Brazil Dois Mil

Mei 2025. Bam bam bam, ik duik naar de grond, er wordt iemand vlakbij neergeschoten. We zijn in het mooie Salvador en de stad is een mix van armoede, oude Europese gebouwen en bendegeweld. Vanaf vijf uur ‘s middags rijden de auto’s door rood omdat de bestuurders anders bang zijn om bij het stoplicht overvallen te worden. Zijn wij bang? Nee niet echt, af en toe worden we tactvol via een andere straat begeleid door de zwaar bewapende militaire politie. Die steeg is niet veilig, zeggen ze. Het zal. Op elke straathoek staat een bus met minstens twee man of vrouw met automatisch geweer. Overdreven ziet het eruit maar gelukkig blijft het hierom rustig. De liquidaties met vuurwapens horen we een paar keer per nacht. ‘Nee het is vuurwerk’, houden mensen vol. Ze willen je niet bang maken. For the record: achteraf blijkt dat ik veel te veel sensatiebelust ben en blijkt het echt alleen maar vuurwerk te zijn. Er gebeurt ons dus niets maar we krijgen constant het advies om goed op te passen. Na een lekkere borrelhap met garnalen en visballetjes vragen we aan de barman: ‘Is het veilig om die tien minuten in het donker terug te lopen?’. ‘ABSOLUUT niet, ben je gek geworden?’. Wat voor de auto’s geldt, geldt ook voor ons. Is het licht dan ben je veilig, gaat het schemeren dan pak je een taxi. Nou vooruit dan doen we het zo. We pakken de Uber-app erbij en even later zijn we weer veilig aan boord.


Het is eind mei en we liggen ondertussen alweer twee weken met de boot in hartje centrum Salvador. De haven is omringd door hoge hekken en er is veel bewaking. We liggen aan een drijvende steiger waarbij de planken in de lengterichting liggen in plaats van dwars. Het geheel heeft behoorlijk te lijden onder de deining die regelmatig de haven komt binnen zetten. Planken ontbreken waardoor je goed moet opletten waar je loopt. We kijken uit op prachtige oude gebouwen, die allemaal leeg blijken te staan. Soms is het enkel de gevel die nog overeind staat maar wel goed wordt onderhouden. Bij onze eerste voorzichtige uitstapjes de stad in maken we kennis met de super, super vriendelijke Brazilianen. Wat een fijne sfeer overal. Ja praatjes maken we genoeg, ons Portugees is bar slecht maar dat weerhoudt mensen er niet van om even tegen je aan te ouwehoeren. 


We gaan naar musea, laten een kussen opnieuw bekleden, bezoeken een vuurtoren en gaan uit eten. We eten traditionele visschotels om je vingers bij af te likken, gaan een paar keer naar de Japanner en natuurlijk op zijn Braziliaans naar een Kilo restaurant. Dit is een buffet waar je per kilo afrekent. In heel Brazilië wemelt het ervan en deze plekken zijn populair tijdens de lunch. Aan de Braziliaanse smaak moeten we wel erg wennen, ze kruiden hun eten minder dan wij gewend zijn en ook de producten uit de supermarkt missen smaak. Grappig is dat de serveersters je altijd waarschuwen dat de milde hotsauce die ze geven bij het eten erg, heel erg scherp is.


Bij het verkijgen van een simkaart bij de lokale mobieletelfoonnetwerkmaatschappij-winkel gaat het wel ff mis in mijn hoofd. We komen in een kafkaesque situatie terrecht. Tussen het moment van het openen van de la waar de simkaarten in zitten en het moment dat we de simkaart krijgen zit meer dan drie en een half uur. Wat een geschuif met formulieren, contracten, kopietjes, computersystemen, handtekeningen, teamleiders, managers en ‘ha um problemas’. Het mooiste was dat bij elk nieuw invoerscherm de teamleider opgetrommeld moest worden om onze medewerker voor deze stap weer te autoriseren. Ze konden me bijna wegdragen en ondertussen had ik het liedje van Zuco 103 in mijn hoofd: ‘Brasil 2000’ link naar song :’)


https://www.youtube.com/watch?v=ztH8KHqrqUc

We genieten van de stad, het mooie centrum en de interessante achterafstraatjes en verlaten hoekjes maar schrikken soms van de armoede. Veel mensen slapen op straat. Soms alleen in een portiek maar ook in groepjes, netjes op een rijtje op luchtmatrassen en slaapzak onder een overkapping.                                                              De parken en pleinen zitten gezellig vol, er zijn veel straatventers met karretjes, koelboxen met biertjes of ijs om iedereen te voorzien. Als je dol bent op kokoswater uit de kokosnoot dan zit je hier goed.

Op een middag zijn we in een reusachtig park met enorme waterpartijen en maken we een rondwandeling. Deze duurt ongeveer drie uur staat op de kaart. Voor een park in de stad is het enorm groot. Gek genoeg zijn we er helemaal alleen. Een vrouw komt op ons af en ze vertelt dat het pad gesloten is maar de route lopen met de klok mee kan wel. Een ranger haakt later aan en vertelt ons heel vriendelijk dat na vijftien minuten het pad dood loopt en het geen zin heeft om verder te gaan. We antwoorden dat we nog een klein stukje verder lopen en dan omkeren. Wat een prachtig bos. Wat een mooie vogels. We zien geen capibara’s al moeten ze er wel zijn. We worden getrakteerd op een mooie roofvogel die vlak voor ons door de bomen suist en voor ons op het pad neerstrijkt. Een half uur later verschijnt de ranger, nu op zijn brommer en sommeert ons om te keren. Tsja, dat vinden we lastig, het is zo mooi en het pad prima begaanbaar. Als iemand me vertelt dat ik er niet mag komen word ik een beetje opstandig. We gaan door, zeg ik, Pleuni heeft er al geen zin meer in. Later lopen we toch vast, een groep mannen in een truck houdt ons tegen, nee verder kan absoluut niet, het is gevaarlijk. Een clubje met waakhonden komt er vervolgens aan en een heel grimmige sfeer doet ons omkeren terug naar de ingang. We begrijpen het niet maar helemaal zuiver voelde de situatie niet aan. Later, veilig in de Uber, lezen we op internet dat het park deels buiten de controle van de rangers is gekomen en er tegen de regels in villa’s worden gebouwd zonder vergunning. Bij een lokaal protest tegen deze ontwikkeling is al een dode gevallen.


Bahia
Na twee weken Salvador verlaten we de drukte en gaan we de grote baai waarin deze stad ligt verder verkennen. Er zijn mooie eilanden en bossen die we graag willen bekijken. Via een extra stop bij een YachtClub komen we voor een eilandje te liggen waar we het vertrouwde, ontspannen Carieb gevoel hebben. Mooie baai, mooi water en kleurrijke huisjes. Er komt een jongeman met zijn houten boot naar ons toegescheurd: comer comer? vraagt hij. Ja, we moeten nog lunchen en we stappen in zijn boot. Hij zet ons af voor een prachtig hutje versierd met schelpen en aardewerk en eten heerlijk van de oesters en vis. We nemen flessen zelfgemaakte likeur mee achteraf en verkennen het dorp.
In de komende vier weken die we in Bahia (de baai van Salvador) zijn, varen we naar de verschillende eilanden, wandelen we door bossen en moerassen, zien we papegaaien, aapjes, rode ibissen en prachtige zonsondergangen. En elke keer weer worden we verrast door de Braziliaanse vriendelijkheid en nieuwsgierigheid. En wat een natuur, we zijn fan van Brazilië!!

Plaats een reactie