En misschien zien we wel walvissen…

“En misschien zien we daar wel walvissen”, schrijft Pleuni in de whatsappgroep die ze voor ons heeft aangemaakt.
Het is begin februari. Jouke en Pleuni zitten al een aantal maanden op Sint Maarten en ik zit thuis met de verwarming aan. Ik moet nog een beetje wennen aan het idee dat mijn winter binnenkort vervroegd voorbij is.

Naar Hispaniola

Op het Franse deel van Sint Maarten zijn telefoonabonnementen goedkoop. Daarom hebben Jouke en ik de laatste tijd wekelijks een videogesprek. Alsof er niet een grote oceaan tussen ons in ligt.
Al jaren wil ik graag een keer op bezoek bij Jouke en Pleuni. Maar ik vind de planning lastig rond te krijgen.
Een zeilende oceaanoversteek staat op mijn bucketlist. Dankzij de avonturen van de Olim is die droom binnen handbereik. Met het meedraaien met de wachten zou ik mijzelf nuttig kunnen maken aan boord. Eindeloos blauw aan alle kanten. Uren worden dagen en dagen worden weken. Ik heb er een heel romantisch beeld bij.
Maar Jouke haalt me uit deze droom. Natuurlijk is een oceaanoversteek een mooi avontuur, maar het is ook eenzijdig. Geen witte stranden, weinig natuurleven, niet even rustig snorkelen én geen cocktails met rum. Ook de timing komt precies. Het is lastig verlof en vliegtickets te regelen op basis van een opportuun weather-window.

“Waarom kom je niet gewoon naar de Dominicaanse Republiek? Daar zeilen we volgende maand naar toe.”

Ja, waarom niet? Machteld, Brechtje en Sterre verzekeren me dat ze het zonder mij heus wel twee weken redden thuis. Ook op mijn werk snappen ze dat dit een unieke kans is. Ik boek een retourvlucht voor 3 maart. Dat is over een krappe drie weken al. Zo snel kan het ineens gaan!

Ik vlieg op Punta Cana, het vliegveld op de oostpunt van het eiland Hispaniola. Dichtbij dit vliegveld is een jachthaven die geschikt lijkt als eindbestemming voor Jouke en Pleuni’s tocht vanaf Sint Maarten.
Hispaniola is een relatief groot Caribisch eiland, met Haïti op de westkant, en de politiek veel stabielere Dominicaanse Republiek op de oostkant.

Hispaniola met Haïti en Dominicaanse Republiek. Een stukje groter dan St. Maarten

Terwijl Jouke en Pleuni zich klaarmaken voor een zeiltocht van een dikke 300 mijl (drie dagen varen), zit ik thuis nog te puzzelen hoe ik mijn koffer ingepakt krijg.
Veel kleren hoef ik niet mee. Het is daar overdag tegen de dertig graden, en ’s nachts niet veel kouder.
Maar sinds ik mijn ticket heb geboekt staat de pakketdienst hier bijna dagelijks voor de deur. Ik kan namelijk mooi de spullen meenemen die in Caribisch gebied niet te krijgen of niet te betalen zijn. Onderbroeken van de HEMA bijvoorbeeld, of zonnebrillen van de Decathlon. Maar ook een 6 kilo zware hydraulische pomp voor de stuurinrichting, een pot 2-componentenlijm voor de nieuwe bijboot en allerlei kleinere onderdelen en gereedschap.

De pakketjesdienst

Mijn vlucht vertrekt uit Amsterdam op het moment dat Jouke en Pleuni inklaren op de Dominicaanse Republiek. Vanaf Schiphol hebben we nog even contact. Ik weet nu in ieder geval dat zij veilig zijn aangekomen. Ze hebben een ruige tocht achter de rug.
Het is een vlucht van 14 uren, die ook nog even stopt op Curaçao. Aan het einde van een hele lange dag land ik op Punta Cana.
Als de taxi mij afzet bij de jachthaven hebben Jouke en Pleuni volgens mij de flink door elkaar gerammelde Olim net weer een beetje op orde. Er staat een heerlijke warme maaltijd op me te wachten.
De lange broek kan uit en de fles rum komt op tafel. Ik drink voor het eerst in mijn leven een piña colada en ben meteen groot fan.

If you like piña coladas…

De jachthaven van Punta Cana ligt vol met enorme sportvissersboten, ingericht om te vissen op Mahi-mahi, tonijn of marlijn. De meeste lijken Amerikaanse eigenaren te hebben. Wij zien eigenlijk alleen lokale mensen in de jachthaven, waarschijnlijk in dienst om de boten in orde te houden en misschien uit te baten met betalende gasten aan boord.
Ik vind Cap Cana Marina een vreemde jachthaven. Cap Cana is een gated community met alleen grote villa’s en luxe appartementen aan het water, de hele wijk is hermetisch afgesloten en alleen toegankelijk met een toegangspas.
Passanten zijn er nauwelijks in deze haven. Bij de villa’s en appartementen lijkt ook haast niemand thuis. Een beetje een dooie boel. De caretakers zijn trouwens uitermate vriendelijk en behulpzaam. Maar wij willen zo snel mogelijk de echte Dominicaanse Republiek gaan verkennen!

