laat zakken, zien we het: een nijlpaard! Vlakbij de boot. En de grote, donkerbruine kop zakt weer weg, onderwater. Wow!!! Zo gaaf!!!

 

2 gedachtes over “Nijlpaarden najagen op De Gambia

  1. hoi jouke en pleuni, wat fijn om jullie blog weer te lezen. Ik geniet daar iedere keer weer erg van. Wat een avonturen en iedere keer loopt alles goed af, gelukkig. Maar Gambia is ondanks de mooie, levendige rivier niet een plek om terug te komen denk ik. Ik heb vaker gehoord dat ze daar heel opdringerig zijn. Is ook wel te begrijpen, ze hebben heel weinig en zien jullie als heel rijk. Maar niet fijn. Hoe anders is dat in Azië he? En in vele andere landen. Wij hebben ook weer een ticket gekocht naar Sri Lanka deze keer. Mexico was ook erg mooi en interessant maar niet overal even veilig. Blijven jullie nog lang varen? Het lijkt me een verschrikkelijk vrij leven met veel avonturen. Zo gaan met de flow. Hoe anders is dat op een vaste plek wonen, met baan en vaste rituelen, haha.

    Geniet met volle teugen! Veel plezier nog he! Veel liefs Yvonne

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie