Van bruin naar blauw en van zoet naar zout

In de middag van veertien maart, de dag dat ik 41 word, is het zover: we vertrekken uit Suriname na een heel gezellig klein feestje op de steiger met de andere zeilers en Joukes zelf gebakken en geplukte kokoscake.
We gaan naar Tobago! Het kiezen van een volgende bestemming vonden we lastig. Zes jaar terug hebben we al veel Caribische eilanden bezocht. Gaan we nu naar een voor ons nieuwe plek of gaan we terug naar het eiland waar we zo enthousiast over waren? Het wordt het laatste: Tobago was zes jaar terug de plek waar we aankwamen na het oversteken van de Atlantische Oceaan. We vonden het eiland geweldig mooi en we zijn benieuwd hoe het is om er terug te komen. Die nieuwe plekken komen later wel.

Verjaardagsfeestje van Pleuni


Een andere reden dat we voor Tobago kiezen is Joukes blessure. ‘Houd de afstanden zo kort mogelijk’, adviseert zijn fysiotherapeut. Dit eiland ligt het meest dichtbij, de afstand is ‘maar’ 450 mijl. Dat zal drie a vier dagen varen worden aangezien we op deze route stroom mee hebben.
We hebben een perfecte zeiltocht: halve wind en een snelheid van zo’n zes knopen. Prachtige zonsondergangen, dolfijnen bij de boot en lekker zomers weer. Heerlijk! Wel heeft Jouke de eerste dag veel pijn. Hadden we wel moeten gaan? Met een rubberen bandje om zijn benen stapt Jouke minutenlang van links naar recht. Op het trapje strekt hij zijn benen. Met deze oefeningen bootst hij het wandelen na. En gelukkig, op dag twee en drie gaat het heel veel beter. Het is een enorme opluchting.

Heerlijk als het zo gaat, een rustige zee plus wind en stroming uit de goede hoek.

Op vrijdagavond komen we in het donker aan in het vissersdorpje Charlotteville. Om in het donker in een baai met boten en rotsen een goede plek te vinden is lastig. Dat we Pirate’s Bay al kennen, maakt het iets minder spannend. Na twee keer proberen, hebben we een geschikte plek gevonden. Het anker grijpt zich vast en we liggen op voldoende afstand van obstakels. ‘Oh, dat is die ene rots waar toen al die pelikanen op zaten. Lagen we de vorige keer daar niet vlak naast?’ Het voelt nu al vertrouwd om terug te zijn.

Pirates Bay

De volgende ochtend varen we met onze bijboot naar de kant om in te klaren. ‘Hey you!!’ De harde, schelle stem herkennen we direct: Sonson. Hij legt zijn boot waar hij toeristen af en toe tourtjes mee geeft vast aan een meerboei en vraagt of we hem naar de kant kunnen brengen. Jouke lacht en vertelt Sonson dat we hem zes jaar geleden op precies deze manier hebben ontmoet. De inmiddels grijze man kijkt hem goed aan en herinnert hem zich weer: ‘ Dutchman!!!!!’

De Nederlandse zeilboot Quelinda ligt hier ook. We hebben Charlotte en Paul in Suriname voor het eerst ontmoet en het is erg gezellig om ze hier weer te zien. Zij vragen of we zin hebben om de volgende dag met hen mee te gaan. Ze hebben een tourtje geboekt de natuur in onder leiding van een gids. Voor 150 TTD per persoon (Trinidad and Tobago Dollar, omgerekend iets meer dan twintig euro) neemt de gids ons een dag mee en verzorgt hij ook de lunch. Als we de volgende ochtend om acht uur bij de steiger staan, zijn we blij verrast. Dat is Zilano! De beste birdwatcher van Tobago, toen heeft hij ons rondgeleid over Little Tobago. De tour is wederom fantastisch. Zilano, iedereen noemt hem Zee, hoopt ons de dansende blue back manakins te kunnen laten zien. Ik ken de prachtige beelden van David Attenborough. Wanneer we in het bos lopen, ziet hij twee mannetjes manakins. Klaar om de paringsdans uit te voeren. Maar er moet een vrouwtje komen, liefst meer dan een, voor wie ze gaan dansen. We wachten… en wachten. Er komt maar geen vrouwtje. Na minutenlang muisstil te wachten en kijken, gaan we door. Zee heeft door dat er niet veel verder een nieuwe kans zal zijn. En ja, inderdaad… de twee blauwe vogels staan samen op een takje en springen om de beurt over elkaar heen. Twee vrouwtjes en wij met zijn vijven staan ademloos te kijken naar hun prachtige dans.
We krijgen vervolgens een lekkere lunch en Zee neemt ons nog mee naar mooie baaien en een waterval. Hij heeft een onderhoudende dag voor ons georganiseerd. Vervolgens zet hij ons aan het eind van de dag af in Charlotteville en rekenen we met hem af. Een heerlijk ongemakkelijk eind van een gave dag blijkt dat te zijn. De prijs is namelijk niet in TT Dollars maar in US Dollars. Zee komt ons gelukkig tegemoet en de touroperator laten we weten dat de valuta duidelijk genoemd moet worden.