Cap Cana Marina, bij Punta Cana

De volgende ochtend moeten er een aantal dingen geregeld worden. Pleuni en ik gaan naar het havenkantoor en Jouke krijgt aan boord officieel bezoek van de Armada, de Marine. De regels zijn ons nooit helemaal duidelijk geworden, maar blijkbaar wil de Armada graag op de hoogte blijven van ons komen en gaan langs de kust van hun land. Het resultaat van dit officiële bezoek aan boord is een formeel papier, een dispachio, met de datum van ons vertrek van Punta Cana en onze geplande bestemming, Isla Saona!
Met deze dispachio moeten we ons bij aankomst weer melden bij de Armada… of wanneer we daar weer vertrekken? Of komen ze bij ons langs? Het blijft een beetje onduidelijk. Maar wat deze mannen betreft is het zo in orde. Ze nemen lachend afscheid. Ik vind de mensen hier erg vrolijk. Of zaten ze nu de hele tijd te lachen omdat zij wél hadden gezien dat Jouke ze ontving in een binnenstebuitengekeerde zwembroek?

Binnenstebuiten

Voor anker onder het Bounty eiland

De 14 uur durende vlucht, het tijdsverschil, het verschil in klimaat, de zeedeining. Ik heb het er op mijn eerste dag op de Olim een beetje moeilijk mee. Of komt het misschien door de piña colada’s en de fles vatgerijpte rum van de avond ervoor?
Het was ook zo gaaf om elkaar na bijna twee jaar eindelijk weer in het echt te zien. En dan ook nog met een geweldige reis in het vooruitzicht. Jouke en Pleuni zijn ook nog nooit op de Dominicaanse Republiek geweest. De komende twee weken zullen we dit land met zijn drieën gaan verkennen. Met Jouke zijn gezondheid gaat het ook goed en de achterstand op de klussenlijst van de Olim is inmiddels weggewerkt. We voelen ons de koning te rijk. De stemming zat er dus op de eerste avond meteen al goed in.
Maar mijn zeebenen zijn nu wel een beetje wankel…

De zeilen zijn omhoog. Op de achtergrond Punta Cana

Zodra we uit de kust zijn gaan de zeilen omhoog. Een bakstagwindje. Maar met een behoorlijke deining. We rollen alle kanten op. Ik doe mijn best om mijn ogen op de horizon te houden. Ik ben niet snel zeeziek, maar ik heb de plek al uitgezocht waar ik overboord kan hangen als het nodig is.
We varen naar het zuidoostelijke punt van de Dominicaanse Republiek. We verwachten in de avond aan te komen bij de mooie stranden van Isla Saona. Dit eiland is grotendeels onbewoond. Er is een visserdorpje, maar het is vooral bekend vanwege de prachtige stranden. Het is niet zo maar een Bounty eiland. Het is hét Bounty eiland. De bekende reclame voor de met kokos gevulde chocoladereep werd hier ooit opgenomen.

Wind mee van Punta Cana naar Isla Saona

Het is een prachtige tocht. De hele route is bezeild, en op mijn eerste dag kan ik al meteen een aantal nieuwe diersoorten van mijn lijst afvinken. Ik zie onder andere een school vliegende vissen langs de boot wegvliegen. Een fregatvogel is zo druk een Brown Booby (Bruine gent) zijn prooi afhandig te maken dat hij niet ziet dat we bijna over ze heen varen. Ik had beide vogelsoorten nog nooit met eigen ogen gezien.

Toen Pleuni mij vroeg wat ik het liefste wilde doen tijdens mijn bezoek was dat mijn antwoord. Ik wilde graag zien hoe hun leven er uit ziet nu ze de Olim als huis hebben en de hele wereld als hun woonplaats. Maar ik wilde ook graag allerlei flora en fauna zien die ik thuis in Europa niet tegen zou kunnen komen.
We hadden gelezen dat er in het noorden van de Dominicaanse Republiek een baai is waar in de eerste maanden van het jaar veel Bultrugwalvissen samenkomen om te baren en paren. Hopelijk waren we nog niet te laat en konden we hier iets van meekrijgen. Dat zou de kers op de taart zijn. Maar eerst nog even naar het Bounty eiland. Als we eenmaal aan de noordkant van het eiland zijn komen we heel lastig weer terug.

Een fregatvogel
Fregatvogel

Na een paar uur varen zakt de zeeziekte weg. Ik kan nu ook de meegebrachte camera met zoomlens hanteren. Ik zit klaar voor nog zo’n mooi spektakel als met die fregatvogel.
Ineens roept Pleuni: Walvis!
Ik richt de camera. Ik krijg een grote staart in beeld die boven het water uit steekt. Als in slow-motion slaat die staart op het water. En nog eens. En nog eens! Wat is die staart groot. Het is een bultrug. Wil hij ons weg jagen? Na nog een paar keer op het water slaan verdwijnt de staart onder water.
We zijn alle drie hyper. Wat was dat? Een walvis, zo dichtbij. En wat een raar gedrag. Jouke en Pleuni zagen wel eerder walvissen, maar dit hadden ze nog nooit gezien.
Dag één op de Olim. Bultrug, afgevinkt! Hoe kan deze vakantie nu nog beter worden?
Op het display van de camera kijk ik de foto’s terug. Ik heb acht best scherpe foto’s gemaakt van een mooie plons water. De walvisstaart helaas elke keer net niet in beeld.

Plons zonder staart

De zeiltocht verloopt via planning. We ronden de kaap van het eiland en varen onder het vissersdorpje langs. We zouden hier wel in de buurt willen gaan liggen, maar we zoeken graag beschutting tegen de deining. Nog even een stukje verder tot we helemaal zuidelijk van het eiland zijn.
Hier zijn minder golven, maar het stinkt behoorlijk. Dat komt door de lagune met mangrovebos. Het liefst zouden we naar de lagune en het dorpje toe kunnen wandelen vanaf onze ankerplek, maar door deze geur besluiten we toch nog wat verder naar het westen door te varen.
Uiteindelijk zullen we de lagune wel bezoeken, maar is het dorpje jammer genoeg te ver voor een wandeling.

