Hoe we proberen naar het zuiden van Brazilië te varen
Eind mei, hartje herfst op het zuidelijk halfrond, verlaten we de baai van Salvador. De heersende wind is in het najaar vooral zuidenwind. Wat lastig voor ons is omdat wij juist zuidwaarts gaan. Na iets meer dan drie weken na onze aankomst op vijf mei lijkt er een weervenster te zijn om verder te gaan, die pakken we!
Mag ik de teil na jou?
Heerlijk rustig motoren we met stralend weer de kalme baai uit. Een paar uur varen, voordat we op zee zijn. Dan, voorbij de stad Salvador, verandert alles. Het water klotst ineens alle kanten op, dichtbij zien we enorme brekers en de lucht wordt zwarter en zwarter… Een immens grote zeer donkere muur van wolken doemt voor ons op, precies aan de kant waar wij naartoe moeten. Ik voel me handen tintelen van de spanning. Plotsklaps is alles om ons heen zwart, waar de lucht eindigt en het water begint is niet te zien. De wind trekt flink aan, de golven worden hoger en wij houden ons eten niet meer binnen. ‘We keren om’, stelt Jouke voor. Ik wil dit niet, omdat we maar een paar maanden in Brazilië mogen zijn met ons toeristenvisum, voel ik een druk om verder te varen. Op de kaart kijken we of er geschikte ankerbaaien in de buurt zijn. Maar nee, de ankerplekken zijn te ondiep of niet beschut met deze wind. Hoewel we ons beiden hondsberoerd voelen, besluiten we door te zetten. Om de beurt geven we over in de teil. Maar vaart de goede kant op hebben we wel. En een uur of zes later trekt de lucht meer open, ik zie sterren, de golven worden kleiner en wij voelen ons steeds beter.
De tweede dag hebben we een heerlijke zeiltocht. We halen het weerbericht op met de satelliettelefoon en we maken op basis hiervan een plan, of eigenlijk twee plannen. Afhankelijk van welke bestemming we bij daglicht bereiken, kiezen we of voor het dorpje Caravelas op de gelijknamige rivier of voor de eilandengroep Abrolhos waar de eerste walvissen van het seizoen te zien schijnen te zijn.




Elke avond feest in Caravelas
De wind heeft bepaald, door flink in te kakken, en het wordt Caravelas. Dit dorpje schijnt vooral bezocht te worden vanwege de duik- en walvistoertjes naar de eilanden Abrolhos. Precies de bestemming die wij overslaan.
Als we aan het eind van de dag aankomen na drie dagen varen, worden we verwelkomd met een vuurwerkshow. Wow, wat lief! De volgende dag komen we erachter dat er een twee weken durend festival aan de gang is. Elke dag een mis in de kerk, een optocht over het kerkplein, live muziek van plaatselijke fanfaregroepen en ’s avonds vuurwerk. We ontdekken een superleuk barbecuerestaurantje met heerlijke picanha en kippenhartjes, huren fietsen bij een fietsenmaker voor 1,50 euro per dag, maken mooie wandelingen (‘pas op voor de puma, die heeft hier laatst nog een peuter aangevallen!’) en ontmoeten behalve mega aardige Brazilianen ook twee andere zeilboten. De ene is een Amerikaans-Australisch stel met twee jonge kinderen dat ook zuidwaarts vaart en de andere boot is een jong stel uit Frankrijk dat naar het noorden vaart. Leuk om hun verhalen te horen!
Caravelas 1




