Toertje a € 500,-…

Na een week in het immer ontspannen en gezellige Charlotteville varen we naar de baai Anse Bateau. Deze baai ligt aan de Atlantische kust, desalniettemin liggen we hier heel goed beschut voor de deining. De twee eilandjes Little Tobago en Goat Island vangen de golven namelijk op. We liggen als enige boot in deze mooie baai en genieten van de privacy.
Waar we ook van genieten zijn de prachtige wandeltochten die we hier maken. De tocht langs de kust omhoog, voorbij vijf geiten en bloeiende katoenplanten, is overweldigend en eindigt op een van de mooiste stranden waar ik ooit ben geweest: Starwood Bay, genoemd naar de plantage die hier ooit zat, helemaal voor ons alleen.
Elke dag maken we een wandeling. In het woud ontdekken we paden, deze blijken nog te komen uit de tijd van de Amerindians, die we volgen. We vinden zoveel paden dat we elke dag een andere wandeling kunnen maken. En bij aankomst op de boot springen we het water in om af te koelen en te snorkelen. We hebben een heel relaxte en fijne tijd in deze baai.

Nadat alle paden bewandeld zijn in Anse Bateau, varen we terug naar Charlotteville. We zien daar de zeilboot Walkabout die aangekomen is uit Suriname, leuk om elkaar weer te spreken. En het dorpje blijft als thuiskomen voelen. ‘Jullie zijn er nog,’ zegt de groenteboer. ‘Waar zijn jullie geweest?’ Ik vertel naar welke baai we waren en dat we over een paar dagen de rest van de noordkant gaan verkennen.

Net als zijn groentestal is het ieniemienie eettentje Seaside een van onze vaste adressen. Elke ochtend als we er langs lopen staat er iets anders op het krijtbord. We proeven alles wat het meisje achter de balie zelf – met hulp van de eigenaresse, vertelt ze vol trots – heeft klaargemaakt. Op een ochtend verkoopt ze ijs, een van de drie smaken is currykokos. Die willen we proberen! De smaak is heel bijzonder, kerrie met het zoete van kokos: verrukkelijk.

IJs!

Na een kleine week, we zijn inmiddels al bijna drie weken in Tobago gaan we verder baaihoppen. We liggen twee nachten als enige boot in de prachtige Englishman Bay waar we heel goed kunnen snorkelen. We zien de kleurigste vissen, prachtig koraal en zelfs grote roggen. Wanneer we in de avond met verse tonijn aan het barbecuen zijn, geniet ik volkomen. Het is zo ontspannen en perfect.

Als laatste bestemming gaan we naar Pigeon Point, het meest westelijke punt van het mooie eiland. Hier zijn we de vorige keer niet geweest. Deze plek is dus nieuw voor ons en we zijn aangenaam verrast. Ons uitzicht bestaat uit kristalhelder water, een wit strand vol met palmbomen, een handjevol windsurfers en kiters, af en toe een schildpad en kleurige strandtenten waar de sfeer goed is. We leren hier Akko en Lisa kennen van de zeilboot Choctaw. ‘Vanavond weer bij die ene tent?’ Bijna elke avond zien we ze op het strand en kletsen we totdat de eigenaar ons vertelt dat hij gaat sluiten.