Het enige dorpje op het eiland Isla Saona

Jouke en Pleuni zijn goed op elkaar afgestemd als het om ankeren gaat. Samen speuren ze het water en de digitale kaarten af op zoek naar de geschiktste plek. De dieptestaten op de kaarten zijn niet altijd te vertrouwen, dus ook het wateroppervlak wordt gelezen. Bepaalde golfjes verraden plotselinge ondieptes. En het water is hier kraakhelder, dus de bodem is ook met het blote oog op geschiktheid te beoordelen.

Jouke en Pleuni zoeken een geschikte ankerplek

Zodra ze het eens zijn over de plek laat Pleuni op het voordek het anker zakken. Jouke rekent de gewenste lengte van de ketting uit, terwijl Pleuni telt hoeveel meters ketting al uitgelegd zijn. Pleuni controleert aan hoe de ketting beweegt of het anker hier goed houdt. Zo niet, dan moet er misschien nog wat ketting bij. Of we gaan ankerop om een betere plek te zoeken.
Als laatste knoopt Pleuni nog een lijn vast aan de ketting met een speciale snubberknoop. Zo wordt er niet de hele tijd een wisselende kracht op ankerbeslag en -lier uitgeoefend. Het voorkomt onnodige slijtage.
Ik kan hier veel van leren. Op onze platbodem ankeren we ook wel eens, maar dat is een enkele keer per jaar en op ondiep water. Jouke en Pleuni doen haast niet anders. Het is natuurlijk ook hun hele hebben en houwen wat ze aan dit anker moeten toevertrouwen.
Zodra de Olim stabiel achter het anker ligt gaat de zon onder. Mijn eerste Caribische zonsondergang. Daarna nog even een frisse duik, en dan morgenvroeg het eiland verkennen.

Caribische zonsondergang


Strandtentjes willen ons niet

De Olim voor anker onder Isla Saona

Met het nieuwe rubberbootje en de nieuwe buitenboordmotor vliegen we de volgende ochtend zo snel mogelijk naar het strand. Het is er rustig, maar we zijn niet alleen.

Om de paar honderd meter staat een prachtig uitziende strandtent. Vaak een stevige houten constructie met een dak van palmbladeren. Eronder talloze eettafels en buffetmeubilair. Het is nog ochtend, maar het ruikt hier al lekker naar gebraden kip. Tussen strandtent en de branding zijn beachvolleybalvelden afgezet. Er staan strandstoelen in nette rijen en het zand lijkt vers aangeharkt. Het is er brandschoon.

Op de achtergrond komt het personeel en de bevoorrading aan wal

Maar er is geen enkele gast, alleen maar personeel. We durven bijna niet het aangeharkte zand met onze voeten te verstoren.
We vragen bij een van deze tentjes of we hier kunnen lunchen. Dat blijkt enorm lastig te zijn. Daarvoor moet het hoofdkantoor worden geraadpleegd.
Het blijkt dat al deze tentjes onderdeel zijn van een pakketreis of toertje. De gasten worden met boten opgehaald van de wal op het grote eiland. Ze gaan eerst nog ergens snorkelen en worden daarna met tientallen tegelijk op dit strand afgezet. Ze hebben allemaal een armbandje om gekregen. Met dat armbandje kunnen ze een lunch krijgen. De rest van de middag kunnen ze in een strandstoel liggen, een stukje zwemmen of aan de bar hangen. Om vier uur worden ze allemaal weer opgehaald en zijn de stranden weer leeg.
Ze zijn niet ingericht op gasten die op eigen houtje met een klein rubberbootje het eiland op komen.
Uiteindelijk komt het antwoord van het hoofdkantoor. We mogen hier lunchen, maar dan moeten we wel het arrangement voor de hele dag afnemen. Wij besluiten lekker te gaan wandelen en daarna op de boot een lunch te maken. Op deze eerste dag ontlopen we graag nog even de hordes dagjesmensen.

Een smerig klusje

De volgende ochtend is er een klusje te doen. Eén van onderdelen die ik meegenomen heb uit Nederland hoort thuis in de vuilwaterpomp. Aan boord zit een grote tank met al het afvalwater uit de gootsteen, maar ook uit de wc. Die tank kan geleegd met een pomp, maar die pomp heeft een mankement. Dit geeft veel gedoe, en met dit hele kleine onderdeeltje uit Nederland kan dit eindelijk gerepareerd worden. Voor deze klus moet de pomp wel losgekoppeld worden en uit elkaar gehaald.
Die pomp zit niet alleen op een hele vervelende plek (waar volgens Jouke alleen Pleuni goed bij kan?), maar zit ook nog eens vol met ondenkbaar vieze vloeistof.
Ik wilde graag meemaken hoe Jouke en Pleuni hier hun leven leiden. Smerige klusjes zelf kunnen oplossen hoort daar bij. Zo nu en dan kon ik een beetje helpen, maar Pleuni was de held van de ochtend. Met enkele goed geplaatste krachttermen heeft ze de pomp losgehaald, opengemaakt, gerepareerd, opnieuw in elkaar gezet en weer op de juiste plek gemonteerd.

Bezwete lichamen, een gedemonteerde vuilwaterpomp en onaangename geuren

Het was een enorm smerig karwei, maar de klus is geslaagd. Het onderdeeltje paste goed, en nu de pomp toch open was zijn ook een aantal andere onderdelen preventief vervangen of onderhouden. Het handmatig primen (voorpompen) lijkt nu ineens ook niet meer nodig. Ik besluit thuis niet meer te klagen over de gemeentelijke afvalstoffenheffing.