Caravelas 2




















Vitoria, het Boston van Brazilië
Na twee weken gaan we weer verder. Er is voor een paar dagen gunstige wind voorspeld, zodat we kunnen afzakken. Ons doel is Cabo Frio, een paar honderd mijl zuidelijk. Wat we dan nog niet weten, is dat het pas zes weken later zal zijn dat we daar aankomen.
Onderweg zien we de ene na de andere bultrugwalvis opduiken. Zo mooi! Maar ook wel spannend omdat ze soms heel dichtbij komen. In de herfst zwemmen enorme aantallen van deze walvissen vanuit de koude Antarctische wateren naar het warme Brazilië om te kalven en te paren. De eilandjes en riffen van de eilandengroep Abrolhos blijken perfecte beschutting te bieden aan de jonge dieren en hun moeders. Erg leuk om de walvissen te passeren op hun weg omhoog.
Wanneer we halverwege richting Cabo Frio varen, valt de wind helemaal weg. Oh nee! We staan voor een dilemma: of bijna twee etmalen motoren of ons plan aanpassen en naar de stad Vitoria gaan waar we nu vlakbij zijn. Omdat er heel harde zuidenwind is voorspeld anderhalve dag later kiezen we voor Vitoria. Stel dat de harde tegenwind eerder inzet, dan redden we Cabo Frio sowieso niet. Daarnaast hebben we ook geen zin om zo lang te motoren. Ik moet bekennen dat ik wel een beetje baal, straks redden we het niet om binnen de gekregen drie maanden Brazilië te verlaten… Aan de andere kant hadden we van verschillende zeilers heel positieve verhalen over Vitoria gehoord: ‘De stad is fantastisch, de vibe lijkt heel erg op die in Boston!’.
En wow, wat een geweldige plek is Vitoria. We ankeren vlak voor het ellenlange strand waar het een groot feest is. Er is muziek, mensen zijn aan het barbecuen, roeiers en zwemmers trainen in het water, de vrolijke terrasjes zitten vol, trouwfotosessies vinden overal plaats, ijsverkopers lopen rond, er wordt fanatiek gebeachvolleybald en jonge mensen stralen in hun afgetrainde lichamen. Wanneer ons anker vastzit, komt er een bijboot met drie mensen erin op ons af. ‘Jullie komen straks bij ons aan boord barbecuen!’, zegt een van de mannen tegen ons. Begrijpen we het goed? Iemand die ons niet kent, nodigt ons meteen uit? ‘Ja, op onze boot Led Zepellin!’ De zeer hartelijke gastvrijheid van deze Braziliaanse zeilers overvalt ons. Hoewel we de uitnodiging afslaan, is de toon meteen gezet: we voelen ons ook hier enorm welkom.
Toen we Caravelas verlieten, verlieten we ook de staat Bahia. Nu zijn we aangekomen in de veel kleinere staat Espirito Santo. Bij aankomst in elke staat, moet je je melden bij de Capitania des Portos. Na een paar dagen gaan we naar het kantoor, want we zijn er al even en afgaand op de weersvoorspellingen zullen we er ook nog wel een tijdje blijven. We weten niet goed in hoeverre het melden verplicht is. De twee mannen die het formulier voor ons opstellen, kunnen ons dat ook niet vertellen. Desalniettemin lijken we alle vier blij met het resultaat: drie officieel uitziende documenten. Ik stop ze zorgvuldig in mijn map en we spreken met hen af dat we ons weer melden vlak voor vertrek.
Wanneer we naar de weersverwachtingen kijken, zien we behalve geen wind of zuidenwind ook dat het droog blijft. ‘Is het anders een idee om hier de ramen te gaan doen?’, stelt Jouke voor. Onze ramen van het dekhuis lekken sinds anderhalve maand. Ik vind het een supergoed idee. We gaan meteen aan de slag. We verzamelen de klusspullen die nog ontbreken, we halen alle tien de ramen eruit, vervolgens ontroesten we het staal, dat behandelen we met primer en lakken we af, daarna gaan de ramen er met flink veel kit weer in. En tussendoor geven we ook de binnenkant van het dekhuis een laagje verf. Na drie weken zit de klus erop en kunnen we weer chillen!
Omdat we midden in een best grote stad bivakkeren, kunnen we makkelijk spullen kopen. In een gedeeld excel-bestand staat onder andere een lijst met bootspullen die nog ontbreken. We kunnen er hier best veel afvinken. Maar er is nog iets anders dat Jouke wil hebben. Aan de verkopers beeldt hij het uit door zijn linkerarm omhoog te buigen en met zijn rechterhand op en neer te bewegen van links naar rechts. Intussen blaft hij als een vrolijk hondje. ‘Kiko!, Kwaka!, Kwoko!’ roep ik naar de verkoper. Hij heeft zijn collega erbij gehaald, misschien begrijpt zij ons. Jouke wijst naar een trommel en beweegt zijn rechterhand opnieuw. ‘Ahhhhhhhhhh, uma cuica!!’ We staan in een muziekwinkel en de verkoper neemt ons nu mee de trap op. Daar staat het Braziliaanse percussie-instrument dat een heel geinig, typisch sambageluid maakt. De prijs blijkt iets hoger te zijn dan we in gedachten hadden. Maar een paar dagen later gaan we terug en koopt Jouke de kleine trommel met een stokje aan de binnenkant waar je met een vochtig doekje langs moet wrijven om het te bespelen. Nu nog op zoek naar een sambaband!
Uiteindelijk blijven we vijf hele weken in Vitoria. We kunnen niets bedenken wat we niet leuk aan deze stad vinden. Het strand, de supermarkt op loopafstand, met de Uber overal naartoe gebracht worden, de heerlijke barbecuerestaurantjes en de gezellige avonden met Alexander van de Led Zeppelin. Aan het strand worden ruime appartementen gebouwd. ‘Zou zoiets niet leuk voor ons zijn, ooit?’. Ja, we zouden hier zo nog heel lang kunnen blijven. En dan te bedenken dat we Vitoria bijna hadden overgeslagen. Wanneer zich een goed weervenster aandient, vind ik het zelfs jammer. Maar begin juli is het zover: we gaan verder, nu echt naar Cabo Frio.




















Vitoria 2




















Foto’s Altino Silva