Omdat het westelijke deel van het eiland een stuk vlakker is, besluiten we het wandelen in te wisselen voor fietsen. We brengen de vouwfietsen aan land. Terwijl Jouke de fietsjes over de reling tilt, zit ik in de bijboot om ze aan te nemen. Twee ingeklapte vouwfietsen en ik passen precies in de kleine rubberen boot. Ik heb geluk: onze Yamaha Malta start meteen. Tussen de ondieptes van de riffen door stuur ik richting het strand naar de plek waar de golven het kleinst zijn. Zodra het heel ondiep wordt, draai ik snel het kraantje en de ontluchting van de buitenboordmotor dicht. Ik kantel vervolgens direct de motor zodat de staart niet de bodem raakt. Tot nu toe verloopt alles goed, zeg ik tegen mezelf. Nu komt het een na lastigste deel, vind ik: de landing. De lichte deining draait de boot negentig graden en de zijkant komt op het strand. Ik stap uit de boot om ‘m omhoog het strand op te trekken. Shit, ik stap aan de verkeerde kant uit de boot en sta niet op het strand maar in het water en ben tot en met mijn korte broek doorweekt. Ok, kan gebeuren. De fietsen sjouw ik uit de bijboot en zet ik tegen de dichtst bijzijnde palmboom. Nu komt het allerlastigste van deze onderneming: wegvaren. Hoe doet Jouke dit ook alweer? Ik duw de boot het water in en direct duwt een golf ‘m weer op de kant. Nog eens proberen. Pffff het lukt me niet. Ik besluit de bijboot om te draaien en de achterkant eerst in het water te duwen. Intussen ben ik al helemaal doorweekt. De eerste golf legt de boot zijwaarts, dat wil ik niet. Volgens mij moet ik eerst gaan roeien, zodra het diep genoeg is kan ik de motor laten zakken. Ik probeer het nu opnieuw, maar roei per ongeluk de verkeerde kant op en beland weer op het strand. Intussen kijk ik om me heen of iemand me kan helpen. Ik zie niemand, wat me ook wel weer geruststelt omdat ik me inmiddels behoorlijk begin te schamen voor mijn gehannes. Ok, nog een keer proberen. Poging acht. Achterwaarts duw ik de boot in het water zo ver mogelijk dat het diep genoeg is om de motor te laten zakken, ik spring er meteen zelf in, laat de motor zakken, zet het kraantje open, draai de ontluchter open, trek de shoke uit, start de motor, duw de shoke weer in, zet de motor in zijn vooruit en yessssss het lukt! Zo trots als een pauw vaar ik naar het moederschip toe. Opgetogen zit ik aan de stuurknuppel en geniet van het mooie uitzicht en de wind door mijn haren. He, wat is dit? Uit het niets valt de motor uit. Ik vrees dat de benzine op is en ga weer roeien. De wind blaast me de open zee op en het duurt even voordat ik door heb dat ik richting het dorpje in het westen moet roeien om goed uit te komen. ‘Het lijkt me een goed idee als ik vanaf nu de bijboot bestuur.’ ‘Precies dat wilde ik ook al voorstellen’, zegt Jouke.

We hebben een heerlijke tijd gehad in Tobago en gaan nu na vier weken door naar de volgende bestemming: Martinique.

Hieronder de laatste foto’s van Tobago: prachtige baaien waar we vaak alleen lagen, oude plantages, jungle en verschillende inklaar- en uitklaar kantoortjes.

7 gedachtes over “Van bruin naar blauw en van zoet naar zout

  1. Wederom een mooi verhaal en spannend bovendien. Fijn dat het weer beter gaat met Jouke, genoeg beweging zo te lezen. Goede reis naar Martinique en behouden vaart gewenst.

    Like

  2. Wat een geweldig verhaal, jaloersmakend! Echt een droomeiland. Het is erg fijn om te lezen waar jullie zijn en wat jullie doen. En wat fijn dat het met Jouke zoveel beter gaat. Veel plezier op Martinique. Ben heel erg benieuwd hoe het daar is. Veel liefs, Anneke

    Like

  3. Hoi Pleuni en Jouke,

    Wat ziet het er fantastisch uit. Wat een vrij leven, geweldig! Zijn jullie niet bang in de jungle voor slangen of andere dieren? Of dat je verdwaald? Ik geniet enorm van jullie verhalen, lijkt wel een film.
    Kan ik de foto’s ook meer uitvergroten? Nu maar een klein beetje, maar blijft toch nog klein.
    Heel veel plezier nog en een behouden vaart! Tot het volgende hoofdstuk!
    Liefs Yvonne

    Like

    1. Hoi Yvonne, dankjewel voor je compliment!! Ja, in Suriname moesten we zeker op de slangen letten. Daar stikt het ervan en een aantal zijn giftig. Op Tobago komen ook slangen voor, maar die zijn gelukkig niet giftig. Een keer schoot eentje daar voor me langs, een heel mooie geel met zwart gestreepte.
      De foto’s kun je helaas niet uitvergroten. Schijnt aan de site te liggen jammergenoeg. Wie weet past men het ooit aan.
      Groetjes Pleuni

      Like

  4. Hoi Pleuni en Jouke. Super mooi verwoord verslag van jullie verblijf daar. Ben blij er weet van te hebben. Liefs, je pa.

    Like

Geef een reactie op Robert Reactie annuleren