We nemen nog even een frisse duik en douche en gaan dan nogmaals met het rubberbootje naar de kant voor een stevige wandeling. En om te kijken of er toch ergens een barretje is waar we onszelf kunnen trakteren.

Als wij aankomen staan de dagjesmensen alweer in de rij om naar huis te gaan
Even mijn stevige wandelhoeven aandoen voor de wandeling
We lopen een rondje van een dik uur en zagen nul andere toeristen. Wel een lokale jongen op een brommer die zich zorgen maakte of we de weg naar het strand kwijt waren
Piña colada in zijn natuurlijke omhulsel.
Pleuni krijgt een massage aangeboden. Alsof ze door hadden dat ze die ochtend krom had gelegen in het krappe motorruim

Dispachios

We hebben Isla Saona nu wel gezien. We zijn benieuwd naar de walvissen in het noorden van het land.
De Olim word klaargemaakt voor de volgende tocht. We zullen in ieder geval één nacht door moeten varen, want we hebben nu een stuk wind tegen. Er ligt op deze tocht maar één haven langs de route en dat is Punta Cana. Daar varen we liever aan voorbij.
Ik heb me tot nu toe niet echt bemoeid met de navigatie. Op schokker Mossel, onze platbodem, zijn Machteld en ik altijd goed voorbereid met de vaarplannen en uitwijkmogelijkheden bij tegenvallende omstandigheden. Hier heb ik dat tot nu toe geheel overgelaten aan de vaste crew.
Maar nu word ik toch een beetje zenuwachtig, want het blijkt dat ik verwacht wordt vannacht een aantal uren wacht te draaien. Dat lijkt me enorm leuk om te doen. Maar dan wil ik nu ineens wel graag alles weten van alle instrumenten, kaarten, routes, weerberichten en andere zaken.
Ik krijg een uitgebreide uitleg voordat mijn wacht begint, belooft Jouke.

Net als we het rubberbootje aan dek hijsen om daarna anker op te kunnen gaan krijgen we bezoek van een onbestemd bootje. Aan boord zitten de mannen van de Armada. We moeten ons nog even gaan melden voor een nieuwe dispachio bij het plaatselijke kantoor. Het officiële papier dat we in Punta Cana kregen is blijkbaar niet (meer) voldoende.

Het marinekantoor met marinehaven

We laten het rubberbootje weer te water en gaan naar de wal met een rugzak vol documenten. De man die ons kan helpen is er blijkbaar niet (want die zat op dat bootje dat langskwam en is nog niet terug). Het duurt allemaal even, en we maken veel gebruik van de google translate app, maar de officials zijn vriendelijk en geduldig. Een dik uur later verlaten we het kantoor met een nieuwe dispachio voor de komende bestemming. Het is wel de bedoeling dat we nu ook binnen twee uren vertrekken. En zeiden ze nou dat we ons bij aankomst meteen weer bij de Armada moesten melden? Dat verstonden we niet zo goed.
We ruiken weer de geur van gegrilde kip vanuit een buffetrestaurant op het strand. Zouden we kunnen aanschuiven? Nee, wederom alleen met een armbandje van de touroperator. We gaan door naar de Olim. Ankerop en richting Bahía de Samaná.

Ankerop voor een flinke tocht naar de andere kant van dit prachtige land

Zeilen met de Olim

Zodra ik ben bijgepraat over mijn verantwoordelijkheden en over hoe de belangrijke dingen aan boord werken begin ik zin in mijn wacht te krijgen. Ik heb ’s nachts varen altijd heerlijk gevonden, maar ik doe het bijna nooit. Nu mag ik het doen terwijl Jouke en Pleuni gaan slapen. Op een fantastisch schip, met een windvaanstuurautomaat en een heerlijk stabiele zeegang. Laat het maar snel donker worden!

Opkruisen tegen wind en stroom. De gele lijn was de heenweg, nu gaan we eerst een stuk de oceaan op. Hard gaat het niet. Het streepje voor het bootje uit is waar we over één uur zullen zijn. De buitenste cirkel is 5 mijl.
Het begint donker te worden en we zijn een flink stuk uit de kust, geen land meer in zicht. Een vogeltje komt uitrusten onder de lijntjes van de stuurinrichting. Het lijkt wel een boerenzwaluw.
Als het helemaal donker is gaan de rode interieurlichten aan. Zo heb je op de boot wel een beetje licht, maar blijven je ogen gewend aan het donker.

Jouke gaf me als advies om elk kwartier een wekkertje te zetten om even om me heen te kijken naar ander verkeer en de staat van de Olim. Daartussendoor kon ik dan in de stuurhut best even een oogje dicht doen. Ik voel dat ik veel te enthousiast ben om in slaap te vallen. En veel te ongeduldig om maar één keer per kwartier om me heen te kijken.
Mijn wacht is van 23:00 tot 2:00. Daarna wordt ik door Jouke afgelost. Pleuni doet de laatste wacht.
Vlak voordat mijn wacht begint doen Jouke en ik samen nog even de overstagmanoeuvre. We hebben nu een koers naar het Noordoosten. Jouke was liever nog wat later overstag gegaan om zeker te weten dat we ruim om de ondieptes aan de oostkant van Isla Saona zouden varen. Nu blijft het afhankelijk van hoe wind en stroom de komende uren met ons om zullen gaan. Maar ja, overstag gaan is niet een handeling die ik in mijn eentje kan uitvoeren op dit schip, en al helemaal niet in het donker. Dus Jouke kan niet eerder gaan slapen totdat we overstag zijn.
Jouke en Pleuni slapen nu allebeide. Aan mij de taak om zo scherp mogelijk te blijven varen en geen onnodige hoogte te verliezen.
Ik besluit mijzelf met een life-line te zekeren in de kuip. We zijn midden op de oceaan met windkracht 4, in het pikkedonker. En ik zit buiten in korte broek en t-shirt in de kuip. De sterrenhemel is fantastisch helder. Ik probeer of ik aan de sterren kan zien of ik hoogte houd ten opzichte van de grond. De windvaanstuurautomaat houdt namelijk keurig hoogte ten opzichte van de wind.
Een tijdlang kijk ik hoe de verschillende sterrenbeelden zich verhouden tot het silhouet van de mast en de stagen. Na een tijdje controleer ik dan op de instrumenten of het klopt wat ik had geconstateerd. Ik maak mijzelf wijs dat dit best goed te doen is.

Zo nu en dan zie ik nieuwe lichtjes aan de horizon. Ik kan dan op de digitale boordnavigatie zien wat voor soort schip dat is, en of er een kans is dat we daar te dicht in de buurt zullen komen als we beide onze koers zouden aanhouden. Het zijn stuk voor stuk allemaal hele grote vracht- of cruiseschepen. Ze zijn op één hand te tellen en ze komen bij lange na niet in de buurt. Andere plezierbootjes kom ik deze nacht niet tegen op het scherm.

Er komt nog een vogeltje even uitrusten en mij gezelschap houden in de kuip

Uiteindelijk, tegen het einde van mijn wacht, begint de slaap toch de overhand te krijgen. Gelukkig kan ik nu Jouke wakker maken. En ik heb goed nieuws voor hem: we hebben de oostkant van Isla Sanoa ruim kunnen ronden. We hoeven deze hele tocht niet meer overstag.
Met kleren en al val ik in slaap in mijn hut. Iets voor zevenen word ik weer wakker. Net op tijd om de zon te zien opkomen aan stuurboord. Aan bakboord zie ik het vliegveld van Punta Cana weer terug. Daar hoef ik voorlopig nog niet te zijn.

Vrijdag 8 maart 2024, 6:47 lokale tijd. Voor de oostkust van de Dominicaanse Republiek ter hoogte van Punta Cana

Bij Punta Cana zijn we pas zo’n beetje op de helft. Een paar uur later krijgen we de wind wat meer van achteren. Het wordt een warme dag en er gaat veel zonnebrand doorheen. Het is een heerlijke zeildag. We praten veel. We lunchen lekker. We kijken constant om ons heen of we ook walvissen zien.
Tot nu toe heeft vandaag alleen Jouke er eentje gezien. Niet alleen een staart, maar een hele Bultrug die uit het water sprong. Het was ver weg, en Pleuni ik waren net te laat. We geloven Jouke wel, maar zijn ook jaloers. Hopelijk krijgen we later nog een kans.

Je hoeft niet naar het weerbericht te luisteren voor de windrichting. Altijd Oostenwind.

We varen inmiddels de hele tijd met de kust in zicht. We zien hoe er veel gebouwd wordt langs de kustlijn. Waarschijnlijk allemaal grote vakantieresorts. Van een afstandje zien we het vakantieplezier. Sportvisboten en paragliders voortgetrokken door speedboten.

Paragliden boven zee
De kustlijn wordt er niet mooier op en het is vast ook geen sociale woningbouw

Wij hoopten voor donker bij het plaatsje Miches aan te komen. Dat is de dichtstbijzijnde plek waar we een beetje beschutting hebben tegen de altijd oostelijke wind- en golfrichting. Er is daar geen jachthaven, en de dieptekaarten zijn niet zo betrouwbaar. Op basis van online verslagen van andere zeilers hebben Jouke een Pleuni een plan gemaakt voor de beste plek en de manier van aanvaren en dat hadden we graag met daglicht ter plaatse willen verifiëren.
De wind wordt nog minder, maar toch willen we graag blijven zeilen. Het is nog zo’n eind motoren anders. De wind is gratis.
Op een gegeven moment worden we opgeroepen via de marifoon. Een naburige zeilboot vraagt of we soms in de problemen zitten. Nee hoor, dat niet, het waait alleen niet zo hard, maar verder geen problemen. Als we daarna op de gps kijken zien we dat we al een tijdje met 0 knopen snelheid aan het “zeilen” zijn. Die andere zeilboot dacht zeker dat we motorpech hadden.
Dan toch de zeilen maar neer en de motor aan. In ieder geval tot er ietsje meer wind is.

En dan ineens een enorme luide zucht! We weten meteen wat dat is. Een bultrug. En dichtbij!
Ja daar! Echt vlak naast de boot. Ze blijft daar een tijdje zwemmen. We zien de karakteristieke bult op haar rug boven water komen, dan samen met de rugvin, en daarna komt die enorme staart boven water. Een prachtige golvende beweging. We kunnen de knobbels op de staart zien zitten. Door het heldere water heen zien we dat het onderlijf veel lichter van kleur is.
Ik ren snel naar binnen om mijn fototoestel te pakken. Ik klik aan 1 stuk door. Maar ik heb in mijn haast de instellingenknop verdraait. Alles overbelicht. Alleen maar witte foto’s als restultaat…
Gelukkig volgt er deze keer al snel een herkansing. Deze keer staan de instellingen goed.

Later op de dag trekt de wind weer wat aan. We kunnen nog mooi het avondeten klaarmaken en opeten. In het donker vinden Jouke en Pleuni een geschikte ankerplek in de baai voor Miches.

De volgende ochtend verkent Jouke de baai met de drone-camera. Het is een prachtige plek om te liggen. We zien de kleine vissersbootjes die via de riviermonding het dorpje in gaan.

Miches

De volgende dag zoeken we met de rubberboot een geschikte plek om aan land te gaan. We landen direct aan de boulevard. Er komt meteen een vriendelijk jongetje op een crossfiets op ons af. Hij komt niet om zijn diensten aan te bieden, zoals we hadden verwacht, maar om kennis te maken. Hij vraagt of we bij die zeilboot horen die daar voor anker ligt. We komen deze jongen die middag nog een paar keer tegen, fietsend door zijn stadje. We zwaaien dan vriendelijk en noemen hem bij zijn naam. Hij glundert en zwaait terug. Het is typisch voor de sfeer in dit dorpje. Het is niet erg op toeristen gericht. Mensen gaan door met hun eigen leven, maar zeggen de toeristen wel vriendelijk gedag en schieten graag te hulp met informatie.
We zijn benieuwd of dit ook zal veranderen als de twee kolossale resorts in aanbouw, aan weerszijden van de baai, zometeen gereed zijn. Ik hoop van niet, maar ik vrees van wel. De vooral Amerikaanse toeristen strooien met enorme fooien en zijn bereid een veelvoud van het reguliere bedrag voor hun consumpties te betalen. Een beetje hetzelfde bedrag dat ze thuis ook zouden betalen, en dan het liefst in US Dollars en niet in die lastige Pesos. Het wordt dan voor de mensen hier wel heel aantrekkelijk om hun normale baan te laten vallen en zich op deze toeristen te storten.
Wij kregen nu gelukkig nog gewoon te horen: “Nee, die laatste worst ga ik niet aan jou verkopen, die is gereserveerd voor mi hermano!
Gelukkig had deze verkoper nog genoeg andere lekkere dingen te koop.

De wandeling die we door Miches maakten was geweldig. We konden al onze boodschappen vinden, kregen een goed beeld van hoe de inwoners leven en werken én we hebben lekker kunnen flaneren langs de boulevard en het strand.

Als we terug willen naar de Olim vinden we de rubberboot zoals we hem hebben achtergelaten. Er zitten een paar oudere mensen op het stenen muurtje. Ze lijken verlegen om een praatje. Een oudere dame heeft vroeger ook gezeild. Ze heeft nu een stukje land te koop. Of dat niet iets voor Jouke is? Het is hier vast leuk wonen en ondernemen.

Het weer wegvaren van het strand is nog een hele kunst. De bodem loopt snel steil af, en er staan brekende golfjes. Het eerste stukje kun je naast het bootje lopen, maar daar is het water nog niet diep genoeg voor de motor. Wanneer de motor naar beneden kan is het ook meteen zo diep dat je moet zwemmen als je niet in de boot zit. En ondertussen willen de golven de boot eerst dwars krijgen en dan ondersteboven rollen.
We besluiten dat Pleuni en ik de boot, met alleen Jouke en alle boodschappen er in, gaan lanceren. We geven hem een flinke duw als er even geen golf is en lopen dan zelf een stukje om naar een steiger in aanbouw iets verderop. Dit gaat goed. Jouke vaart, en de tassen blijven droog.
De steiger iets verderop is alleen echt nog niet af. Het is een stevig geraamte van stalen balken, maar zonder vlonderplanken. Een op die steiger vissende jongen ziet wat we proberen te doen. Hij komt er al aan om met een paar steigerplanken een route voor ons te maken over het stalen geraamte. We danken hem hartelijk en zwaaien onze toeschouwers gedag. Wat een leuk stadje was dit!

De Walvisshow

Cayo Levantado is een eilandje in de baai van Samaná. Deze baai aan de noordkant van de Dominicaanse republiek staat bekend als dé plek waar je de Bultrugwalvissen kunt komen bekijken.
Vanuit Miches gaan we op weg naar Caya Levantado en varen dus nu echt de baai in.

Bahía de Samaná

Tijdens deze periode van het jaar worden er toertjes aangeboden met een motorbootje. Je krijgt hierbij een 100% garantie dat je walvissen gaat zien. Sommige bootjes zitten vol met mensen, andere hebben maar één verliefd stelletje aan boord. De honeymoon kan niet meer stuk.
De Bultrugwalvissen lijken zich weinig aan te trekken van deze snelvarende motorbootjes. Sterker nog, het lijkt er op dat ze zo nu en dan bewust een showtje komen geven. Of het wel eens mis gaat? Ik weet het niet. Ik kan me niet voorstellen dat deze business nog bestond als er regelmatig ongelukken gebeuren, dus ik denk dat het wel goed zit.
De walvissen zijn hier elk jaar rond de eerste vier maanden van het jaar. In deze baai is het water relatief ondiep, zo’n 20 meter, en lekker warm vergeleken met de dieptes van de oceaan.
De vrouwtjes kalveren hier en zogen hun kalfjes tot ze een dikke vetlaag hebben. Die vetlaag zal ze beschermen tegen de kou en waterdruk als ze zelf hun voedsel moeten halen in de dieptes van de oceaan.
En als die vrouwtjes hier toch zijn is dat een perfect moment voor de walvisstieren om indruk te gaan maken. Wie het mooist kan plonzen mag voor nageslacht zorgen?
Het stuk van Miches naar het eiland Cayo Leventado kunnen we weer zeilend doen. Onderweg krijgen we de mooiste walvisshow die je je maar kunt bedenken. Een moeder komt haar kalf laten zien. Ze zwemmen helemaal synchroon een tijdje rustig naast de Olim voordat ze weer onderduiken.
We zien daarna op verschillende plekken om ons heen de mannetjes zich uitsloven. Eentje springt zelfs meerdere keren helemaal uit het water. Een motorbootje met uitzinnig joelende toeristen in oranje reddingsvesten zit er met de neus bovenop. Ik ben toch wel blij dat wij op zoomlensafstand zijn. Het ziet er ongelooflijk indrukwekkend uit. Dit is voor mij een ervaring om nooit weer te vergeten.

Cayo Leventado

Na de walvisshow komen we aan bij Cayo Leventado. Een klein eilandje aan het begin van de baai onder het schiereiland Samaná. Ook dit eiland is bekend vanwege een iconische reclame. Het wordt Bacardi Island genoemd vanwege deze commercial uit de jaren tachtig.

Het grootste deel van dit eiland wordt ingenomen door een resort met privé stranden en zwembaden. Gelukkig is er ook een deel met strand en strandtentjes dat voor ons toegankelijk is. Hier worden dagelijks met motorbootjes groepjes mensen met een armbandje afgezet voor een dagje all-inclusive strandervaring. Maar wij kunnen er ook gewoon een enkel kopje koffie afrekenen.
De ankerplek is op zwemafstand van dit openbare strand. En er is nog een beetje koraal, waar we lekker hebben gesnorkeld. Omdat ik genoeg kreeg van het zoute water dat mijn neus in kwam bij het duiken, heb ik er zelfs mijn baard voor afgeschoren. Nu sluit de duikbril wel goed af.

Santa Bárbara de Samaná

Na twee nachten op het Bacardi eiland willen we wel weer eens de wal op. De voorraad verse groenten en fruit raakt op. Het is maar een klein stukje naar Santa Bárbara de Samaná. We varen met alleen het voorzeil op. Later blijkt dat we gekiekt zijn terwijl we zeilend de baai in kwamen.

Op de foto gezet vanaf de loopbrug?

Dit stadje is een stuk groter dan Miches. Hier zijn er wel een aantal inwoners die hun oog op het geld van de toeristen hebben laten vallen.
Gelukkig zijn Jouke en Pleuni gewaarschuwd via de online verhalen van andere zeilers. Ene Richard wordt bij naam genoemd als een individu die zijn overbodige diensten op een vervelende manier aanbiedt.
Nadat we goed achter het anker liggen willen we aan wal. We besluiten niet met het rubberbootje naar de gebruikelijke dinghy-dock te varen, maar eerst een wandeling te maken over de pier en loopbrug die deze baai omringt. Het is een prachtig stukje moderne architectuur. We vermoeden dat het ook een militaire functie heeft gehad. Het is in ieder geval een constructie met prachtige uitzichten.

Als we halverwege de loopbrug zijn worden we door een man aangesproken in vloeiend Engels. Hij is helemaal buiten adem, en lijkt al even naar ons op zoek. Hij zegt dat hij gestuurd is door de Armada. Ze zitten op ons te wachten op hun kantoor in het centrum van de stad. We hadden er namelijk meteen naar toe moeten gaan toen we aankwamen. De man die ons aanspreekt wil ons er wel snel naartoe brengen. Hij stelt zichzelf voor als Richard.
We proberen uit te leggen dat we ons zelf wel kunnen redden, maar hij speelt dat hij hierdoor erg beledigd is en dat hij ons onbeleefd vindt. Vooral Jouke, die zijn ergernis slecht kan verbergen, wordt hier op aangekeken. We houden vol. Richard houdt ook vol. We komen hem nog meerdere keren tegen de komende dagen, maar uiteindelijk vertrekken we zonder ooit bij de Armada geweest te zijn. En zij kwamen ook niet naar ons.
Al is dit stadje veel meer gericht op toerisme dan Miches, nog steeds zijn, behalve Richard, alle mensen relaxt. Een taxi-chauffeur fluit naar ons, of we geen ritje nodig hebben, maar rijdt zonder gedoe verder als we subtiel nee, bedankt schudden. We betalen vast wel een paar Pesos meer voor onze heerlijke rijst met kip en koude biertjes op het terras dan de lokale mensen, maar het is nog steeds goedkoop.
Ondanks de lawaaierige en stinkende 2-takt motoren kunnen we hier alles vinden wat we nodig hebben en is het een geslaagd bezoek.

Pleuni is jarig

Hoe dieper we de baai van Samaná invaren, met wind en stroom mee, hoe lastiger het zal zijn om er weer uit te komen. Maar we gaan toch nog verder door naar het westen. We hebben namelijk een doel.

Pleuni is over 2 dagen jarig, en ze wil haar verjaardag graag vieren bij natuurresort Paraíso Caño Hondo. Je schijnt daar lekker te kunnen lunchen en er zijn talloze natuurbaden. En wifi! Ideaal om alle verjaardagsfelicitaties te lezen en beantwoorden.
Het lijkt me toch één van de vreemdere dingen die bij dit rondreizende leven horen: verjaardagsbezoek krijgen is niet zo vanzelfsprekend.

Pleuni is jarig en heeft zelf de slingers gehaakt

We liggen voor anker in de baai van San Lorenzo. Het water is hier een stuk minder helder. Dat komt omdat er modder, én vruchtbare grond, via onder andere de Rio Caño Hondo door de mangrovebossen van het nationaal park Los Haitises deze baai in stroomt.
Het is nu een beetje eng om te gaan zwemmen, omdat je niet kan zien wat er om je heen zwemt.
Het voordeel van dit water is wel dat de natuur hier heel veelzijdig is. We zien verschillende soorten vissen aan de oppervlakte en er zijn constant allerlei verschillende vogels in de buurt.

Bahia de San Lorenzo, Nationaal Park Lost Haitises, het riviertje Rio Caño Hondo en het resort Paraíso Caño Hondo

Nadat Pleuni haar cadeautjes heeft uitgepakt gaan we in het rubberbootje de rivier op. We zijn wel benieuwd naar die natuurbaden en het lunchmenu van het resort.
Het riviertje is fantastisch. De mangrovebossen stinken niet eens zo erg, maar zitten vol met mij onbekende soorten reigers en kingfishers.
We kunnen het rubberbootje aanleggen bij een steigertje voor toerbootjes. Daarvandaan is het een kilometertje lopen naar het resort.

Als we aan het einde van de dag weer op de Olim zijn vragen twee vissersmannen in een klein bootje onze aandacht. We wuiven dat ze langszij kunnen komen. We hopen verse vis te kunnen kopen voor op de barbecue. Dat zou een mooi verjaardagsmaal zijn.
Helaas zien we alleen maar een paar hele kleine visjes in hun bootje liggen. De moeite van het klaarmaken niet waard. Die hoeven we niet.
De mannetjes wijzen op hun maag. We begrijpen nu dat ze kwamen omdat ze honger hebben, omdat ze zo weinig vis vangen. Ze krijgen uit de voorraadkast een pak vruchtensap, een blik bonen en een pak koekjes van ons mee. Zo veel mogelijk calorieën.
De volgende ochtend komen ze al heel vroeg terug naar de Olim. Met trots verkopen ze ons hun net gevangen vissen. Vanavond kan de barbecue aan.

Eindpunt van onze reis

Deze baai is het eindpunt van onze reis samen. Ik zal hiervandaan terug op het vliegveld moeten zien te komen.
We maken deze laatste dagen nog een paar mooie dinghy-toertjes en prachtige wandelingen.
We ontdekken dat hier grotten zijn met rotstekeningen van de Taíno. Dit was het eerste indianenvolk dat Columbus tegenkwam. Helaas is dit volk door de uit Europa meegekomen ziektes uitgestorven.
Dit las ik allemaal pas later. Want Jouke en ik voeren slechts per toeval een inham binnen toen we zagen dat er een grote grot was waarvoor je een bandje moest kopen om naar binnen te mogen. We waren in onze zwembroeken en zonder geld vertrokken, dus helaas. We wilden alweer terug de rubberboot in, maar de dame riep ons terug. Er was nu toch niemand binnen, lopen jullie maar snel door zonder bandje.

Bij het wandelen door de bossen komen we twee oude mannetjes tegen. Ze hebben een kleine business samen. Ze lopen met grote zakken door het bos en verzamelen de rijpe kokosnoten. Daarvoor moeten ze ook de bomen inklimmen volgens mij.
Terwijl ze onder een afdakje zitten slaan ze met hun machete de buitenste schil van de noten. De harige kokosnoot nemen ze mee in de zak op hun rug. Burro, zegt er eentje, terwijl hij voordoet hoe hij de zware zak op zijn rug draagt en het geluid van een ezel na doet.
Er wordt een kokosnoot voor ons opengeslagen en we kunnen even uitrusten van onze wandeling met een frisse slok kokosmelk. We nemen het kokosvlees mee als snack voor onderweg. Het wandelpad dat ons door het bos leidt wordt waarschijnlijk door de machetes van deze twee mannen begaanbaar gehouden.

Bij het resort had ik gevraagd of er een taxichauffeur in de buurt woont die goed Engels kan en mij naar het vliegveld wil brengen. Ik kreeg het nummer van Ruku.
Via whatsapp heb ik met Ruku afgesproken dat hij me om 12 uur op komt halen bij de steiger dicht bij het resort.
Jouke en Pleuni brengen mij die laatste ochtend met mijn zware koffer naar de kant. Nog één keertje met het rubberbootje door de mangrove. Jouke en Pleuni gaan nog een dagje chillen in het resort. Ze willen niet te lang bij het steigertje staan wachten, want het liefst blijven ze de Armada nog even ontwijken.
De vorige keer dat we bij de steiger waren reed de Armada net weg met hun pick-up truck en keken toevallig net allemaal de andere kant op. Toen deden zij hun best om ons te ontwijken, want het was net vijf uur geweest. Volgens mij heeft geen van de partijen echt zin in die bureaucratische rompslomp met de dispachios.
Mijn taxi komt op het afgesproken tijdstip. Tijdens de 3 uur durende taxirit naar het vliegveld hebben Ruku en ik hele gesprekken. We stoppen eerst bij het winkeltje van zijn vriendin voor snacks en fruit voor onderweg. Halverwege de rit eten we langs de kant van de weg kip van de barbecue met rijst en zwarte bonensaus. Ruku schiet het eten voor, want dan kost het maar 3,50 EUR per persoon, inclusief drinken. Hij vind het maar niks dat er een ander tarief geldt voor toeristen. Hij vertelt me over zijn leven en over de situatie in zijn land. We gebruiken hiervoor allebei de Google Translate app op onze telefoons, want Ruku’s Engels blijkt net zo slecht als mijn Spaans.

Deze taxirit is een passend afscheid van dit prachtige, vriendelijke en gastvrije land.
Jouke en Pleuni zullen nog even in de Dominicaanse Republiek blijven. Ze zijn van plan met een auto het binnenland te verkennen. Het zal misschien een tijdje duren voor ik ze weer zal zien. Maar het was geweldig en inspirerend om twee weken lang hun manier van leven te mogen ervaren.
Bedankt voor jullie gastvrijheid. Vaya con Dios mi amigos!

Een gedachte over “En misschien zien we wel walvissen…

Plaats een reactie